Zo vader zo zoon

Verreweg de meeste mannen verlaten hun vrouw omdat ze genoeg van haar krijgen. Ik niet. Ik ben tot drie keer toe gescheiden en mijn exen zijn nog altijd mijn beste kameraad. Tot de dood ons scheidt. Wat is er eigenlijk misgegaan? Het is de schuld van die rotkinderen. Alle vijf hebben één ding met elkaar gemeen: ze werken op m'n zenuwen.

Ik betaal liever een dubbele alimentatie dan dat ik ook maar één keer met ze naar Artis ga. Hoe komt dat toch? Ik ben niet tot vaderliefde in staat. Ik heb in dezen al menige peperdure psychiater geconsulteerd. Met als resultaat dat ik inmiddels niet alleen niets van mijn kroost, maar ook niets van psychiaters wil weten.
Daarom nam ik een jaar geleden, bij wijze van experiment, vijf huisdieren: een hond, een parkiet, een kat, een marmot en een stekelbaars.
Nee, zij zijn nog steeds niet dood. Integendeel, zij blaken van gezondheid. ‘Jacques, je overdrijft’, zei de dierenarts toen ik m'n stekelbaars laatst tegen de griep wilde laten inenten. Maar ik spaar kosten noch moeite. De parkiet heb ik laatst naar Somalië laten overvliegen om hem zijn land van herkomst te laten zien. Bello, m'n Duitse herder, volgt een opleiding tot blindegeleidehond. Voor de kat, m'n favoriet, vang ik hoogstpersoonlijk muizen. Ben ik iemand vergeten? Waarachtig, m'n marmot. Die slaapt in m'n bed.
Inmiddels heb ik ook twintig Foster Parents-kindertjes geadopteerd, van zwart tot geel, allemaal om mijzelf op de proef te stellen. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik dol op ze ben.
De waarheid is hard, maar onontkoombaar: het is langzamerhand duidelijk wat ik in m'n eigen kinderen niet verdraag.
Ze lijken op mij.