© Beeld Gabriël Kousbroek

Op 31 december 1983 werd in Amerika een opmerkelijk televisiespotje voor het eerst uitgezonden. We zien arbeiders of gevangenen door een tunnel marcheren. Alles is grijs, op de achtergrond spreekt een stem, we vangen woorden op als ‘geschiedenis’ en ‘glorieus’. Dan zien we, plotseling in kleur, een jonge, blonde vrouw in een wit T-shirt en een rode korte broek naar voren rennen met een sloophamer. Oproerpolitie rent achter haar aan. Op een groot scherm verschijnt een man met een bril, honderden arbeiders staren naar het scherm. We horen de man zeggen: ‘We zijn één volk.’ Vervolgens verschijnt de vrouw met de sloophamer. Ze begint de sloophamer rond te slingeren. We horen de man op het scherm nog zeggen: ‘Wij zullen zegevieren.’ Op dat moment verbrijzelt de sloophamer het scherm. De monden van de arbeiders vallen open en de volgende tekst verschijnt in beeld: ‘On January 24th, Apple Computer will introduce Macintosh. And you’ll see why 1984 won’t be like “1984”.’

De marketingstrategie van Apple was behoorlijk geniaal, en misschien was Apple – lees: Steve Jobs – aanvankelijk werkelijk een underdog die het opnam tegen de gevestigde grijze machten van de computerindustrie.

In pakweg dertig jaar tijd is de situatie omgedraaid. Het is Big Tech, waartoe Google, Amazon, Apple, Microsoft en Facebook (tegenwoordig Meta) worden gerekend, dat op Grote Broer is gaan lijken. Big Tech is niet meer de vrouw met de sloophamer, Big Tech is het scherm waarop wordt verkondigd: ‘Wij zijn één volk.’ De ontregelaars (disruptors) van weleer zijn zelf gevestigde orde geworden, allicht is dat de natuurlijke loop van de geschiedenis.

Het aardige is dat precies dat in de roman 1984 van George Orwell (1903-1950) de lezer én de held van het verhaal, Winston Smith, zonder excuses of schaamte wordt ingewreven, en wel door O’Brien, de man die eerst een verzetsstrijder leek te zijn en zich vervolgens ontpopte als dubbelspion. In de martelkamer zegt hij tegen Smith: ‘Macht is geen middel, macht is een doel. Men vestigt geen dictatuur om een revolutie veilig te stellen; men maakt revolutie om de dictatuur te vestigen. Het doel van vervolging is vervolging. Het doel van marteling is marteling. Het doel van macht is macht.’

1984 is overduidelijk gemodelleerd naar de Sovjet-Unie en het stalinisme, met Goldstein als Trotski en de Grote Broer (Big Brother) als het alomtegenwoordige partijapparaat. De utopie ontaardt in terreur.

Nu begon ook de revolutie van Silicon Valley ten dele met schijnbaar goede bedoelingen. (Zonder dat daarmee gezegd is dat Silicon Valley het hedendaagse stalinisme zou vertegenwoordigen; dat laatste zou Stalins terreur bagatelliseren.) Maar concentratie van grote hoeveelheden macht heeft onvermijdelijk negatieve neveneffecten, ook als die macht geen eigen leger heeft.

Echter, de venture capitalists, die de ‘revolutie’ van Silicon Valley mede mogelijk hebben gemaakt, hadden weinig belangstelling voor het officiële motto van Google, ‘Don’t be evil’, dat de aanvankelijke pretentie van Silicon Valley vertegenwoordigt dat daar wereldvreemde nerds rondliepen die per ongeluk multimiljonair werden.

Op 11 november 2021 stierf Jay Last, de laatste van de ‘verraderlijke acht’ (treacherous eight), acht werknemers van Shockley Semiconductor Laboratory die dat bedrijf in 1957 verlieten om Fairchild Semiconductor te beginnen; Fairchild wordt beschouwd als ground zero van Silicon Valley. Een ander lid van de verraderlijke acht was Gordon Moore, die Moore’s Wet vaststelde, ‘het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling verdubbelt elke twee jaar’, wat ruwweg betekent dat dankzij technologische vernieuwing steeds kleinere computers steeds sneller worden. Moore zelf stelde dat zijn wet niet eeuwig geldig zou zijn.

