Zinloos geweld en zinloos protest

Soms is het een plezier naar VVD'ers te luisteren. Hun wereldbeeld is net zo eenvoudig als dat van linkse politici en activisten in de jaren zeventig. De liberale meningen van nu zijn wel anders maar net zo glashelder en optimistisch als die van hun socialistische tegenvoeters van toen. ‘Meer blauw op straat’ is de liberale oplossing voor geweld. ‘Meer markt en welvaart’ is het panacee voor alle sociale problemen. Bij elkaar leidt het tot een soort Pinochet-model: gezag en orde in de politiek en onbeperkte vrijheid in de economie.

Het is eenvoudigweg het tegendeel van nationalisering van ondernemingen en onbeperkte culturele vrijheid, de linkse doelstellingen van twintig jaar geleden. Toen zeiden oprechte liberalen dat het allemaal heel wat ingewikkelder lag. Nu zijn zij het die een simplistische wereldbeeld hebben en weten de socialisten het niet meer.
En niet alleen de socialisten. Wat te denken van de enorme ophef om de dood van Meindert Tjoelker, twee weken geleden in Leeuwarden. Zeker, hij is slachtoffer van volstrekt zinloos geweld. Hij is ook zoiets als een bescheiden held, die ‘Stoppen!’ riep toen vier jongens bezig waren een fiets in het water te gooien. Misschien riep hij er zelfs 'Klootzakken’ achter, een woord waar dronken klootzakken blijkbaar zo heftig op reageren dat ze degene die het durft te roepen met graagte doodschoppen. Dat overkwam immers ook Joes Kloppenburg, vorig jaar augustus in Amsterdam. Hij riep 'Kappen!’ tegen eenzelfde soort jongens die een voorbijganger in elkaar rosten. Dat gebeurde ook diep in de nacht, na uitgebreid cafébezoek. En ook misschien met dat geheimzinnig gevaarlijke woord 'Klootzak’ er achteraan.
Maar is er nu sprake van een trend? Is er sprake van toegenomen geweld? Heeft de tegenwoordige jeugd zoveel meer problemen dan vroeger en wordt dat op deze manier afgereageerd? Wordt er nu zoveel gedronken en waren het vroeger allemaal doetjes?
Vroeger waren het gevechten tussen scholen, nu tussen voetbalsupporters. Vroeger werd er op menige kermis een boerenknecht doodgeslagen, nu gebeurt zoiets na een avondje stappen. Twee jaar geleden leek het of alleen Marokkanen en andere allochtonen geweld gebruikten. Nu weten we allang beter. Het zijn net zo goed blanke jonge kerels, brave huisvaders, ze hebben alleen maar een borreltje te veel op.
Jongens en jonge mannen schijnen van nature over een enorme hoeveelheid agressiviteit te beschikken, die er maar met moeite onder wordt gehouden. Elke aanleiding kan genoeg zijn om de lont te ontsteken. Later stamelen ze bedeesd: 'We wisten niet wat we deden. Het moet de drank zijn geweest. We hadden helemaal niet de bedoeling hem dood te slaan.’
Maar of er nu sprake is van een nieuwe trend of niet, er is eigenlijk altijd reden om bij de gewelddadige dood van een mens ernstig stil te blijven staan. Eén minuut stilte is wel het minste wat we over kunnen hebben voor iemand die omkomt doordat hij de moed heeft zijn burgerplicht te doen.
Het is prachtig dat de ambtenaren van de burgerlijke stand in Leeuwarden in vol ornaat op het bordes gaan staan wachten op de bruidegom die nooit zal komen, omdat hij is vermoord. Dat de scholen een rouwlint om Leeuwarden willen leggen. Dat in heel Nederland een weekend lang aandacht wordt besteed aan het zinloze geweld.
Het blijkt alleen niet te werken. De dag na dat herdenkingsweekend meldt Trouw dat er weer elf slachtoffers van geweld op straat zijn gevallen. Ze zijn niet dood, maar wel op een zinloze en wrede manier toegetakeld. De politie spreekt overigens van een rustig weekeinde.
Bij andere gelegenheden is er van evenveel of meer geweld sprake, maar dan schrijft de krant er niet over. In Groningen werd een 24-jarige inwoner van Bolsward zomaar in elkaar geslagen. Een van de daders bleek de avond daarvóór nog een minuut stilte in acht te hebben genomen. 'Normaal ligt geweld niet in mijn aard’, zei hij berouwvol; 'Het heeft te maken met de drank.’
De paradox is dat het vele schrijven over geweld meer geweld kan oproepen. Pieter Hilhorst wijst er in de Volkskrant op dat het veiliger is als er véél mensen op straat lopen. Als iedereen bang is om te gaan stappen, kan het geweld ongestraft plaatsvinden. Die redenering klopt maar gedeeltelijk. Er is altijd wel een moment in de nacht waarop er weinig mensen op straat zijn en een of meer klootzakken hun agressie kunnen botvieren.
Maar er is nog een ander probleem. Zijn we, nu we zo goed weten wat het lot kan zijn van een jongen die 'ho, ho’ zegt als hij iets ziet gebeuren wat niet door de beugel kan, niet nog meer geneigd ons hoofd af te wenden en net te doen of we niets zien?
De Leeuwarder Courant meldt dat bij een opinie-onderzoek 54 procent van de ondervraagden zegt gewoonlijk iets te zeggen of in te grijpen als ze getuigen zijn van openlijk vandalisme of agressie. Dat klinkt al bijzonder onwaarschijnlijk. Als meer dan de helft van de mensen reageert als er iets onoirbaars gebeurt, dan zou er nog alleen maar in afgelegen oorden van geweld sprake zijn. Maar verontrustender is dat onder invloed van de recente gewelddadigheden veertig procent van de ondervraagden zegt zich nu éérder afzijdig te zullen houden. Niet meer dan tien procent beweert nu sneller in actie te zullen komen.
Het is een droevige uitslag voor de Leeuwarder politiechef Bangma die met een open brief het massale en indrukwekkende protest losmaakte. Hij ziet, in tegenstelling tot Bolkestein en Dijkstal, het eisen van strengere straffen en meer politie niet als de oplossing voor het zinloze geweld. Hij zegt als politieman voor het bestrijden van geweld de steun nodig te hebben van een samenleving die tot uitdrukking brengt dergelijk geweld niet te accepteren.
Hij heeft zijn protest gekregen, inclusief bloemen en kaarsjes en stilte en tranen. En vervolgens meent een groot deel van de Nederlanders dat je je er maar het beste niet mee kan bemoeien als er zich voor je ogen gewelddaden afspelen.
Daar helpen blijkbaar geen elf en ook geen honderdelf minuten stilte iets aan.
Misschien is de oplossing veel eenvoudiger. Laten ze de cafés maar weer om één uur sluiten.
Of daarmee dreigen als de cafébazen zelf geen maatregelen nemen tegen overmatig drankgebruik.