Televisie: ‘Kijken in de ziel’

Zoekend naar zin

Kijken in de ziel © Lilian van Rooij / NTR

‘Geestelijk leiders’ vormen het tableau de la troupe van de vijftiende reeks Kijken in de ziel van het gouden koppel Coen Verbraak en Gerald van Leipsig (montage). Tegelijk de laatste. Daarin schuilt logica: veertien keer over het aardse bestaan, de laatste over wat erna komt en hoe derhalve geleefd dient. De orthodoxe opperrabbijn en de liberale vrouwelijke rabbijn hebben, vooroordeel-bevestigend, de meeste gein. Wat weer iets anders is dan blijheid: daarin blinken de katholieke ‘zuster’ en een baptistenpredikant uit. De zuster omdat ze mag dienen, de baptist omdat zijn Amerikaansige denominatie loopt als een trein en hij niet kan wachten op het einde der tijden, binnenkort in dit theater, want zijn groeiende kudde zit goed. Met de verdoemenis van de rest lijkt hij niet te zitten, in tegenstelling tot de bevindelijk gereformeerde dominee die op dagjes uit met het gezin (Efteling?) om zich heen kijkt en beseft dat de meesten rondom hem de hel wacht – een zware last om te dragen.

Verbraaks gezelschap is te groot voor een mop over rebbe, pastoor en dominee, want naast drie protestanten en twee katholieken (behalve de zuster ook de hulpbisschop van Roermond) worden imams, een hindoepriester (pandit) en boeddhistische leraren bevraagd over het Hoogste, over heilige boeken en de interpretatie daarvan. Over schepping en eindtijd, over bekeren of niet, al dan niet met geweld. Verbraak zit er als immer ontspannen bij en stelt vragen die je vooral stelt als je niet gelooft. En is niet te beroerd een beetje te jennen. Als de vrouwelijke dominee het tafelritueel van haar gezin beschrijft, met handbewegingen bij de zelf gemaakte tekst ‘hemel, aarde, jij, ik, samen, amen’, riposteert hij vrolijk dat dat wel erg veel lijkt op ‘hoofd, schouders, knie en teen’.

De imams legt hij de ‘zwaardsoera’ voor (‘doodt de ongelovigen’) die we volgens hen niet letterlijk meer moeten nemen (‘het was toen oorlog’). Verbraak: ‘Dus het is geen jachtakte?’ Vergeef me de triviale voorbeelden, want het gaat natuurlijk om Grote Zaken. Maar juist de lichte, nieuwsgierige toon levert inzicht in zowel de kernvragen als in wat die dan voor betrokkenen in eigen leven betekenen. Zelden heeft de baptist zoiets doms gehoord als de oerknal van professor Dijkgraaf, dat specimen van de armzalige postmoderne mens. Voor diens malle theorie is heel wat meer geloof nodig dan in de zo overduidelijke Schepper, want zelfs het knoopsgat in het colbert heeft een maker.

De mannelijke boeddhist is zelden zen en drinkt graag whisky. De vrouwelijke was eerst non. De mens is zoekend naar zin, zoveel is zeker. Ik zag alleen de eerste twee afleveringen. Als altijd verbaasd over de rijkdom aan waarheden, interpretaties en metaforen. En er zijn er nog zoveel meer. De pandit is een van de prettigsten. Mijn geestelijk leider heet, pakweg, Bas Heijne.


Coen Verbraak, Gerald van Leipsig, Kijken in de ziel: Religieuze leiders, NTR, zes afleveringen vanaf maandag 23 juli, NPO 2, 21.10 uur