Zilveren zoen

Afgelopen week werden voor de tweede keer de Gouden en Zilveren Zoenen uitgereikt. Ze vormen een afsplitsing van de traditionele Griffels en betreffen boeken voor lezers vanaf twaalf jaar. Het is bekend dat na de basisschool zelfs notoire boekenwurmen vaak afhaken, omdat ze hun energie en belangstelling voor andere zaken reserveren. Dat bracht het orgaan voor de collectieve boekpromotie, de CPNB tot actie: een aparte publiciteitscampagne met steun van het ministerie van OC&W, een aparte jury en prijsuitreiking en een eigen publieksprijs, bepaald door de zogenaamde Jonge Jury.

Een serieuze literaire prijs krijgt onvermijdelijk te maken met de vraag of er wel genoeg bekronenswaardigs verschijnt om het gehalte van het Goud - bestemd voor een Nederlandstalige auteur - voldoende hoog te houden. De diepe knieval die nogal wat vaderlandse schrijvers voor hun beoogde lezers maken, leidt tot maakwerk, dat nog niet eens in de buurt van het begrip literatuur komt. Zo schrijft Wim Daniëls onnozele verhalen in het ‘puubs 2000’. Dat houdt verminkt Nederlands in - 'schrikkelijk’ en 'zettend’ - een hoop Engelsachtigs - een dans heet 'strechdrive over the wideflip’ en een broek 'trouwsers’ en vooral veel stoerigheid: 'Ik ramde er een frontale clash uit’ (ik kuste haar).
En de door jongeren op handen gedragen Carry Slee past naadloos in de sinds de jaren zeventig bestaande kommer-en-kweltraditie. Haar nieuwste bestseller gaat over de gevaren van xtc-pillen. Tussen het moment dat de hoofdpersoon haar eerste pilletje slikt en haar opname in het ziekenhuis liggen drie (!) weken en vanaf pagina één zwaait er zonder ophouden een waarschuwende vinger. De tweede hoofdpersoon is een huiswerk makende braverd, die door de schrijfster is opgezadeld met al haar gemoraliseer. Zijn hoofd zit dan ook propvol oude-mannetjesgedachten, die hij uitspreekt in houterige boekentaal. De beloning voor een pillenvrij bestaan wordt in de laatste zin opgediend, inwisselbaar met die van een willekeurig meisjesboek uit de jaren vijftig: 'En dan kust ze hem, lang en innig.’
Uiteraard is de vakjury niet op zoek naar dit soort schrijfsels. In het met Goud gezoende De roos en het zwijn van Anne Provoost zie ik een schrijfster, die juist té krampachtig haar best heeft gedaan om Literatuur met een hoofdletter af te leveren. Het boek waar de lezers zelf waarschijnlijk het meest mee ingenomen zullen zijn is Waanzinnige wereld, dat Zilver kreeg. De Deen Kim Fupz Aakeson schreef een intrigerend, wezenlijk avontuurlijk toekomstverhaal. In het jaar 2010 veroorzaakt een uit het laboratorium ontsnapt virus totaal geheugenverlies bij iedereen boven de 25. Twee vrienden dolen op goed geluk rond in een bizarre wereld, waar alle vanzelfsprekendheden van de bestaande orde zijn verdwenen. Met inzet van al hun denkvermogen weten ze uit handen te blijven van nieuw opgestane, jeugdige machthebbers.
Aakeson biedt aardige gedachten over herinneren versus vergeten en wat een verademing om weer eens een jongerenroman te lezen die ook nog over iets anders gaat dan over de vraag of en zo ja hoe Piet en Marie het voor de eerste keer zullen gaan doen. Het lijkt me wel de vraag of je een boek kunt bekronen met kanjers van fouten als 'ouder dan ons’ of 'mijn kamer en die van Topper was leeg’.