Hechting als medicijn

Zo moeder, zo dochter?

Moeders met een licht verstandelijke beperking hebben extra hulp nodig. Maar van wie? En wat kost het? De kern van de zorg moet zijn de hechting tussen moeder en kind. ‘Onveilige gehechtheid van kinderen leidt tot grotere kansen op agressie, depressie en delinquent gedrag.’

Medium lvbklein1

Fabienne (26) raakte haar baby kwijt. Ze vertelt erover in haar betonnen galerijflat in Amsterdam-Noord. Het is er nog vrijwel leeg, want ze is net verhuisd. De televisie staat aan. ‘Meubels moeten nog komen’, zegt ze verontschuldigend. Haar vrolijke dochtertje Alia (1) dartelt door de kamer. Er is nauwelijks speelgoed. Zes uur per week krijgt Fabienne persoonlijke begeleiding van Diny van Cordaan Jeugd die er inmiddels bij is komen zitten. Het is nog wennen in de nieuwe flat. ‘Ik voel me zo klein hier’, zegt ze. Ze heeft een fiets, maar vindt het eng om Alia mee te nemen voor boodschappen. ‘Iedereen kijkt dan naar me.’ Alia draagt altijd een helm op de fiets, verzekert ze. ‘Voor de veiligheid.’

Als de thee klaar is, haalt ze diep adem en vertelt haar verhaal. ‘Ik mocht na de bevalling snel naar huis en ging met Alia en haar vader nog wat spulletjes ophalen in de Foyer (een huis voor begeleid wonen – sb), waar ik woonde. Zij bleven in de auto terwijl ik mijn spullen pakte. Maar toen ik met twee tassen naar beneden kwam, stond er een groepje begeleiders op me te wachten. Ik moest meelopen naar het kantoortje en daar kreeg ik een brief. Die moest ik meteen lezen. Ik zei dat ik niet zou vertellen waar Alia was.’

Intussen was de politie gebeld. ‘“We kunnen je ook arresteren”, hoorde ik. Vervolgens werd ik van half vier ’s middags tot één uur ’s nachts vastgehouden. Ik belde Alia’s vader om te zeggen dat hij Nutrilon moest kopen. Ik wilde borstvoeding geven, maar ik had de cursus niet afgemaakt. En er kwam geen melk uit mijn borsten.’

Fabienne bracht de nacht na haar bevalling in haar eentje door in de Foyer. Om zes uur de volgende ochtend mocht ze gaan. De politie had de vader getraceerd via Fabienne’s telefoontje en hem gearresteerd voor kidnapping. Alia was weggehaald. Fabienne: ‘Ik kon niet eten, niet drinken, kon alleen maar aan haar denken.’ Ze ging wel kolven, want ze wilde nog steeds borstvoeding geven. Uiteindelijk mocht ze tien dagen na de geboorte haar dochtertje bezoeken bij een pleegmoeder. ‘Die pleegmoeder gaf haar veel te veel melk. Ik zag Alia almaar dikker en dikker worden.’ Ze doet haar bril even af en snikt zachtjes. ‘Alia was zo klein en ze had al zoveel meegemaakt. Had al die tijd in mijn buik gezeten. En nu kreeg ze een band met iemand anders. Een baby is echt niet dom. Die weet heus wel wie de moeder is.’

‘Het is een verkeerde keuze geweest om Alia weg te halen’, vindt begeleidster Diny. ‘Fabienne is altijd een natuurlijke, heel lieve moeder geweest.’ Na zes weken kreeg Fabienne een plek in het oth, het Observatie- en Trainingshuis Moeder en Kind van Cordaan in Amsterdam-Oost. Daar werd ze herenigd met haar dochter.

In het oth wonen jonge moeders met een licht verstandelijke beperking die naast een laag IQ (tussen de 55 en 85) ook nog bijvoorbeeld een gebrekkig sociaal aanpassingsvermogen hebben of andere gedragsproblemen. De meeste mensen met alleen een lager IQ doen het namelijk, met een beetje hulp van hun omgeving, prima en hebben geen extra zorg nodig.

