Ziende blind

Een van de grootste successen die Jomanda voor zich opeist, is het geval-Mieke Decatte. De genezeres zou, tien jaar geleden, het toen achtjarige blinde meisje het gezichtsvermogen hebben teruggegeven. Wat is daar waar van? Niets, zo blijkt na een speurtocht die tot diep in Belgie voert. De auteur is natuurkundige en psycholoog en is als onderzoeker werkzaam voor Stichting Histos te Amsterdam.
‘TOEN IK MIJN HANDEN voor de ogen van een blind meisje hield, ging zij zien. Dat meisje is Mieke Decatte’, aldus Jomanda in het RTL4-programma Klein Essink & Co op 29 mei 1995.
Ik wist niet beter of Jomanda hield zich bezig met psychosomatische klachten zoals lage rugpijn en hartkloppingen. Hier noemde ze een genezen persoon met een heel andere kwaal. Bovendien noemde ze die bij naam en toenaam: Mieke Decatte, een Belgisch meisje van negentien, dat toen acht was. Hier moest ik meer van weten. Als het waar was, zou ik Jomanda’s roem overal verkondigen. Maar als het niet klopte, zou ik dat ook naar buiten brengen. Op naar Mieke Decatte!

Ik bel Jomanda’s stichting Line (Leven In Nieuwe Energie). Of ik Mieke Decatte kan schrijven of bellen? Nee, men geeft haar adres en telefoonnummer om prive-redenen niet door, maar ik kan haar via Jomanda een brief sturen. Dat doe ik, met het verzoek of ze contact met me opneemt.
De stichting verzekert me dat de kans niet groot is dat Mieke op mijn brief zal reageren. Ik zoek daarom ook andere wegen. Van het Instituut voor Naamkunde in Leuven krijg ik een kaartje van Belgie met daarop aangegeven in welke plaatsen de naam Decatte negen of meer keer voorkomt. Ik schat dat het om Sint-Truiden of om Tienen gaat. De telefoongids van Belgie helpt me verder en het derde telefoontje is raak. ‘Ja, u spreekt met de moeder van Mieke Decatte. Uw brief hebben wij ontvangen.’
Of ik Mieke aan de lijn kan krijgen? Nee, ze is met vakantie. Maar ook als ze thuis was, zou ze niet meedoen aan mijn onderzoek. Ze heeft twee redenen. Over de eerste zegt haar moeder: 'Dit zijn dingen die gebeurd zijn en die wij gekregen hebben. Daar zijn we dankbaar voor, diep in ons hart. En daar drijven we geen handel mee.’ Als tweede reden noemt Miekes moeder dat Mieke 'zich er bijna niets meer van herinnert. Het is weg, ook als we erover praten met haar. Ze weet wel dat ze bij Jomanda is geweest.’
De naam Jomanda is gevallen. Zou de diep gevoelde dankbaarheid van de familie naar haar uitgaan? vraag ik me af. Mevrouw Decatte: 'Het is niet Jomanda die een eindpunt gezet heeft. Dat was een man in Belgie.’
DAN BEGINT MEVROUW Decatte het verhaal vanaf het begin. Met nieuwjaar 1985 zag Mieke nog maar weinig, met het ene oog althans: 'Een op tien’. Met het andere zag ze nog 'tien op tien’. De kegeltjes op het ene netvlies zouden voorgoed aan het vervallen zijn geweest. Ze zag geen kleuren meer en zwart-wit krantefoto’s zag ze slechts vaag.
Begin januari 1985 gingen Mieke en haar ouders naar Jomanda, die toen nog in Venlo woonde. Ze keerden er wekelijks terug en op 11 februari was ze genezen. Miekes moeder voegt er veelbetekenend aan toe: 'Daar kwam ik later pas achter: 11 februari is de dag dat Onze Lieve Vrouw in Lourdes is verschenen.’ En iets later: 'Jomanda was niet alles; zelf hebben we ondertussen veel tot Maria gebeden.’
Maria en niet Jomanda krijgt alle eer. Dat blijkt trouwens ook uit het feit dat er in huize Decatte een, misschien zelfs twee grote Mariabeelden staan. Een getuige spreekt van een Mariabeeld op Miekes kamer dat een halve meter hoog is, met in de hand een briefje met 'Bedankt, Lieve Vrouw, dat Mieke Decatte weer zien mag’, of woorden van die strekking. Een andere getuige heeft een Mariabeeld van een meter in de huiskamer zien staan, met een brandend lampje ervoor.
Nog om een tweede reden gaat niet alle dankbaarheid naar Jomanda uit. In april 1985 kwamen Miekes oogklachten terug. In augustus zijn ze toen naar een gebedsgenezer in de buurt gegaan. Door zijn toedoen zijn Miekes oogklachten definitief verdwenen.
