‘Zoek ruzie!’

Shakespeare is nog nooit zo sexy op de bühne gebracht als in twee nieuwe bewerkingen van de klassieker over de geliefden Romeo en Julia.

IN DE FILM Romeo+Juliet die Baz Luhrman in 1996 van Shakespeare’s jeugdwerk maakte wordt de proloog gesproken door een nieuwslezeres die uit de sneeuw van een haperend televisietoestel opduikt: ‘Two households both alike in dignity…’ In de werkelijkheid rondom het minuscule tv-scherm wordt de ‘waardigheid’ van deze woorden ingehaald door halve gare joyriders die mafkezerig om zich heen schieten, geheel volgens de hitsige textuur van de eerste scène bij Shakespeare: ‘Quarrel! I will back thee!’ – ‘Zoek ruzie! Ik geef rugdekking!’ De opening van The Tragedy of Romeo and Juliet belooft een familievete. Die komt er ook, maar hij gaat nergens meer over. Het is geen gevecht om territorium met bijkomende belangenconflicten of een familieoorlog om de macht in een oligarchisch georganiseerde staat, zoals in The Lamentable Tragedy of Titus Andronicus die Shakespeare (nog geen dertig jaar jong) vlak voor Romeo and Juliet voltooide. Het is dollemanshaat en burgermansjaloezie zonder enig traceerbaar motief en met rampzalige neveneffecten. Zoals doorklinkt in de proloog (hier geciteerd in de vertaling van Jan Jonk): ‘Twee huizen die gelijk in aanzien staan/ in het mooi Verona waar dit spelen moet/ zetten hun oud geschil tot strijd weer aan/ met burgerhanden rood van burgerbloed/ Het stel dat uit die beide kampen sproot/ wier liefde onder slecht gesternte staat/ begraaft hun ouders’ vete met de dood/ als het zo jammerlijk ten onder gaat.’
Met deze lamentabele ondergang opende de voorstelling die Alize Zandwijk onlangs van Romeo en Julia maakte bij het RO Theater, geen dichtgemetselde visie op het stuk (zoals hier en daar wel is gesuggereerd) maar het resultaat van een intelligente en frisse herlezing van de tekst door Zandwijk en haar spelers. En die tekst gaat zwanger van manische depressies, zoals Julia bij het laatste afscheid van haar lief verwoordt vanaf de rand van hun balkon, hier een verlaten, kaal biljart: ‘Daar staat een spookbeeld voor mijn ziel/ Het is alsof je daar zo ver beneden/ Als een dode in een diepe tombe rust/ Mijn oog bedriegt me of je ziet lijkbleek.’
Heel anders gaat het toe in Romeo over Julia, een bewerking van de tekst door de Amerikaanse schrijver Joe Calarco. De raamvertelling (vijf jongens op een strenge katholieke kostschool vinden Shakespeare’s tekst op een verlaten zolder tijdens een strafopsluiting en besluiten het stuk met en voor elkaar te spelen) is door regisseur Marcus Azini en producent Rik Engelkes weggegooid, terecht overigens, omdat het een oubollig en tuttig motief biedt om de tekst te spelen. Nu doen ze het, gewoon omdat ze er zin in hebben en omdat er al een variété-toneeltje is gebouwd en de pruiken en jurken klaarliggen. Meer motieven zijn er niet voorhanden, minder trouwens ook niet en waarom zou het spel óm het spel ín het spel niet genoeg zijn?
Als we binnenkomen zijn ze al op de speelvloer met in hun ogen een combinatie van guitige bravoure, lichte gêne en we-hebben-er-zin-in-plezier. De slimheid van de voorstelling zit er in de eerste helft in dat steeds wordt begonnen met situatie, plot en teksten lichtelijk op de hak te nemen en het materiaal meteen daarna bloedserieus te doen, juist ook die eerste ontmoeting en juist ook die eerste kus. Dat werkt, ook (en misschien wel juist) voor een zaal met een hoog gehalte aan adrenaline en een hormonale productie met een nóg hogere omloopsnelheid en met bijkomende oh-la-la-lachjes om twee zoenende jongens.
Ik moet bekennen dat ik mijn hart vasthield toen ik in de openingsscènes de zwoel bedoelde blik zag van de gewezen soapsterren Teun Kuilboer en Johnny de Mol, ondertoon: ‘Hello chicks, dat wordt neuken vanavond!’ – maar die bijeffecten van de cast werden door de jongens zelf snel weggewerkt. Ze blijven weliswaar knipogend spelen (‘kijk ons eens’) en commentaar geven, vooral op de momenten dat het noodlot nogal onhandig lijkt te worden bestuurd door domme fouten (‘wat is er nou zo moeilijk aan het bezorgen van een brief!?’), ze blijven trouw aan de lyrische kracht van de tekst. Van meligheid (‘jongenstoneel door een vriendencluppie’) is niets te merken. Balorigheid verandert in speelplezier, speelplezier in durf en durf in een soort overmoed – de jongens wisselen ook midden in een scène van rol, en in de laatste twintig minuten wordt bijna ijzerenheinig geboetseerd naar het sterke slot toe, volvoerd voor een muisstille zaal. En dat mag ook weer eens een keer gezegd: zowel de versie van Alize Zandwijk als die van Marcus Azini brengt Shakespeare’s toneelpoëzie dichter bij een breed publiek. Je zou bijna de reclameslogan voor de film Romeo + Juliet van Baz Luhrman parafraseren: ‘Shakespeare has never been this sexy on stage.’

Romeo over Julia, Rik Engelkes Producties i.s.m. MTV, tournee t/m eind februari; www.romeooverjulia.nl. Vanaf 6 maart: Romeo en Julia, Het Nationale Toneel, regie Johan Doesburg; www.nationaletoneel.nl. Romeo en Julia van het RO Theater wordt van 27 mei t/m 14 juni hervat; www.rotheater.nl