Popmuziek: Spinvis

Zoals dat dan gebeurt

Spinvis © Excelsior Recordings

Bij 7.6.9.6., het nieuwe album van Spinvis, hoort een boek met dezelfde titel. Het is een verzameling foto’s, handgeschreven teksten, appjes en andere flarden en herinneringen. ‘Alle afbeeldingen heb ik uit mijn eigen archief gevist. Wie wat waar wanneer heeft gemaakt weet ik echt niet meer.’

Het boek is als de teksten van Spinvis: associatief, en verre van dichtgespijkerd. Wie dat hetzelfde vindt als vrijblijvend mist de poëzie ervan. Hilarisch is de pagina waarop hij een screenshot van een tweet heeft geplaatst tegen een achtergrond van kinderlijke hartjes. Het is een tweet uit december 2017, diep in de nacht geplaatst door een vrouw met profielnaam Tara Lemming, die schrijft: ‘Spinvis is alles wat er mis is met NL mannen. Niet mannelijk, niet macho, zo niksig en zogenaamd vrouwen-begrijpend. Getver dan heb ik liever een hond die snapt dingen.’ Eronder staat ook de score: ‘2 vind-ik-leuks’.

Zijn vertelzang en zijn tekstuele aanpak mogen dan al vanaf de eerste regel herkenbaar zijn, de Spinvis van 2020 is in muzikaal opzicht een andere dan de Spinvis die in 2002 debuteerde met zijn in z’n eentje thuis opgenomen knip-en-plak-plaat. Met de werkwijze veranderde ook het geluid. Dat debuut was een baanbrekend album, dat nog steeds nawerkt: de huidige theatertournee van rapper Ronnie Flex is vernoemd naar het vijfde nummer van dat album, ‘Ronnie gaat naar huis’.

Ook deze keer zat Spinvis in z’n eentje in zijn thuisstudio in Nieuwegein, maar ditmaal noodgedwongen. Hij legt het in een toelichting uit, alsof hij zich richt tot iemand die het album over twintig jaar uit de hoes haalt: ‘In het voorjaar van 2020 was het vanwege de covidpandemie niet toegestaan om gezamenlijk in dezelfde ruimte op te nemen. De zangers/muzikanten namen hun partijen op in verschillende studio’s.’ Dus zaten in Amsterdam, De Lutte, Rotterdam (en in het geval van zijn broer: Las Vegas) muzikanten los van elkaar en toch samen te werken aan 7.6.9.6. In het euforische ‘Verzonnen man’ brengt Spinvis een ode aan de verbeelding, en aan de vreugde van precies dat: samen spelen; ‘en iedere avond is/ hij verdoofd door sterrenlicht/ de paus en de premier/ iedereen zingt mee’.

Pijnlijk, opbeurend, vermanend en lankmoedig tegelijk is knap genoeg ‘Soms breekt er een hart, soms blaft er een hond’, waarin de verteller reageert op het relaas van een gebroken hart van een vriend, die ervandoor ging met een ander: ‘alles is stuk ja ik weet het nou wel’. De troost? Berusting: ‘het is niemands fout/ het is niemands schuld/ het is gewoon zoals dat dan gebeurt.’

‘Stuntman’, waarin hij een toestand van vervreemdende onthechting bezingt, begint als een knipoog naar de Pixies, en eindigt met een citaat van The Who: ‘i’m just a substitute/ for another guy’. Het nummer loopt door in ‘Paon’, dat prachtig tegelijk voort meandert in de toetsen, opzwelt door de cello, viool en altviool, en stokt door het ritme. Het bevat een passage die fraai de kern van veel teksten van Spinvis raakt: ‘alles is voorgoed/ alles had gekund/ het is maar hoe je het ziet’.


Spinvis, 7.6.9.6. (Excelsior Recordings)