Zijn ghanezen wel geboren?

DE GHANEES Kwame Attah (niet zijn echte naam) heeft net met een tien centimeter dik dossier bij de hand uitgelegd hoe hij jaren heeft gevochten om zijn vrouw naar Nederland te krijgen. Hij verzucht: ‘Als Buitenlandse Zaken zo met ons om blijft gaan, komt er een uitbarsting. Is het niet in de Ghanese gemeenschap, dan wel in de Nigeriaanse of de Pakistaanse. Het is mensonterend.’

In september 1997 won hij zijn laatste rechtszaak, eind 1997 kwam zijn vrouw naar Nederland - en nu accepteren ze haar geboortecertificaat niet. Dat moet terug naar Ghana om ‘inhoudelijk geverifieerd’ te worden. Onderzoekers in dienst van de Nederlandse ambassade in Accra moeten controleren of zijn vrouw inderdaad geboren is in die plaats, in dat ziekenhuis, op die datum.
Jarenlang hebben Nederlandse ambassades bij het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de bel getrokken: Nederland accepteert documenten die niet in orde zijn. De Nederlandse burgerlijke administratie raakt daardoor sterk vervuild. Sinds 1992 worden buitenlandse documenten gelegaliseerd: controle op echtheid en de bevoegdheid van de afgevende instanties. Voor een aantal 'probleemlanden’ bleek dat niet voldoende. Sinds april 1996 worden documenten uit Ghana, Nigeria, Pakistan, India en de Dominicaanse Republiek ook op inhoud gecontroleerd. In totaal is, volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken, veertig tot negentig procent van de documenten uit deze landen vals.
Exacte cijfers kan Buitenlandse Zaken echter niet geven. De Immigratie- en Naturalisatiedienst zou meer weten, maar die verwijst naar de regionale vreemdelingendiensten. De vreemdelingenpolitie Amsterdam heeft ook geen cijfers voorhanden.
Buitenlandse Zaken kan wel voorbeelden geven van onoorbare praktijken. Ghanezen, bijvoorbeeld, trouwen eerst met een Nederlander; na drie jaar hebben ze recht op een zelfstandige verblijfsvergunning en scheiden ze. Vervolgens blijkt dan dat ze in Ghana nog getrouwd zijn, vrouw en kinderen worden hier naartoe gehaald. En soms scheiden ze na drie jaar wéér om een andere Ghanees aan een verblijfsstatus te helpen. Vandaar dat Nederlandse ambassades ook de verklaringen-van-niet-getrouwd-zijn op hun inhoud laten controleren.
DE GHANEES Tony Badu wil trouwen met Gifty (niet haar echte naam). Al sinds 1994, toen hun eerste kind werd geboren. Tony heeft de Nederlandse nationaliteit, Gifty is illegaal. Hun geboortecertificaten zijn inmiddels goedgekeurd, maar trouwen mogen ze niet. Gifty, zeggen de onderzoekers van de Nederlandse ambassade in Accra, is al getrouwd. Gifty is wanhopig. Haar moeder heeft in een Ghanese rechtbank onder ede verklaard dat Gifty niet getrouwd is en nu accepteren ze die verklaring niet! 'Hoe moet ik aantonen dat ik niet getrouwd ben?’
'De Nederlandse overheid’, zegt Rijk van Dijk, onderzoeker bij het Afrikastudiecentrum in Leiden, 'doet onderzoek binnen lokale verhoudingen en vindt dat ze uitspraken kan doen over de geldigheid van huwelijken en relaties. Maar in Ghana zijn er talrijke tradities omtrent het huwelijk en die veranderen ook nog eens voortdurend. Om te kunnen constateren of iets een huwelijk is, moet je praten met de betrokken familiehoofden en niet met een neef of een nicht of iemand anders. In Ghana hebben mensen vaak een kortstondige relatie waar soms ook een kind uit voortkomt door het gebrek aan anticonceptie. Dat is nog geen huwelijk, maar er zijn ongetwijfeld mensen die dat wel als huwelijk zullen bestempelen omdat ze daar belang bij hebben.’
Michiel Tjebbes heeft namens de Nederlandse Orde van Advocaten eind februari een brief van zestien pagina’s met klachten over het verificatiebeleid naar Buitenlandse Zaken gestuurd. Volgens de Orde ontbeert het beleid een gedegen wettelijke basis, munt het uit in 'vaagheid en ondoorzichtigheid’ en is er sprake van een 'nauwelijks te beteugelen wildgroei van eisen en voorwaarden’. Het ministerie heeft nog niet geantwoord.
