Syrië, provincie Deir ez-Zor, 2019. Vrouwen vluchten uit Al-Baghuz Fawqani, het laatste bolwerk dat de Syrische Democratische Strijdkrachten heroverden op Islamitische Staat © Lorenzo Meloni / Magnum / ANP

Het levensverhaal van Laura H. is nog altijd een hit. Mensen krijgen maar geen genoeg van het relaas over de vrouwelijke uitreizigster die na een klein jaar bij Islamitische Staat (IS) wist terug te keren naar Nederland. Journalisten berichtten volop over haar. NRC-journalist Thomas Rueb schreef de bestseller Laura H. over het ‘kalifaatmeisje’. Toen kwam de podcast. Laura H. had publieke optredens: kro-ncrv betaalde haar vierhonderd euro voor een tv-kerstinterview met Margriet van der Linden. Toneelgroep Oostpool maakte een voorstelling, die in april via een stream-opvoering is te zien, nu de tournee vanwege de lockdown is afgelast. En dan moet de ‘spannende’ zesdelige tv-serie nog komen.

‘Dit adembenemende verhaal is door Thomas Rueb zó meeslepend opgeschreven, dit schreeuwt om een verfilming’, aldus de producenten Monique Busman en Michiel van Erp, die met klinkende champagneglazen samen met auteur en uitgever op de foto gingen toen ze de filmrechten kochten. Een tafereel dat geheel is losgezongen van de schokkende werkelijkheid van het kalifaat, waar IS met extreem geweld christenen, moslims, opposanten, jezidi’s en andere groepen vervolgde. De slachtoffers werden op gruwelijke wijze vermoord, verkracht, gemarteld, verdreven en tot kindsoldaat en slaaf gemaakt.

Het Yazidi Legal Network (yln) ziet het met lede ogen aan, al die aandacht voor iemand die zich ophield in het dadercircuit, terwijl de jezidi’s en andere slachtoffers die zo hebben geleden uit beeld blijven. ‘We zien amper slachtoffers als het gaat om het conflict in Syrië en Irak, maar we zien wel een uitgereisd meisje Laura H. dat van alles op de Nederlandse televisie mag vertellen. Dat is erg jammer’, zegt jurist Noa de Vries, die verbonden is aan het yln, dat bestaat uit jezidi’s, wetenschappers, mensenrechtenactivisten en juristen en zich inzet voor gerechtigheid voor deze zwaar vervolgde religieus-etnische groep, die slachtoffer werd van genocide.

De kans is groot dat Nederlandse IS-gangers niet alleen getuige zijn geweest van misdrijven, maar er ook bij betrokken waren. ‘Als je kijkt naar de uitreizigers, waar ze allemaal zijn geweest in Syrië en Irak, dan is het statistisch bijna onmogelijk dat niemand van hen in contact is geweest met slachtoffers zoals jezidi’s, kindsoldaten of slaven’, stelt Hope Rikkelman, medeoprichter en juridisch coördinator van het yln. Vijf onderzoekers van het netwerk bestudeerden in dat kader gedurende een half jaar open source-informatie – vooral het boek, de rechtszaak en media-berichten – over Laura H. en haar omgeving in het kalifaat om zich een oordeel te vormen. Het team stelt dat het door haar vertelde verhaal een ‘geromantiseerde versie’ is, die vele vragen oproept.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch journalist Tjitske Lingsma over de vervolging van terugkeerders uit Syrië en Irak en het vinden van bewijslast voor hun eventuele oorlogsmisdaden. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

Wie was deze jonge vrouw uit Zoetermeer? Laura H. had een moeilijke jeugd, groeide op met een broertje dat ernstig ziek was, voelde zich niet gezien door haar gescheiden ouders, ontspoorde, manipuleerde, werd tienermoeder, bekeerde zich tot de islam en trouwde met Ibrahim die haar zwaar mishandelde en met wie ze een zoontje kreeg. In september 2015, als het IS-terreurbewind al ruim een jaar over het zelfbenoemde kalifaat heerst en de wereld heeft laten zien tot welke wreedheden het in staat is, vertrekken Ibrahim en Laura met twee jonge kinderen naar de terroristische heilstaat om zich in de Iraakse stad Mosul te vestigen.

