Zij bedankten voor den haag

‘ZOU JIJ GEEN kamerlid voor ons willen worden?’ vroeg GroenLinks-voorzitter Ab Harrewijn op een ochtend aan Peter van Lieshout, directeur van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn. Nee, Van Lieshout wilde niet. En ken jij misschien Annemarie Mol, denk je dat die het zou kunnen? vroeg Harrewijn, niet wetend dat Mol, hoogleraar filosofie, de vriendin van Van Lieshout is. De wereld is klein, zeker als het om aspirant-parlementariërs gaat. Van Lieshout stond ook op het lijstje van de PvdA.

De afgelopen maanden werden we overstroomd met verhalen van mensen die dolgraag in de Kamer wilden komen, of den blijven. Maar hoe zit het met al diegenen die ‘nee’ zeiden tegen het kamerlidmaatschap? Wat waren hun motieven, en wat zegt het over het zoekgedrag van partijen dat juist zij gevraagd werden?
Van Lieshout wil beslist niet negatief zijn over het vak van parlementariër, maar laat wel doorschemeren dat hij vanuit zijn huidige positie een minstens zo groot stempel op het debat over zorg en welzijn denkt te kunnen drukken als vanuit het parlement: 'Zeker als lid van een kleine partij leid je natuurlijk een vrij hijgend bestaan.’ Ook Annemarie Mol zei nee. 'Vroeger’, zegt ze, 'zouden mensen zoals ik misschien vooral strategisch over zo'n verzoek hebben gedacht: is de Kamer de beste plek om de wereld te veranderen. Maar ik ben er inmiddels wel achter dat er geen beste plek is om de wereld te veranderen: er moeten goeie kamerleden zijn, maar ook goeie schooljuffrouwen. En dus vraag je je vooral af of jij de beste persoon op die plek zou zijn, en of je er lol in zult hebben.’
Mol vindt dat het wel voor GroenLinks pleit dat er niet alleen onder politieke dieren gezocht is. 'Als ik met ze gepraat had, waren ze er hopelijk wel achter gekomen dat ik echt ongeschikt ben. Een goed filosoof zet meningen tussen haakjes, probeert alles van de andere kant te bekijken. Voor een kamerlid is dat hopeloos.’
DE TIJD DAT een kamerlidmaatschap de bekroning was van decennialange Sisyfusarbeid binnen de partij was al voorbij, maar tegenwoordig hoef je zelfs niet de minste belangstelling getoond te hebben voor partijpolitiek om gevraagd te worden. Eerder omgekeerd: vrijwel alle partijen zochten driftig naar mensen zonder partijverleden. De PvdA noemt bij de toelichting op de kandidaten niet eens hun eventuele functies binnen de partij. Veel van de nee-zeggers werden door meerdere partijen benaderd. Zou het zijn omdat de grenzen tussen partijen vervagen, of vallen alle partijen op dezelfde talenten, samen te vatten als 'sociale intelligentie’ en 'goede schriftelijke en mondelinge uitdrukkingsvaardigheid’?
Anton Westerlaken, voorzitter van het CNV, kreeg een aanzoek van het CDA én van GroenLinks. En zei nee. 'Ten eerste ben ik CNV-voorzitter tot 1999, maar bovendien vind ik mezelf niet geschikt als parlementariër. Het is nog abstracter dan wat ik nu doe, het vraagt nog meer geduld, je moet nog voorzichtiger formuleren.’ Het politieke debat, vindt hij, gaat veel te weinig over datgene waar het over zou moeten gaan, en het kamerlidmaatschap vergt 'een behoorlijke mate van schizofrenie ten opzichte van je eigen opvattingen’. Westerlaken vindt dat partijen veel te eenzijdig werven. 'Ze kijken vrijwel alleen naar mensen die in de media een rol vervullen. Ik ben ervan overtuigd dat er buiten die schijnwerpers van de media allerlei talent rondloopt dat nu helemaal buiten beschouwing blijft.’
Anil Ramdas, die dusdanig voorzichtig gepolsd is voor GroenLinks dat hij het zelf niet gemerkt heeft: 'Stel je voor, ik ben schrijver! Een Tweede-Kamerlid vertegenwoordigt anderen, terwijl ik al tien jaar alleen mezelf vertegenwoordig. Het is een eeuwig misverstand dat als je pakweg een goeie leraar bent, je ook wel een goeie directeur zult zijn. Ieder z'n vak.’
GROENLINKS kwam op het idee Ramdas te benaderen nadat hij in een interview had verklaard op Tara Singh Varma te stemmen. Nog voor de hand liggender is het om mensen te vragen die ergens - al dan niet boos - weggaan. Vier jaar geleden was Greetje Lubbi (ex-Voedingsbond) in de markt (en zei nee), nu was het Ella Vogelaar, gewezen vice-voorzitter van de FNV. Ze werd zowel door de PvdA als door GroenLinks benaderd, maar wil geen commentaar geven.
