Zingen tegen de angst

Dialogues des Carmélites van Francis Poulenc is een opera die alle operawetten tart. Er is geen ouverture, er zijn geen aria’s, er is geen noemenswaardig koor, er is geen liefdesgeschiedenis. Op de keper beschouwd is Dialogues des Carmélites niet meer dan een op muziek gezet toneelstuk (van Georges Bernanos).

Gelukkig is er wel een thema: angst. Daarom zou je verwachten dat het met de dramatiek wel goed zit. Angst is immers de drijfveer achter de meest huiveringwekkende thrillers: seriemoorden, crimes passionnels, de machtsstrijd in koningshuizen of maffiabenden enzovoort. Zo niet in het geval van Blanche, de protagoniste in Dialogues. Zij lijdt aan levensangst en in plaats van om zich heen te slaan kruipt ze in haar schulp. Ze zoekt veiligheid in een klooster en wacht tot de buitenwereld - in dit geval de Franse Revolutie - ingrijpt.
De tegenspeelster van Blanche is de moeder-overste. Zij is Blanches spiegelbeeld. De moeder-overste is een dappere, sterke vrouw die opeens ineenschrompelt op het moment dat ze oog in oog staat met de dood. Ze voelt zich alleen, verlaten door God en ze is doodsbang. Blanche daarentegen treedt de dood onverschrokken tegemoet. Als aan het slot van het stuk de voltallige nonnenorde naar het schavot wordt geleid, voegt Blanche zich vrijwillig bij hen.
De ontluisterende dood van de moeder-overste en de collectieve terechtstelling van de nonnen zijn de hoogtepunten in deze opera. Daarvoor moet de kijker zich door heel wat gejeremieer heen werken. De conversaties in het klooster reiken niet veel verder dan een oeverloos peuren in gewetensconflicten (‘Ik ben hoogmoedig geweest en zal daarvoor gestraft worden’), elkaar onderrichten in levenswijsheden ('Kind, wat er ook gebeurt, bewaar je eenvoud’) en de celebratie van God ('Gods glorie wordt verheerlijkt in zijn heiligen, zijn helden en martelaren’).
Het valt echt niet mee om tweeëneenhalf uur lang door dit soort taal geboeid te blijven. En daar komt bij dat er ook niet bar veel op het podium te zien is. Regisseur Robert Carsen heeft gekozen voor een klassieke benadering: sober en symmetrisch, waarbij een belangrijke rol voor de (prachtige) belichting is weggelegd. Overigens is dat een compliment aan Carsen. Eindelijk eens een regisseur die zonder kantelende vloeren, draaiende decorstukken en door de lucht zwevende protagonisten toe kan. Het immense podium is en blijft leeg. Angstaanjagend leeg.
Dialogues des Carmélites was een monstrum geweest als Poulenc niet zulke prachtige muziek had geschreven. Warm, zacht en transparant, muziek die je in het Frans met het woord 'douce’ zou aanduiden. Plechtige akkoordprogressies vloeien ongemerkt over in onheilspellende marches funèbres, ragfijne orkestrale sluiers worden over de zangers gedrapeerd, betoverende melodieën bewegen tussen sereniteit en verleidelijkheid en de geraffineerde orkestratie leidt tot subtiel vibrerende timbres. Al deze verfijndheid wordt nu en dan aan flarden gescheurd door venijnige dissonanten en thrillerachtige effecten, de enige aspecten waaruit je kunt afleiden dat de opera uit 1957 dateert.
Met een grote plus voor an Rodgers in de rol van Blanche en een minnetje voor de legendarische Rita Gorr als moeder-overste, wier stem haar beste tijd echt gehad heeft en veel lof voor het Nederlands Philharmonisch, dat wordt gedirigeerd door de jonge Canadese dirigent Yves Abel, is het een sterk muzikaal staaltje. En ook al heeft Poulenc de meeste operawetten aan zijn laars gelapt, bij het gewelddadige einde blijkt dat hij één psychologische wet wél haarfijn heeft begrepen: zingen is de beste remedie tegen angst.