Vaststaat dat Laura H. er welbewust voor heeft gekozen om naar het kalifaat te gaan. Uit chatberichten blijkt dat ze met haar kinderen wil leven onder de wetten van de islam. Als ze de eerste IS-vlag in Syrië ziet, krijgt ze kippenvel. Laura H. is niet tegen haar zin door echtgenoot Ibrahim meegevoerd. ‘In de media lezen we af en toe het verhaal dat ze per ongeluk in IS-gebied terecht is gekomen. Maar dat is onwaar. Ze heeft het vertrek zelf geïnitieerd’, stelt Noa de Vries. Laura H. verkeert er in een extremistisch milieu van vrienden en kennissen, constateert het yln-team.

Het stel behoort tot de 305 personen die met ‘jihadistische intenties’ naar Syrië en Irak reisden. Het ‘leeuwendeel’ sloot zich aan bij IS, aldus de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Een derde is vrouw. Zo’n 105 uitreizigers zijn gesneuveld. Van de ongeveer 65 terugkeerders is Laura H. de eerste vrouw die het lukte naar Nederland te komen. Wat aanhangers van jihadistische groepen in Syrië en Irak exact hebben gedaan, blijft vaak onduidelijk. Ook de yln-onderzoekers hebben geen harde bewijzen gevonden dat Laura H. persoonlijk concrete misdrijven heeft gepleegd.

Maar zelfs bij de hoos aan aandacht heerst nog altijd twijfel of zij slachtoffer, dader, meeloper of leugenaar is. Die ongrijpbaarheid draagt bij aan de fascinatie voor haar. Journalist Rueb looft in zijn dankwoord haar ‘onbevreesde, onbegrensde openheid’. Het boek maakt echter geen einde aan de onzekerheid omtrent wie zij is. Omdat Rueb ‘te zeer met haar meebeweegt’, stelt De Vries.

Het leven in het kalifaat valt Laura H. tegen. Het gezin woont in een krot. De bombardementen nemen toe. Ze zit veelal binnen, waar ze door Ibrahim wordt mishandeld. Toch wil Laura H. aanvankelijk bij IS blijven. Ze vindt dat mensen die foute dingen doen ‘opgeruimd’ mogen worden. Mosul is in haar ogen best een gezellige stad met winkels, markten, restaurants, koffiehuizen, een speeltuin, een pretpark, busstation, internetcafé, een zaakje waar je smoothies en vruchtensappen koopt en moskeeën. En een ijssalon ‘waarvan de eigenaar Ibrahim al zwaaiend herkent’, schrijft Rueb.

Het is echter opvallend dat de context, het IS-terreurbewind zelf en de verschrikkelijke misdrijven vrijwel niet expliciet in het boek aan bod komen. Wat naïef bespreekt Laura H. met Ibrahim en buren een kwestie waar ze weleens van heeft gehoord, dat vrouwen als seksslaven worden gehouden. Ze kan het nauwelijks geloven of begrijpen, en al snel gaat het weer over haarzelf en het feit dat ze hoofdluis heeft. Verderop blijkt dat de brute man van haar vriendin Rojin vóór hun huwelijk een slavin zou hebben gehad die hij verkrachtte als ze ‘ongehoorzaam’ was. De Vries noteert: ‘Laura H. geeft veel weg over wat anderen hebben gedaan, die daardoor in de problemen kunnen komen. Maar zelf blijft ze er behendig van weg.’

