Economie

Zinloos werk

Hoe zinvol vinden we ons werk? De economen Robert Dur en Max van Lent ploegden data van het International Social Survey Program door, waarin deze kwestie aan honderdduizend werknemers werd voorgelegd. Driekwart van de ondervraagden reageerde instemmend op de stelling ‘mijn werk is nuttig voor de samenleving’. Acht van de honderd werknemers vinden het werk dat ze doen ronduit zinloos, volgens de onderzoekers.

De top-drie van nuttige beroepen lijkt bijna een alfabetische kwestie: brandweerlieden, bijstandsambtenaren, bibliothecarissen. Bij nader inzien kan het ook niet anders. Als je je in een brand of in de bijstand bevindt – en wie van ons weet zeker daar nooit in te belanden? – is adequate hulp van het grootste belang. En hoeveel kinderen zijn er niet in de bibliotheek op het spoor van de literatuur gezet? Hoeveel lege woensdagmiddagen zijn er niet gered door een bibliotheekpas? Op nummer vier en vijf staan verpleegkundigen en docenten. Ik had hen op een gedeelde eerste plaats verwacht, maar de precieze plek doet er niet zoveel toe. Dit is de top-vijf, en we zouden ze inderdaad niet willen missen. Tot zover weinig verrassends.

Wie bungelen er onderaan? Kunstenaars, pr-functionarissen, financieel managers, dan als één na laatste de kok, ober of bartender, en ten slotte onderaan: economen. Waaronder dus vermoedelijk ook Dur en Van Lent. Intrigerende vraag: vinden zij dit onderzoek zinvol?

Hoe dat ook zij, één interpretatie van deze bevindingen is dat dit de volgorde van zinvol werk is. Een kort gedachte-experiment lijkt dat te bevestigen. Stel je de wereld voor zonder pr-functionarissen, financieel managers en economen. Gaat er nu iets serieus mis? Dacht het niet. Volgens sommigen wordt de wereld misschien zelfs mooier. Dat zou betekenen dat deze figuren niet alleen maar zinloos werk doen, maar in feite een last voor hun omgeving zijn.

Voor kunstenaars, koks, obers en bartenders pakt het gedachte-experiment al iets gunstiger uit. Wie de horeca mijdt en ongevoelig is voor kunst kan prima zonder, maar de meesten van ons zullen iets missen. Toch hebben we het hier duidelijk nog niet over eerste behoeften op het urgentieniveau van onderwijs, brand blussen en ziekenzorg. De volgorde klopt dus in grote lijnen.

Gaat er zonder managers en economen iets mis?

Deze simpele lezing gaat voorbij aan het subjectieve karakter van dit onderzoek. Er werd gerapporteerd wat werknemers zelf denken. Dat laat ruimte voor een andere interpretatie. Boven aan de lijst staan de aanpakkers, minder geneigd de zin van leven en werk te problematiseren. Natuurlijk is het zinvol wat ze doen, volgende vraag graag. Veel positieve antwoorden dus.

Dat is onder aan de lijst heel anders. Moeilijk doen over de zin van werk en leven, dat is voor kunstenaars en economen corebusiness. Wat is nut? Probeer daar eens een gesprek met een econoom over te hebben. Zij zullen niet onbekommerd rapporteren dat ze zinvol bezig zijn. Dat is veel te makkelijk gedacht. Meer negatieve antwoorden dus.

Voor pr-mensen en financieel managers gaat deze verklaring niet zo makkelijk op. Het is verleidelijk te concluderen – helemaal als je net doelwit van hun activiteiten bent geweest – dat zij inderdaad nutteloos werk doen, en dat stiekem zelf ook wel inzien. Ik sta natuurlijk open voor andere interpretaties, die me nu even niet te binnen willen schieten. Schrijf mij, pr-mensen en financieel managers! Maar hou het kort.

Wat de koks, obers en bartenders betreft, die hebben gewoon een goed gesprek nodig. Met hun beroep is niets mis; hun zelfbeeld kan wel een oppepper gebruiken. Iedereen geniet de vruchten van hun werk, maar zelf werken ze misschien te hard om daar even bij stil te staan. Hoewel – het schijnt dat ook verpleegkundigen en docenten chronisch overbelast zijn (als ze niet staken). Waarom zijn die dan wel tevreden met de zin van hun werk?

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Voor alles is een verklaring, als je maar hard genoeg probeert. Dus wat leren we nu echt van dit onderzoek? Mijn idee: kijk nu eens niet naar de inhoud van het werk of naar het vermeende nut, maar zoek de verschillen tussen de top en de hekkensluiters. Ik vond er twee. Aan de top staan mensen die in hun werk direct met andere mensen te maken hebben, onderaan zit men alleen te werken (behalve dus de horeca). En aan de top zijn er duidelijke werktijden en is er weinig gelegenheid het werk mee naar huis te nemen. Wie al werkend in relatie staat tot de medemens, en wie het werk duidelijk afbakent, heeft sterker het gevoel zinvol bezig te zijn. En misschien is dat ook wel zo.