Als de baby’s een jaar oud zijn, worden de moeders en kinderen begeleid naar zelfstandig wonen met ondersteuning van Cordaan. Soms duurt het langer voordat ze een plek krijgen. De doorstroom stagneert vaak omdat het vinden van een passende woning moeilijk is. Tijdens hun verblijf in het oth krijgen de jonge moeders intensieve begeleiding, vooral bij het hechtingsproces en de praktische verzorging van hun baby.

Irmgard, teamleider Moeder en Kind bij Cordaan, heeft een zachte stem. Vroeger zorgde ze voor haar poppen en droomde ze van een ‘groot weeshuis met alle zielige kinderen van de wereld erin’, vertelt ze. Toch idealiseert ze haar baan niet. ‘Het is heel intensief, echt geen Little House on the Prairie, hoor! De band tussen moeder en kind vind ik echter zo mooi. De meiden hebben de neiging te vlinderen, maar zodra ze hun kindje hebben gaat de knop om. Echte leeuwinnen zijn het dan.’ Ook vaders laten soms hun zachte kant zien, ook al zitten ze vaak in het criminele circuit. ‘Zo’n grote stoere kerel zit dan plotseling op de grond een K3-puzzeltje te maken met zijn dochtertje.’

Het is soms moeilijk om het verzorgen van de kinderen niet van de meiden over te nemen, vertelt Irmgard: ‘Soms praten ze dan zo hard met elkaar en die peutertjes lopen maar wat rond. Dan denk ik: bewaar dit gesprek nou toch voor later.’ Ze probeert dan te laten zien hoe het ook kan. De omgang met ‘foute’ vriendjes is ingewikkeld: ‘Daar maken we ons vaak echt zorgen om. Toch is het simpelweg afkeuren van die relaties geen optie. Dan ben je ze kwijt.’

‘Het simpelweg afkeuren van foute vriendjes is geen optie. Dan ben je ze kwijt’

Het aangaan van een band met het eigen kind brengt soms ook oud zeer naar boven. Zo is bewoonster Marina, een jonge Afrikaanse moeder met twee vlechten, haar eigen moeder ‘kwijt’ en haar vader is ook nog steeds niet gelokaliseerd. Soraya, een andere bewoonster, kwam op haar tiende jaar als minderjarige asielzoeker naar Nederland en heeft letterlijk niemand. ‘We praten dan over die trauma’s en zoeken passende ondersteuning als dat nodig is. Het is de beste manier om de hechtingsrelatie met de eigen baby goed tot stand te laten komen.’

Met de moeders wordt gekeken hoe ze het best voor hun baby kunnen zorgen, hoe ze signalen kunnen opvangen en contact maken. Vaak komt verbale informatie bij deze moeders moeilijk binnen. Video kan dan een uitkomst zijn. De moeder ziet zelf op de video wat er precies gebeurt in een bepaalde situatie en hoe zij daarop reageert.

Debby zit onderuitgezakt aan tafel in een joggingpak met luipaardprint. Ze kijkt bozig voor zich uit en doet maar half mee aan een gesprek over tatoeages, dat plaatsvindt in de huiskamer van het oth. Normaal heeft dat wel haar belangstelling – de naam van haar anderhalf jaar oude zoontje Leroy prijkt trots in krulletters op haar decolleté – maar nu even niet. Debby wacht op haar eigen moeder die Leroy en haar zo komt ophalen. ‘De situatie is erg explosief’, fluistert Margriet, een van de begeleiders. Zolang Debby in de kamer is, blijft de sfeer gespannen. Als haar moeder eindelijk binnenkomt, beent die snuivend de huiskamer in. ‘Alcohol’, is de uitleg over de agressieve vrouw. Als het drietal is vertrokken, ontspant iedereen zich.

‘Onze moeders moeten vaak ook leren om beter met hun eigen moeders om te gaan’, vertelt begeleidster Margriet. ‘Maar dat is ingewikkeld.’ Als het oth er niet zou zijn, belanden deze moeders op straat en worden hun kinderen uit huis geplaatst, is de overtuiging van Margriet. ‘Een traumatische ervaring voor moeder en kind.’

Medium lvb2

‘Tja, waaraan kun je een lvb-jongere herkennen?’ Yvonne, adviseur, trainer en programmaleider voor ouders bij Cordaan, werkt al heel lang met deze doelgroep. ‘Op het eerste gezicht merk je niet zoveel, maar door goed op te letten merk je dat ze veel niet begrijpen.’ De moeders zijn vaak wantrouwend, weet ze. ‘Ze werden in het verleden altijd gescheiden van hun kinderen. Ze zijn daardoor gedesillusioneerd en houden de hulpverlening buiten de deur.’