Ibrahim zou bommenmaker in een wapenfabriek zijn. Op een foto in het boek staat hij met een automatisch geweer in handen. Hij krijgt een training en is geregeld weg, waarschijnlijk om te strijden. Hij wil ‘kuffar’, ongelovigen, ‘afmaken’. Uiteindelijk vindt Ibrahim een luxe villa voor zijn gezin. Tegenover het huis van een hoge IS’er, zo ontdekte het yln-onderzoeksteam. Als hij het huis aan Laura H. laat zien, komt hij echter niet netjes met de sleutel aanzetten, maar trapt met de man van Rojin de poortdeur in. Ze betrekken de villa, die vol spullen staat. Op zolder ontdekken ze kleding, foto’s en schoenen. De vorige eigenaren hebben alles achtergelaten. Als Laura zich afvraagt waar de bewoners zijn, antwoordt Ibrahim dat ze er maar beter niet over kan nadenken.

Dit is zo’n episode die bij het yln-team alarmbellen doet afgaan. Als een woning tijdens een gewapend conflict niet van de vorige bewoners is gekocht of overgenomen, maar als zij zijn verjaagd of vermoord en het huis vervolgens is buitgemaakt, kan het innemen als oorlogsmisdrijf worden aangemerkt. Opvallend is hoeveel explicieter Laura H. is over Rojin en haar man die net als andere ‘moedjahedien’ een huis hebben ‘gekregen’ zoals het was achtergelaten door ‘gevluchte of vermoorde kuffar’. Ruebs boek vertelt vooral Laura’s verhaal. De dialogen met haar man, de gesprekken die ze voert en het leven in IS-gebied zijn gebaseerd op haar herinneringen. ‘Het gaat om haar beleving’, zegt De Vries. ‘Ook de spectaculaire vlucht uit het kalifaat, waarbij Ibrahim gewond raakt en achterblijft als ze onder een regen van kogels de grens weten te passeren, is daar een mooi voorbeeld van. Rueb probeert bewijs te verzamelen dat dit gebeurd is, maar is daarbij blind voor alternatieve scenario’s. Hij tracht het op punten te checken en aspecten te objectiveren, maar hij volgt enkel haar perspectief’, aldus De Vries. ‘Het boek erkent niet haar daderschap, maar benadrukt haar rol als slachtoffer van haar man en de situatie waarin zij terecht zou zijn gekomen.’

Bij aankomst op Schiphol op 1 augustus 2016 wordt Laura H. meteen gearresteerd. Het Openbaar Ministerie houdt er rekening mee dat ze is teruggekeerd om een aanslag te plegen. Ze wordt vastgezet op de terroristenafdeling van de penitentiaire inrichting Vught. Laura H. is de eerste vrouwelijke IS-ganger die wordt berecht. Op 13 november 2017 veroordeelt de rechtbank haar tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan dertien maanden voorwaardelijk, voor ‘voorbereidings- en bevorderingshandelingen’ die het plegen van terroristische misdrijven ondersteunen. De rechters stellen dat ze wist dat Ibrahim deelnam aan IS, dat gruwelijke terroristische misdrijven pleegde, en ze ‘heeft haar man aldus gefaciliteerd’. Het vonnis verwijst naar de ernstige mensenrechtenschendingen door strijdgroepen als IS, zoals standrechtelijke executies, moord, marteling en verminking van krijgsgevangenen en burgers. ‘De verdachte is aan dit alles geheel voorbijgegaan en heeft totaal geen oog gehad voor het onbeschrijfelijke leed dat velen in het strijdgebied treft’, aldus de rechtbank.

Momenteel verblijven nog 135 uitreizigers in het buitenland: 110 in Syrië (van wie veertig in Koerdische kampen/detentie en dertig bij jihadistische groepen), twintig in Turkije en vijf in andere gebieden. Deskundigen geloven niet dat er een internationaal tribunaal komt waar ook Nederlanders worden berecht. ‘Je kunt Syrië-gangers beter terughalen, hier berechten en rehabiliteren’, stelt Christophe Paulussen, senior researcher bij het Asser Instituut en het International Centre for Counter-Terrorism (icct) in Den Haag.