Ik kaart voorzichtig aan dat het toch merkwaardig is dat Mieke zich haar blindheid niet meer kan herinneren. Moeder Decatte: 'Mieke besefte toen alleen dat ze minder en slechter zag, niet wat er aan de hand was.’ Of daar toen nog oogartsen aan te pas zijn gekomen? Moeder noemt twee oogartsen, maar zegt ook: 'De ziekte is niet meer te achterhalen.’
Ik probeer het langs de wetenschappelijke weg: 'Ik ben onderzoeker en ik wil zoveel mogelijk over Mieke Decattes gezichtsvermogen weten.’ Maar haar moeder vindt dat ik daar niet in moet 'peuteren’. Hoezo, niet peuteren? De aap komt uit de mouw: 'Medische gegevens zijn er niet. Er was geen hulp.’ Vreemd: over tien procent zicht aan een oog en over vervallende netvliescellen zouden geen medische gegevens bestaan?
OMDAT IK VERMOED dat de rechtstreekse lijn naar Mieke niet veel gaat opleveren, ga ik op zoek naar familieleden en kennissen, en via hen weer naar mensen van Miekes lagere school in Bunsbeek, vlakbij Tienen. De meeste mensen zeggen wel van Miekes blindheid te hebben gehoord, maar daar zelf niets van te hebben gezien of gemerkt. En er was iets met Miekes ogen, maar geen blindheid of iets wat daarop lijkt. 'Decatte? Vooral de moeder kan nogal overdrijven.’ 'Mij maken ze dat niet wijs, Ik heb er nooit iets van gemerkt dat ze blind was.’ 'Ik ken dat verhaal maar ik heb zelf niet gezien dat ze blind was’.
Ik heb genoeg stof om het gesprek met mevrouw Decatte voort te zetten. Maar daar is ze niet meer toe te bewegen: 'En nu willen wij met rust gelaten worden.’ De verbinding wordt verbroken.
Mevrouw Decatte sprak over leesproblemen en anderen vertelden dat Mieke in die periode een tijd van school is gehouden. Ze zou op het speelplein toch maar tegen muren opbotsen. Ook wordt verteld dat Mieke 'een klein verrekijkertje had om op bord te zien’. En in de Jomanda-biografie van 1987 staat: 'Met een grote loupe probeert ze toch nog wat te lezen.’ Allemaal zaken die klasgenoten en de school niet kunnen zijn ontgaan.
Ik spreek met twaalf mensen van Miekes school. 'Er waren inderdaad problemen met het gezicht van Mieke. Maar bijna- blind, daar heb ik nooit van gehoord.’ 'Ik kan niet zeggen dat ze blind was. Ze kon het ook gesimuleerd hebben.’ Over de bewering dat Mieke op het schoolplein te vaak tegen muren aanliep, merken ze op: 'Jee! Ik kan me echt niet voorstellen dat Mieke dat zo deed.’ 'Amaai! Wow! Daar weet ik niets van.’ En Miekes verrekijkertje lokt deze commentaren uit: 'Ho! Ho! ’t Is wat! Maar daar weet ik niets van.’ 'Misschien een speciale bril, dat zou wel kunnen.’
Het schoolhoofd, mevrouw Saelmaekers, heeft destijds in de lerarenkamer gehoord dat Mieke tegen een schoolbank was gelopen en een tijdje een bijzonder hulpmiddel nodig heeft gehad om te kunnen lezen, maar ze weet niet meer precies wat. Ook herinnert ze zich dat Mieke in de turnzaal eens heeft gezegd dat ze niet zag wat ze moest doen. Maar niemand op school dacht daarbij ook maar even aan blindheid. Saelmaekers: 'Daar heb ik pas later van gehoord, van Miekes moeder.’
Miekes juffrouw van toen, mevrouw Petre, herinnert zich Miekes oogproblemen nog heel levendig: 'Ik weet dat nog. Maar echt heel duidelijk blind, dat kan ik me toch niet voorstellen.’ Mieke, die in de vorige klas nooit leesproblemen had gehad, begon bij technisch lezen al meteen aan het begin van dat jaar dingen te lezen die er niet stonden, 'vooral als het kleine letters waren’. Daarom kreeg Mieke toen een bril. De oogproblemen hielden echter aan: Mieke kreeg problemen met het overschrijven van het bord, in de turnzaal liep ze wel eens tegen een toestel op, en onder het dribbelen met een bal sloeg ze soms een paaltje over. Voor het lezen kreeg Mieke daarom een loupe, maar alweer: de oogproblemen bleven toenemen. Vanaf 17 december 1984 is Mieke tweeeneenhalve maand van school gebleven.
