Zo lekker gaat het niet met Zuid-Afrika

Adriaan van Dis, Tikkop. € 17,90

Zo nu en dan krijgt een schrijver het compliment dat zijn roman precies op het juiste moment verschijnt. Jonathan Franzen, bijvoorbeeld. Zijn The Corrections verscheen een week voor 9/11 en werd direct opgepikt als een even ironisch als liefdevol portret van een wereld die door de aanslagen leek weggeslagen. Toch is het een vreemd compliment. Een roman schrijven is veel werk, onoverzichtelijk werk, en hoe doorgewinterd sommige schrijvers ook mogen zijn, ze kunnen nooit op de maand af plannen wanneer een boek af is. Om het compliment om te draaien: kun je het een schrijver dan ook verwijten net te laat te zijn met een roman?
Om het hypothetische naar het concrete toe te trekken; ik had de nieuwe roman van Adriaan van Dis, Tikkop, ongetwijfeld interessanter gevonden als hij een half jaar geleden was verschenen. Dat zit als volgt: in Tikkop gaat Mulder, de snobistische meneer die de lezer nog kent uit De wandelaar (2007), op bezoek in Zuid-Afrika, voor het eerst sinds het afschaffen van de apartheid. ‘Sinds de bevrijding’, zegt Mulder zelf, die meteen door een zwarte oesterverkoopster, Charmein, wordt gecorrigeerd. Denkt meneer werkelijk dat we daarvan zijn bevrijd? Het nieuwe Zuid-Afrika is alleen maar gevaarlijker geworden, chaotischer, corrupter, armer. 'Het bloed spatte in je gezicht als je zo'n krant openvouwde.’ Overal waar Mulder gaat ziet hij angst en verval. 'Democratie is niet voor arme mensen’, zegt Charmein.
Het probleem is dat Van Dis op elke bladzijde die ellende toont, soms literair, vaker journalistiek observerend. En juist die ellende is het afgelopen jaar in de kranten, in aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2009 en het WK afgelopen zomer, volledig doodgeschreven. Elke avond was er wel weer een andere BN'er op tv die eerst op safari ging en daarna de sloppenwijken bezocht - overal hetzelfde beeld; jongens, zo lekker gaat het niet met Zuid-Afrika. In Tikkop staat weinig wat daar een nieuw licht op werpt. De beelden die Van Dis toont ken je wel, de verhalen van de bijpersonages heb je al wel gehoord.
Misschien is dit mijn eigen vooringenomenheid. Elke andere lezer hoeft geen last te hebben van een Zuid-Afrika-overkill, misschien heb ik te veel WK-voorbeschouwingen gezien, misschien komt het omdat mijn oom en tante er sinds kort wonen en nergens anders meer over facebooken.
Wat mij toch voor Tikkop innam was het personage Mulder, een gecamoufleerde versie van Van Dis zelf; in de zeer geslaagde roman De wandelaar speelde Van Dis met zijn personage. Met ingehouden spot zagen we Mulder zijn schoenen poetsen in zijn Parijse appartement, zijn houtje-touwtjejas borstelen, om vervolgens door een Bobbie-achtig hondje meegesleurd te worden naar het andere Parijs, dat van de zwervers en illegale vluchtelingen. In Tikkop is Mulder anders. Meteen in het begin wordt hij in de kuiten gebeten door een venijnige teckel, een worshondje - alsof Van Dis wil zeggen; let op, dit is een nieuwe Mulder.
Mulder heeft in de tussentijd twee kleine beroertes gehad, en 'verdwaalt zo nu en dan in zijn hoofd’. Als hij in een Parijs museum tegen Donald aanloopt, een oude vriend uit Afrika, herkent hij hem bijna niet. Hij gaat terug naar Zuid-Afrika, waar hij, onder de naam Marten, ooit als student een spionachtige rol heeft vervuld voor het verzet, wat hem doet terugverlangen naar zijn affaire met mede-verzetslid Cathérine. Het eerste waar zijn nieuwe buren hem voor waarschuwen zijn de tikkoppen, de rovende, plunderende, aan crack ('tik’) verslaafde jongens: 'Tik vrat je hersens weg. Je geheugen. Je gevoel. Je geweten.’ De link is duidelijk; ook Mulder, die zijn verleden zo vergeten is en zo verbloemd heeft, is een soort tikkop.
Tikkop heeft niet altijd de elegantie die Van Dis’ zinnen kunnen hebben, de ellende wordt vaak wat ongeïnspireerd gebracht ('Het bloed spatte in je gezicht als je zo'n krant openvouwde’, is zo'n clichématig beeld, dat hij nog vaker herhaalt). Van Dis is beter, mooier, warmer als hij over de natuur schrijft; hoefafdrukken in het zand, hoe de struisvogels met de auto meerennen, hoe twee bavianen naast elkaar zitten, kont tegen kont, hoe hun staarten met elkaar spelen. En net zo goed is hij als hij zijn preutse Mulder naar de voluptueuze Afrikaanse vrouwen laat kijken, die telkens weer in doorregende, plakkerige jurken naar hem toe komen - daarin springt Van Dis wel uit boven het meeste wat het laatste jaar over Zuid-Afrika is geschreven.
Naarmate Mulder langer in het land zit, ondergedompeld in zijn herinneringen, begint zijn psyche steeds meer te versmelten met die van Marten, zijn oude idealisme speelt weer op en samen met Donald besluit hij een tikkoppe te redden, Hendrik, de zoon van Charmein. Dat hij Hendrik wil helpen wist de lezer natuurlijk al lang, omdat het boek Tikkop heet, maar ook omdat dit boek nu eenmaal geen andere uitweg heeft. Er zit zoveel humanistisch idealisme in Mulder, dat moet een schrijver wel op een hopeloze queeste kapot gooien. Ontnuchterd ligt Mulder uiteindelijk op zijn hotelbed, uitkijkend op de Tafelberg; hij geeft toe dat hij naar Parijs terugverlangt, zijn ochtendwandeling in de Jardin du Luxembourg, 'de pauze van Lycée Montaigne, om naar de meisjes te kijken, meisjes van goeie families, hoog in de heupen’.

ADRIAAN VAN DIS
TIKKOP
Augustus,
224 blz., € 18,95