Zoals macht vroeg of laat het doel van macht is, zo is kapitaal vroeg of laat het doel van kapitaal. De venture capitalist en de nerd zijn niet meer van elkaar te scheiden. Een venture capitalist (VC) is een persoon of een bedrijf (zoals een hedgefonds) dat vooral investeert in start-ups, net opgerichte bedrijven die doorgaans technologische vernieuwing beloven, al hoeft dat geen vliegende auto te zijn. Het kan ook om hondenbrokjes gaan. Pets.com werd opgericht in 1998, op het hoogtepunt van de internetbubbel. Begin 2000 ging het bedrijf naar de beurs en haalde 82,5 miljoen dollar op van investeerders. Eind 2000 was Pets.com verdwenen en waren een kleine honderd miljoen dollar in rook opgegaan. Ook dat is wat de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter (1883-1950) ‘schöpferische Zerstörung’ (creatieve destructie) noemde; het wezen van innovatie, daarmee het wezen van het kapitalisme.

In de meeste gevallen verliest de VC zijn investering, maar een enkele keer is het bedrijf zo succesvol dat een bescheiden investering later tientallen miljoenen waard blijkt te zijn.

Hoewel David Choe (1976) geen VC in de eigenlijke zin van het woord is, is hij een goed voorbeeld van hoe het systeem ook kan werken. Choe is een graffitikunstenaar die in 2005 werd gevraagd wat seksueel getinte muurschilderingen te maken in het eerste hoofdkwartier van Facebook. Bescheiden als hij was, zag Choe af van contante betaling en nam genoegen met wat aandelen van het bedrijf in oprichting. Uiteindelijk werden die aandelen tweehonderd miljoen dollar waard.

De accumulatie van kapitaal kan uiteindelijk niet gescheiden worden van de accumulatie van macht, al was het maar omdat kapitaal als het groot genoeg is geworden navenante bescherming behoeft. Ik zeg dit nadrukkelijk zonder principiële morele veroordeling. Het kan niet vaak genoeg herhaald worden dat het grootste gedeelte van morele veroordelingen rituele uitdrijvingen zijn van onwenselijk geachte handelingen en gedachten, uitdrijvingen die verder nauwelijks of geen consequenties hebben in de werkelijkheid. Wie zijn antikapitalistische geschrift op Amazon verkoopt (of bij Bol.com) is niet zozeer hypocriet, hooguit paradoxaal – en zelfs dat durf ik niet met zekerheid te zeggen. In sommige gevallen is antikapitalisme de motor die de verkoop aanzwengelt.

Iedereen heeft iets te verkopen, zou venture capitalist Peter Thiel (1967) zeggen, ook de mensen die zich tegen verkoop an sich keren.

De meeste VC’s zijn hooguit bekend in hun eigen subcultuur. Aan Thiel, een vroege investeerder in Facebook, werd echter al in 2011 een groot artikel van George Packer in The New Yorker gewijd, met de veelzeggende kop: ‘Geen dood, geen belastingen’.

Thiel noemt zichzelf graag een dwarsdenker (contrarian), en hoewel hij minder beroemd is dan Elon Musk (1971), met wie hij samenwerkte, is hij mysterieuzer dan Musk. Die werd vooral beroemd vanwege zijn elektrische auto (Tesla) en het inzicht dat de veeleisende toerist uitgekeken was op Botswana en weleens de ruimte in wilde.

Max Chafkin, journalist voor Bloomberg Businessweek, schreef een biografie van Peter Thiel, getiteld The Contrarian: Peter Thiel and Silicon Valley’s Pursuit of Power.

Wat maakt Thiel zo fascinerend? Het is een fascinatie die, zoals vaker overigens, de vorm van afschuw heeft aangenomen. Bewondering en walging liggen in elkaars verlengde.

Thiel is niet alleen bijzonder rijk – dat alleen zou niet genoeg zijn, er zijn duizenden superrijken – hij is een vat vol tegenstellingen. Zo is hij de zoon van emigranten die zelf tegen emigranten lijkt te zijn en sceptisch staat ten opzichte van globalisering. Hij werd mede rijk dankzij Facebook, maar heeft dedain voor sociale media. Over Twitter zei hij: ‘We wilden vliegende auto’s, we kregen 140 tekens.’