Na april zou Mieke volgens haar moeder 'minder klaar’ zijn gaan lezen. Wat is daar van blijven hangen bij anderen? Na Pasen kreeg ze meneer Tweepenninckx een deel van de week voor de klas. Hij vat bedachtzaam samen: 'Ik heb gemerkt dat Mieke Decatte gezichtsproblemen had. Maar ik heb geen weet van welke blindheid dan ook. Gezichts- en leesproblemen waren niet buitenproportioneel.’
TEGEN DE TIJD dat Miekes vakantie voorbij is, spreek ik haar aan de telefoon. Het gesprek duurt een minuut of twintig, maar levert nauwelijks iets op. Mieke: 'Eigenlijk wil ik niet aan uw onderzoek meewerken. Dat hoofdstuk is afgesloten.’ Ik zeg dat ik alleen geinteresseerd ben in de medische gegevens over haar gezichtsvermogen rond de jaarwisseling 1984-1985. Maar Mieke blijft erbij: 'Voor mij is het een feit dat ik weer zie.’ Ik vertel haar dat haar klasgenoten zich niets van heer blindheid herinneren. Mieke: 'Het kan me niets schelen wat anderen daarvan zeggen.’
Voor de volledigheid wil ik ook haar vader spreken. Meneer Decatte staat me op een voorwaarde te woord: over Miekes blindheid wordt niet gesproken. Meneer Decatte: 'Ik ga u een ding zeggen. U kent een piano. Die is ontstemd. Waar gaan die valse noten naar toe als-ie gestemd is? Wetenschappelijk is daar niets van na te gaan. Dat is met Mieke ook zo.’ Alle sporen van Miekes vervallen netvliescellen zijn uitgewist.
Ik ga met de pianometafoor mee: met een bandrecorder kan ik laten horen dat mijn piano vals is geweest. En zo zouden er volgens de Jomanda-biografie van 1987 ook rapporten van oogspecialisten zijn die stellen dat in Miekes oogbol netvliescellen aan het ontploffen zijn. Hierop ontploft meneer Decatte: 'Ik moet u onderbreken want nu begint u er weer over. Voor ons is dat gebeurd, voorbij.’
CONCLUSIE: Mieke Decatte is blind noch bijna-blind geweest, althans niet in de zin van vervallen of ontploffende netvliescellen die door oogartsen zijn geconstateerd. Wat was er dan wel aan de hand? Ik zie vier mogelijkheden.
Mieke kan een psychosomatische vorm van blindheid hebben gehad: psychogene amblyopie (letterlijk 'zwak zien’). Het doet zich vooral voor bij meisjes tussen acht en twaalf jaar en duidt erop dat ze onder spanning staan. Het kind beweert dan bijna niet meer te kunnen zien en bijvoorbeeld de vingers van een opgestoken hand niet te kunnen tellen. Binnen die categorie vallen Miekes problemen waar men het op school over had: een schoolbank niet zien staan, niet op bord kunnen lezen, een turnoefening niet kunnen volgen, tegen een paaltje lopen.
Volgens professor Crone, emeritus hoogleraar oogheelkunde aan de Universiteit van Amsterdam, is het zaak het betreffende kind zo snel mogelijk te 'ontmaskeren’, zonder dat ze daarbij figuurlijk gezichtsverlies lijdt. Hijzelf heeft dat een keer of tien bij de hand gehad. Die 'ontmaskering’, benadrukt Crone, dient zo snel mogelijk te gebeuren omdat de psychogene amblyopie zich anders 'invreet’. Het gezichtsverlies bij erkenning dat men goed ziet, wordt anders te groot. De vraag rijst of bij Mieke de 'ontmaskering’ op tijd en adequaat is geweest. En zo ja, wat hebben haar ouders dan met de aanwijzingen van de eerste oogarts gedaan, want ze zijn bij vele oogartsen geweest en hebben tot in Japan hulp gezocht.
Op de tweede plaats kunnen we denken aan allerlei andere psychogene oogaandoeningen bij kinderen, vooral bij meisjes. Volgens professor Misotte, voorzitter van de Belgische vereniging van oogartsen, valt daar een dik boek over te schrijven. Hij geeft een voorbeeld. Laatst zag hij een meisje dat haar ogen zodanig inspande om op het schoolbord te kunnen zien, dat ze overaccommodeerde tot +9 en dus alles volkomen wazig waarnam.