Dat vrouwen als seksslaven worden gehouden? Laura kan het nauwelijks geloven of begrijpen, en al snel gaat het weer over haarzelf en het feit dat ze hoofdluis heeft

Ook het OM en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid pleiten daarvoor. Het is hoe dan ook noodzakelijk dat de ruim 215 kinderen naar Nederland komen. ‘Er zijn meer risico’s bij volwassenen’, zegt Paulussen, maar ‘de kampen waar ze nu zitten, zijn een zeef. Mensen ontsnappen en verdwijnen van de radar. Terughalen is de beste optie, niet alleen om internationaal-rechtelijke of morele redenen, maar ook voor onze veiligheid op de lange termijn. Maar de politiek wil het niet, men is bang voor het risico dat een terugkeerder een aanslag pleegt.’

Het OM heeft over de strijders en aanhangers die naar Syrië en Irak vertrokken strafdossiers opgebouwd zodat ze bij terugkomst kunnen worden aangehouden. Tot nu toe draait het in deze zaken, die onder de afdeling Contra-terrorisme, Extremisme en Radicalisering (cter) van de politie vallen, vooral om de vraag of kan worden aangetoond dat een verdachte bij een terroristische organisatie zat. ‘Je hoeft niet te bewijzen wat een bepaalde persoon precies heeft gedaan in Syrië of Irak, maar “alleen” dat hij of zij lid was van een terroristische organisatie’, legt Paulussen uit.

Deze benadering heeft voordelen. ‘De bewijslast is lager dan bij andere misdrijven. Als je naam alleen al op de lijst van IS staat, ben je de sjaak. Ook als je op Facebook hun posts deelt en liket, kun je al tegen de lamp lopen’, zegt Thijs Bouwknegt, onderzoeker bij het niod en docent holocaust en genocide studies aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Het is heel begrijpelijk dat aanklagers inzetten op lidmaatschap van een terroristische organisatie, want zo kun je vrij gemakkelijk mensen tijdelijk wegzetten. Het werkt relatief goed. Ook al zijn de straffen die ze krijgen vaak niet meer dan vijf à zes jaar’, zegt Paulussen.

Opmerkelijk genoeg zegt het OM niet te kunnen helpen met cijfers over het aantal uitreizigers dat tot nu toe door Nederland is berecht. Op zich worden alle terugkeerders sinds 2015 vervolgd, aldus een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Maar het merendeel van de 65 terugkeerders kwam al eerder, in 2013 en 2014, naar Nederland. Het is niet voor te stellen dat justitie geen informatie heeft over het aantal terugkeerders dat al dan niet is vervolgd, aangezien zij, in de woorden van de aivd, ‘een belangrijk onderdeel van de bredere jihadistische dreiging tegen Nederland’ vormen.

Er zitten ook nadelen aan de terrorisme-lidmaatschap-aanpak, want het strafrechtelijk onderzoek is daarbij minder gericht op de concrete misdrijven die deze personen in Syrië en Irak mogelijk hebben gepleegd. ‘Velen presenteren zich als slachtoffer en stellen dat ze onder valse voorwendselen zijn afgereisd. Mannen zeggen dat ze zich bezighielden met juist vredelievende activiteiten, zoals het verzorgen van gewonden, of voor de verkeerspolitie werkten’, vertelt Pieter Nanninga, universitair docent Midden-Oosten-studies aan de Rijksuniversiteit Groningen. De terugkeerders komen ermee weg.

Jezidi’s die tot slaaf gemaakt werden door IS vluchten uit Al-Baghuz Fawqani en verbranden hun nikab. Syrië, 2019 © Lorenzo Meloni / Magnum / ANP

De beperktere focus, waardoor niet duidelijk wordt of zij meer op hun kerfstok hebben, is niet alleen een probleem voor de Nederlandse samenleving. Het is vooral ondraaglijk voor slachtoffers die geen uitzicht hebben op waarheid of gerechtigheid. De Iraakse jezidi-mensenrechtenactivist Nadia Murad Basee Taha, die in 2018 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, zei daarom ‘dat het heel belangrijk is dat een misdadiger voor specifieke misdrijven, zoals oorlogsmisdrijven of genocide, wordt berecht’, aldus Christophe Paulussen.