Toen advocaat Eberhard van der Laan, succesvol fractievoorzitter van de PvdA in Amsterdam, ruim een jaar geleden bekendmaakte dat hij de Amsterdamse politiek zou verlaten, belde Wallage hem meteen met de vraag of hij geen kamerlid wilde worden. Van der Laan zei nee. Politiek, dat doe je een tijdje, acht jaar bijvoorbeeld, vindt hij. 'Om het negatief te zeggen: ik heb m'n corvee gedaan, nu mogen anderen weer. Want het stelt de kwaliteit van je leven behoorlijk op de proef.’ Van der Laan heeft het dan over het tijdsbeslag, over kinderen en vriendin, maar ook over de aard van het werk. En dan heeft hij het vooral over de manier waarop de samenleving (inclusief de journalistiek) omgaat met politici. 'Er wordt weliswaar iets minder negatief tegen politici aangekeken dan acht jaar geleden, maar nog altijd moet je verschrikkelijk veel energie stoppen in het bestrijden van desinformatie en roddel, in het verkrijgen van een gespreksbasis, in het diep ademhalen als je weer eens wordt uitgescholden. De samenleving mag wel een tikje zuiniger zijn op haar politici.’
Eigenlijk, vindt hij, zou het kamerwerk op een andere manier georganiseerd moeten worden. Zodat je het in twee à drie dagen per week kunt doen en je er dus iets naast kunt blijven doen. 'Al was het maar omdat dat de enige manier is om echt onafhankelijk te blijven. Zodat je, als er een te grote aanslag op je geweten wordt gedaan, kunt zeggen: dan ben ik weg. De regering krijgt dan dus eerder meer dan minder tegenspel.’
Ook burgemeester D'Hondt van Nijmegen heeft te kennen gegeven niet voor zijn PvdA de Kamer in te willen. Hij zou het een achteruitgang van positie vinden, al zegt hij dat niet met zoveel woorden. 'Ik ben in hart en nieren bestuurder, dat is toch wat anders dan met enige tientallen mensen in een sterk gedisciplineerde fractie zitten.’ Het kamerwerk is er de laatste jaren ook niet interessanter op geworden, denkt hij. 'Het wordt steeds gespecialiseerder, er is steeds minder tijd en aandacht voor de hoofdlijnen. Je zou een methode moeten vinden om alle beslissingen die geen politieke connotatie hebben, elders te nemen, zodat de Kamer zich kan richten op de echte politieke keuzes.’ Hij realiseert zich dat het niet mee zal vallen om te bepalen wat 'niet-politieke onderwerpen’ zijn. 'Maar ik leg me er nog niet bij neer. Het parlement moet weer respectabel worden.’
DE PVDA PLAATSTE zelfs een advertentie in landelijke dagbladen om aspirant-kamerleden te vinden. Er solliciteerden 462 mensen op; 137 daarvan drongen in levenden lijve door tot de commissie-Dunning die de uiteindelijke lijst opstelde. Ook GroenLinks adverteerde, zij het alleen in de partijkrant. De PvdA vroeg 'een ruime mate van sociale intelligentie’, GroenLinks 'een minimum aan territoriumdrift en een collegiale instelling’.
Het actieve 'scouten’ en het plaatsen van advertenties leidt overigens niet per definitie tot een grotere verscheidenheid. Weliswaar zijn de ex-ambtenaren en ex-leraren wat verdrongen, maar de nieuwelingen op de uiteindelijke PvdA-kandidatenlijst zijn vrijwel allemaal academicus en van de 74 kandidaten wonen er slechts negentien buiten de Randstad.
De PvdA vroeg ook de 'Niet-Nixers’ Erik van Bruggen en Lennart Booij of ze in de Kamer willen. Nee dus. Erik van Bruggen, net terug van een weekend op Texel waar de jongerenclub Niet-Nix zich in de problemen van het gewone volk verdiepte ('Texel is exemplarisch voor heel Nederland’): 'Wij hebben met alle mensen van Niet-Nix afgesproken dat de PvdA eerst moet veranderen voordat wij in de Kamer gaan. Wij willen invloed, geen macht. En ik denk dat onze invloed nu groter is dan wanneer je in de Kamer zit. Tenzij je natuurlijk een coup pleegt, zoals Nieuw Links ooit gedaan heeft, maar dat is zo onsympatiek. Misschien zou de partijtop het heerlijk vinden als wij in de Kamer gingen, dan incorporeer je immers de kritiek.’
GODFRIED ENGBERSEN, hoogleraar sociale wetenschappen en bekend van het armoedeonderzoek, is geen lid van de twee partijen door wie hij werd aangezocht - de PvdA en GroenLinks. 'Als je het cynisch bekijkt, vonden ze het natuurlijk wel handig om met mij het armoedeonderwerp af te dekken.’ Hij heeft over beide verzoeken serieus nagedacht maar zei nee. Om persoonlijke redenen (jonge kinderen, net een nieuwe baan aanvaard aan de Erasmus Universiteit), maar ook vanwege de aard van het werk, de discussies op de vierkante millimeter. 'Eigenlijk’, zegt hij, 'zou je met een hele nieuwe generatie mensen moeten afspreken: we gaan, en met z'n allen. Het kamerlidmaatschap dreigt een tweederangs beroep te worden. Economie, bedrijfskunde, communicatie, dat is wat tegenwoordig sex-appeal heeft. De Tweede Kamer heeft geen sex-appeal en dat heeft veel te maken met het geringe verschil tussen de partijen.’
