Zinloos geweld is soms veelzeggend

Een hond die het loodje legt doordat hij hapte naar vuurwerk en een 35-jarige man die overleed na te zijn getroffen door brokstukken zwaar vuurwerk: dat lijken me eerder tragische voorbeelden van ‘zinloos geweld’ dan de buurtoorlog in de Groningse Oosterparkbuurt of de gevechten met politie her en der rond Oudejaarsavond. Zinloos geweld, geweld tegen de politie, geweld door jongeren: 1997 zat er vol mee en Nederland zucht, treurt en roept om maatregelen. Veiligheid en misdaadbestrijding zijn sinds enkele jaren niet meer weg te denken uit de top drie van favoriete onderwerpen voor politieke spreekbeurten, terwijl de media geen dag zonder geweld lijken te kunnen.

Het is de vraag of er echt iets aan de hand is. Nederland behoort sinds mensenheugenis tot de minst gewelddadige landen ter wereld en de lichte stijging van het aantal misdrijven tegen het leven sinds 1970 speelde zich voornamelijk af in de criminele sfeer: zij betrof vooral afrekeningen onder criminelen. Daar staat een daling tegenover van lichtere geweldsmisdrijven als mishandeling en bedreiging.
Wat vooral opvalt aan de recente belangstelling voor ‘zinloos’ geweld is de generaliserende toon. Supportersgeweld, oudejaarsrellen en aanslagen op oplettende burgers als Tjoelker of Kloppenburg worden steevast in hetzelfde register geplaatst. Maar erupties van ongericht of onverwacht geweld zijn allesbehalve nieuw. De kroningsrellen van 1980, ten onrechte gezien als uiting van politiek verzet, waren veel heftiger en gewelddadiger dan al wat zich de laatste jaren heeft afgespeeld, evenals het geweld rond het Leidseplein in 1987, na de UEFA-cupwinst van Ajax. Toen heette het dat de politie zich terecht terughoudend opstelde, nu wordt haar lafheid verweten, zoals bij de knokpartij in Groningen.
Kroningsrellen, gevechten tussen voetbalsupporters en oudejaarsrellen in Arnemuiden, Emmen of Spijkenisse hebben alle een hoog carnavalsgehalte en zijn wat dat betreft van alle tijden: ze maken deel uit van de tijdelijke euforie van een feest waarin de dagelijkse gang van zaken deels op zijn kop wordt gezet.
Maar dat andere geweld dan, dat zich richt tegen toevallige passanten met een gezonde dosis burgerzin, zoals Meindert Tjoelker? Zoals gezegd: dat geweld is helemaal niet toegenomen. Wel de angst ervoor. De massale rouwplechtigheden na de dood van Tjoelker werden alom spontaan genoemd, maar met evenveel reden zou men ze het resultaat van een ijzeren wetmatigheid kunnen noemen: die van een toegenomen heid voor de tragiek van de gebeurtenis als gevolg van de dood van prinses Diana, enkele weken eerder. Beide gebeurtenissen raakten voor grote massa’s mensen emotioneel met elkaar vervlochten: zowel Diana als Meindert Tjoelker waren larger than life, zowel als handelende personen als als tragische slachtoffers. Die samenloop van omstandigheden verklaart ook voor een groot deel de vlucht die de term 'zinloos geweld’ sindsdien heeft genomen.
Maar ook zonder lady Di zijn de obsessie met veiligheid en de angst voor geweld groter dan ooit. Dat zij worden versterkt en in stand gehouden door de weldsgeilheid van vele media en door populistische politici is een feit, maar geen afdoende verklaring. Op de lange termijn laten toegenomen onveiligheidsgevoelens zich verklaren uit de gestage uitholling van het publieke leven: hoe minder leven en drukte op straat, hoe groter de gevoelens van anonimiteit en onveiligheid. De toegenomen scheiding tussen woon- en werkgebieden, de monocultuur van veel stedelijke gebieden én de groeiende tweedeling tussen zwaar bewaakte winkel- en uitgaanscentra en de 'open’ gebieden in steden spelen daar stuk voor stuk in mee.
Naast zulke structurele aspecten zit er ook een meer conjuncturele kant aan de problematiek van geweld en veiligheid. In Amerikaanse steden is het aantal moorden de laatste jaren sterk gedaald. Die daling was het sterkst in die gebieden waar de spiraal van uitzichtloze werkloosheid en verpaupering in positieve zin was omgebogen. Economische ellende en de dreigende aanwezigheid van 'gevaarlijke klassen’ zijn kortom de belangrijkste verklaring voor gevoelens van onveiligheid én voor de reële kans op geweldserupties. Die zijn vaak ongericht en onverwacht, maar allesbehalve zinloos. Ze zijn in zekere zin juist zinvol: ze zijn een teken dat niet onveiligheid maar economische ellende en sociale tweedeling de echte risico’s zijn die we dagelijks lopen.