Interview: Ammar Abdulhamid contra het Baath-regime in Syrië

«Zij houden mijn nek vast en ik hun ballen»

De Syrische intellectueel Ammar Abdulhamid wil een dialoog tot stand brengen en een steentje bijdragen aan een «Arabische renaissance».
Het Baath-regime neemt hem dat niet in dank af. «Ik zeg wat ik wil over dit hopeloze en waardeloze regime.»

DAMASCUS – «De ontwikkelingen van de afgelopen tijd waren een forse klap in het gezicht van het Syrische regime, dat daardoor in internationale verlegenheid is gebracht», zegt de Syrische intellectueel Ammar Abdulhamid in zijn nieuwe kantoor in Damascus. «Ons bewind was niet aangepast aan de realiteit van de wereld, maar nu de pressie almaar groter wordt, ontstaat daar meer begrip voor. Via Libanon wordt er druk op Syrië uitgeoefend, dat heeft men inmiddels begrepen.»

Syrië (achttien miljoen inwoners) wordt al ruim dertig jaar door hetzelfde Baath-regime geregeerd. Bashar al Assad, de in Groot-Brittannië opgeleide president die vier jaar geleden de leiding van zijn vader overnam, heeft hervormingen toegezegd maar die belofte nooit ingelost. Abdulhamid denkt dat buitenlandse druk dit hervormingsproces nu wél zal versnellen.

Ammar Abdulhamid, zoon van een beroemde filmregisseur en een nog beroemdere Syrische actrice, werd in 1966 in Damascus geboren en groeide daar op in een artistiek milieu. Hij vertrok midden jaren tachtig naar de Verenigde Staten, waar hij astronomie en geschiedenis studeerde en kortstondig flirtte met de islam. Abdulhamid gaat nu als atheïst door het leven, maar rond zijn twintigste was hij naar eigen zeggen een «islamitisch fundamentalist». Hij stopte zelfs met zijn studie om tijdelijk als imam in Los Angeles te werken.

Hoewel Abdulhamid daarna in Europa of de Verenigde Staten had kunnen blijven werken, besloot hij in 1994 terug te gaan naar Syrië. In Damascus zette hij met steun van Pax Christi in Nederland het Tharwa Project op, een internet-«think tank» die zich bezighoudt met de minderheden in het Midden-Oosten, een gevoelig onderwerp in Syrië. Ook is hij de oprichter van uitgeverij Daremar, die zich toelegt op het vertalen en uitgeven van buitenlandse literatuur, waaronder Nederlandse. Abdulhamid wil zo een dialoog tot stand brengen en een steentje bijdragen aan een, zoals hij het zelf noemt, «Arabische renaissance». Abdulhamid schreef zelf ook een aantal boeken. Sommige zijn te controversieel om in eigen land te kunnen verschijnen. Vorig jaar was Abdulhamid even weg uit Syrië. Als tijdelijk staflid van het Brookings Instituut in Washington schreef hij stukken over het Syrische regime, waarvan één met een Israëliër. Die samenwerking werd door de auto riteiten niet geapprecieerd, bleek bij terugkeer in Damascus.

Ammar Abdulhamid: «Ik werd bijna twee dagen ondervraagd door de geheime dienst en kreeg een reisverbod opgelegd.» Dat is op zichzelf niet verwonderlijk. Syriërs die verdacht worden van oppositionele activiteiten krijgen vaak een reisverbod, worden gevolgd door de geheime diensten en weten dat hun telefoon en e-mail 24 uur per dag worden getapt.

Maar er verandert wat. Hoewel Syrië na de moord op de Libanese ex-premier Rafik Hariri van 14 februari in eerste instantie de «kop in het zand» stak, raken de ontwikkelingen in een stroomversnelling. De overgebleven veertienduizend Syrische manschappen die sinds 1976 in Libanon waren gestationeerd, zijn in een razend tempo teruggetrokken en Syrië heeft laten weten dat ook alle veiligheidsdiensten het land nu hebben verlaten.

Abdulhamid: «Toen president Bashar al Assad zich eindelijk realiseerde dat hij uit Libanon weg moest, vestigde hij zijn aandacht op de interne situatie. Het volgende front voor Syrië is de situatie in eigen land. Iedereen begrijpt dat de hervormingen die we nu gaan doormaken het re sultaat zijn van druk van buitenaf.»

Abdulhamid doelt onder meer op de economische sancties van de Amerikaanse regering, op de beschuldiging van president Bush dat Syrië terroristische groeperingen steunt en op resolutie 1559 van de Veiligheidsraad, die van Damascus eiste dat Syrië zich uit Libanon terugtrok en zich niet langer via Hezbollah mengde in de Libanese politiek.

