Nederlandse rozenkwekers omzeilen hun belastingplicht in Kenia

Zo dicht bij de nul als mogelijk

Nederlandse kwekers die de bloemensector in Kenia domineren lagen al onder vuur omdat ze milieu- en arbeidsvoorwaarden schenden. Nu blijken ze ook hun Keniaanse belastingplicht te ontwijken. Toch geeft Fairtrade ze het predikaat ‘eerlijke handel’.

Rozenplukker in de kas van een van de kwekerijen bij het Naivasha-meer, 13 februari © Andrew Renneisen / Getty Images

Rond zoetwatermeer Naivasha, zo’n honderd kilometer boven Nairobi, kronkelt een brede weg. Luid toeterend verkeer schiet van de ene naar de andere kant om kuilen van soms een halve meter diep te vermijden. Chauffeurs van matatu’s, minibusjes, verkiezen vaak de greppels aan weerszijden van de weg, waar de kans op een klapband het kleinst is. Zo nu en dan duwt iemand met gevaar voor eigen leven een kruiwagen met stenen de weg op om een groef te dichten.

Moi South Lake Road steekt schril af bij de strakke asfaltwegen die er links en rechts op aangesloten zijn, beschermd door hekwerken en door bewakers met wapenstokken en geweren. Achter een van die hekken wappert een fiere Feyenoord-vlag. De rozenkwekerijen die zich tussen Moi South Lake Road en het Naivasha-meer genesteld hebben zijn veelal eigendom van Nederlandse boeren, en piekfijn in orde.

In Nederland nam de rozenteelt de afgelopen decennia spectaculair af: tussen 2000 en 2019 slonk het rozenareaal in Nederland van 932 hectare tot een schamele tweehonderd. Nederlandse telers verhuisden hun bedrijven naar Afrikaanse landen als Kenia en Ethiopië. Daar liggen arbeidslonen, energie- en waterkosten en grondprijzen fors lager en is het klimaat een stuk gunstiger dan in de polder. Rozen gedijen op zonlicht en warmte. Inmiddels is de snijbloem na thee het grootste exportproduct van Kenia en biedt de sector werk aan vijfhonderdduizend Kenianen. Tegelijkertijd lag de sector de afgelopen jaren onder vuur vanwege slechte arbeidsomstandigheden, grootschalig gebruik van giftige pesticiden en negatieve invloed van de kweek op het milieu.

Daar komt nu een probleem bij: Nederlandse tuinders ontlopen hun belastingplicht in Kenia, blijkt uit onderzoek van Investico, platform voor onderzoeksjournalistiek voor De Groene Amsterdammer en Trouw. Een tocht door registraties en jaarverslagen leert dat bloemenbedrijven lokale belastingen ontwijken door slimme trucs via exportbedrijven in Nederland en brievenbusmaatschappen in belastingparadijzen als de Kaaimaneilanden en de Britse Maagdeneilanden, Liechtenstein en Jersey. Andere verkopen hun oogst aan een zusterbedrijf in Nederland of Dubai voor een kunstmatig lage prijs, waardoor winst niet bij de Keniaanse kwekerij maar bij een buitenlandse entiteit valt waar de winstbelasting doorgaans veel lager ligt dan in Kenia.

Terwijl de kwekers belastinginkomsten onttrekken aan het land waar 36 procent van de bevolking in armoede leeft, zeggen ze wel eerlijke handel te propageren. Sterker nog, ruim de helft van de bedrijven die we onderzochten heeft een Fairtrade-certificaat. Certificeerders die ‘eerlijke handel’ tussen ontwikkelingslanden en het Westen willen bevorderen bestuderen weliswaar werk- en leefomstandigheden van arbeiders, maar hebben een blinde vlek voor belastingontwijking. Experts en ngo’s stellen dat belastinginkomsten juist voor arme landen als Kenia van ongekend belang zijn: het gemis ervan dupeert vooral zwakke groepen in de samenleving, zoals kinderen en vrouwen. ‘Fairtrade, dat is een oxymoron’, zegt Alvin Mosioma, directeur van Tax Justice Network Africa. ‘Er is niets eerlijk aan deze handel. Niet naar de werkers toe die de bloemen knippen, en ook niet naar de overheid.’