Een derde verklaringsmogelijkheid voor Miekes blindheid is dat ze van sterke verhalen hield. In de klinische psychologie spreekt men van pseudologia fantastica als de persoon er zelf in gelooft. Deze mogelijkheid valt bij Mieke niet uit te sluiten. Een volwassene herinnert zich Mieke als een meisje 'dat naar alle middelen grijpt om aandacht te vragen en te krijgen’. En vroegere klasgenootjes herinneren zich Mieke als een meisje dat vaak merkwaardige verhalen opdiste. Zo weet iemand nog dat ze eens vertelde dat ze thuis een papegaai had die op z'n kop ging staan als ze drie keer in haar handen klapte. En een ander herinnert zich dat Mieke, voor de bewuste periode, verkondigde dat ze braille aan het leren was. En aan een paar klasgenootjes heeft Mieke braillepapieren laten zien.
Een vierde poot onder de verklaring is de bekommernis van mevrouw Decatte met de ogen van haar enigst kind. Zoals iemand het zei: 'Een overbezorgde moeder die meer problemen zag dan er waren. Dat lezen, dat werd een obsessie voor haar.’
Deze vier - en wellicht nog andere - verklaringsmogelijkheden zouden heel goed van toepassing kunnen zijn op Mieke Decatte, met als resultaat: een 'blind’ kind dat een excuus nodig had om het gezicht weer terug te krijgen. Dat excuus werd geleverd door Jomanda’s handen en door de gebedsgenezer.
DUIDELIJK IS DAT Jomanda’s pretentie een blinde Mieke Decatte ziende te hebben gemaakt, volstrekt niet valt hard te maken. Die pretentie moet ze terugnemen of sterk afzwakken. Volgens Miekes moeder is haar dochter nooit aan beide ogen blind geweest en was ze hooguit bijna-blind aan een oog. Maar zelfs daar moeten grote vraagtekens bij worden geplaatst, vooral omdat medische gegevens ontbreken. Sterker nog, er zijn geen andere getuigen van Miekes (bijna-)blindheid dan haar ouders en Jomanda.
Op de tweede plaats, ook als we een moment de logica van paranormale genezingen volgen, dan nog kan Jomanda Mieke Decatte niet als een van haar grote successen opeisen. Miekes gezichtsvermogen is na haar laatste handoplegging van 11 februari 1985 weer achteruitgegaan en een gebedsgenezer zou de uiteindelijke genezing hebben bewerkstelligd.
Op de derde plaats gaat Jomanda onzorgvuldig om met personen die als bewijs voor haar gave zouden moeten dienen. Op RTL4 noemde ze Mieke Decatte. Van haar moeder begrijp ik dat ze Jomanda meer dan eens te verstaan hadden gegeven hun dochter uit de publiciteit te houden. Op RTL4 gaf Jomanda echter probleemloos de naam van het meisje prijs en voegde ze eraan toe: 'Wij geven ook alle media, altijd alle journalisten, open boeken. Ze mogen alles natrekken; ze mogen achter iedereen aan gaan.’
Op de vierde plaats leeft het gezin Decatte met een kennelijk taboe over de gewezen blindheid van hun dochter. Na Jomanda’s handopleggingen lieten ze hun dochter, met foto’s en al, in Story en een Vlaams familieblad prijken. Nu mag het ineens over alles gaan behalve over de bewijzen voor Miekes blindheid.
Mieke Decatte is een van de twee gevallen die door Jomanda keer op keer worden opgevoerd als bewijs voor haar paranormale gaven. Het andere geval is Andy Bruynseels, die door Jomanda’s handoplegging genezen zou zijn van een hersentumor. Die tumor is echter nooit aangetoond, terwijl de rechtszijdige verlamming in de fijne motoriek, waar die tumor een verklaringspoging voor was, nog steeds bestaat. Er is, kortom, geen basis voor Jomanda’s beweringen in haar biografie van 1994: 'Maar toen kwam d'r een blind meisje en toen kwam d'r een jongetje met een hersentumor. En ja, dat blinde meisje ging in een keer zien en dat jongetje met die hersentumor had nog maar een paar maanden te leven en die leeft nu nog.’
Door zich op 'wonderbaarlijke genezingen’ als die van Mieke en Andy te beroepen, heeft Jomanda een publiek geschapen dat in haar paranormale gave gelooft. Een deel van dat gelovige publiek vertoont tijdens de massabijeenkomsten in de evenementenhal van Tiel vervolgens allerlei gedragingen als 'vastzitten’, over de vloer kronkelen en in extase raken. Die Tielse taferelen kunnen we nu tot hun gewone psychologische verhoudingen terugbrengen. Jomanda’s bijeenkomsten zitten vol rituelen en sommige mensen zijn daar heel ontvankelijk voor. Jomanda roept op ieder in zijn waarde te laten zodat er een sfeer ontstaat van sociaal geaccepteerd 'uit je dak gaan’. Die taferelen, hoe onalledaags ook, hebben daarmee niets buitengewoons, en zeker niet iets paranormaals. Jomanda straalt, welbeschouwd, persoonlijk meer uit dan spiritueel in.