Yvonne werkt zelfstandig en heeft dus een meer onafhankelijke positie dan de hulpverleners in vaste dienst. Ze neemt geen blad voor de mond. Veel beleid werkt volgens haar niet: ‘We willen dat ze gaan werken, maar daarvoor is scholing nodig. Die scholing moet vervolgens allemaal worden terugbetaald. De eerste veertig jaar komen ze daardoor niet uit de schulden. Wist je dat onze moeders met twee of drie kinderen leven van 49 euro per week? En dan mogen ze ook niet naar de Voedselbank, omdat ze in de awbz zitten.’

Ze geeft kinderwens-cursussen aan de meiden. ‘Mensen hebben het over onbewuste zwangerschap. Nou, echt niet! Vaak zijn ze er heel bewust mee bezig en willen ze gewoon wat iedereen wil: een vriend, een huis, een kind.’ Daarom is het vanuit preventief oogpunt heel belangrijk om moeder en kind bij elkaar te houden: ‘Als je niet investeert in de basisrelatie tussen moeder en kind, dan begin je al met een achterstand. Die kinderen krijgen ze namelijk toch. En moeders met een beperking kunnen heel goed liefde geven.’

Yvonne vertelt over een moeder bij wie vijf kinderen achter elkaar werden weggehaald. Het zesde kind bleef de eerste anderhalf jaar wél bij haar. Met dit kind heeft de moeder nu het meeste contact. Daarna heeft ze tot nu toe geen kinderen meer gekregen. Haar andere kinderen hebben allemaal te kampen met ernstige psychische en verslavingsproblemen. Het is natuurlijk maar één voorbeeld, maar duidelijk is wel dat een onveilige hechting een slechte prognose geeft voor een kind.

‘Als de signalen en problemen niet voortijdig preventief worden aangepakt, dan begint de ellende’

Het is een bekend fenomeen bij de lvb-moeders: als hun baby direct na de geboorte wordt weggehaald, dan zijn ze snel weer zwanger. In het oth wordt geprobeerd deze vicieuze cirkel te doorbreken door te investeren in de hechtingsrelatie tussen moeder en kind. ‘Dat betekent natuurlijk niet dat dat altijd lukt, maar de kansen lijken groter’, meent Hanneke Vrielink, directeur Cordaan Jeugd. Het contact dat moeders na een uithuisplaatsing met hun baby’s hebben, is meestal heel beperkt, weet Vrielink, en bijna altijd kunnen ze hen alleen zien onder toezicht van een voogd. De kinderen gaan dikwijls van het ene pleeggezin naar het andere. ‘Dat is zeer traumatisch. Zelfs als moeders niet hun hele leven voor hun kindje kunnen zorgen, dan nog is het beter dat die band tussen moeder en kind in het begin tot stand komt. Al red je het maar de eerste vijf jaar, dat is grote winst.’ Slecht gehechte kinderen lopen een groot risico om als puber in de criminaliteit terecht te komen, is haar overtuiging. ‘Door het oth zitten er over tien jaar waarschijnlijk minder mensen in de top-zeshonderd.’

Juist dit preventieve karakter van het oth brengt het huis nu in de financiële problemen. ‘De overheid is er niet dol op om preventie te vergoeden’, weet Vrielink. ‘We komen veel geld te kort.’ De zorg in het huis is intensief en dus kostbaar. Er is plaats voor maximaal twaalf moeders, drie moeders per gang, en de kosten zijn ongeveer veertigduizend euro per moeder per jaar. De kamers zijn klein, maar er is voldoende ruimte voor een bed en er is een klein keukenblokje, zodat de moeders zelf kunnen koken. Iedere moeder wordt individueel begeleid. Omdat Cordaan geen jeugdzorginstelling is, kan geen beroep worden gedaan op jeugdzorggelden. Jeugdzorg heeft bovendien een andere invalshoek. De transitie naar de nieuwe Jeugdwet in 2015 (waarbij verantwoordelijkheden vanuit de AWBZ en jeugdzorg worden overgeheveld naar gemeenten – sb) biedt wellicht mogelijkheden om zorg voor de moeders te combineren met zorg voor de kinderen. ‘Maar dat moet de toekomst nog uitwijzen.’