Podcast Investico

In deze aflevering van Speurwerk vertellen Investico-redacteuren Romy van der Burgh en Linda van der Pol over Nederlandse Rozentelers gevestigd in Kenia.

Deze kwekers lagen al eerder onder vuur omdat zij onder andere milieu- en arbeidsvoorwaarden schenden. Nu blijken zij ook massaal hun belastingplicht te ontlopen. Een onderwerp dat niet eerder werd blootgelegd door journalisten.

Luister nu

In de kleine aula van een basisschool in de Keniaanse plaats Naivasha proberen ouders een rood plastic stoeltje te bemachtigen. ‘Oserian Church’, staat er op de rugleuningen geschreven; ze zijn uit een nabijgelegen kerkgebouwtje gehaald en in keurige rijen gezet. Tijdens deze ceremonie worden de tien best presterende scholieren van het afgelopen jaar bejubeld. Een van hen mag zich zelfs bij de beste vijfhonderd leerlingen van het land scharen. Straks zullen journalisten zich rondom hem verdringen. Maar eerst gaat de schooldirecteur voor in gebed. In een adem dankt hij God én bloemenkwekerij Oserian.

Oserian is een megabedrijf met Nederlandse wortels. Het werd eind jaren zestig opgericht door de Heerlense ex-marinier en verdienstelijk pianist Hans Zwager en is nu een van de grootste exporteurs van rozen en snijbloemen in Afrika. Iedere dag worden er een miljoen rozen verwerkt. Een deel gaat per vliegtuig naar Schiphol om verhandeld te worden op de veiling in Aalsmeer, de rest wordt direct geleverd aan Europese supermarkten als Sainsbury’s. Er werken meer dan vierduizend werknemers in de kwekerij en honderden op de rest van Oserians landgoed.

Oserian is het uithangbord van de Keniaanse bloemenindustrie. Het bedrijf steekt flinke sommen geld in het beschermen van wilde dieren en op zijn terrein staan scholen, een ziekenhuis en woonhuizen voor het personeel. Oprichter Zwager werd gedecoreerd door de recent overleden oud-president Daniel Moi en in 2015 benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn pionierswerk in de Keniaanse horticultuur en zijn sociaal-verantwoorde wijze van ondernemen. Vanaf de Moi South Lake Road is er zicht op een paleis met witte torenspitsen die boven de boomgrens uitsteken – het behoorde ooit toe aan het Britse adellijke geslacht Delemère en wordt nu bewoond door de familie Zwager.

‘Ach, je verdwijnt in het leven daar’, zegt de 46-jarige Fredrick, oud-medewerker van Oserian, achter een bord met vis waarvan hij ook de ogen opeet. In de avondschemer loopt café Hotel Hollywood, enkele kilometers van de kwekerij, vol. De ruimte wordt verwarmd door kolenhoopjes waarop vers gevangen tilapia’s gebakken worden. ‘Oserian voorziet in alle voorzieningen. Als ik vakantie had, wist ik niet waar ik het zoeken moest, alsof er buiten het bedrijf geen wereld meer bestond.’

Bijna twintig jaar lang zorgde Fredrick, een gezette man in een ruimzittend trainingspak, ervoor dat de rozenknoppen bemest werden. Inmiddels werkt hij voor zichzelf: hij repareert en verhuurt fietsen. Bij het bloemenbedrijf werkte Fredrick aanvankelijk voor twaalfduizend Keniaanse shilling (circa 110 euro) in de maand, maar mensen met dat salaris werden er langzaam uitgewerkt, zegt hij. Nieuwe werknemers verdienen de helft minder.