Tjebbes noemt het discriminatie: 'Amerikanen, Argentijnen of Colombianen die in Nederland willen trouwen, kunnen gewoon bij hun consulaat een verklaring van niet-getrouwd-zijn krijgen. Nigerianen en Ghanezen zijn verplicht die verklaring in hun moederland op te halen, en die moet dan ook nog eens gecheckt worden. Alsof een Ghanees altijd een leugenaar is en een Amerikaan nooit.’
OM DOCUMENTEN te kunnen laten verifiëren moeten mensen als Gifty de Nederlandse ambassade in de desbetreffende landen driehonderd gulden per document betalen en een waslijst aan gegevens verstrekken. Waar ben je geboren, wie zijn je ouders, waar ben je naar school geweest, welke kerk heb je bezocht, wie waren je werkgevers, wie zijn je broers en zusters, je neven en nichten, wanneer zijn die geboren en zo verder. De ambassade in Nigeria wil zelfs foto’s zien uit alle periodes van je leven, ook uit je babytijd.
'Wat is het belang van babyfoto’s bij het bepalen van iemands identiteit?’ vraagt jurist A. van der Weij van advocatenkantoor A.G. Law zich af. Volgens Buitenlandse Zaken is het in Nigeria een gewoonte een familieboek bij te houden, waarin babyfoto’s worden geplakt en geboortedata genoteerd. Als een dergelijk boek bestaat, doen mensen er verstandig aan dat aan de onderzoekers van de ambassade te laten zien. Maar verplicht is het niet, benadrukt Buitenlandse Zaken. Volgens advocaat Tjebbes en Peter Severiens - hij is getrouwd met een Nigeriaanse, maar zij mag niet naar Nederland komen omdat haar geboortecertificaat 'onbevoegd is afgegeven’ - draait de ambassade het om: je móet foto’s laten zien, je móet documenten tonen, anders wordt je geboortebewijs niet goedgekeurd.
Met dit soort gegevens gaan de onderzoekers van de ambassades (doorgaans lokale advocaten) aan de slag: ze trekken de dorpen in, ondervragen mensen, bekijken de registers van ziekenhuizen, scholen en kerken, vergelijken namen, data, stempels en foto’s. 'En dat terwijl geheimhouding in onze cultuur zo belangrijk is’, zegt Sam Owusu, bestuurslid van de Ghanese organisatie Sikaman. 'Als iemand veel van je weet en hij wil kwaad, dan kan hij hekserij of voodoo toepassen. Wij vertrouwen alleen onze moeder, alleen zij mag alles van ons weten.’
De onderzoekers maken een verslag en op basis daarvan neemt de Nederlandse ambassade een besluit. Volgens Sam Owusu werd in 1996 en in de eerste helft van 1997 ongeveer alles uit Ghana vals verklaard. De laatste tijd gaat het iets beter, al wordt nog steeds meer dan de helft van de Ghanese documenten in eerste instantie afgekeurd. Van de Nigeriaanse documenten wordt maar liefst negentig procent afgekeurd. Tjebbes: 'Er zijn drie conclusies mogelijk: óf in Nigeria en Ghana wonen voornamelijk vervalsers en bedriegers; óf de onderzoeksmethoden deugen niet; óf deugdelijke documenten met betrouwbare gegevens bestaan vrijwel niet. Eén ding weet ik zeker: de betrokken Ghanezen en Nigerianen hebben er bijna nooit belang bij hun geboortegegevens te verdraaien.’
DE GHANESE organisatie Sikaman is met het ministerie van Buitenlandse Zaken gaan praten en Sam Owusu is bij de Nederlandse ambassade in Accra op bezoek geweest. Hij heeft uitgelegd hoe moeilijk het voor Ghanezen kan zijn om hun exacte geboortedatum te achterhalen. Pas de jaren tachtig is geboorteregistratie in Ghana verplicht (datzelfde geldt voor Nigeria). Vroeger was het gebruikelijk dat de datum van een geboorte in de muur werd gekrast, als er tenminste iemand in de buurt was die kon schrijven. Sam Owusu heeft zo goed en zo kwaad als dat ging die tekens op de muur in zijn geheugen opgeslagen. Aan de hand van zijn naam, de verhalen van zijn familie en de datum is hij als student in de archieven gaan snuffelen: wanneer ben ik nu precies geboren? Die datum heeft hij laten registeren bij de Registrar of Birth and Death. Het is goed mogelijk dat dat een andere is dan zijn school indertijd heeft genoteerd.
