INLEIDING

Zoek en vind!

‘FOR A LONG time in my adolescence (…) I longed to be a Roman expatriate’, schrijft de eminente kunstcriticus Robert Hughes in zijn pas verschenen geschiedenis van de eeuwige stad, Rome.

Een meer bescheiden schrijver had het boek een ondertitel gegeven, Hughes niet. Het boek heet Rome, als een voor zichzelf sprekend monument. Hughes beschrijft de ontwikkeling van de stad, van de zuilen van oude Romeinen tot de rechte hoeken van Mussolini. Er zijn anekdotes en schandalen, veel schandalen, maar Hughes schrijft met extra venijn als hij aankomt bij de pausen die van 1309 tot 1376 de scepter zwaaiden, niet vanuit het Vaticaan maar vanuit Avignon - ‘zelfverkozen expats, met een zelfverkozen expatsleventje’.






Meer aaaserie

Nu stond het Vaticaan nooit bekend om een sobere levensstijl, maar eenmaal in Avignon was het hek van de dam. De pausen lieten zich kleden in zijde uit Toscane, goudbrokaat uit Venetië, witte wol uit Carcassonne, linnen uit Reims en Parijs, opgesmukt met hermelijnenbont. In de tien jaar dat paus Clemens VI aan het hoofd van de kerk stond (1342-1352) liet hij 7080 stukken hermelijnenbont aanvoeren. 'The popes and their swarms of couturiers ate from gold plates and gold trays, lidded goblets, ewers, sauce-boats and flagons, using gold cutlery with handles of jasper or ivory.’ Paus Johannes XXII gaf een feest voor het huwelijk van zijn achternichtje, Jeanne de Trian, en hoewel we niet weten hoeveel gasten er waren, werden er 4012 broden geserveerd, negen ossen, 55 schapen, acht varkens, vier wilde zwijnen, tweehonderd hanen, 690 kippen, 580 patrijzen, 270 konijnen, veertig plevieren, 37 eenden, vijftig duiven, 292 stuks 'klein gevogelte’ en, 'rather anticlimactically’, schrijft Hughes, twee fazanten. Voor wie die twee fazanten waren, staat er niet bij.
Maakt het expatsleventje iets los bij de mens? Creëert het wonen & werken in den vreemde een extra behoefte bij ons? Expat-auteur bij uitstek is F. Springer - in het dagelijks leven was Springer onder meer ambassadeur in Oost-Duitsland. Zijn romans worden bevolkt door diplomaten en correspondenten, die met hun ziel onder de arm door hun nieuwe thuis sjokken. Ze verlangen naar iets en storten zich stelselmatig in liefdesaffaires met vrouwen die niet de hunne zijn. Uit Bougainville (1981): 'Naast mij Bettina, de Zwitserse arts, mooi maar in het publiek altijd streng en professioneel, met ervaring in Biafra en andere onheilsoorden, net als ik al maanden in het Intercontinental bivakkerend en soms met mij en anderen, na een lange dag, van ganser harte diep in het glas kijkend, om even de uitzichtloosheid van haar werk te vergeten.’ Die expats, natuurlijk, ze kunnen ook niet anders.
De tweede aflevering van de AAA-serie - Actueel, Avontuurlijk, Aangrijpend - van het Koninklijk Concertgebouworkest dit seizoen heeft op het eerste oog een dubbel thema: Expats, schuine streep, Goebaidoelina 80. Zo ver zijn die twee niet van elkaar verwijderd. Sofia Goebaidoelina, de grote Russische componiste, wordt tachtig - wat ze viert met een wereldpremière in Amsterdam. In de Sovjet-Unie kwam ze nooit helemaal tot haar recht; haar stijl paste niet in de sovjetvoorschriften en haar inspiratie - het geloof - al helemaal niet. Pas toen ze in het Westen ontdekt werd, bloeide ze echt op. Weg van huis diepte ze klank en kleur verder uit, vanuit haar eigen ideaal. Zoals Bas van Putten schrijft, verderop in deze bijlage: 'Bij Goebaidoelina, die in 1970 de doop ontving in een Russisch-orthodoxe kerk in Moskou, is het geloof zo met het DNA vervlochten dat het zich in niet-tekstgebonden werken even pregnant uitdrukt als binnen de gebaande liturgische paden.’
Want zo kun je de expat ook zien: als banneling, al dan niet zelfverkozen. Voor Ovidius stond zijn ballingschap uit Rome gelijk aan de dood, schrijft Sana Valiulina iets verderop. Edgard Varèse stortte zich daarentegen optimistisch in onzekerheid en armoede toen hij naar New York vertrok, omdat hij er niet aan twijfelde dat de Nieuwe Wereld hem energie en inspiratie zou geven. Zijn belangrijkste werk, Ameriques, is daar het bewijs van (lees het stuk van Floris Don). Wie naar het vreemde gaat, die zoekt iets.

Robert Hughes, Rome, Weidenfield & Nicolson, 534 blz., € 26,95