De Noordzee © John Gundlach / De Beeldunie

Vier jaar hebben de ‘advocaten’ geluisterd naar hun cliënt. Nu is het tijd om te spreken. Dat is nog niet eenvoudig, want welke stemmen weerklinken er onder de golven? En hoe vertaal je hun wensen en noden naar juridisch jargon? Het is niet alsof een zee zelf een pleitnota kan schrijven. Vandaar dat de Ambassade van de Noordzee, een gezelschap van filosofen, kunstenaars, juristen en ecologen, optreedt als haar belangenbehartiger in deze oefenrechtszaak tegen de Nederlandse staat.

Het decor is goed gekozen. Door de glazen wand is het oude gebouw van het Vredespaleis te zien, waar nu het Internationaal Gerechtshof van de Verenigde Naties zetelt en dat Den Haag de reputatie gaf als stad van vrede en recht. De lucht is strakblauw en de eerste herfstbladeren dwarrelen op het strak gemaaide gazon. De vraag die vandaag voorligt: moet de natuur, in dit geval de Noordzee, rechten krijgen?

Namens de maritieme ambassade opent advocaat Laura Burgers de aanval op de conceptuele scheiding tussen mens en natuur. Die tweedeling is onhoudbaar geworden in het Antropoceen: het tijdperk van de mens vraagt juist om een eco-centrisch perspectief. Ze toont een video met geluidsopnamen van een koraalrif voor de kust van Zeeland. Een kalm geklik en geknisper vult de rechtszaal. ‘Zo klinkt een levend rif.’ Hoe anders is dat bij het volgende fragment, van een rif in de buurt van Lauwersoog, waar een scheepsmotor ligt te ronken. We hebben er misschien geen erg in, maar zulk onderwaterlawaai is schadelijk voor het zeeleven.

Mensen mogen dan haast willen maken met massale windmolenparken op zee, hoe zorgen we ervoor dat de haringen, haaien, dolfijnen, garnalen en algen daar ook van profiteren? ‘Het is nog onduidelijk wat die plannen betekenen voor de ecosystemen’, betoogt de Ambassade. De paling heeft het al zwaar te verduren. Het aantal glasalen in de Noordzee is nog maar 0,6 procent van wat het vijftig jaar geleden was. Deze palinkjes worden geboren in de Sargassozee, reizen met de warme golfstroom zesduizend kilometer richting de Nederlandse kust, waar ze via de riviermondingen het binnenland in zwemmen. Maar door de visserij, sluizen en vervuiling keren maar weinig palingen terug naar de zee.

Op het getuigenbankje zijn twee glazen bakken neergezet, gevuld met water en bodemmonsters. De rechter stroopt de mouwen op en tast met haar hand in de aquaria, het ene is een ‘waterwoestijn’ waar de paling geen enkele beschutting vindt, het andere heeft een levende bodem vol mosselen en waterplanten. ‘O ja, een duidelijk verschil!’

‘Edelachtbare’, eindigt Burgers haar pleidooi. ‘Door u de Noordzee te laten zien en horen en u bodems te laten voelen, heeft de Ambassade u uit de papieren werkelijkheid van het recht willen bevrijden. De Noordzee is geen droge papieren werkelijkheid, maar een nat ecosysteem verbonden met andere ecosystemen en het thuis van tal van soorten.’

De rechtszaal is een effectieve plek om het milieu te beschermen, zo bleek de voorbije jaren keer op keer. Johan Vollenbroek heeft er met zijn Mobilisation for the Environment een specialiteit van gemaakt: vergunningen doorspitten, procederen en op die manier proberen de teloorgang van de Nederlandse natuur af te remmen. Roger Cox liet eerder al zien hoe advocaten met branie de overheid en een grote vervuiler als Shell tot strenger klimaatbeleid kunnen dwingen. Op een cruciaal punt verschillen deze succesverhalen van het proces in het Vredespaleis: ze blijven binnen de kaders van het bestaande recht, terwijl de Ambassade van de Noordzee deze kaders juist wil oprekken.

Verwacht vandaag géén uitspraak, maakt de rechter direct duidelijk, daar is zo’n oefenzitting niet voor bedoeld. Het is een experiment, een veredeld toneelstuk om te verkennen hoe het eraan toe zou gaan als de natuur een stem had in de rechtbank. In het Amstelpark vond afgelopen herfst een soortgelijk tafereel plaats: gelegenheidsrechters in zwarte toga’s verzamelden zich bij het ‘parlement van de bomen’ voor een ‘rechtszaak in het park’.

‘Wij vragen u om de rechten van bomen te erkennen en de vervuiling een halt toe te roepen’, zei advocaat Jessica den Outer. Ze is niet de eerste met een dergelijk verzoek. Vijftig jaar geleden opperde de Amerikaanse jurist Christopher Stone in zijn baanbrekende artikel Should Trees Have Standing? al dat de natuur rechten zou moeten krijgen. Veel van zijn collega’s vonden het destijds een bespottelijk idee, maar waarom, wierp hij tegen, vinden we het wél doodnormaal dat we rechten toekennen aan niet-menselijke actoren als bedrijven of overheden? Is een bos minder echt dan een multinational?

‘Je moet de rechten voor de natuur zien als een soort kapstok, waaraan je wetten en regels kunt ophangen’

Nog steeds moeten mensen wennen aan het idee, maar het hoongelach dat Stone ten deel viel is verstomd, merkt Jessica den Outer (26). Tijdens haar studie milieurecht kwam het idee van rechten voor de natuur eigenlijk nauwelijks aan bod, maar toen ze zich er voor haar scriptie in verdiepte, wist ze dat ze hier haar carrière aan wilde wijden. ‘Dit is zo’n fundamenteel andere manier van denken’, zegt ze. ‘We vinden het nu bizar dat vrouwen of tot slaaf gemaakten ooit rechteloos waren. Ik denk dat als mensen over honderd jaar terugblikken, ze zullen zeggen: “Wat bizar dat de natuur geen rechten had.”’

