Zoel

De oranje-rode New Colorstudy van Jan Dibbets is net zo roerloos als zijn vroegere rimpelende water.

In de wielrennerij wordt ervan gesproken de koers hard te maken. Dat is: nog eens een schepje erbovenop doen waardoor de druk zo groot wordt dat de concurrentie eronder zou kunnen bezwijken. Dat nu is wat er gaande is met de nieuwste werken van Jan Dibbets, New Colorstudies. Die zijn stralend groot (of liever zacht glanzend) en mede daarom abstracter dan ooit. De eerste Colorstudies, uit 1975/76, waren gemaakt met klassieke kleurenfotografie (Kodachrome) – nog met negatieven dus, gedrukt op dat lumineuze fotokarton. Het waren foto’s, rechtaan genomen, van koetswerk van auto’s en van zo dichtbij ook dat je alleen een strakke uitsnede zag van glimmende en buigzame kleur met hier en daar reflecties van wazig licht. In het verloop van Dibbets’ kunst volgden ze op een serie studies van het rimpelende oppervlak van kabbelend water en het bibberende licht daarop. Zulke motieven zijn ongrijpbaar in vorm. Maar klassieke meesters van de speling van glijdend licht dat kronkelend de bevallig geplooide zijde streelt, zoals bijvoorbeeld Velázquez, hadden in hun realistische stijl het echte gewaad in het portret van de echte infanta ter beschikking om die sierlijke effecten vast te houden. In zulke portretten, ontroerend mooi als ze zijn, behoren die kleurige effecten van licht op glimmende zijde tot het uiteindelijke decoratieve repertoire. Effecten van grijs flonkerend water zou je steviger kunnen maken door, als de impressionisten, een groen stukje oever erbij te schilderen. Bij Dibbets kregen de waterstudies, van tegen elkaar geplakte foto’s, een overwegend horizontale vorm. Wat je zag, beweeglijk water, werd stil en strak – je zag de rimpelingen vreemd objectief stilgelegd om intenser naar het vloeibare gewiebel te kijken.

Maar ik dwaal af. Het is wonderbaarlijk te ervaren dat een oeuvre dat er ogenschijnlijk zo eenvoudig uitziet, toch zo vol geheimzinnige subtiliteiten blijkt te zitten. Wat ik wilde zeggen is dat de Colorstudies er al direct strakker en abstracter uitzagen. Dat is wat velen toen dwarszat. Ermee vergeleken waren de scenische waterstructuren bijna idyllisch. De Colorstudies waren, om te beginnen, vierkant toegesneden. Het kwadraat is de hardste waarnemingsvorm die er is omdat, in de rigoureuze begrenzing ervan, de blik eigenlijk geen kant op kan. Ooit is Dibbets zo begonnen: met rechthoekmanipulaties die in 1968 uitkwamen bij de Perspectiefcorrecties – fundamentele, fotografische constructies waaraan ik hier herinner omdat de geest van hun visuele strengheid doorwerkte in de Colorstudies. In hun vierkante omtrek is de glimmende kleur van autolak intens geconcentreerd samengevat. Ze hebben een kleur zonder handschrift die daarom, in dat vierkant (als door een vergrootglas) werkt als puur licht – die een artificiële abstractie is van die gewichtloze kleur.

Begin vorige eeuw kwam de beeldende kunst in de abstractie terecht. Sommigen zeggen dat ze erin verdwaald is. Maar door de abstractie is sindsdien de kunst diepgaand veranderd – wat komt, denk ik, door de voorlopige onvoorspelbaarheid ervan. De eerste Colorstudies pasten geometrisch in de procedure toen van Dibbets’ werk. Hun effecten, die van abstracte kleur, bleken raadselachtig te zijn. Zo bleven ze hangen in de verbeelding. Pas nu heeft hun abstractheid verder kunnen radicaliseren omdat de oude negatieven gedigitaliseerd konden worden zodat de kleuren van het beeld eindeloos konden worden gemanipuleerd. Dat mag: alles wat ontstaat is materiaal en techniek voor kunstenaars. In de oude versies waren ze van fotopapier – maar de New Colorstudy als hier de oranje-rode uit 2012, is een wonderlijk ijl beeld geworden. Het is ook veel groter en de rechthoekige vorm ervan is minder dwingend dan eertijds het vierkant. Vreemd genoeg komt er iets terug van de wiegende transparantie in de waterstudies. Want het dun glanzende oranje is over de rechthoek gegleden als een bries van zoele kleur die zich daar roerloos heeft neergelegd. Er treden incidenten in de kleur op maar daar kijk je doorheen. Zo beheerst gecontroleerd heeft de kunstenaar deze chromatische verschijning laten ontstaan. Want ook abstracte kunst volgt uiteindelijk de onverklaarbare voorstellingen van schoonheid die iedereen in zijn kop heeft. De piramides in Egypte, in gewicht en proportie en silhouet, waren het mooiste wat hij ooit had gezien, zei Jan Dibbets mij ooit. Abstractheid kent geen vaste regels en kan gelukkig vele kanten op. Deze nieuwe verbeeldingen van onvoorstelbare kleur zijn een ontdekking die nu een vorm begint te vinden waarvan het eind nog lang niet in zicht is. Ook nu wordt die vorm, uit ernstige geometrische verbeelding gegroeid, toenemend gekarakteriseerd door een statige gravitas die al lang de signatuur is van deze geduldige kunst.


PS De nieuwe Colorstudies zijn, mocht u daar komen, tot 29 maart te zien bij Galerie Nelson-Freeman in Parijs (galerienelsonfreeman.com)