Het yln pleit hier eveneens voor. ‘Onze lobby is, vooral ook vanuit slachtofferperspectief, dat je bij terugkeerders ook moet kijken naar internationale misdrijven’, zegt Hope Rikkelman. Anders komen jezidi-zaken bijvoorbeeld nauwelijks op gang. Meer samenwerking is daarvoor noodzakelijk. Om te beginnen tussen de contraterrorisme-afdelingen bij justitie en politie en de speciale teams die zich op internationale misdrijven richten, stelt ze. In een reactie stelt het Landelijk Parket dat die samenwerking – ‘dat ligt ook wel voor de hand’ – er al is.

Er is bij deze zaken ‘aandacht’ voor internationale misdrijven, aldus de persvoorlichter van het Landelijk Parket. Onder deze verzamelnaam vallen genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. Concreet gaat het om gewelddadigheden als moorden, verkrachtingen, martelingen, deportaties en slavernij. Als internationale misdrijven zich in het buitenland hebben voorgedaan, kan Nederland deze vervolgen als de verdachte een Nederlander is of zich in Nederland bevindt, of als het slachtoffer een Nederlander is. Nederland heeft een IM-justitiezuil (Internationale Misdrijven) opgetuigd met speciale teams bij de politie en het OM, gespecialiseerde rechters en rechter-commissarissen, waarbij de rechtbank Den Haag deze processen altijd doet. Nederland vervolgde verdachten die internationale misdrijven pleegden in landen als Afghanistan, Rwanda, Irak, Democratische Republiek Congo, Ethiopië en Liberia.

Het zijn complexe zaken die veel tijd en expertise vereisen. ‘Het onderzoek naar bewijs is bij deze zaken altijd een extreem grote uitdaging’, zegt niod-onderzoeker Bouwknegt. Als het gaat om het recente strijdtoneel in Syrië en Irak kunnen Nederlandse politiefunctionarissen geen onderzoek ter plekke doen. Uiteraard kon geen rechtshulpverzoek aan IS worden gedaan. Het is niet alleen een absurde gedachte, maar het zou ook levensgevaarlijk zijn geweest omdat het kalifaat werd gebombardeerd door een door de VS geleide internationale coalitie, waar Nederland eveneens aan deelnam. Verder werkt Nederland niet samen met het Syrische regime van Bashar al-Assad.

‘Het is minder moeilijk in gebieden onder controle van de Koerden zoals in Noord-Syrië en Noord-Irak. Maar dat zijn nog altijd high risk areas, waar ook jihadistische groepen actief zijn’, stelt Pieter Nanninga. Mogelijk zijn er afspraken te maken met de Iraakse autoriteiten in Bagdad, maar die hebben wel wat anders aan hun hoofd. ‘In Irak is een Nederlands strafproces niet prioriteit nummer één. Als steden in puin liggen en er geen elektriciteit is, is zo’n strafproces niet zo belangrijk als wij hopen.’ Overigens kon er wel onderzoek worden gedaan naar de luchtaanval met de Nederlandse F-16 op de Iraakse stad Hawija, waarbij tientallen burgers omkwamen.

‘De chaos in post-conflictsituaties maakt het ook nog eens moeilijker om te bepalen wat individuen hebben gedaan’, zegt Paulussen. Nanninga vult aan: ‘Veel mensen hebben de regio verlaten. Bovendien zaten uitreizigers soms bij andere groepen en kwamen ze daarna bij IS. Of omgekeerd.’ Verder gaat het om landen met andere culturen. ‘Dus je spreekt de taal niet’, zegt Bouwknegt. Hoe ga je te werk? Wat zijn de omgangsvormen? Hoe vind je slachtoffers en getuigen die willen en durven praten? Waar kun je hen veilig spreken? In buurlanden is dat ook niet altijd mogelijk. Wat zijn de mogelijkheden als de informatie in Irak is, terwijl het slachtoffer en de verdachte in verschillende Europese landen zitten. Over IM-zaken in het algemeen zegt niod-onderzoeker Bouwknegt: ‘Er zijn talloze valkuilen en obstakels. Er zijn zoveel factoren die het rondkrijgen van een zaak op basis van overtuigend bewijsmateriaal extreem lastig maken.’