Niemand weet hoe de bezuinigingen en decentralisatie precies zullen uitpakken, maar de kans is groot dat een huis als het oth er in 2015 niet meer zal zijn. Het heersende idee is dat een ‘licht’ verstandelijke beperking per definitie zou moeten leiden tot ‘lichtere’ zorg. De gemeente moet de zorg voor jongeren met een licht verstandelijke beperking gaan oppakken zonder hier extra geld voor te krijgen. ‘Eigen kracht’ is daarbij de mantra. Door activering van het sociale netwerk moet die eigen kracht worden gestimuleerd.

Er vindt een verschuiving plaats van zorg – gericht op het individu – naar welzijn – gericht op het netwerk, op de gemeenschap. Want in die gemeenschap ligt de weg naar meer eigen kracht, de kracht van burgers die uit zichzelf voor elkaar zorgen. En natuurlijk kost het ook een stuk minder.

De gemeente zal voor het uitvoeren van haar taak opdrachten kunnen geven aan zorgaanbieders als Cordaan. Maar ze kan ook besluiten dat een welzijnsinstelling meer voor de hand ligt. Die houdt zich immers meer bezig met ‘de wijk’ en met de gemeenschap. Daarom ziet bijvoorbeeld Combiwel, een Amsterdamse welzijnsinstelling, in de toekomst een belangrijke rol voor zichzelf weggelegd als het gaat om jongeren met een licht verstandelijke beperking.

Op het terras van Colour Kitchen in Amsterdam-West praat ik met Ahmet Balci, leidinggevende jeugd- en jongerenwerk bij Combiwel. ‘Als de signalen en problemen niet voortijdig preventief worden aangepakt, dan begint de ellende. Curatieve zorg is dure zorg. Preventie is veel goedkoper en duurzamer. Maar niemand is eigenaar van de preventieve zorg. Het is zo versnipperd en verspreid, niemand is verantwoordelijk.’ Balci ziet goede mogelijkheden voor Combiwel: ‘Wij kennen de buurt en zitten in de netwerken. Wij zitten in de systemen van jeugd en gezinnen en hebben het vertrouwen van veel ouders en jeugd. De preventie kan nou eenmaal het best vanuit de woon- en leefomgeving worden georganiseerd.’ Hij wijst op de top-zeshonderd van Amsterdamse jeugdcriminelen, waarin lvb-jongeren oververtegenwoordigd zijn. ‘Bij de aanpak van die groep gaat het om enorme bedragen. Veel daarvan is curatief en repressief. Investeer in de preventie!’ Balci ziet weinig zorgaanbieders zoals Cordaan terugkomen in de wijk. ‘Veel van de diensten van de zorg kunnen misschien wel op een andere manier worden georganiseerd in de wijk. Dat is minder duur en ook duurzaam.’

Er lijkt een harde concurrentiestrijd te ontstaan tussen zorg- en welzijnsaanbieders, waarin gestreden wordt om steeds beperktere middelen. Tegelijk is het openbreken van oude systemen ook verfrissend. Het jongerenwerk kent de hanggroepjongeren in de buurt en signaleert als eerste wanneer jongeren met een verstandelijke beperking worden meegesleurd in criminele activiteiten van de oudere jongens. Maar wat zou Combiwel aan de licht verstandelijk beperkte jonge moeders uit het oth kunnen bieden? En aan hun kinderen? Roy van Eyck, jongerenwerker bij Combiwel, werkt in de Diamantbuurt, een probleemwijk in Amsterdam. Hij ziet veel jongeren met een licht verstandelijke beperking in de wijk. Volgens Van Eyck veroorzaken meisjes geen grote overlast, de jongens soms wel. ‘De jongeren willen graag een buurthuis om te kunnen chillen. Maar we willen ook niet dat deze jongeren nutteloos hangen. Ze hebben nog een heel leven voor zich waar ze zich goed op moeten voorbereiden.’ Het nieuwe jongerenwerk concentreert zich daarom op het eigen initiatief, maar dat eigen initiatief is nu juist waar het lvb-jongeren aan ontbreekt. Van Eyck: ‘Ze hebben hun eigen manier om aan te geven dat zij iets moeilijk vinden. Als ze bijvoorbeeld roepen dat wij “het subsidiegeld in onze eigen zak steken en hun het werk laten doen”, dan weten we wat hun boodschap is: “Het is moeilijk voor ons, help!”’