Dat klopt, vertelt de nieuwbakken rozenknipper die we de volgende ochtend een lift geven. Zij krijgt maar 59 euro voor een maand werk. Een derde medewerker, die we spreken als we van de route afwijken tijdens een strak geregisseerde rondleiding door het sorteercentrum, spreekt van hetzelfde bedrag, dat ongeveer gelijk is aan het minimumloon voor ongeschoold personeel in Kenia.

Volgens FlowerCompanies.com zijn 21 Afrikaanse ondernemingen in de Kaaimaneilanden gevestigd. ‘Wat gek. Dit is een bug in de site.’ Na een paar uur zijn de adressen van de site verwijderd

Is dat sociaal ondernemen? Mary Kinyua, administratief directeur van Oserian, zegt in een reactie dat we anders moeten rekenen. Zij houdt één cijfer aan: het gemiddelde salaris van een Oseriaan, dat 167 euro zou bedragen.

In 2017 splitste Oserian het bedrijf op papier in tweeën. Sommige werkzaamheden, zoals het inpakken van rozen, werden ondergebracht in een nieuwe bv. Dat bedrijf onttrekt zich aan de sector-cao die een salaris van tienduizend shilling voorschrijft (91 euro). In de praktijk blijkt er weinig verschil in werknemers van het ene of het andere bedrijf. In de vaalgroene kassen, die zich uitstrekken zo ver je kijken kunt, lopen werknemers van beide bedrijven kriskras door elkaar. Beide groepen komen overigens bij lange na niet aan het door Hivos berekende leefbaar loon in Naivasha, dat op 2852 euro per jaar ligt. Desondanks gaat Fairtrade op dit moment akkoord met zowel het minimumloon als de sector-cao.

Nederlandse bloemenboeren trokken naar Afrika vanwege de gouden bergen die hun werden beloofd. Maar in Kenia is dat landschap inmiddels fors veranderd; ook daar stort de bloementeelt nu in. ‘Mijn zestien hectare in Nederland levert meer op dan de zeventig in Kenia’, zegt bloemenboer Arie van den Berg, die zowel in Nederland als in Kenia boert. Liggen Nederlandse rozen met Valentijnsdag nog voor een paar euro per stuk bij de bloemist, de Afrikaanse liggen bij Lidl voor een dumpprijs van 1,99 per bos. Soms liggen veilingprijzen zo laag dat het voordeliger is een vracht rozen te vernietigen dan op te moeten draaien voor de vliegkosten naar de veiling in het Nederlandse Westland.

Wereldwijd neemt de concurrentie toe en Afrikaanse landen proberen elkaar de loef af te steken. Buurland Ethiopië is aan een concurrentieslag begonnen door zogeheten tax holidays aan te bieden, en van een minimumloon is daar überhaupt geen sprake. Een ander pijnpunt is de belasting, die in Kenia hoog ligt voor buitenlandse ondernemers. De vennootschapsbelasting bedraagt 37,5 procent. Op een markt waar elke cent telt doen sommige bedrijven alles om onder die belastingdruk uit te komen, zo blijkt uit de val van ’s werelds (zelfbenoemde) grootste rozenproducent.

Een paar jaar geleden namen de voetbalteams Oserian F.C. en Karuturi Sports, gesponsord door en genoemd naar twee concurrerende rozenkwekerijen, het nog tegen elkaar op in de Premier League, de hoogste voetbaldivisie in Kenia. De ‘derby van Naivasha’ was een publiekstrekker. Maar de spelers van Karuturi Sports moesten in 2014 hun shirtjes inleveren. Ook het terrein van het Indiase bedrijf Karuturi ligt er sindsdien verlaten bij. De leegstaande ijzeren constructies reiken tot aan de horizon. Hier en daar plukt iemand een verdwaalde roos uit de verwilderde planten in de verlaten kassen.