Maar volgens Rikkelman laat justitie ook kansen liggen. Het speciale politieteam internationale misdrijven is weliswaar ‘ontzettend trots’ op de relatie met mensenrechtenorganisaties, ‘maar ik werk voor drie verschillende ngo’s en het contact komt meestal vanuit ons. Ik snap het ergens wel, het heeft ook te maken met de capaciteit bij de politie. Maar het is erg eenrichtingsverkeer.’

Het Yazidi Legal Network zou juist ‘een brugfunctie kunnen vervullen’, stelt juridisch coördinator Rikkelman. ‘Wij hebben contacten met lokale ngo’s in Irak en met unitad’, zegt ze, verwijzend naar het United Nations Investigative Team to Promote Accountability for Crimes Committed by Da’esh/isil dat in Irak bewijs van misdrijven door IS verzamelt. ‘Als de taal, cultuur en omgangsvormen een drempel vormen, dan kunnen wij die juist wegnemen. Slachtoffers zijn vaak bang voor de politie en vertrouwen justitie niet, maar ons wel’, aldus Rikkelman.

Een van haar researchers is gestationeerd in het noorden van Irak, waar organisaties werken aan gerechtigheid. Zij hebben informatie over daders, slachtoffers en getuigen, terwijl de Nederlandse justitie en politie daar mogelijk naar op zoek zijn, maar dat niet kunnen laten weten omdat ze geen namen doorgeven. ‘Het gebeurt nu amper, maar die twee circuits moeten veel meer informatie gaan uitwisselen. Als yln kunnen we daar een bemiddelende rol bij spelen’, zegt Rikkelman. ‘Daar waar mogelijk wordt samengewerkt met ngo’s,’ stelt het Landelijk Parket in een reactie. Inmiddels is Rikkelman positiever gestemd. Onlangs hebben het OM en de politie gezegd dat ze een bijeenkomst willen plannen met het yln om meer samen te werken. ‘Kijk naar Duitsland, ik denk dat ze daar succesvoller zijn omdat ze veel actiever met ngo’s samenwerken’, zegt ze.

‘Velen presenteren zich als slachtoffer. Mannen ­zeggen dat ze zich bezighielden met juist vredelievende activiteiten, zoals het verzorgen van gewonden, of voor de verkeerspolitie ­werkten’

In Duitsland vinden de eerste processen wereldwijd plaats tegen IS’ers die verdacht worden van internationale misdrijven tegen de jezidi-minderheid. De Duitse Jennifer W. vertrok in 2014 naar het kalifaat waar ze met de Iraakse IS’er Taha A. trouwde. Het stel kocht de ontvoerde jezidi Nora en haar dochtertje als huisslaaf. Toen het meisje in bed had geplast, strafte Taha A. de kleuter door haar in de verzengende hitte van 45 graden aan een raam vast te ketenen. Het meisje stierf van de dorst. De echtgenoot staat terecht voor genocide en uitreizigster Jennifer W. is oorlogsmisdrijven ten laste gelegd omdat ze niets deed om haar man tegen te houden of het meisje te redden. Er lopen meer zaken.

Verder is Rikkelman enthousiast over de structural investigations die de Duitse federale aanklager heeft geïnitieerd. Deze brede onderzoeken zijn niet gericht op individuele verdachten, maar op de structuren en de context waarin misdrijven worden gepleegd. Na het begin van de Syrische Lente in 2011 werd zo’n structuuronderzoek gestart naar geweld door het Assad-regime en terreurgroepen. In 2014, toen de jezidi’s door IS werden aangevallen, werd een structuuronderzoek geopend naar de misdrijven tegen deze minderheid. ‘Daarin wordt keurig uiteengezet wat er in Irak en Syrië is gebeurd. Het biedt een tijdlijn van de gebeurtenissen, een overzicht van de betrokken partijen en een uitleg over hoe alles in elkaar zit’, zegt Rikkelman. Het onderzoek biedt de Duitse justitie een enorme informatievoorsprong, stelt ze.