Als ‘zelfstandig advocate voor de natuur’ geeft Den Outer lezingen op scholen en festivals, adviseert ze natuurorganisaties en lobbyt ze in Den Haag. De deuren gaan steeds makkelijker open. ‘De belangstelling voor de rechten van de natuur neemt echt toe. De beweging krijgt steeds meer media-aandacht, politici verdiepen zich in het concept. En er zijn allerlei initiatieven vanuit de samenleving.’ Zo kreeg de Tweede Kamer afgelopen maart de petitie ‘Maas in de wet’ aangeboden, die de rivier het recht wil geven om ‘schoon en vrij te stromen’. Ondanks de enthousiaste ontvangst laat het beloofde Kamerdebat over de petitie nog steeds op zich wachten.

Samen met ‘Noordzee-advocaat’ Laura Burgers publiceerde Den Outer eerder dit jaar een ‘compendium’ met casestudies. Want het blijft niet bij kunstprojecten, petities of proefrechtszaken, er zijn al genoeg plekken waar de natuur rechten heeft gekregen. Nieuw-Zeeland, een ‘pionier’ op dit gebied, kende rechtspersoonlijkheid toe aan het bos Te Urewera, de rivier Whanganui en de heilige berg Taranaki. In Ecuador zijn de rechten van Pachamama (Moeder Aarde) sinds 2008 in de grondwet verankerd. En dit jaar kreeg het Spaanse Mar Menor als eerste Europese natuurgebied een status als rechtspersoon. ‘Dat is echt een doorbraak’, zegt Den Outer. ‘Het laat zien dat dit niet iets is wat alleen in verre landen gebeurt.’

Nog niet zo heel lang geleden was de binnenzee in de Zuid-Spaanse provincie Murcia een populaire vakantiebestemming. Toeristen zwommen in het heldere water en natuurliefhebbers vergaapten zich aan het unieke ecosysteem rondom Europa’s grootste zoutwatermeer. Maar de laatste jaren veranderde de azuurblauwe lagune in een ‘groene soep’ en spoelden duizenden dode vissen aan op de oevers. De overmaat van nitraten en fosfaten in het water biedt voedingsstof voor algen en woekerende waterplanten, maar verstikt de rest van het waterleven. Ondanks een status als Natura2000-gebied lukt het maar niet om de oorzaken van de vervuiling – een combinatie van landbouw, mijnbouw en een gebrekkige riolering – aan te pakken.

Na de zoveelste massale vissterfte begon een groepje rechtenstudenten aan de Universiteit van Murcia te onderzoeken of ze Mar Menor op een andere manier konden helpen. De petitie om de binnenzee rechtspersoonlijkheid te geven werd door meer dan zeshonderdduizend burgers ondertekend. Afgelopen september willigde het Spaanse parlement deze wens in. Mar Menor heeft nu het recht om ‘te bestaan als een ecosysteem en op een natuurlijke manier te evolueren’.

Of de problemen daarmee zijn verholpen moet nog blijken, maar Jessica den Outer gelooft dat het een belangrijke stap in de goede richting is. In haar boek Rechten voor de natuur, dat begin volgend jaar moet verschijnen, heeft ze een hoofdstuk ingeruimd voor de Spaanse casus. ‘De wet zit goed in elkaar’, zegt ze. ‘Er zijn drie organen aangewezen die Mar Menor kunnen vertegenwoordigen. En de omliggende gemeenten hebben al geld gekregen voor de verbetering van de riolering. Je moet de rechten voor de natuur zien als een soort kapstok, waaraan je vervolgens allerlei wetten en regels kunt ophangen die een concretere invulling geven aan milieubescherming.’

In het Vredespaleis denkt de ‘advocaat’ van de Nederlandse staat daar heel anders over. De natuur wordt al volop beschermd: er zijn internationale verdragen, Europese richtlijnen, landelijke milieuwetten en bij het ‘Noordzee-overleg’ is er constant aandacht voor de ecologische gevolgen. Waarom moet er een zogenaamde ambassade aan te pas komen? Maakt het de zaken niet onnodig ingewikkeld als mensen ineens claimen namens een zee of een bos te kunnen spreken?

De advocaten van de natuur wijzen graag op een ander, minder praktisch maar misschien wel belangrijker argument: de symbolische waarde. Het recht weerspiegelt hoe wij naar de wereld kijken. Het definieert onze verhoudingen tot elkaar en de wereld om ons heen. Een concept als eigendom bestaat alleen op papier. Een bv is een juridisch construct. Dat bossen en zeeën geen plek hebben in ons rechtssysteem verraadt een wereldbeeld waarbij de natuur ten dienste staat van de mens. Met die houding willen initiatieven zoals de Ambassade van de Noordzee breken: juridische erkenning betekent ook de erkenning van de intrinsieke waarde van een ecosysteem.

Hoewel de rechter geen vonnis velt, wil ze wel wat bespiegelingen delen. Zulke oefenzaken kunnen de verbeelding prikkelen, zegt ze, het nodigt uit tot een andere kijk op de natuur. Toch blijven de rechten voor de Noordzee voorlopig een stip op de horizon, zo begrijpt ook de Ambassade. Het is namelijk niet aan de rechter om te bepalen wie er wel of geen juridische status krijgt, zulke beslissingen zijn in een democratie uiteindelijk aan de beleidsmakers die wij verkiezen. ‘Maar de opzet om vandaag de stem van de Noordzee te laten horen is zeker geslaagd.’

Alle andere positieve ontwikkelingen zijn hier terug te lezen.