Zo kenden ze me niet

Schaamteloos mijn instincten volgen, dat leek mij ook wel wat, dacht ik elke keer als ik een topsporter op de televisie bezig zag.

Bij ons thuis was het na al die jaren een tamelijk ingeslapen boel. Zondag jongstleden, aan de ontbijttafel, realiseerde ik mij plotseling dat mijn vrouw en kinderen niet meer van mij hielden.
Zou ik, zoals gewoonlijk, een potje gaan bekvechten? Tot mijn eigen verrassing sloeg ik plotseling met de volle vuist op tafel en riep: ‘Liefde! Waar ben je gebleven!’
Mijn vrouw en kinderen begonnen over hun hele lichaam te beven. Zo kenden ze me niet. Las ik haat in hun ogen? Na al die jaren onverschilligheid vond ik dat een hele vooruitgang. Ik dacht: Nog een stap verder, en ze houden weer van me. Alleen al deze gedachte maakte mij zo blij dat ik knuffels begon uit te delen. Mijn oudste zoon, recalcitrant als altijd, wilde niet en deed een poging mij tegen de grond te slaan. In een flits herinnerde ik mij de beroemde woorden van die oud-judokampioen ('Een uit balans gebracht lichaam weegt niets…’) en smeet de jongen de complete kamer door.
Plotseling in de winning mood kuste ik de hand van mijn vrouw en voerde ik haar de slaapkamer in. Want wie niet kan strelen, kan ook niet slaan.