Het yln heeft een database opgezet, alsmede een structuuronderzoek, met informatie uit online artikelen en rapporten over de context van het geweld tegen de jezidi’s. De database kan rechercheurs die bijvoorbeeld de terugkeerders interviewen helpen om context te geven.

Ondanks de problemen en gemiste kansen zien deskundigen een kentering. ‘Er is een omslag naar meer aandacht voor internationale misdrijven’, zegt Paulussen. Het is ook een kwestie van een bredere blik. Een foto kan bewijs zijn dat iemand lid was van een terroristische organisatie, maar voor IM-experts kan diezelfde foto ook duiden op oorlogsmisdrijven. Er komen meer mogelijkheden. ‘Dus je kunt verwachten dat aanklagers nieuwe aanklachten willen uitproberen’, stelt de Asser-onderzoeker.

Het digitaal rechercheren naar sociale media werpt al vruchten af. In diverse Europese landen zijn uitreizigers in ‘selfies and posing’-zaken veroordeeld. Een van hen is de Nederlandse Syrië-ganger Oussama A., die op de IS-loonlijst stond als lid van een sniperbataljon. Tijdens zijn verblijf in Syrië poseerde hij lachend naast een geëxecuteerde Iraakse man die aan een kruis was gehangen, waarna hij de foto via Facebook verspreidde. Het aantasten van een overleden persoon ‘in zijn persoonlijke waardigheid’ tijdens een gewapend conflict is een oorlogsmisdrijf, betoogde het OM.

Voor het onderzoek hoefde het OM niet af te reizen naar moeilijk gebied, maar bracht de computer uitkomst. Via geolocating wist de politie de herkenningspunten op de foto’s, zoals een straaljager die op een voetstuk staat, een lantaarnpaal en een minaret, te vergelijken met andere foto’s, video’s en satellietbeelden. Zo ontdekte de politie dat de executie en kruisiging plaatsvonden in Abu Kamal in Syrië. Ook werd de naam van het slachtoffer achterhaald. Eind juli 2019 werd Oussama A. als eerste Nederlandse IS’er niet alleen veroordeeld voor deelname aan een terroristische organisatie, maar ook voor een oorlogsmisdrijf – vanwege de lachende pose. Oussama A. kreeg een totale celstraf van 7,5 jaar, door het Haagse gerechtshof in de beroepszaak eind januari 2021 verlaagd naar zeven jaar.

Er zijn bovendien nieuwe internationale instanties die mogelijkheden bieden. De Commission for International Justice and Accountability (cija) is een ngo die in moeilijk toegankelijke gebieden bewijs verzamelt, het materiaal op een veilige locatie opslaat, analyseert en beschikbaar stelt. Zo bood de cija steun aan meer dan tien landen die IS-leden vervolgen. Ook in de rechtszaak tegen Oussama A. droeg de cija bewijs aan.

Op 21 december 2016 richtten de Verenigde Naties de International, Impartial and Independent Mechanism (iiim) op om informatie en bewijs te verzamelen betreffende internationale misdrijven sinds 2011 gepleegd in Syrië, niet alleen door IS maar ook door andere strijdgroepen en het regime. Het doel is om nationale en internationale rechtbanken te assisteren bij de vervolging van verdachten. Het iiim kreeg tot nu toe van elf landen in totaal 66 hulpverzoeken.

In Irak richt unitad zich op drie dossiers: het geweld tegen de jezidi’s; het executeren van minderheden, seksueel geweld en geweld tegen kinderen in Mosul (zo gezellig was het niet in de stad waar Laura H. verbleef); en het bloedbad in 2014 waarbij Iraakse soldaten werden afgeslacht. Bouwknegt waarschuwt voor overspannen verwachtingen dat deze onderzoeken veel opleveren voor zaken tegen Nederlandse uitreizigers. ‘unitad heeft slechts kleine teams, terwijl het gaat over een relatief groot gebied en mogelijk veel daders uit verschillende landen. Het is mazzel als je informatie over een verdachte vindt. Iemand als Laura H. is natuurlijk geen grote vis. Zij is geen al-Baghdadi of politiek leider.’ Inmiddels hebben Finland en drie andere landen (maar niet Nederland) gebruik gemaakt van unitad-assistentie.