Van Eyck ziet in de wijk regelmatig top-zeshonderd-criminelen jonge lvb-jongens ronselen. ‘Die zijn daar heel gevoelig voor. In de lvb-wereld hebben ze van dagelijkse dingen geen kaas gegeten, maar criminaliteit is het gesprek van de dag. Tja, bij de Albert Heijn heb je al havo nodig om producten over de scanner te mogen halen. Dat hebben deze jongens niet.’

Een licht verstandelijke beperking leidt niet tot criminaliteit, maar het kan jongeren daarvoor wel extra kwetsbaar maken. De hangjongeren met wie Van Eyck contact heeft in de wijk zijn meestal jongens. De kwetsbare lvb-meisjes, zoals de moeders in het oth, blijven buiten beeld. Als de zorg voor lvb-jongeren volledig wordt uitbesteed aan jongerenwerkers van een welzijnsinstelling, dan zullen de meisjes uit het zicht verdwijnen. Want zij veroorzaken geen overlast, formuleren geen ‘zorgvraag’ en ‘organiseren geen activiteiten’.

‘De jonge moeders zullen uit beeld verdwijnen, want zij veroorzaken geen overlast’

Het is donderdag en dan wordt er in het Observatie- en Trainingshuis met z’n allen geluncht. De bewoners verzamelen zich rond de eettafel waar gastvrouw Fatima de tafel dekt. ‘Gezellig’, zegt ze hartelijk. De ‘huiskamer’ is eigenlijk een soort grote eetkeuken. Fatima houdt die keurig op orde; het is er kraakhelder. In de tuin achter de huiskamer kunnen de kinderen spelen. Binnen staan twee verhoogde boxen, zoals je dat ook wel in een kinderdagverblijf ziet. Er ligt speelgoed hier en daar. De vriendelijke, blonde Ashley laat haar tatoeage zien. ‘Het grappige was dat ik alleen even kwam kijken, maar opeens liep ik naar buiten met deze tattoo. Dus het was eigenlijk een vergissing. Kostte vijftig euro!’ Ashley’s moeder is verslaafd en opgegroeid in tehuizen. Ashley hoopt haar eigen zoontje Jordan (2) bij zich te kunnen houden.

Als Fatima roept: ‘Allemaal aan tafel!’ reageert niemand. Als uiteindelijk toch iedereen zit, is de sfeer gemoedelijk. Soraya’s dochtertje van vijf maanden kan al los op tafel zitten. ‘Een kwestie van training’, legt ze uit. Er worden grappen over en weer gemaakt.

In de huiskamer is het niet altijd pais en vree. Soms gaat het er hard aan toe, vertelt Margriet. Zo hadden de meiden laatst chloor in iemands shampooflesje gedaan. ‘Daar doen we nu aangifte van.’ Ook heeft de buurt geklaagd over peuken voor de deur en blowen en drinken in het speeltuintje. Daarop is een veegdienst ingesteld, maar daar houdt niemand zich aan. ‘Dan moeten de teugels weer worden aangetrokken.’

Soraya, de moeder die als ama naar Nederland kwam toen ze tien was, pelt een ei en maakt zich vrolijk om witte mensen. ‘Sommigen zijn zo wit als dit ei!’ Er klinkt schatergelach. Als begeleider Margriet vertelt dat ze soms bruiningscrème op haar benen smeert, houdt Soraya het niet meer. Ze giert van het lachen. Soraya is trots op haar lichtbruine huid en de andere moeders verdenken haar ervan blekingscrème op haar gezicht te smeren. Soraya: ‘Als ik terugkom in een volgend leven, dan wil ik wel een halfbloedje zijn.’ Marina, de Afrikaanse moeder met twee lange vlechten die op zoek is naar haar ouders, onderbreekt haar: ‘Ik wil helemaal niet terugkomen in een volgend leven.’ Het is even stil aan tafel.

