film

Zoeken naar gevoel

Logorama

Dean Martin zingt Good Morning Life aan het begin van de Oscar-winnende korte film Logorama en The Ink Spots sluit af met I Don’t Want to Set the World on Fire. Een mooie ironie: klassieke pop en jazz vol warmte vormen de kaders van een wereld die verandert in een rampenfilm door de ongecontroleerde werking van marketing en reclame. De film toont de Apocalyps: als alles een merk is of als het merk alles is, dan verkruimelt betekenis zodat er niets meer overblijft behalve vage herinneringen aan een mooi lied.
Een rampenfilm, ja. Toch wijst de muziekkeuze in Logorama, van de Franse cineasten François Alaux, Hervé de Crécy en Ludovic Houplain, de weg naar een meer complexe thematiek, namelijk rouw over het failliet en de corrumperende invloed van een systeem dat ooit onlosmakelijk deel was van de Amerikaanse psyche. In die zin doet Logorama veel denken aan Capitalism: A Love Story, Michael Moore’s laatste en beste film. Wat ooit mooi en goed en functioneel was, is nu verrot tot op het bot.
Beide werken reflecteren ook het postapocalyptisch doemdenken dat de basis vormt van de huidige cultuur van bespiegeling over hoe de wereld er na een catastrofaal event, klimatologisch van aard of ingegeven door geopolitieke of globale economische ontwikkelingen, uit zou kunnen zien. En dat leidt tot films als Wall-E van Andrew Stanton, het briljante The Book of Eli van The Hughes Bothers en The Road, naar de roman van Cormac McCarthy, waarin de teloorgang van betekenis, vervat in de typische gestroopte stijl van de schrijver, eveneens voorop staat.

In Logorama neemt alles de vorm aan van een logo, merken als Haribo en Kentucky Fried Chicken en Hot Wheels. En op een interessante manier klopt dit ook wel. Wie vooral ’s avonds een willekeurig stadje in Amerika binnenrijdt, weet hoe chaotisch een eerste aanblik kan zijn: een ogenschijnlijk eindeloze weg overwoekerd door neonreclame. Je ziet… merken. Overal. De echte wereld daarachter vervaagt. En daarmee ook alle betekenis. Dit idee vormt de basis van Logorama.
De film duurt pakweg een kwartier, maar is gestructureerd als een epische kaskraker: twee Michelinman-agenten zitten in een Chevrolet tarantinoësk te praten over dieren in de natuur, waarna een van hen een Kentucky Fried Chicken binnenloopt voor wat eten. Opkomst van de Ronald McDonald-clown. Een anarchist met massavernietigingsplannen. Een geweer met als logo: raf. Een wilde achtervolging tussen Clown, die op een gegeven moment op een Grease-motor springt, en de Michelin-Starsky en Hutch. Dan een gijzeling. SWAT-agenten, hun verrekijker van het merk Leica. Zo spannend dat de mgm-leeuw in de dierentuin niet meer durft te kijken en de haasjes in de Paramount-berg te voorschijn komen vanwege alle lawaai. En dan de Apocalyps: een aardbeving.
Wat een film is Logorama wel niet; hij levert prachtig commentaar op de tijdgeest, op de conventies van de populaire cinema, op het falen van de politiek van het handjeklap en van de economie van de overvloed. Voor de makers was het grootste obstakel wellicht om alle merken ondanks het verdwijnen van echte betekenis toch een eigen karakter te geven, en zo ervoor te zorgen dat ze zichtbaar blijven. Missie geslaagd: Logorama is een diepe film over de vervlakking van het moderne leven en het zoeken naar gevoel. Nog een keer The Ink Spots: ‘I don’t want to set the world on fire/ I just want to start a flame in your heart.’

Te zien op Go Short. International Short Film Festival Nijmegen, van 17 tot 21 maart