Een oud-medewerker woont vijf jaar na het faillissement nog steeds in een hutje bij de ingang van het bedrijf, in de hoop dat hij de drie maanden loon die hij nog tegoed heeft, net als zijn opgebouwde pensioen, nog uitbetaald krijgt. ‘In de laatste maanden voordat de kwekerij sloot waren de werkomstandigheden erbarmelijk. Er was geen bescherming meer tegen de pesticiden en de mondkapjes die we op hadden waren niet eens echt geschikt voor stof, laat staan voor gif’, zegt hij.

Maar Karuturi werd niet opgedoekt vanwege het pesticidegebruik. Het bedrijf werd schuldig bevonden aan het ontduiken van ruim achttien miljoen euro aan belastingen. Hoewel Karuturi en de belastingdienst op een schikking van vier miljoen uitkwamen, bleek dat genoeg om het bedrijf over de kop te laten gaan. Rozen werden stelselmatig tegen een veel te lage prijs geëxporteerd naar een eigen bedrijf in Dubai, van waaruit ze verder over de markt verspreid werden. De Keniaanse tak draaide verlies, terwijl de tak in de Emiraten groene cijfers liet zien. Maar over die winst betaalde Karuturi geen belasting. De Verenigde Arabische Emiraten kennen geen inkomsten-, winst-, en dividendbelasting en geen importheffingen op doorvoergoederen. Terwijl in Kenia 37,5 procent belasting wordt geheven, is dit in Dubai nul procent.

Dubai is een nieuw belastingparadijs. De free zones, waar de voertaal Engels is en buitenlandse ondernemers volledig eigenaar van een bedrijf mogen zijn, rukken op. Ook drie Nederlandse kwekerijen in Kenia wisten de Emiraten al te vinden, blijkt uit verschillende jaarverslagen bij de Nederlandse Kamer van Koophandel, waaronder het omvangrijke Oserian, dat een logistiek centrum opende op het vliegveld van Dubai, de Airflo FZE (Free Zone Enterprise). Naast lage belastingen biedt Dubai verregaande vertrouwelijkheid aan bedrijfseigenaren. Jaarverslagen zijn geen verplichting en het opvragen ervan is onmogelijk. Daarom kunnen we niet met zekerheid zeggen of Oserian gebruikmaakt van dezelfde truc als Karuturi. Karuturi viel uiteindelijk door de mand doordat het als beursgenoteerd bedrijf in India meer informatie moest prijsgeven. De Nederlandse bedrijven hoeven dat niet, omdat ze niet op de beurs staan.

De inpakruimte van Oserian in Naivasha, 2013 © Clara Molden / Camera Press / HH

We komen de offshore handel en wandel van Nederlandse bedrijven voor het eerst op het spoor via database FlowerCompanies.com, opgericht door een Nederlandse ondernemer. Bij 21 Afrikaanse ondernemingen staat bij land van vestiging niet Kenia of Ethiopië, maar de Kaaimaneilanden; een zonnige plek, maar zonder ook maar één megakwekerij. ‘Geen idee hoe dit komt, wat gek. Dit is een bug in de website’, haast de oprichter te zeggen als we hem aan de lijn hebben. Na een paar uur zijn de adressen van de website verwijderd, maar hebben we via andere wegen ontdekt dat het gros van die bedrijven inderdaad vestigingen heeft in belastingparadijzen als de Kaaimaneilanden.

Bewijzen dat zij geen of weinig Keniaanse belasting betalen, is moeilijker. Volgens de wet hebben alle inwoners van Kenia het recht om gegevens van overheidsinstellingen en private bedrijven op te vragen. Omdat wij geen Keniaanse ingezetenen zijn, gaat een student belastingrecht voor ons op pad in Nairobi om jaarverslagen van Nederlandse kwekers in Kenia in te zien.