Soms leidt het wegvallen van professionele zorg tot verhoogde eigen kracht. Die aardige tante doet nu de rekeningen van de lvb-moeder en die leuke oma haalt haar kindje uit school. Iedereen blij. Maar wat als die aardige tante en die leuke oma niet voorhanden zijn? De standaardprocedure voor de baby’s van lvb-moeders zonder netwerk is uithuisplaatsing, zoals bij Fabienne. De tante van de vader van Alia bood kennelijk te weinig stabiliteit. Zonder het oth was Alia nu nog steeds bij een pleeggezin geweest, mogelijk had ze al bij verschillende pleeggezinnen gezeten. Fabienne had haar daar af en toe kunnen bezoeken.

En wat moet je doen als het netwerk van zo’n lvb-moeder grotendeels crimineel is? Dan is het maar de vraag of je het moet inschakelen. Tijdens een symposium zegt een van de deelnemers wanhopig tegen een spreker: ‘Wat mijn cliënten hebben aan netwerk, daar ben ik niet zo blij mee! Dat wil ik helemaal niet activeren!’

Natuurlijk is het soms niet mogelijk dat een kind bij de moeder blijft. En kinderen kunnen zich ook hechten aan een ander dan de moeder. Maar een niet tot stand gekomen hechting met de biologische moeder levert toch vaak een trauma voor moeder en kind op en daarmee blijvende schade. Wat gebeurt er als deze baby’s vijftien jaar zijn?

MEE Amstel en zaan is een organisatie die grotendeels wordt gefinancierd vanuit de awbz en ondersteuning biedt aan mensen met een beperking. Die kunnen hier terecht voor vragen op allerlei terreinen: zelfstandig wonen, het opbouwen van vriendschappen en relaties, wegwijs worden in regelgeving. De organisatie biedt trainingen aan professionals, waaronder welzijnsinstellingen als Combiwel, over het herkennen van en omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking, en geeft verschillende cursussen aan cliënten. Bijvoorbeeld een sociale weerbaarheidstraining of een cursus vriendschap, relaties en seksualiteit.

‘Het probleem van deze groep is dat je niet direct ziet dat deze mensen problemen hebben’, vindt Paul Houweling, consulent bij mee. ‘Ze gedragen zich vaak streetwise. Knikken ja bij de sociale dienst, maar willen niet toegeven dat ze niets begrijpen van de formulieren die ze meekrijgen. Of dat ze niet kunnen klokkijken. Zag je het maar aan ze, zeggen wij hier vaak.’

‘Dit is een complexe samenleving. We zullen eraan moeten wennen dat de zwakkere groep continue zorg nodig heeft’

Houweling denkt dat de maatschappij te veel van ze verwacht: ‘Ze worden overschat en overvraagd. Juist de groep zonder netwerk raakt tussen de wal en het schip. En daardoor gaan ze disfunctioneren.’ Hij ziet dat lvb’ers verantwoordelijkheden toebedeeld krijgen die ze niet aankunnen. Maar de overschatting komt ook vanuit henzelf: ‘De cognitieve leeftijd is gewoon veel lager en de sociale redzaamheid beperkt.’

Houweling denkt dat de basis van de criminele jongeren in de top-zeshonderd niet goed is. ‘Er is vaak sprake van verwaarlozing van jongs af aan. Multi-probleemgezinnen. Geen veilige hechting. Cliënten kunnen zelf ook niet goed aangeven wat ze nodig hebben.’ De groep is ontzettend kwetsbaar, benadrukt Monique Kyprou, eveneens consulent bij mee. ‘Loverboys, financieel misbruik, mensenhandel. We zien het allemaal. Cliënten kopen dure cadeaus voor anderen. Ze willen aardig worden gevonden, maar raken daardoor in de problemen.’

Soms kan ook zo’n netwerk isolerend werken, vindt Almir Rodrigues Couto, een andere consulent bij mee. ‘Zo hadden wij laatst voor een cliënt een plek bij Cordaan voor zelfstandig wonen, maar de ouders houden het tegen. Niets is goed genoeg voor hun kind. Ondertussen vragen wij ons af wat er gebeurt als deze man 55 is en zijn ouders niet meer leven.’