Het doel van het kapitalisme is volgens hem niet concurreren, maar het verkrijgen van een monopolie door de concurrenten uit te schakelen, bij voorkeur door zoveel beter te zijn dan de concurrenten dat die vanzelf verdwijnen. Tegelijkertijd heeft hij Google, een bedrijf dat de concurrentie heeft uitgeschakeld, om die reden gehaat en heeft hij geld gegeven aan politici die Google vanwege zijn vermeende of werkelijke monopolie geprobeerd hebben te bestraffen.

Peter Thiel is homoseksueel en christelijk, en ideologisch gezien liberalist, toch is het Amerikaanse leger een van zijn belangrijkere klanten. Met zijn bedrijf Palantir heeft hij bijgedragen aan de surveillancemaatschappij, hoewel hij zelf extreem discreet is. (Met Chafkin wenste hij alleen off the record te praten.) Hij komt gecontroleerd over, maar lijkt niettemin te worden voortgedreven door ongeremde wraakzucht. Zo heeft hij het mediabedrijf Gawker vernietigd, mede omdat Gawker Thiels homoseksualiteit had geopenbaard in een tijd dat dat nog een publiek geheim was. Dat die wraakoefening hem miljoenen dollars kostte, leek hem niets te kunnen schelen; ware wraak mag wat kosten. Misschien moeten we overigens erkennen dat veel ambitie voortkomt uit de behoefte aan revanche; zelfs nogal wat sociale bewegingen zijn in wezen wraakoefeningen, al wordt de wraak gecamoufleerd en verzacht door die ‘rechtvaardigheid’ te noemen. In sommige uitzonderlijke gevallen kan wraak ook daadwerkelijk rechtvaardigheid worden genoemd.

Thiel was in 2016 een aanhanger van Donald Trump en heeft zich geassocieerd met figuren uit het extreem-rechtse milieu, ook met activisten die homofoob en antisemitisch genoemd moeten worden. Uit weinig blijkt dat hij werkelijk veel ideologische affiniteit heeft met deze bewegingen. Zijn politieke keuzes lijken veeleer ingegeven te zijn door dezelfde overtuiging die hem heeft geleid als VC en die niet alleen tot enorme winsten, maar nu en dan ook tot enorme verliezen leidde: hij gokt tegen de stroom in. Al wordt in Chafkins boek ook gesuggereerd dat zijn steun voor Trump en de Tea Party-beweging mede voortkomt uit een behoefte om Rome te zien branden. De dood kan overwonnen worden, hoopt Thiel, maar het imperium moet vernietigd worden.

Waaraan moet worden toegevoegd dat in het verlangen naar het destructieve, spektakel vaker aan de ideologie voorafgaat. Voor zover verveling een vorm van dood zijn is, is de behoefte aan spektakel een manier om de dood te verdrijven, zelfs wanneer dat betekent dat men zich associeert met brandstichters. Zelfvernietiging kan een consequentie zijn van de strijd tegen verveling.

Volgens zijn vrienden, schrijft Chafkin in de inleiding van zijn biografie, is Thiel een briljante visionair met ‘de griezelige vaardigheid om precies te weten hoe hij moet winnen’.

Peter Andreas Thiel wordt in 1967 in Frankfurt am Main geboren als zoon van Klaus en Susanne Thiel. Klaus studeerde aan de Staatliche Ingenieurschule Dortmund, in 1968 verhuist het gezin naar Amerika waar Klaus aan de Case Western Reserve University in Cleveland, Ohio, zijn studie als ingenieur vervolgt.

Chafkin meent dat Cleveland in 1968, in tegenstelling tot Frankfurt, trilde van opwinding, vrije liefde, communisme en Black Power. Dat laatste mag waar zijn, maar het is twijfelachtig dat de studentenprotesten eind jaren zestig Duitsland nog niet hadden bereikt. Dat de ouders van Thiel ‘vrome, witte christenen’ waren, zoals Chafkin schrijft, met de suggestie dat ze niets moeten hebben van vrije liefde en studentenopstanden, neem ik zonder meer aan.

