Zindziswa Mandela, 23 december 1960 – 13 juli 2020

Haar naam zal altijd aan die van Nelson verbonden blijven. Lang na zijn dood neigde dochter Zindziswa Mandela naar de onverzoenlijke kant van het politieke spectrum. Maar diplomaat mocht ze blijven.

1985 © Gallo Images / Shutterstock / ANP

‘Ik heb me vaak afgevraagd of toewijding, aan welke zaak dan ook, een excuus mag zijn om een jonge en onervaren vrouw in zo’n meedogenloze woestijn achter te laten’, zei Nelson Mandela tijdens de bruiloft van zijn jongste dochter Zindzi, in 1992. Die woorden sloegen op zijn echtgenote Winnie. Maar het ging natuurlijk ook over zijn dochters Zenani en de één jaar jongere Zindzi.

Zindziswa Mandela, die onlangs aan de gevolgen van Covid-19 overleed, was achttien maanden oud toen haar vader in 1962 werd gearresteerd op beschuldiging van sabotage en hoogverraad. Hij zou daarna ruim een kwarteeuw in gevangenschap doorbrengen. Omdat de kinderen minstens zestien moesten zijn om een gedetineerde te mogen bezoeken duurde het tot 1975 eer Zindzi hem voor het eerst weer zag en sprak, de man die ze alleen kende van de verhalen en het handjevol foto’s dat in omloop was. Ze beschouwde hem als ‘mythisch’. En mythisch zou hij blijven. Want na zijn vrijlating in 1990 werd Nelson Mandela niet de vader van haar en Zenani, maar de ‘vader van de natie’. Illustratief voor het opgeofferde ouderschap: in de ruim zeshonderd pagina’s tellende autobiografie van Nelson Mandela, Long Walk to Freedom, krijgt Zindzi slechts acht vermeldingen.

Moeder Winnie zag ze veel vaker, hoewel zij om de haverklap door de apartheidsautoriteiten werd gearresteerd en in 1977 vanwege haar aanhoudende activisme uit Soweto werd verbannen. Acht jaar lang moest ze overleven in een grauw, stoffig township in het plattelandsgat Brandfort, zo’n 350 kilometer ten zuidwesten van Soweto. Ook Zindzi verbleef geruime tijd in dat huis zonder water en licht. Ondanks alle tegenslag slaagde ze erin haar middelbare school af te maken in het naburige Swaziland. Later studeerde ze rechten aan de Universiteit van Kaapstad.

Nelson schreef zijn dochter dat hij had gehoord dat ze ‘sterk was als een rots’

Haar roeping als jonge vrouw was een echo van die van haar vader en moeder: het bestrijden van de apartheid die haar in haar geboorteland tot een tweederangsburger zonder stemrecht maakte. Als tiener schreef ze gedichten waarin ze onrecht aan de kaak stelde, die in 1978 werden gepubliceerd als Black as I Am. In 1985 trad ze voor het eerst voor het voetlicht toen de toenmalige president P.W. Botha bekendmaakte dat de vrijlating van Nelson werd overwogen indien zijn anchet gewapende verzet zou opgeven.

Botha’s voorstel werd door Mandela en het anc verworpen, en Zindzi kreeg de opdracht om in Soweto de beweegredenen voor dat besluit over te brengen. Voor een grote mensenmassa in het Jabulani-stadion in Soweto citeerde ze fier haar vader: ‘Wat voor vrijheid wordt mij aangeboden als de organisatie van het volk verboden blijft? Wat voor vrijheid wordt mij aangeboden als ik de kans loop gearresteerd te worden als ik de pasjeswet overtreed?’ Ze sloot af met: ‘Alleen vrije mensen kunnen onderhandelen. Gevangenen kunnen geen overeenkomsten sluiten… Ik kan en wil geen garanties geven als ik en jullie, het volk, niet vrij zijn. Jullie en mijn vrijheid kunnen niet worden gescheiden. Ik zal terugkeren.’ Mandela was ingenomen met de strijdbaarheid van zijn jongste dochter. In een brief uit 1987 aan Zindzi schreef hij dat hij van een kennis had gehoord dat zij ‘sterk was als een rots’. ‘Dat is precies wat een ouder wil horen over zijn geliefde kind. Ik raakte vervuld van trots en tevredenheid.’

Na de vrijlating van haar vader en de eerste democratische verkiezingen, vier jaar later, koos Zindzi voor een leven als zakenvrouw. Ze was onder meer mededirecteur van de grootste Zuid-Afrikaanse bioscoopketen Ster-Kinekor. In 2014 werd ze benoemd als ambassadeur in Denemarken. Daarnaast hielp ze met initiatieven om het lot van de arme zwarte bevolking te verbeteren. Ze wist dat haar naam eeuwig verbonden zou blijven met die van de iconische ‘Nelson en Winnie’. ‘Het kost veel moeite om mensen duidelijk te maken wie jij werkelijk bent. Dat lukt haast nooit, dus je moet keihard je best doen om je eigen ster te laten stralen’, zei ze in een televisie-interview in 2008. Ze trouwde twee keer. Met haar eerste echtgenoot kreeg ze vier kinderen. Het tweede huwelijk, dat in 2013 werd afgesloten, hield nog geen jaar stand.

Verbitterd is wellicht een te groot woord, maar Zindzi neigde de laatste jaren naar de onverzoenlijke kant van het politieke spectrum. Herhaaldelijk sprak ze haar bewondering uit voor Julius Malema, de populistische leider van de Economic Freedom Fighters, een partij die het zwarte radicalisme van Winnie verkiest boven Nelsons kleurenblinde vergevingsgezindheid. Toen tijdens haar ambassadeurschap in Denemarken in Zuid-Afrika een felle discussie ontstond over het ‘onteigenen zonder compensatie’ van witte boeren stuurde Zindzi een aantal tweets die haar afkeer van de apartheidsstrategen en hun nakomelingen benadrukten. ‘Beste apartheidsapologeten, jullie tijd zit erop. Jullie zullen nooit meer over ons heersen. Wij zijn niet bang voor jullie. Eindelijk #TheLandIsOurs.’ Ze noemde de witte Zuid-Afrikanen ‘bevende witte lafaards, de stelende, verkrachtende afstammelingen van Van Riebeck (sic)’ en ‘ongenode gasten die weigeren te vertrekken’.

Het werd een relletje. Afrikaner belangengroepen eisten dat Zindzi zou worden teruggeroepen als ambassadeur. Verbolgen tweette ze: ‘Ik hoef geen verantwoording af te leggen aan enige witte man of vrouw voor wat ik zeg of denk. Geen missus of baas meer. Schei toch uit #OurLand.’ Al het getweet kwam haar op een vermaning van de minister van Buitenlandse Zaken te staan. Maar diplomaat mocht ze blijven. Haar volgende post was al bekend: Liberia.