Zó Isaiah Berlin

CAREL PEETERS
GEVOELIGE IDEEËN: OVER DE ANDERE VERLICHTING
De Harmonie, 234 blz., € 18,50

Eigenlijk is dit een heel ouderwets boek. Tegenwoordig lijkt het wel alsof iedere auteur die over dit on-derwerp schrijft zich gedwongen voelt de Verlichting te bejubelen óf te verketteren. Gewapend met de dikke boeken van Jonathan Israel verheerlijken sommigen de Verlichting als de geboorte van de moder-niteit, toen al de ‘kernwaarden’ van de westerse samenleving voor het eerst ondubbelzinnig geformu-leerd werden. Daarentegen zien anderen, of ze zich nu beroepen op John Gray of op Horkheimer en Adorno’s Dialektik der Aufklärung (1947), de Verlichting als de bron van onnoemelijk veel ellende. Rati-onalisme, materialisme, individualisme en universalisme zouden hebben geleid tot een verscheurde, gefragmenteerde, kille en geestloze wereld, waarin nihilisme, egoïsme en hedonisme de toon aangeven en de menselijke hoogmoed uitliep op Auschwitz, Goelag, killing fields en de Nederlandse euthanasie-wetgeving.
Te midden van dit verbale geweld is het niet bepaald bon ton om te benadrukken dat de Verlichting zo-wel positieve als negatieve kanten had, dat veel van wat wij als de verworvenheden van onze cultuur beschouwen het resultaat is van de strijd tussen Verlichters en Contra-
Verlichters, dat het beeld dat zowel felle voor- als tegenstanders van de Verlichting schetsen niet meer is dan een grove karikatuur. Maar ja, een dergelijk geluid is passé, dat is zo Isaiah Berlin, zo twintigste eeuw, daar kun je niet meer mee aankomen.
Gelukkig heeft Carel Peeters zich hier niets van aangetrokken en in Gevoelige ideeën een reeks essays gebundeld waarin hij zich eloquent en met kennis van zaken keert tegen het karikaturale beeld van de Verlichting. In zeer toegankelijke stukken over denkers als Hume, Locke, Voltaire en Kant – door Israel afgeserveerd als ‘gematigde Verlichters’ – laat Peeters zien dat de Verlichting niet synoniem is met geestloos rationalisme of rabiaat atheïsme. Dat rationalisme was een bastaard van de rede, het ging deze Verlichters primair om redelijkheid. Behalve voor de rede ruimden zij ook een plaats in voor het gevoel, de hartstochten en de verbeeldingskracht. Ook de Romantiek en de kritiek van felle anti-Verlichters als De Maistre en Hamann droegen ertoe bij dat onze cultuur heel wat rijker en gevarieerder werd dan bijvoorbeeld Hirsi Ali of Ad Verbrugge ons wil doen geloven.
Dit wil niet zeggen dat Peeters tracht de kool en de geit te sparen. Zo moet hij niets hebben van lieden die van mening zijn dat godsdienst weer een grotere rol in de samenleving moet spelen. Peeters neemt zowel de Verlichters als hun critici serieus, en met deze bundel heeft hij in feite een prima inleiding ge-schreven over dit tegenwoordig weer zo controversiële onderwerp.