Zijn leven verrijkt

Hoe het is voor een Indiase man om in Amerika te integreren? Amitava Kumar beschrijft het in ‘Immigrant, Montana’ aan de hand van zijn (geestelijke) geliefden die iets hebben toegevoegd aan zijn levensverhaal.

Amitava Kumar – een liefdesverhaal: liefde voor een verlaten vaderland, voor een nieuw thuisland, en voor de ander © Faber & Faber

De Indiaas-Amerikaanse schrijver Amitava Kumar, aan het begin van de jaren zestig geboren in Patna, Bihar, een deelstaat in het noordoosten van India, kwam eind jaren tachtig met een beurs naar de Verenigde Staten. Hij bleef: tegenwoordig is hij in upstate New York professor aan Vassar College. Kumars tweede roman Immigrant, Montana is een autobiografische vertelling. Hoofdpersoon is Kailash, een Indiër uit Bihar, die begin jaren negentig naar New York komt met, jawel, een fellowship, en daar blijft ‘hangen’.

Immigrant, Montana beschrijft hoe het is voor een Indiase man om in Amerika te ‘integreren’. Oftewel, hoe het is om als volwassen man mensen op de radio openlijk over masturbatie te horen praten; hoe het is om voor het eerst te schaatsen; en hoe de academische wereld je denken (ver)vormt – waar anders kan kennisgebrek over Wittgenstein verbeelde incompetentie als geliefde tot gevolg hebben, of identiteitsgrapjes over Italiaanse cultfilms romantische gevoelens overstemmen? Maar ook: hoe is het om als Indiase man met een stereotiepe witte Amerikaanse vrouw over straat te lopen?

Kumar schrijft het allemaal heel natuurlijk op: geen verheerlijking van het exotisme van zijn verteller, gewoon een beschrijving van de verbazing of de verwondering of de droefheid van ‘zijn’ immigrant. De schrijver maakt zijn hoofdpersoon niet klein, zelfs niet als die bescheiden uit de hoek komt of – vrij eloquent – zijn eigen tekortkomingen beschrijft: ‘I lacked calm self-knowledge. If a woman spoke to me, particularly if she was attractive, I grew exicited and talked too much.’ Of: ‘I must sound bitter. I have good reason.’ Kailash kent zichzelf, net zoals hij zijn eigen wereld kent, de plek waar hij vandaan komt, en waar hij met liefde over praat. En als je als lezer vervolgens wilt weten wat diwali is, of sahiba betekent, of agarbatti en dupatta, google je het maar.

Immigrant, Montana valt onder de ‘autofictie’ en doet denken aan Teju Cole en Ben Lerner. Het boek is een vrij rechttoe, rechtaan verteld en toch veelkantig verhaal: deels memoires, deels fictie, deels geschiedkundige essays, en bevat velerlei voetnoten, krantenknipsels en foto’s. De grondthema’s vormen Kailash’ verplaatsing van India naar de Verenigde Staten, de ontwikkeling van zijn schrijverschap daar, én zijn liefdesaffaires. In de kern is Immigrant, Montana een liefdesverhaal: liefde voor een verlaten vaderland, voor een nieuw thuisland, en voor de ander.

Zijn eerste grote liefde leert Kailash dat ontwortelden een huis kunnen vinden bij elkaar

In eerste instantie draait het vooral om lijfelijke liefde, onstuimige aantrekking. Als enkele jongemannen – bijna allemaal maagd – vlak voor Kailash’ vertrek in hun studentenkamers in Delhi over vrouwen praten, objectiveren ze hen met lachwekkende stelligheid. Het blijft bij flauwe grapjes over wie met wiens moeder naar bed is geweest. Luttele maanden later, in New York, als Kailash voor het eerst met een vrouw heeft geslapen (haar naam is Jennifer, ze is Amerikaanse en de twee werken in dezelfde boekwinkel), is hij de twijfel en gevoeligheid zelve: is dit aantrekking? Verliefdheid? Liefde? Nee? Wat dan? Het is ‘a lot of love’ wat Kailash voor Jennifer voelt. Door haar leert hij hoe belangrijk gastvrijheid voor de kwetsbare immigrant is, maar ook: wat voor egoïstische wezens mensen kunnen zijn, zelfs zachte, zoekende, onzekere mannelijke studenten als hijzelf. En dat niet zozeer trauma’s als wel de verwerking daarvan een leven in de knop kan maken of breken.

