Zitzak

Voor inlichtingen: Mimegezelschap Space, 020-6818426.
Rolverdeling had vroeger bij het toneel iets vanzelfsprekends. Een gezelschap was samengesteld uit verschillende soorten spelers, voornamelijk ingedeeld naar leeftijd en uiterlijk voorkomen. Oudere actrices speelden moederrollen of bediendes, de heldenrollen waren weggelegd voor jongere spelers met een slank postuur en een aantrekkelijk gezicht. Bij de film bepalen deze (ongeschreven) regels nog altijd het wereldbeeld dat we voorgespiegeld krijgen.

Op het Nederlandse theaterpodium wordt dit realisme in de rolverdeling al decennia lang ondergraven. Bij het Werktheater kozen de acteurs juist rollen die ver van hen af leken te staan. Jonge mannen speelden oude vrouwen, volwassen acteurs speelden kinderen. De acteurs van Maatschappij Discordia lieten vervolgens zien dat je ook zonder je kleding, stem of lichaamshouding te veranderen, in iedere huid kunt kruipen. Verwantschap met een personage is puur een mentale kwestie, en daarmee overwin je iedere fysieke barriere, was de bevrijdende boodschap.
Persoonlijke kenmerken van acteurs, zoals leeftijd en fysiek voorkomen, hebben daardoor op het podium een andere functie gekregen. Als er een oude vrouw meespeelt in een voorstelling, is dat niet omdat er een oude vrouw nodig was om het personage van een oude vrouw overtuigend neer te zetten. Die oude vrouw is op het podium uitgenodigd vanwege het verhaal dat zij met zich meedraagt. Het verhaal dat haar gerimpelde gezicht en haar trillende handen vertellen. Hetzelfde geldt voor kinderen op het podium. Kinderen zijn in de voorstellingen van volwassenen meestal niet meer dan pionnen. In het Medea- verhaal (en in mijn dagelijkse tv-soap The Bold and The Beautiful) dienen kinderen slechts als handelswaar tussen manipulerende volwassenen. Een eigen wereld hebben ze niet.
Precies het tegenovergestelde gebeurt er bij de drie kinderen in Moeder en kind, de succesvolle dansvoorstelling van Alain Platel. Zij brengen hun eigen grillige, springerige, schreeuwerige en fantasievolle kijk op de dingen met zich mee. En dat is een volwaardige tegenhanger van de blik waarmee de volwassenen in de voorstelling om zich heen kijken.
In Er moet iets zijn van Mimegezelschap Space is er een meisje op het podium uitgenodigd, als tegenspeelster van de twee ‘volwassen’ actrices. Claartje Michels en Petra Ardai, nog niet zo lang geleden afgestudeerd aan de Mime-opleiding, zijn helemaal niet zo oud, maar toch is er een duidelijk verschil tussen hen en de veertienjarige Nynke Gabeler. Het meisje heeft iets wat alle jonge meisjes hebben, en wat oudere meisjes onvermijdelijk verliezen. Een mengeling van zelfbewust en onbekommerd gedrag, het vermogen om met een been in het leven te staan en met het andere in een droomwereld waar alles draait om paarden en popzangers. Als het meisje aan het begin van de voorstelling het podium inricht met stukken zacht tapijt en met zitzakken, dan geloof je onmiddellijk dat dit haar wereld is, haar kamertje dat samenvalt met het universum.
Dat samenvallen van de dingen, dat is voor Claartje en Petra niet meer vanzelfsprekend. Zij zijn de samenhang kwijt, weten niet meer hoe zij in hun omgeving passen. Ze moeten zichzelf een houding geven, tegenover elkaar en tegenover het publiek. Ze voeren moeilijke gesprekken over niks, terwijl het jonge meisje neerploft in een zitzak en toekijkt of een dansje doet voor zichzelf. Ze doet nauwelijks iets, dit jonge meisje, maar ze geeft relief aan de moeizame zoektocht van de twee oudere meisjes naar de zin van het bestaan. Haar lichte aanwezigheid in deze kleine, mooie voorstelling deed me denken aan een uitspraak van de schrijver James Baldwin. Iemand had hem verweten dat hij cynisch werd, en Baldwin ontkende dat: 'Ik ben niet cynisch, want dat betekent dat ik geen hoop meer zou hebben. En dat kun je niet volhouden omwille van de kinderen. Alleen al voor de kinderen moet je altijd hoopvol zijn.’