Zinvol geweld

Ik zie hem nog staan, in de schijnwerpers van de televisie op de gracht in Leeuwarden, na de dood van Meindert Tjoelker. De precieze woorden van zijn toespraak zijn me ontschoten, de toon niet. Met een ranzig cultuurpessimistisch betoog waarin alle cliché-verklaringen van zinloos geweld de revue passeerden wist Hayo Apotheker van een ingetogen herdenking van duizenden geschokte mensen een derderangs politieke propagandatrip te maken. En voor dat kleffe effectbejag werd hij ook nog eens beloond met een ministerschap. De uitdrukking dat mensen het tot een ministerschap weten te schoppen kreeg bij hem een wel erg wrange bijsmaak. Het deed me dan ook deugd dat hij afgelopen maandag is afgetreden.

Al moet ik eerlijk zeggen dat de reden van zijn ontslag me niet helemaal duidelijk is geworden. Het lijkt erop dat hij na de Tjoelker-episode allergisch is geworden voor elk geweld en daarom liever bij voorbaat confrontaties uit de weg gaat. Oké, hij kreeg te weinig steun in het kabinet voor zijn plannen om de varkenssector aan te pakken, maar zou dat niet kunnen zijn omdat die voorstellen niet deugden? Als fanatieke belangenbehartigers van de varkensboeren als Wien van den Brink een vertrekkende minister van Landbouw prijzen, pleit dat niet voor zijn plannen. Het kwartiertje van Apotheker zal niet blijvend indruk maken, evenmin als de Nacht van Wiegel. Het achterliggende probleem is echter wel reëel. In de politiek wordt veel gesproken over draagvlak voor beleid, maar hoe beleid op meer steun kan rekenen, blijft onduidelijk. Ja, er moet veel en vroeg worden overlegd met talloze partijen en noodzakelijkerwijs ontstaat zo een spel van geven en nemen. Maar politiek is meer dan praten en onderhandelen. De waarheid ligt niet altijd in het midden. Apotheker meende alleen draagvlak voor zijn beleid te kunnen krijgen door de varkenshouders tegemoet te komen, zoals ook Borst in de nasleep van de Bijlmerramp alleen een gezondheidsonderzoek instelde om haar critici de mond te snoeren, niet omdat er wetenschappelijke aanwijzingen waren voor een verband tussen de lading van het El Al-toestel en de gezondheidsklachten. D66 voerde jaren geleden campagne met een affiche waarop alleen een oor stond afgebeeld. Er stond iets onder als de partij die luistert. En dat is precies het probleem. Politici luisteren zich suf, maar ze denken zo weinig na of proberen de achterban zo weinig van hun gedachten te overtuigen. Het geloof dat je mensen voor je standpunt kunt winnen lijkt verdwenen. Het is gesmoord in een managementbenadering. Het is: of de achterban te veel zijn zin geven of de eigen zin te fel doordrijven. In zo'n klimaat is het ook begrijpelijk dat Geke Faber zo lang heeft gezwegen over de dioxinen in de Belgische eieren en kippen. Ze geloofde niet dat ze én de consumenten op de hoogte kon stellen én ze duidelijk kon maken dat er op dit moment geen gevaar dreigt voor de volksgezondheid. Daarom is de stok achter de deur van een referendum zo noodzakelijk. Het dwingt politici om mensen te overtuigen van hun gelijk, in plaats van hun gelijk te implementeren. Als het vertrek van Apotheker ook het einde dichterbij brengt van het management-denken ten faveure van goede politieke discussies waarin mensen met verve hun standpunt verdedigen maar ook bereid zijn het bij te stellen na steekhoudende kritiek, is zijn politieke zelfmoord een klassiek voorbeeld van zinvol geweld.