Zo komen we bij de opbouw van het boek, zeven delen en een epiloog, vooral vernoemd naar vrouwen, medepromovendi en schrijvers. Kailash bedrijft zo op twee niveaus narratieve integratie: mensen die hun leven verweefden met het zijne, kortstondig en langdurig, vormen de ruggengraat van zijn verhaal en geven het betekenis door hun levensinstelling of wereldbeeld. Als gevolg daarvan zijn velen nog bij hem. Heel af en toe heeft dit een valse noot tot gevolg: een enkele vrouw valt alleen op omdat op haar bovenlip de zweem van een snor staat. Vaker zijn de ‘politieke incorrecte’ grappen geslaagd, en de ontmoetingen met hen ontroerend. Als Kailash’ volgende geliefde, Nina, hem voor het eerst verlaat gaat hij op zijn bed op een van haar jurken liggen: ‘Her perfume lingered in the fabric. There is no love more real than the kind experienced after a breakup.’

Veel hoofdstukken bevatten licht gefictionaliseerde bespiegelingen op historische figuren en gebeurtenissen. Kailash’ professor Ehsaan Ali, betrokken bij de anti-oorlogsactivisten Harrisburg Seven, is bijvoorbeeld gebaseerd op Eqbal Ahmad, de bekende Palestijnse schrijver, politicoloog en vredesactivist. De jonge student slurpt als student-assistent de woorden van zijn docent op en schrijft zijn proefschrift op zijn aanraden over Agnes Smedley. Kailash reist daarvoor naar China, het geboorteland van Cai Yuan, zijn laatste – en eerste echt grote – liefde, aan de universiteit. Ook van Cai Yuan leert Kailash weer iets. Bijvoorbeeld: dat ontwortelden een huis kunnen vinden bij elkaar, maar dat – zolang je je post elders laat bezorgen – dat huis niet als je woonhuis wordt gezien.

Verrijkt: het is een woord dat Coetzee gebruikt in zijn roman In ongenade als hoofdpersoon David Lurie over zijn voormalige geliefden denkt. Voor Kumars hoofdpersoon geldt hetzelfde: Kailash’ (geestelijke) geliefden, veelal academici als hijzelf, maar ook enkele schrijvers, en bijna allemaal met een internationale achtergrond, hebben lichamelijk en geestelijk zijn leven verrijkt. Elke liefdesgeschiedenis uit Kailash’ leven, ook de mislukte – júist door de mislukking, een confrontatie vaak, met zíjn tekortkomingen – heeft iets toegevoegd aan zijn levensverhaal. Zo komt door het persoonlijke de grotere wereld bij Kailash binnen, de ‘cultural encounters’ van het boek – en zo verdiept Kailash zijn begrip van de wereld. Het provinciaalse seksisme van de studenten op hun kamers in Delhi is dan lang, lang geleden voor Kailash. Wat je kent, kun je niet plat maken zonder dat je weet dat je het geweld aandoet. De ‘Amerikaan’, de ‘Duitser’, de ‘Chinees’: uit de stereotypes doemen mensen op. Zoals Kailash met het vertellen van zijn verhaal ook zichzelf maakt.

Niet alles in Kumars roman is even geslaagd: van de cursief gedrukte confessies van de verteller is niet altijd even duidelijk wat ze toevoegen, behalve wat talig vuurwerk. Hetzelfde geldt voor de terugkerende bespiegelingen op apen als spiegel voor de mens. Maar dit zijn kleine tegenwerpingen: Immigrant, Montana is een overtuigend en komisch boek over migratie en thuiskomen, onderwijs en politiek, en liefde en seks. Of, zoals een van Kumars karakters zegt: ‘You want what is good in your life also to be enjoyed by others.’