Zij is een hij

Medium spiegeljongen

Floortje Zwigtman (1974) durft: tegen de tijdgeest in kiest ze voor het schrijven van complexe historische verhalen die tijd en ruimte nodig hebben. Haar lijvige (jeugd)romans zijn spannend, vol intriges, verloren liefdes en gewonnen vijanden en lijken aldus in niets op de gangbare egodocumenten waarin literaire ervaringsdeskundigen hun depressieve leed breed uitmeten. Reikhalzend werd uitgekeken naar Spiegeljongen, het slotdeel van haar neo-Victoriaanse trilogie Een groene bloem dat nu eindelijk klaarligt om als een negentiende-eeuwse feuilletonroman van Dickens verslonden te worden. Want wie is niet nieuwsgierig naar de existentiële eindstrijd van de homoseksuele Oost-Londense volksjongen Adrian Mayfield - zoon van een drankzuchtige kroegbaas - die wanhopig op zoek is naar liefde, geluk en geld in de broeierige Victoriaanse demi-monde van Oscar Wilde, verstrikt raakt in list, bedrog en afpersingspraktijken en wordt beschuldig van hoererij? Deze demonische jongeling verraste de wereld der letteren compleet toen hij in het alom geprezen Schijnbewegingen (2005) boven op de ‘Olympus van Londens literaire godenpantheon’ luidruchtig van zich liet horen; en daarna opnieuw in Tegenspel, waarin Zwigtman de onheilspellende plot en Victoriaanse thematiek - het schijnleven dat noodzakelijkerwijze wordt geleid vanwege het taboe op seksualiteit - aan de hand van het grote 'homoschandaal’ van Wilde (1895) krachtig verder uitwerkte.
Zwigtman heeft zo'n vlotte vertelstem, is zo meedogenloos en schrijft zo zinnenprikkelend beeldend met gevoel voor historische details over kunst, cultuur en wetenschap dat je moeiteloos terugkeert naar het bandeloze Londen van het fin de siècle, waarin geweld, diefstal, dronkenschap, seks en geslachtsziekten aan de orde van de dag waren. Daar volgt een verontrustend weerzien met Adrian. Op zichzelf teruggeworpen zint hij op allesvernietigende wraak nadat hij op straat is gezet door de rijke kunstschilder Vincent Farley, zijn voormalige beschermheer, minnaar én grote liefde, die - aangezet door Wilde’s veroordeling tot twee jaar dwangarbeid wegens sodomie - lafhartig maar fatsoenlijk lijkt te kiezen voor het huwelijkse burgerleven.
Spin in Zwigtmans buitengewoon ingenieuze web van feit en fictie en identiteit, schijn en wezen is Lady Kinderly, 'een pantomime dame uit een nachtmerrie’. Zij is een hij en vice versa: een aan tuberculose lijdende travestiet die ontheemde kinderen verhandelt aan welgestelde wellustige mannen in Parijs. Met haar verschillende gezichten verbeeldt 'de Lady’ op grandioze wijze de dubbele moraal van Victoriaans Engeland: een paradoxale wereld waarin waan, verval en armoede samengaan met optimisme en geloof in wetenschap en vooruitgang. Zwigtman vangt die schijnbaar onoverbrugbare Victoriaanse tegenstellingen in veel mooie beelden. Soms zijn die heel tastbaar: zoals een tunnel die is gebouwd 'in opdracht van mannen die enkel geloofden in staal en stoom en vooruitgang, maar in zijn korte bestaan al genoeg zwerverseenzaamheid en bedelaarsongeluk had verzameld om zijn eigen spoken te hebben’. Soms verwijzen ze naar dromen, visioenen, gruwelverhalen (Edgar Allan Poe) en sprookjes. Veelzeggend is bijvoorbeeld Adrians gedachte over de spiegel uit Andersens sprookje De sneeuwkoningin, waarin alles wat mooi is lelijk wordt, zodat de waarheid in een ijzige leugen verandert.
Meest lovenswaardig echter is de wijze waarop Zwigtman Adrian verbeeldt, balancerend op de grens van zin en waanzin, en hem zeshonderd bladzijden lang overtuigend portretteert als een gevangene van zichzelf en van zijn tijd, klem 'tussen de duivel en de diepe zee’. Wanneer hij in Parijs, beneveld door absint, meegaat met 'Le miroitier’ - een jongenshoer met een kamer die Zwigtman slim en vakkundig vol spiegels heeft gehangen - ziet Adrian zichzelf en de jongen zo vaak weerspiegeld dat hij vergeet wie ze in werkelijkheid zijn: in zijn verbeelding 'valt’ hij samen met Vincent in de afgrond, zich vastklampend aan de illusie van liefde. Uitermate verontrustend is vervolgens Adrians duizelingwekkende langdurige wraakexercitie die uitmondt in een grimmige theatrale finale op een gemaskerd bal van Vincent. Zal het tot een ontsnappingsroute leiden?
Zwigtmans mooiste vondst is de literaire sleutel die zij Adrian geeft zodat hij zichzelf kan ontmaskeren. Zij laat hem strijden, springen en 'te pletter vallen’. Ze laat hem de angst en het verdriet die na de waanzin volgen in 'een loden doodskist’ onder zijn hart begraven. En daarna laat ze hem zoeken. Zoeken naar het noodlot dat misschien wel hetzelfde is als het toeval, de voorzienigheid of God, of misschien wel niet bestaat: ze geeft hem Towards Democracy van Edward Carpenter (1844-1924), een socialist, dichter, filosoof en pleitbezorger van seksuele vrijheid en een leven dicht bij de natuur. Na lezing besluit Adrian het noodlot niet af te wachten, maar, in weerwil van wat Engelands maatschappij hem voorspiegelt, zijn eigen (liefdes)weg te volgen. Hoe moeilijk dat is en dat kiezen ook verliezen betekent blijkt uit de pijnlijke epiloog, waarin een oude Vincent terugblikt op zijn leven en dat van Adrian.
Zwigtman is in Spiegeljongen op haar best: groot in haar kijk op de menselijke psyche, groot in het vertellen van verhalen. Eindelijk is hier een (jeugd)auteur die durft.

Floortje Zwigtman
Spiegeljongen
Deel drie van Een groene bloem
De Fontein, 621 blz., € 19,95