Bij zijn eerste bezoek aan de Keniaanse Kamer van Koophandel wordt hij gesommeerd zijn keuzes via internet door te geven en bij het tweede krijgt hij alleen een lege insteekhoes in zijn handen gedrukt. De derde keer krijgt hij eindelijk een echt dossier voor zijn neus, dat van Oserian. Voor de inzage legt hij ruim zes euro neer: een astronomisch bedrag voor veel Kenianen. Foto’s maken mag niet en camera’s moeten bezoekers daar inderdaad van weerhouden. Onze ‘informant’ is huiverig om zijn Google Glass-achtige brilletje te gebruiken. Al bellend met Nederland bladert hij het boekwerk door, dat een onafhankelijke audit van Deloitte bevat, waarin de omzet van Oserian over 2013 geraamd wordt op 2,7 miljoen euro. Onder de streep blijft er maar 3910 euro winst over op hun eigen jaarrekening, waar Oserian een kleine 1041 euro van afdraagt aan de belastingdienst.

We schrijven, geheel volgens de wet, een brief aan de Keniaanse Kamer van Koophandel waarin we vragen om kopieën van het dossier, maar de papieren die de Keniaanse student een paar dagen terug nog inzag, zijn opeens ‘zoek’. Ook het bedrijf zelf weigert elke informatie over zijn financiën over te dragen.

De familie Zwager, eigenaar van Oserian, bouwde afgelopen decennia een web van ondernemingen rondom de kwekerij die tezamen de gehele keten dekken: van kweek tot verkoop tot distributie. Een bedrijf in Nederland houdt zich bezig met de ‘sales en marketing van snijbloemen’, het Nederlandse bedrijf van Peter Zwager draaide in 2010 een bruto omzet van 47 miljoen euro. De meeste medewerkers werken, volgens LinkedIn, gewoon vanuit Kenia. Dat kan ook niet anders, want werkplekken zijn er in Amsterdam niet; het bedrijf werd ondergebracht bij trustkantoor Align.

Fairtrade focust zich op boeren en arbeiders, niet op belasting-constructies. Ook wordt gevreesd dat bedrijven niet meer meedoen als ze volledig inzicht moeten geven in hun boeken

Uiteindelijke belanghebbende van al die ‘Nederlandse’ bedrijven is Mavuno Group Holding Company Establishment, een trust in belastingparadijs Liechtenstein, dat opnieuw door een trustkantoor beheerd wordt. Geen land in Europa strijkt zo weinig belasting op als Liechtenstein, en het is er bovenal nogal intransparant. De enige twee aandeelhouders die we achterhalen zijn een bedrijf op hetzelfde adres in het vorstendom en een nabij de pittoreske haven van Road Town, de hoofdstad van de Britse Maagdeneilanden, dat weer eigenaar is van een hele reeks bedrijven, waaronder een vastgoedbedrijf in Florida.

Andere bedrijfstakken van Oserian lopen via een wirwar van vage aandeelhouders en directeuren ook steeds dood op paradijselijke eilanden waar jaarverslagen noch uiteindelijke eigenaren openbaar zijn. We zien Nieuw-Zeeland, de Bahama’s en Jersey. ‘We verkopen niets in Liechtenstein, we handelen er niet, we halen er zeker geen belastingvoordeel, het is gewoon een trust’, legt administratief directeur Mary Kinyua uit. ‘De eigenaar van Oserian, Peter Zwager, stopt er zijn vermogen in.’ Op de vraag hoe het komt dat Oserian in Kenia maar zo’n tweeduizend euro winst maakt, heeft ze geen antwoord.

‘Dit is super tekenend, hoor, het is heel duidelijk dat hier geprobeerd wordt om belasting te ontwijken’, zegt Vincent Kiezebrink van Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (Somo) als we de uitgetekende bedrijfsstructuur van Oserian voorleggen. ‘Het ziet eruit alsof ze het onderste uit de kan proberen te halen’, grinnikt hij. ‘Alle tax havens komen langs. Zoveel paradijzen heb je niet nodig om te ontwijken. Veel grote bedrijven zijn tegenwoordig met hun imago bezig: ze vestigen zich niet meer op de Bahama’s maar in Ierland of Cyprus, landen die wat minder heftig overkomen op het publiek, omdat die landen toch nog zo’n vijftien procent belasting zeggen te heffen. Dat bewustzijn zie ik hier niet terug. Het zou me niets verbazen als dit bedrijf denkt: hoe dichter bij de nul, hoe beter.’