Begin jaren zeventig, niet lang nadat Thiel een jonger broertje, Patrick, heeft gekregen, verhuist het gezin naar Namibië, dat toen nog Zuidwest-Afrika heette en de facto werd bestuurd door het Zuid-Afrikaanse regime. Klaus gaat in de Rössing-uraniummijn werken, die onderdeel was van een geheim Zuid-Afrikaans plan om een atoomwapen te ontwikkelen. Peter wordt naar de Deutsche Grundschule in het kustplaatsje Swakopmund gestuurd. Een klasgenoot van destijds omschrijft hem als slim, maar teruggetrokken. ‘Hij leek zich te vervelen.’

Eind jaren zeventig verhuist het gezin terug naar Amerika, waar Peter drie hobby’s ontwikkelt: schaken, het lezen van Tolkien en het spelen van Dungeons and Dragons.

Op school is hij de beste in schaken en in wiskunde. Peter is zo overtuigd van zijn intelligentie dat hij zijn medeleerlingen aanbiedt voor hen voor het bedrag van vijfhonderd dollar de sat-test te maken, een test die studenten in Amerika moeten doen om toegang te krijgen tot hogescholen en universiteiten. Chafkin herkent hierin een patroon: Peter Thiel gebruikt zijn intelligentie en zijn minachting voor normen voor zijn eigen profijt. De lezer kan zich niet aan de indruk onttrekken dat zijn minachting voor normen voortkomt uit zijn intelligentie.

Opmerkelijk is dat noch zijn jongere broer noch zijn ouders een rol spelen in de biografie of in het universum van Peter Thiel, door Chafkin consequent het ‘Thielverse’ genoemd. Dat kan betekenen dat hij zijn familie wil beschermen of dat ze voor hem onbelangrijk zijn. Thiel komt naar voren als iemand die de mens niet als een doel op zich ziet, maar als een middel. Het aardige aan Thiel is dat hij zichzelf ook als middel tot een doel lijkt te beschouwen.

Peter gaat naar Stanford University, waar hij anders dan de overige studenten niet rookt, niet drinkt, geen drugs gebruikt en ook geen seks heeft, wel slikt hij grote hoeveelheden vitaminepillen. Naast schaken begint ook politiek hem te interesseren, zijn behoefte om uit te blinken is onverminderd. Volgens een klasgenoot begint hij progressieven (liberals) te zien als mensen die onaardig tegen hem zijn. Hij ontwikkelt een nieuwe identiteit als conservatieve provocateur.

Thiel wordt beïnvloed door de Franse literatuurwetenschapper en historicus René Girard (1923-2015), die destijds lesgaf aan Stanford. Twee theorieën van Girard fascineren hem buitengewoon, om te beginnen die van de mimetische begeerte, zoals Girard die vooral beschreven heeft in zijn literaire studie uit 1961, Mensonge romantique et vérité romanesque (in het Nederlands vertaald als De romantische leugen en de romaneske waarheid). Aan de hand van de werken van Cervantes, Flaubert, Stendhal, Proust en Dostojevski legt Girard uit dat er geen authentieke begeerte bestaat; alle begeerte is opgewekt door een ‘bemiddelaar’ die ook kan optreden als rivaal. Jaloezie en nijd zijn geen pervertering van de begeerte, maar een voorwaarde. Girard schrijft: ‘Om te bereiken dat een ijdele een object begeert, is het voldoende hem ervan te overtuigen dat dat object al begeerd wordt door een derde, die een bepaald prestige heeft.’ De romans die dit mechanisme blootleggen onthullen de ‘romaneske waarheid’. Girard schrijft ook: ‘Tussen Don Quichot en het kleinburgerlijke slachtoffer van de reclame is de afstand niet zo groot als de romantiek het zou willen doen voorkomen.’

Apple kan ons doen geloven dat we briljante outsiders zijn en brengt zo ons hoofd op hol, zoals Don Quichot zich door het lezen van ridderromans het hoofd op hol heeft doen brengen. Thiel zou daaraan toevoegen dat de producten van Apple ook wel degelijk een vooruitgang op het gebied van design en gebruikersvriendelijkheid hebben betekend, vergeleken met de laptops, tablets en mobieltjes die verder op de markt waren.