Ook Engbersen heeft kritiek op de werving van nieuwe kamerleden. 'Er wordt nauwelijks gekeken of je het gedachtengoed onderschrijft, of je verantwoordelijkheid wilt en kunt dragen voor een partij. Fracties bestaan straks uit volkomen losse individuen met een postmoderne loopbaan waarin een paar jaar politiek het wel goed doet. Terwijl een Kamer z'n kracht toch ontleent aan mensen die met hart en ziel kiezen voor de politiek.’
GroenLinks benaderde ook de gebroeders Duyvendak, de wetenschapper Jan Willem en de milieuactivist Wijnand (door Vrij Nederland werden zij onlangs nog samengevoegd tot één persoon). Maar voor Jan Willem kwam het verzoek te laat; vier jaar geleden kwam hij terecht op plaats dertien, waarop hij voor de wetenschap koos. En Wijnand Duyvendak denkt buiten het parlement meer invloed te kunnen uitoefenen op de politiek dan als kamerlid. Opmerkelijk is dat er überhaupt geen nieuw talent vanuit de milieubeweging geworven is.
VOOR D66 VIEL ER dit keer weinig te scouten. De Democraten mogen gezien de peilingen al blij zijn als ze de huidige kamerfractie enigzins onder dak kunnen brengen. Bovendien doen goede democraten niet aan scouting, verklaart Michel van Hulten, de gewezen voorzitter van de programmacommissie: 'Volgens ons moet iedere Nederlander in staat zijn om zelf te bedenken of hij kamerlid wil worden, dus zou het raar zijn om op zoek te gaan naar bepaalde sterren.’ Iedereen die kamerlid wil worden voor D66, kon zichzelf opgeven en staat nu in het 'smoelenboek’ dat bij alle leden ligt. De leden stemmen per post over de volgorde van de lijst. De belangstelling voor het D66-kamerlidmaatschap was dit keer aanmerkelijk kleiner dan vier jaar geleden, toen de democraten in de lift zaten. Toen gaven zich zo'n honderdvijftig nieuwelingen op, nu waren het er ruim tachtig.
Overigens is D66 de enige partij waar een kamerlidmaatschap te koop is. Een eenvoudige rekensom leert dat je bij deze partij een kamerzetel in de wacht kunt slepen door pakweg vierhonderd vrienden en bekenden lid te maken. Van de ongeveer dertienduizend leden van D66 vullen er zo'n vierduizend het formulier voor de lijstvolgorde in. De puntentelling is zodanig dat als pakweg vierhonderd mensen mevrouw X op 1 zetten, mevrouw X in de Kamer komt. X kan daarbij best aanbieden om voor die vierhonderd het lidmaatschap te betalen, want vierhonderd keer veertig gulden is een schijntje vergeleken bij het kamersalaris van pakweg anderhalve ton. Maar dat terzijde.
Officieel zocht D66 dus niet actief naar nieuwe kamerleden. Toch werd Elly Lubbers, lid van de D66-werkgroep 'vrouwenrechten mensenrechten’ gebeld of zij zich alsjeblieft kandidaat wilde stellen. Dat was op de vrijdagavond voordat op maandag de aanmeldingstermijn afliep. De partijtop had namelijk ontdekt dat zich wel erg weinig vrouwen hadden opgegeven. Lubbers wilde wel, maar kreeg haar paspoort niet meer op tijd gekopieerd. Waarop D66 eindigde met 29 procent vrouwelijke kandidaten (vier jaar geleden was dat nog 54 procent).
IEDERE ZICHZELF respecterende partij heeft niet alleen voldoende vrouwen en allochtonen op de lijst, maar (zeker sinds de schrik van de ouderenpartijen vier jaar geleden), ook een enkele 'senior’. Cock Kerling (68) werd door de PvdA gevraagd omdat de sociaal-democraten nog een oudere zochten. Zij wilde niet. Kerling: 'Ik vind het een te zware job. Bovendien vind ik helemaal niet dat er per se ouderen in de Kamer moeten. Vrouwen hebben een specifieke manier van kijken, maar ouderen niet. Jonge mensen kunnen heel goed ouderen vertegenwoordigen.’ Uiteindelijk vond de PvdA Wouter Gortzak die zich nadrukkelijk als 'senior’ profileert.
Kampioen kamerzetelaanbiedingen is waarschijnlijk Pim Fortuyn. De Nederlandse Middenstandspartij, het Burgerforum, Janmaat, allemaal boden ze hem een zetel aan. Hij weigerde. Fortuyn: 'Ik wil graag een interessant leven leiden, mevrouw. Den Haag is een slaapverwekkende vertoning. Bovendien, dat heeft u in mijn analyses kunnen lezen, politieke partijen zijn niet de oplossing, maar onderdeel van het probleem.’