R ond emigrerende boeren ontvouwt zich een wereld vol geslepen advocaten en accountants die hen wegwijs maken in Kenia en hun waar nodig aan landbouwgrond en belastingconstructies helpen. Een spil daarin is advocatenkantoor Raffman Dhanji Elms & Virdee. Advocaat Guy Spencer Elms, een van de drie naamgevers, is niet van onbesproken gedrag. Op internet is hij bekend als #DeanofCorruption en hij stond centraal in een veelvoud van corruptieschandalen, maar hij kwam steeds ongestraft de rechtszaal uit. De betichtingen spreekt hij stuk voor stuk tegen. In een ruzie om een stuk grond zou hij zich een crimineel kartel op de hals gehaald hebben dat hem, naar eigen zeggen, telkens weer in een kwaad daglicht stelt.

Elms zegt zelf de tax planning van verschillende Nederlandse kwekerijen te regelen, ook helpt hij boeren aan landbouwgrond. Als we hem de offshore constructies voorleggen zegt hij: ‘Mensen denken meteen aan iets slechts als ze horen over een trust in Liechtenstein of op de Britse Maagdeneilanden, maar vaak is het gewoon een wijze van “estate planning”, trusts zijn niet per se een slechte zaak.’

De eigenaars van bloemenbedrijf Primarosa, dat nog altijd een Fairtrade-certificaat draagt, van wie Elms advocaat is, werden echter veroordeeld voor het ontwijken van miljoenen aan belasting via een offshore constructie met de Britse Maagdeneilanden. Het paradijselijke bedrijf zou hoge leningen hebben uitgegeven aan de Keniaanse kwekerij. Daarover betaalde het Keniaanse bedrijf zoveel rente dat er in Kenia geen winst meer werd behaald.

‘Tax is Life!’ is de slogan van de viering van honderd jaar inkomstenbelasting in Kenia. Het luxueuze Safari Park Hotel in Nairobi is de locatie van de belastingconferentie, georganiseerd door de Universiteit van Nairobi. Joan, een studente in de zaal, haalt een beltegoedbonnetje uit haar tas en wijst naar de zestien procent btw. ‘Dit is waarom ik belasting zo belangrijk vind. Belasting kan Kenia uit de modder trekken’, zegt ze. Studenten geven belasting een bijna activistisch parfum, ze zien het als de toekomst. Waar die verandering moet plaatsvinden is iets waar iedereen het over eens is: bij de overheid.

Belastinggoeroe en hoogleraar fiscaal recht Attiya Waris stelt het belang van en de problematiek rond het belastingstelsel in Kenia, en in algemenere zin in heel Afrika, aan de kaak: volgens de oeso, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, mist Afrika jaarlijks 46 miljard euro aan belastinginkomsten door ontwijkende multinationals. De Verenigde Naties ramen dat bedrag zelfs op 92 miljard euro. Waris deed zelf lange tijd onderzoek naar bloemenbedrijven in het land. ‘Kenia staat zijn grond af aan buitenlandse ondernemingen, maar de winst die zij maken valt elders. Het is geen win-winsituatie.’

Het Nederlandse Berg RoseS kreeg vorig jaar met terugwerkende kracht 1,8 miljoen aan inkomstenbelasting opgelegd. Het bedrijf werd er door de Keniaanse belastingdienst van beticht samen te spannen met het moederbedrijf in Nederland. De Keniaanse tak zou het gros van de bloemen voor extreem lage prijzen aan het moederbedrijf verkopen, zodat de winst niet in Kenia maar in Nederland valt. De rechtszaak loopt nog, want eigenaar Arie van den Berg vocht de kwestie aan. ‘Wij zorgen ervoor dat we vijftig procent winst in Kenia en vijftig procent in Nederland maken. Dat lijkt ons eerlijk. Als we deze zaak verliezen, is dat de doodsteek voor ons bedrijf.’ Een beetje wrang is het wel. Van den Berg ziet bedrijven die de winst wegsluizen naar offshore trusts en daar volgens hem nooit iets over horen.