De andere theorie van Girard die Thiel fascineert is die van de zondebok. Volgens Girard moet elke samenleving om stoom af te blazen, om zich te ontdoen van interne spanningen (die te maken hebben met de mimetische begeerte en de nijd die daar deel van uitmaakt) zo nu en dan zondebokken uitdrijven. Girard schrijft: ‘De slachtoffers zijn gekozen niet vanwege de misdaden die men hun toeschrijft, maar vanwege hun kenmerken als slachtoffers.’ Er zijn groepen, er zijn mensen – misschien zou je moeten zeggen, er is een bepaald mensentype – die zich bij uitstek lenen om slachtoffer te worden. Volgens Chafkin is het mogelijk dat Thiel zichzelf zag als slachtoffer. Mijn interpretatie is dat hij vooral vreesde een slachtoffer te worden en er alles aan wilde doen om aan dat lot te ontsnappen.

Eind jaren negentig publiceert Thiel het boek The Diversity Myth (in het Nederlands vertaald als De mythe van de diversiteit), waarin hij op veel heilige huisjes van de progressieve academicus ging staan. Eens te meer kunnen we concluderen dat woke en haar vijanden allang bestonden voor woke woke werd genoemd. Na een mislukt uitstapje in de advocatuur dreigt Thiel te verzanden in wat Chafkin irrelevantie noemt. Maar een bedrijf redt hem, of beter gezegd, hij redt zichzelf door middel van een bedrijf.

Samen met onder andere Max Levchin (die toen 23 was, in Oekraïne uit joodse ouders werd geboren en had gestudeerd aan University of Illinois) begint Thiel PayPal, een service die het mogelijk maakt online betalingen te verrichten. In die tijd, eind jaren negentig, moest je nog cheques sturen om betalingen te doen als je bijvoorbeeld iets had gekocht bij het online veilinghuis eBay. Elon Musk begon tegelijkertijd een soortgelijk bedrijf, dat X.com heette.

De ambities van het PayPal-team, dat later de PayPal-maffia werd genoemd, reikten verder dan het voor mensen makkelijk te maken online betalingen te kunnen uitvoeren. Ze wilden niet alleen een bank worden, wat ze tot op zekere hoogte ook zijn geworden, ze wilden feitelijk concurreren met de Federal Reserve en een eigen munt beginnen.

Om te groeien kregen klanten van PayPal aanvankelijk tien dollar van het bedrijf (later werd dat vijf dollar), ook werd nauwelijks gevraagd naar de identiteit van de rekeninghouder. PayPal groeide immens, maar werd tevens een hemelse vrijplaats voor grootschalige creditcardfraude en voor het doen van betalingen voor zaken die in de dagelijkse wereld half of helemaal verboden zijn, zoals online gokken en porno.

PayPal overleefde mede door zich te concentreren op een kleine groep klanten die intensief zakendeed op eBay en voor hun betalingen gebruik gingen maken van PayPal. Een verdienmodel had het bedrijf niet, maar Thiel en de PayPal-maffia schenen te beseffen dat als je je markt maar domineert (in dit geval het verrichten van online betalingen) het verdienmodel vanzelf volgt.

Op 14 februari 2002 werd PayPal voor het eerst op de beurs genoteerd, het aandeel steeg meteen van dertien naar twintig dollar. PayPal-werknemers dronken bier en rookten sigaren op het parkeerterrein van het bedrijf en Thiel, dat vond ik typisch, daagde zijn werknemers uit tot partijtjes simultaan schaken om de festiviteiten luister bij te zetten. Kort daarop forceerde Thiel eBay (eBay was afhankelijk van PayPal voor betalingen) het bedrijf voor anderhalf miljard dollar over te nemen. Thiel zelf verdiende vijftig miljoen dollar aan deze transactie.

Thiel begon een hedgefonds genaamd Clarium Capital en hij investeerde in Facebook. (Facebook heette aanvankelijk Face Mash en was vooral een site waarop vrouwelijke studenten van Harvard op hun uiterlijk konden worden beoordeeld.)

