POPMUZIEK

Zingen met je eigen stem

Cat’s Eyes

Een Rolls Royce in een andere straat laten parkeren. Zo omschreef oud-Tröckener Kecks-zanger Rick de Leeuw de training die hij vorig jaar gaf aan Marco Bakker en Miranda van Kralingen voor het sympathieke DWDD-item ‘From operastar to rockstar’. Wie Bakker Satisfaction van de Stones en Van Kralingen Anouks Nobody’s Wife met veel plezier hoorde zingen, merkte ook dat het nog niet meevalt om die perfect geschoolde stem van je af te schudden. Bij het nieuwe popduo Cat’s Eyes is het daarom des te knapper dat je het bij de Italiaans-Canadese Rachel Zeffira vooral uit de biografie haalt dat ze professioneel operazangeres is.

Met de Britse Faris Badwan van alternatieve rock-'n-rollband The Horrors, op zoek naar iets nieuws, brengt ze op het titelloze debuut een eerbetoon aan meidengroepen van eind jaren vijftig en begin jaren zestig, zoals The Ronettes. Dat doet ze als een volleerde popzangeres, die niet haar bereik, maar een microfoon gebruikt om kleur te geven aan haar stem. 'Bevrijdend’ noemt Zeffira het om te zingen met je 'eigen’ stem, zonder dat je rekening hoeft te houden met het keurslijf van regels en technieken. Badwan geeft aan dat het prettig is om nu eens niet steeds via onenigheid besluiten te nemen. Hij begeeft zich met Cat’s Eyes in wat minder vreemde contreien, maar wijkt ook van de gebaande paden. Zo zul je dromerige ballads als Not a Friend of I’m not Stupid op zijn bands repertoire niet snel terugvinden.

Zoals nagestreefd zit de sfeer van de plaat tegen oud-Ronettes-producer Phil Spector en zijn wall of sound aan: het heeft de echo, de galm en het volle geluid. Toch is Zeffira mede dankzij Badwan niet de zoveelste zangeres die met een retro-sound en een 'klinkt als’ aan Spector wordt gekoppeld. Cat’s Eyes houdt vaak iets donkers of dubbelzinnigs en hint net zo goed naar de psychedelische muziek uit die tijd van filmcomponisten als Ennio Morricone. Helemaal als Badwan met Zeffira meezingt, bijvoorbeeld op het tripperige Face in the Crowd of zwart-romantische The Lull. In dat liedje vind je al twee van de gezichten die de plaat zo divers maken. Het ene couplet weemoedig, 'On a platform that lies right on the coast/ The sea calls to me/ It pulls me in’, even later een stuk hoopvoller, met 'So if you think of me at all/ Won’t you stay here by my side/ And I’ll never let you go’. Met zijn misthoorns, dreinerige zang en jankerige violen is Sooner or Later het enige echt onheilspellende nummer.

Het tongue-in-cheek-mysterie van onder meer Bandit ('Stealing hearts, robbing minds/ Taking whatever he finds’) doet denken aan het duo Lee Hazlewood en Nancy Sinatra. Hoewel op het eerste gezicht minder luchtig ligt Cat’s Eyes evenmin zwaar op de maag. Minder duidelijk is wat ernst en wat ironie is, voor hen vast ook een deel van de lol. Zo laat het tweetal tien nummers lang veel verschillende indrukken achter. Zoveel dat je in eerste instantie even niet door hebt dat de plaat in nog geen half uur al zo snel voorbij is.

Cat’s Eyes, Cat’s Eyes, label: Coop/V2. Cat’s Eyes treedt vrijdag 20 mei op tijdens London Calling in Paradiso