‘Niet alleen in de sector, ook bij de overheid wordt enkel gedacht in termen van winst, niet aan wat goed is voor het land’, zegt belastingexpert Waris aan het eind van de viering. Ze trekt haar kleurrijke sjaal iets strakker om haar schouders en gaat op fluistertoon verder wanneer een duo gewapende bewakers langsloopt. Het zou een morele verplichting moeten zijn om belasting af te dragen in een land waarvan je de grond, het water en de mensen gebruikt, vindt ze. Maar het toezicht op de bloemensector laat vaak te wensen over omdat het bedrijfsleven en de politieke elite verweven zijn – een ander woord voor corruptie. Dat werd bijvoorbeeld duidelijk toen in de Panama Papers Sally Jemngetich Kosgei, destijds minister van Agricultuur en eigenaar van een bloemenkwekerij, de winst van dat bedrijf via Mauritius in Londens vastgoed investeerde.

Eerlijke handelorganisaties zien belastingmoraal niet als hun verantwoordelijkheid. Het voorblad van een recente uitgave van Fairtrade International wordt nota bene gesierd door een foto van kwekerij Waridi Limited, dat nagenoeg volledig in handen is van een bedrijf op de Maagdeneilanden. Nederlandse kwekerijen in Kenia zijn vrijwel allemaal in bezit van het Fairtrade-keurmerk dat staat voor goede voorwaarden.

‘Oserian verkoopt veertien procent van zijn productie als Fairtrade-roos’, zegt Tara Scally, woordvoerder van Fairtrade Nederland. Een deel van de opbrengst van Fairtrade-rozen, die vaak duurder zijn, vloeit terug in een potje waar werknemers van de boerderij zelf over kunnen beschikken. Dat steken ze bijvoorbeeld in onderwijs of in het salaris van een arts.

De focus van Fairtrade is gericht op de positie van boeren en arbeiders, zegt Scally. Belastingconstructies zijn daar geen onderdeel van. Belastingonderzoek vergt bovendien veel specialistische kennis en geldmiddelen, zegt ze. En ze vreest dat bedrijven niet meer aan het programma meedoen als zij volledig inzicht moeten geven in hun boeken. ‘De consequentie daarvan kan zijn dat arbeiders een deel van hun inkomen verliezen. Dat zien we logischerwijs liever niet.’

Een belachelijke redenering, vindt Alvin Mosioma van Tax Justice Network Africa. ‘Een Fairtrade-label dragen terwijl je je belasting niet betaalt?’ Mosioma beschouwt Fairtrade als een marketing-gimmick. ‘Mensen kopen geen roos met bloed eraan. Social responsibility is onderdeel van het brand van deze bedrijven. Ze bouwen ziekenhuizen, scholen. Dat geeft de consument, die zo’n roos koopt, een goed gevoel – het idee dat ze iets bijdragen aan de ontwikkeling van zo’n land. Niets staat verder af van de waarheid. Die mensen werken onder zeer precaire omstandigheden en voor een minimumloon. Het is nogal paternalistisch: je geeft ze banen en een school. Maar je koopt er de mensen ook mee om. Die zijn blij met zo’n investering. “Kijk eens”, zeggen ze dan tegen de overheid, “dit bedrijf zorgt voor ons. Dat doet de overheid niet.” Nee, het land heeft daar geen geld voor, ook omdat dezelfde bedrijven aan agressieve tax planning doen.’


Dit artikel is onderdeel van het Money Trail Project dat wordt ondersteund door de Nationale Postcode Loterij