‘Het is een controversieel onderwerp’, zegt Christophe Paulussen, ‘maar er is nu een discussie óf, en zo ja hoe je het leger een rol moet geven bij het vergaren van bewijs. Als eerste zouden ze de crime scene veilig kunnen stellen.’ Zo wist het Amerikaanse leger de hand te leggen op IS-leden-lijsten en werden vingerafdrukken op bommen verzameld.

Er zitten echter veel haken en ogen aan. ‘Je wilt het leger niet te veel extra taken geven. Zeker niet als de kogels je om de oren vliegen’, zegt Paulussen. Het plan is ronduit problematisch voor landen zoals Nigeria, waar het leger een zeer slechte reputatie heeft. ‘Bij het Nederlandse en Amerikaanse leger kun je het je misschien nog voorstellen dat ze zich aan de regels houden, maar je moet voorzichtig zijn om legers met een meer dubieuze rol nog meer macht te geven’, zegt Paulussen, die blijft bij het adagium: ‘As civilian as possible, and only as military as needed.’

Het speurwerk van ngo’s, cija, unitad en iiim heeft potentieel. IS liet bij de val van het kalifaat veel documentatie achter. Zo was de slavenhandel zwaar gebureaucratiseerd met richtlijnen over het houden van slaven die door rechtbanken waren geaccordeerd. Het is informatie die van pas kan komen bij zaken tegen slavenhandelaren en slavenhouders. Onderzoek naar de vele massagraven kan gegevens opleveren over slachtoffers, hoe zij zijn vermoord, en over daders.

Het yln gebruikte geolocatie-technologie om vast te stellen in welke woning Laura H. en Ibrahim hebben gewoond, terwijl ngo’s ter plekke de geschiedenis van huizen van IS’ers verder zouden kunnen uitpluizen. Als deze toebehoorden aan personen die door IS zijn verdreven of vermoord, gelden deze woningen mogelijk als oorlogsbuit. Het betrekken van zo’n huis, het plunderen en stelen van spullen, kan een oorlogsmisdrijf zijn, waarvoor in Duitsland terugkeerders al zijn vervolgd.

‘Er ligt nu wel meer informatie op de burelen van de politie en het OM’, concludeert Thijs Bouwknegt. Ook al is de realiteit dat tot nu toe slechts één terugkeerder voor een concreet oorlogsmisdrijf is veroordeeld. Maar er dienen zich nieuwe kansen aan. Want er komen nog altijd terugkeerders naar Nederland. Eén van hen is de fanatieke IS-aanhangster Angela B., die zich in november meldde op het Nederlandse consulaat in Istanbul. Begin januari werd ze op Schiphol aangehouden op verdenking van lidmaatschap van een terroristische organisatie. In april komt haar zaak voor de rechter. Het zoemde in de media rond dat ze ook kan worden vervolgd voor het rekruteren van vrouwen voor IS en voor oorlogsmisdrijven. Maar of dat gebeurt is onduidelijk.

Hope Rikkelman: ‘Slachtoffers zijn bang dat terugkeerders niet voor hun daden worden berecht. Het is een legitiem gevoel. Dat gevaar dreigt. Het is daarom belangrijk dat alle partijen samenwerken en zich sterk maken voor gerechtigheid.’


*Correctie 12/4/21: De villa die Ibrahim voor zijn gezin vond was door Thomas Rueb gelocaliseerd. Dat die villa zich bevond tegenover het huis van een hoge IS’er ontdekte het yln-onderzoeksteam. Daarnaast is een citaat waarin Rueb het verhaal van zijn onderwerp ‘onwaarschijnlijk’ noemt verwijderd, omdat dat woord in Ruebs formulering ontrecht als ‘ongeloofwaardig’ was geïnterpreteerd. *