Sikaman heeft het ministerie ook uitgelegd dat Ghanezen in principe vier of vijf namen hebben die in wisselende combinaties gebruikt worden; dat Ghanezen in hun geboorteplaats vaak onder een andere naam bekend staan dan in de plaats waar ze naar school gaan en dat ze in de loop van hun leven een andere achternaam kunnen aannemen, bijvoorbeeld die van een weldoener. Owusu: 'Als u in mijn geboorteplaats op zoek gaat naar Owusu, zal iedereen zeggen: die kennen we niet, die heeft hier nooit gewoond. Logisch, daar noemde iedereen me Attah. Maar de ambassade schrijft op: geboortebewijs vals, geboorteplaats klopt niet.’
Tegen de afwijzing van een document kan bezwaar gemaakt worden. Elke donderdagmiddag houdt het ministerie van Buitenlandse Zaken hoorzittingen daarover. Als dat niets oplevert, kan er een rechtszaak aangespannen worden. 'Maar als advocaat weet je niet hoe je je cliënt moet verdedigen’, zegt Van der Weij. 'Je weet niet waarom een document is afgewezen. Buitenlandse Zaken houdt het verslag van de onderzoekers geheim.’
'Als rechtshulpverlener sta je machteloos’, zegt ook M. de Miranda, advocaat in Amsterdam-Zuidoost. 'En je cliënten weten niet hoe ze aan documenten kunnen komen die wél kloppen.’ Tjebbes van Everaert Advocaten: 'Er is geen wettelijke basis voor deze gang van zaken. Alles gebeurt in het geniep en met grote willekeur. Soms krijgen we bij toeval een onderzoeksrapport in handen, en als je dan ziet hoe knullig dat onderzoek is uitgevoerd, schrikbarend. Het voldoet in de verste verte niet aan de eisen die het Nederlands bewijsrecht stelt.’
Volgens Buitenlandse Zaken dient de geheimhouding de bescherming van de onderzoekers en hun informanten. Onderzoekers zouden anders worden bedreigd. En als het verificatieonderzoek openbaar wordt, zouden Nigerianen en Ghanezen hun vervalsingen meteen aanpassen. 'Als iedereen in Ghana en Nigeria corrupt is - dat suggereert Buitenlandse Zaken eigenlijk - waarom zijn de onderzoekers die het ministerie inschakelt dan niet corrupt?’ vraagt De Miranda zich af. Van der Weij: 'Sommige cliënten vertellen dat hun familieleden zijn benaderd door embassy boys, aan wie ze steekpenningen moesten betalen, anders zouden de documenten worden afgekeurd.’ Buitenlandse Zaken doet die berichten af als flauwekul. Pas als concrete gegevens op tafel gelegd worden, namen en adressen, kunnen klachten onderzocht worden.
IN SEPTEMBER 1997 reist Peter Severiens met zijn (toen in Nederland illegaal verblijvende) Nigeriaanse vriendin Janet naar Lagos om daar haar papieren in orde te maken en te trouwen. Hun advocaat heeft Janet gegarandeerd dat ze als getrouwde vrouw terug kan komen. In Nigeria verzamelen ze de benodigde documenten; Janet levert die af bij de Nederlandse ambassade; Severiens gaat terug naar Nederland. Twee maanden later ontvangt hij een briefje van de ambassade: 'De geboorteakte kan niet gelegaliseerd worden, omdat bij verificatie is gebleken dat deze onbevoegd is afgegeven en derhalve vals.’ Geen nadere toelichting, niets. Janet krijgt geen inreisvisum voor Nederland.
Dunni Anyenla probeert in september 1997 in Nigeria geboortecertificaten op te vragen van zichzelf en haar dochter. Zij wil de Nederlandse nationaliteit aannemen en haar dochter naar Nederland laten komen. Ze brengt de documenten bij de ambassade en betaalt daarvoor 24.120 naira, ongeveer zeshonderd gulden. Eind 1997 schrijft haar oudere zus dat er vier mensen van de ambassade bij hun moeder waren langsgeweest: 'De mannen hadden gezegd dat jij je geboortecertificaat had nagemaakt en ook de roze ziekenhuiskaart. Ze zullen je meteen naar Nigeria afvoeren. (…) Om 11.00 zijn we met zijn allen de eerste onderzoeker, een Ibo-man, gaan zoeken in Shomolu. Gelukkig vonden we hem. Hij legde alles uit. (…) De mannen waren toponderzoekers van het Investigation Department. We moeten hen 40.000 naira (1052 gulden, mo) geven opdat ze de documenten niet zullen afkeuren en jij niet afgevoerd hoeft te worden naar Nigeria. Kun je het geld zo snel mogelijk sturen?’