Mede onder invloed van 9/11 startte Thiel het bedrijf Palantir, dat gespecialiseerd is in het analyseren van data – en dan voornamelijk data die nuttig zijn voor het opsporen van terroristen en andere onwenselijk geachte medemensen. Hoewel er geruchten waren dat Palantir betrokken was bij het opsporen van Bin Laden, zijn dat vermoedelijk slechts geruchten. Chafkin laat in het midden hoe goed de producten zijn van Palantir, zeker is dat het bedrijf in 2020 een winst maakte van 1,1 miljard dollar.

In 2011 werd Thiel staatsburger van Nieuw-Zeeland, nadat hij zich daar twaalf dagen had opgehouden. Het Nieuw-Zeelandse paspoort moest hem enige zekerheid bieden in het geval van allerlei soorten rampen, niet in de laatste plaats de ramp dat een Amerikaanse president zich tegen Thiel en zijn niet geringe vermogen zou keren, dat tegenwoordig op 3,5 miljard dollar wordt geschat.

In 2014 publiceerde hij een zelfhulpboek voor venture capitalists en mensen die een start-up willen beginnen, getiteld Zero to One, gebaseerd op aantekeningen voor een cursus die hij gaf op Stanford University. Van het boek werden 1,25 miljoen exemplaren verkocht. Het moet gezegd, voor een zelfhulpboek is het niet slecht. In 2010 was Thiel al The Thiel Fellowship begonnen, een fonds dat honderdduizend dollar uitkeerde aan getalenteerde jongeren die een idee hadden voor een start-up. Voorwaarde om in aanmerking te komen voor een dergelijke uitkering was wel dat de jongere in kwestie zijn of haar universiteit of hogeschool onmiddellijk verliet. Thiels wantrouwen jegens het onderwijssysteem doet nauwelijks onder voor zijn wantrouwen jegens de progressieve elite.

Het is geen wonder dat recensenten van Chafkins boek vooral Thiel zelf recenseerden, dikwijls in niet mis te verstane bewoordingen. Virginia Heffernan noemde hem in The New York Times een ‘roofzuchtige solipsist’ en in London Review of Books vergeleek David Runciman hem met de acteur Joe Pesci die in een van de maffiafilms van Martin Scorsese een personage dat hem in de weg stond met een balpen een oog uitstak.

Of Thiels moraal wezenlijk anders is dan die van de andere overlevende ondernemers in Silicon Valley en elders ter wereld, waag ik te betwijfelen. Hooguit is hij eerlijker over zijn strategieën en overwegingen dan andere ondernemers.

Oordelen over Thiel komen me soms voor als rituele uitdrijvingen. Zijn wantrouwen in het volk en de democratie zijn dubbelzinnig en plaatsen hem misschien buiten een gevestigde orde, maar zijn onverschilligheid als het gaat om het verkrijgen van respect van mensen die hij overduidelijk minacht neemt me op een bepaalde manier voor hem in.

In 1984 erkent de hoofdpersoon Winston Smith wanneer hij tegen alle wetten van de partij in verliefd wordt op Julia, dat deze daad hem en Julia tot levende doden maakt. Thiel lijkt te denken dat mensen in meer of minder onvolmaakte democratieën ook al dood zijn. Het is volgens hem aan een kleine voorhoede om te ontkomen aan het dood-zijn van de massa. Dat is ongetwijfeld geen populaire opvatting. Girard meende dat het de valse profeten waren die verkondigen dat mensen elkaars goden zullen zijn en het zijn ‘de meest verblinde figuren’ bij Dostojevski die zich, schrijft Girard, optrekken aan de gedachte van ‘algehele broederschap’. Zij beseffen niet dat dergelijke broederschap niet het paradijs is, maar de hel.

De vraag waarin Thiel nu echt gelooft laat Chafkin noodgedwongen onbeantwoord.

Ik zou zeggen dat Thiel gelooft wat zijn leermeester Girard hem heeft onderwezen: dat mensen niet-authentieke verlangens hebben, bemiddeld door een derde, en dat er alleen al daarom altijd iets te verkopen valt. Zoals hij schrijft in Zero to One: ‘Kijk om je heen. Als je geen verkopers ziet ben jij de verkoper.’

Wat tussen ons en de dood staat is de transactie.