Zijn ei

Va te faire cuire un oeuf, man! Va te faire cuire un oeuf, man! Va te faire cuire un oeuf, man! Tu peut rentrer chez toi!

Dat was Boris Vian. Waarbij je je een rockend ritme voor moet stellen.
Overgaand in looppas, die ten slotte het recept voor oeufs en meurette zal opleveren. Het zijn niet eieren gepocheerd in een saus van rode wijn. Maar wel gepocheerde eieren in een saus van rode wijn. Niet helemaal strokend met het vaderlandse gevoel van iets dat er echt lekker uitziet. Desondanks was het in Quincy en Beaujolais niet veel later dan kwart over elf ’s morgens toen de kok een arm hief, als was het om een adagio de nek om te draaien, en ik drie seconden later zijn ei in zijn saus zag zwemmen. Wij glimlachten er beiden bij.
Breng een liter jonge wijn aan de kook. Met een takje thijm en een laurierblad erin. Breek één voor één de schaal van zes nog jongere eieren. Zo dicht mogelijk bij het borrelend oppervlak van de wijn. De pan aan de rand van het vuur plaatsen en de eieren drie minuten laten pocheren. Met behulp van een écumoire (schuimspaan) de eieren eruit vissen en onmiddellijk laten afkoelen in koud water. Sommigen knippen de rafelige randjes eraf. Anderen weer voorspellen aan de hand daarvan de toekomst. Bewaar de gepocheerde eieren in lauw zout water.
De wijn snel inkoken. Ondertussen 150 gram mager spek in blokjes snijden, even blancheren in kokend water en snel bakken in flink veel boter. Honderd gram in vieren gesneden champignons erbij. In een andere pan eveneens in boter 150 gram zilveruien bakken en in weer een andere pan drie boterhammen zonder korst. In elk bord een diagonaal doormidden gesneden boterham. Gepocheerd ei erop. Uitjes, spek en paddestoelen bij de ingekookte, met bloem licht gebonden, rode wijn voegen en de zeer hete saus over de eieren gieten.
Rabelais schijnt rode wijn nog eens als ‘septemberpuree’ te hebben betiteld.