Televisie

Zilveren Krulstaart

Televisie: Liraprijs 2005

Fluitje van een cent om van een goed scenario een waardeloze film te maken, maar mooi tv-drama of een speelfilm maken zonder goed scenario, dat is uitgesloten. Maria Goos krijgt de aandacht die een groot scenarist verdient, maar andere namen van scenarioschrijvers worden overschaduwd door die van regisseur en in toenemende mate acteurs. Dat is onterecht, en ronduit treurig is dat in de prijzenlawine van het Utrechts Filmfestival er niet eentje bestaat voor «beste scenario tv-drama». Je kunt prijzen voor artistieke prestaties onzinnig vinden, maar dan moet je ook alle Kalveren slachten. Dus bedacht het Netwerk Scenarioschrijvers in 2001 de Zilveren Krulstaart, zowel protest als geintje als ernst. Die wordt toegekend door alle aanwezige vakbroeders en –zusters op de jaarlijkse Scenariodag, georganiseerd in een soort schuilkerk terwijl het festival woedt in de kathedralen van de filmkunst. Hoger eer dan dat staartje is er wellicht niet, maar bij eer, en dan alleen in eigen kring, blijft het ook. Voor schrijvers van tv-drama is er daarom maar één serieuze en substantiële prijs: de tweejaarlijkse Liraprijs, ingesteld door de gelijknamige auteursrechtenorganisatie voor schrijvers en vertalers van literair en dramatisch werk. Vijftienduizend euro, steeds voor een ander genre. Door de pers meestal veronachtzaamd (het is maar televisie – erger nog, geen Songfestival maar serieuze televisie) terwijl Ako en Libris toch lawines van publiciteit opleveren. Zeker, scenario is halffabrikaat, maar tegelijk onmisbaar fundament voor een genre dat, zelfs als het slecht bekeken wordt, eindeloos veel meer toeschouwers bedient dan welke theatervoorstelling ook.

De Liraprijs 2005 was bestemd voor «docudrama en/of politieke fictie» en is vorige week uitgereikt aan Alma Popeyus en Hein Schütz voor hun indrukwekkende drie delige serie De enclave (Vara), in de prachtregie van Willem van de Sande Bakhuyzen. Mede-genomineerden: Frank Ketelaar voor Mevrouw de minister (VPRO) en Tomas Ross voor De Judaskus (Avro). De enclave behandelt Srebrenica – een onderwerp waar je vooral van af moet blijven tenzij je een heel groot talent hebt. En dat hebben de makers. Zozeer dat ze de vaak bekroonde BBC-serie Warriors (bij ons door Ikon uitgezonden), ook spelend bij VN-troepen in Joegoslavië, nog overtreffen. Hulde voor de Vara dat ze De enclave (zwaar, pijnlijk, confronterend) lieten maken. Hoon voor de doelgroep, de kunstminnende intelligentsia, die het voor een groot deel liet afweten omdat kankeren op slechte televisie kennelijk veel bevredigender is dan kijken naar goede televisie – waardoor die laatste weer steeds minder gemaakt wordt.

Daarom ten slotte nogmaals aandacht voor de twee laatste Tele films van dit seizoen – Gezocht: Man (4 juni) en Off Screen (11 juni). Geen meesterwerken, wel interessante films. Off Screen heeft als uitgangspunt de gijzeling in 2002 van het personeel in de Amsterdamse Rembrandttoren door een man die protesteerde tegen Philips vanwege de breedbeeldtelevisie. De kracht van de film ligt er (naast prachtig acteerwerk van Jan Decleir en Jeroen Krabbé) in dat scenarist Hugo Heinen en regisseur Pieter Kuijpers zicht- en voelbaar maken hoeveel normaliteit er in de wanen van de hoofdpersoon schuilt. Wat de idioot uit het krantenbericht tot een mens, een tragische persoon, maakt.