Eine Kirche (2)

Zijn wij een leugen?

HOLLAND FESTIVAL

Christoph Schlingensief is een type kunstenaar dat we hier niet kennen. Een actionist, een situationist, een brullende Fluxuskit. Binnen en buiten het theater, dat is volgens hem allemaal hetzelfde. Dus maakte hij zijn eerste Hamlet in Zürich met uitgetreden neonazi’s, compleet met straatacties voor een verbod van de Schweizerischen Volks Partei en een oproep om samen met zijn ensemble de vereniging REIN op te richten, voor meer ‘aussteigewillige neonazi’s’. In Berlijn stichtte hij met zwervers, alcoholisten, daklozen, gehandicapten en circusartiesten de politieke beweging Chance 2000, niet alleen om mee te doen aan de Duitse verkiezingen, maar ook om met deze gelegenheidskongsi het Kurort waar de voormalige bondskanselier Helmut Kohl jaarlijks kwam ‘abspecken’ op een beschaafde wijze te bestormen en onder water te laten lopen. Onder de leuze: het theater in de politiek, en de politiek weer in het theater. Hetzelfde motto dat hij in Wenen hanteerde bij het project Schlacht um Europa: Ausländer raus waar hij immigranten door middel van de Big Brother-formule liet wegstemmen, om ze vervolgens symbolisch met fanfare en al richting de landsgrenzen te begeleiden, een letterlijke uitvoering van het programma van de rechtse FPÖ.
Toen Lars von Trier op het laatste moment afzegde werd Schlingensief in 2004 gevraagd in Bayreuth Wagners Parsifal te ensceneren, resulterend in een scandaleuze Neuinterpretation die, dankzij of ondanks zichzelf, op de Groene Heuvel drie seizoenen repertoire hield. In een dagboek dat hij tijdens een ziekenhuisopname in 2008 (waarbij een besmette long werd weggesneden) bijhield, staat de ‘theorie’ dat hij zijn kanker daar heeft opgelopen: een overdosis boosheid. En daarover maakte hij onlangs aan het Weense Burgtheater een voorstelling, Mea Culpa. Hij is onverzadigbaar. De ‘sanfte Anarchist’ Christoph Schlingensief zou ook hier te lande met het Wilders-dictum ‘kunstmaffia met designbril’ wel raad weten.
Het Fluxuscircus Schlingensief streek het afgelopen lange weekend voor vijf voorstellingen van Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir neer op het Holland Festival. Veel Hollandse figuratie, de toneelspeelster Angela Winkler was tijdelijk vervangen door de Fassbinder-actrice Irm Hermann, verder had de happening sinds de Ruhrtriënnale 2008 en het Berliner Theatertreffen 2009 niets aan heftigheid, gretigheid en dansante Lust zum Spielen op de rand van een kitschvulkaan ingeboet. Het eerste deel (diagnose, ziekenhuis, operatie, visioen van de schijndode) leek verstilder. Het centrale deel, de hoogmis voor de ‘zukünftig verstorbene’, was uitbundiger en hilarisch. Het slotdeel, de reflectie, de bespiegeling, raakt ook bij een derde keer kijken en luisteren recht in het hart, is iedere narcistische pose ver gepasseerd: het eigen, diep persoonlijk lijden in helikopterperspectief. ‘Zijn wij misschien een leugen? Een toekomstig feit dat zich nog niet voltrokken heeft? Zijn wij een onbegrijpelijk, op een regenachtige namiddag op een beslagen vensterruit geschreven teken? Een vergeten herinnering aan een voorval dat allang voorbij is?’
Christoph Schlingensief (49) heeft minstens de helft van zijn ziel leeggeschreeuwd tegen de huichel van de grootburgerij en maakte zo in zijn cellen ruim plaats voor een vet carcinoom dat zich nestelde in dat deel van het lijf waar het schreeuwen begint, de longen. De ene is weggehaald, de andere ademt wijzer, milder, ongetemder maar ingetogen verder. Schlingensiefs woedeschreeuw is een angstkreet geworden. Het is huiveringwekkend én troostrijk tegelijk om daarvan deel uit te maken.

Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir was te zien op het Holland Festival