De lvb-jongeren hebben extra hulp nodig, daarover is iedereen het eens. Maar van wie, dat is de hamvraag. Moet die hulp komen van gespecialiseerde hulpverleners zoals bijvoorbeeld in het oth? Veertigduizend euro per jaar is niet niks. Zouden vrijwilligers of welzijnswerkers die rol op zich kunnen nemen? Houweling: ‘Tja, zo’n tienermoederhuis bijvoorbeeld zou best met een paar vrijwilligers kunnen draaien, maar toch nooit helemaal. En welzijnswerkers op straat, daar red je het uiteindelijk niet mee.’

Het Sociaal en Cultureel Planbureau concludeerde dan ook in een recent rapport dat de zorgkosten voor verstandelijk gehandicapten tussen 2007 en 2011 gemiddeld met zeven procent toenamen. Die groei wordt vooral veroorzaakt doordat meer licht verstandelijk gehandicapten en zwakbegaafden zorg vragen. Volgens het scp is een verklaring dat de samenleving ingewikkelder wordt en afwijkend gedrag minder wordt getolereerd. Daarnaast nemen informele netwerken af, zodat mensen zorg vaker in het formele circuit moeten zoeken.

Geert-Jan Stams, hoogleraar pedagogie aan de Universiteit van Amsterdam, hekelt de ‘marketingmachine’ achter het ‘eigen-kracht-idee’. Aan de telefoon zegt hij: ‘Ik ben niet tegen eigen kracht natuurlijk, maar er is geen enkel onderzoek dat aantoont dat het werkt.’ Stams werd gevraagd om een onderzoek van de gemeente Amsterdam over Eigen-Kracht-Conferenties na te lopen op wetenschappelijke bruikbaarheid. Zijn conclusie was dat het onderzoek van nul en generlei waarde was. ‘Op allerlei punten was het slecht uitgevoerd.’

Stams zet grote vraagtekens bij de eigen-krachtideologie. ‘Waarom zou een sociaal systeem dat tot dusver niet heeft gefunctioneerd nu opeens de problemen wél kunnen oplossen? Als je alles gooit op eigen kracht, dan ga je mensen zorg onthouden. En je hebt het dan over de meest kwetsbare groep. Als namelijk aan de minimale voorwaarden voor veilig opgroeien niet wordt voldaan, dan moet de eigen regie juist beperkt worden! Dan is eigen kracht juist schadelijk!’

Hij wijst naar een recent Zweeds onderzoek dat aantoont dat bij het hanteren van de eigen-krachtaanpak de kans op kindermishandeling met twintig procent toenam, de kans op uithuisplaatsing twintig procent omhoog ging en de noodzaak van professionele zorg toenam met tien procent. ‘Duurder en slechter dus.’

Op deze manier wordt deze mensen systematisch goede hulp onthouden, vindt Stams: ‘Dit is een complexe samenleving. We zullen eraan moeten wennen dat de zwakkere groep continue zorg nodig heeft.’

Voor de jonge moeders van het oth zou het wegvallen van de huidige professionele zorg dramatische consequenties hebben, is de overtuiging van Stams: ‘Onveilige gehechtheid van kinderen leidt later tot grotere kansen op agressie, angsten, depressie en delinquent gedrag. Interventies die de hechting stimuleren zijn heel nuttig en hebben ook cognitieve voordelen.’

Dat op dergelijke interventies wordt bezuinigd, vindt hij dan ook ‘te gek voor woorden’ en ‘onethisch’. ‘Dat is slecht zorgen voor de zwaksten in de samenleving. In mijn ogen begint eigen kracht juist bij die eerste band met de ander. Bij de hechting.’

Fabienne’s leven is veeleisend. Boodschappen doen, koken, rekeningen betalen, voor haar baby zorgen, kleren kopen: het dagelijks leven is voor iedereen een uitdaging, maar voor haar nog net ietsje meer. Ze is op haar hoede, bang om Alia weer kwijt te raken. Daar heeft ze nog regelmatig nachtmerries over. Ze twijfelt voortdurend aan zichzelf en vraagt zich af of ze het wel goed doet als moeder. Met de hulp van Diny, haar persoonlijk begeleider, redt ze het net. Maar alles hangt aan een zijden draadje. Ze knuffelt haar dochtertje. ‘Alia is zo grappig. Iedereen moet om haar lachen. Toen ik weer met haar was, voelde ik me compleet. Als ik nu naar haar kijk, denk ik: ik wil haar nooit, nooit, nooit meer kwijt.’