In eigen land daagt Abdulhamid het regime intussen ook steeds meer uit. Hij kijkt hoe ver hij kan gaan, en dat brengt de nodige risico’s met zich mee. Hij zou niet het eerste Syrische oppositielid zijn dat in de gevangenis terechtkomt.

Abdulhamid: «Dat zou dom van ze zijn, want als ze me iets aandoen, zouden ze ontzettend veel aandacht op me vestigen, iets wat ze op dit moment waarschijnlijk liever niet willen. Ik heb miljoenen vrienden in het buitenland die me zouden helpen. Mocht er zoiets gebeuren, dan maken ze mij tot ster. Ik denk dat het regime ook zo redeneert en het daarom zo laat als het is. Zij houden mijn nek vast en ik hun ballen.» Toch maakt Abdulhamid zich wel zorgen over zijn vrouw en twee kinderen. Hij sluit daarom niet uit dat hij binnenkort tijdelijk naar Beiroet verhuist om even wat lucht te krijgen. Want voor het overige is hij niet erg onder de indruk van de, kleine, Syrische oppositie en voelt zich daarom vaak alleen staan. Abdulhamid: «De oppositie is het spiegelbeeld van het regime. Ze loopt als een hondje achter het bewind aan. De op positie heeft geen programma, geen visie en is slecht georganiseerd. De meeste mensen zijn als de dood. Maar als oppositielid moet je na tuurlijk juist een bedreiging vormen voor het regime, zo werkt dat nou eenmaal. Als je er niet uitbreekt, dan gebeurt er niets. Ik zeg wat ik wil over dit hopeloze en waardeloze regime.

Het is nu nog een interne strijd binnen het regime. In hoeverre zullen ze hervormingen toelaten? Met tegenzin wordt er nu een beetje hervormd. Maar dit bewind weet totaal niet hoe dat zou moeten. Het heeft er de capaciteiten en de juiste mensen niet voor. Ik ben daarom niet erg optimistisch. Het kan heel goed zijn dat het voor de zoveelste keer alleen maar een kwestie is van woorden en niet van daden. We horen dat hervormingsgepraat al jaren. Uiteindelijk is er hier bar weinig veranderd. Als ze op de klap gaan zitten wachten, en hun hakken in het zand zetten, dan zal die klap zeker komen. Als ze serieus zouden nadenken over hervormingen kan dat misschien vermeden worden.

De president is meer een zakenman dan een politicus. Deze mensen houden niet van politiek, het gaat ze puur en alleen om het geld. Nu hij waanzinnig in het nauw zit, probeert hij zijn problemen op te lossen door een of ander konijn uit zijn hoed te toveren. Hij vraagt allerlei mensen om ideeën en advies, omdat hij zo snel mogelijk uit deze situatie wil zien weg te komen. Tot dusver heb ik nog geen uitnodiging ontvangen. Ik ga binnenkort weer een artikel schrijven in de Daily Star (een Engels talige krant die met de ‹International Herald Tribune› dagelijks in Libanon verschijnt – dm), want ik heb uit betrouwbare bron begrepen dat de president die artikelen leest. Dat lijkt me de beste manier om hem te bereiken.»

Maar de meest effectieve invloed zal toch van buiten moeten komen: «Het onvermogen van het bewind om te hervormen nodigt de internationale gemeenschap uit om dat zelf dan maar te gaan doen. De wereld gaat niet op ons zitten wachten. Als het bewind niet harder zijn best gaat doen, ruilen de VS dit regime zo in voor een ander. Intern mag het zich veilig wanen, extern blijft de druk almaar groeien.»

Veel Syriërs waren weliswaar geschokt en teleurgesteld over de fel anti-Syrische demonstraties in Libanon, maar, zo zegt Abdulhamid: «Anderzijds waren de mensen ook zeer onder de indruk van de manier waarop de Libanezen demonstreerden. Hoewel de buren jarenlang vooral als frivool werden gezien, bleken ze de meest dappere Arabieren. De de monstranten hebben een politiek systeem op z’n kop gezet. Libanon heeft ervoor ge zorgd dat wij onze normen en waarden op nieuw overdenken.»

In juni zullen wellicht de eerste effecten zichtbaar worden: op een partijconferentie van de Baath. Abdulhamid: «Ik heb het altijd gezegd: in 2005 gaat er een heleboel veranderen.»