Zogezegd en alles

Gebruikmakend van de seizoensluwte haal ik toneel in dat vorig seizoen knarsetandend werd gemist. Deze week ‘Kingcorn’ door Hollandia. De prachtige monoloog van een laatste arbeider, Bram. Nog twee keer te zien: op 2 oktober in Eindhoven en op 3 oktober in Purmerend. Inlichtingen: 075-6127555.

De speelvloer is gesopt. Zeer grondig. Hij ruikt naar schoonmaakmiddelen. Links tegen de wand staat een leeg aquarium. Bram, de laatste arbeider, staat al te praten als we binnenkomen. ‘Dat aquarium, dat was zijn liefde. Dat deed-ie na zijn werktijd. Toen ging de tent dicht. En toen gingen de mensen weg. En toen was er geen animo meer voor’. Bram (Bert Luppes) vertelt het bijna achteloos. Het woord animo komt ook een beetje ongemakkelijk uit zijn keel. Het lege aquarium staat er als de trieste illustratie van zijn kleine tragedie: 48 jaar heeft hij in deze fabriek gewerkt. Nu houdt hij de boel schoon. Nog drie jaar. Dan wacht de AOW. Hij leidt ons rond. En hij praat één uur aan een stuk. Er is ooit een echte Bram geweest. De journalist Lex Bohlmeijer heeft met hem gepraat. De schrijver Eric de Volder heeft die teksten gerangschikt. Floor Huygen deed de regie. Bert Luppes speelt Bram.
Zijn teksten ontberen logica. Hij springt van de hak op de tak. Ik hoor mijn vader over ons boerenbedrijf praten en mijn opa over de tuin. Het moet ooit een verhaal zijn geweest. Maar er is nu geen touw aan vast te knopen. Ik schreef soms even mee. 'Dan werden die boten gelost. Zo'n vijfhonderd ton. Ja toen tenminste. Dat was een jaar of 1955. En nou willen ze dat weg. Degene die dat koop tenminste. Willen dat wegbreken.’ Bram wijst naar pijpen en kaden die er niet meer zijn. En met zijn stamelende taalgebruik roept hij een wereld op die er niet meer is en die er nooit meer zal komen. Bram berust. Hij maakt een ruimte schoon waar niemand meer op zit te wachten. Zijn Leidse meelfabriek is definitief geschiedenis geworden. En zijn taal is uit elkaar gevallen.
Luppes speelt niks, hij illustreert niks, hij is één geworden met de onhandigheid van een verteller die naar woorden zoekt om iets over het verlorene te vertellen. Zijn stotterende textuur dwingt ons kijkers tot het zoeken naar een samenhang. Bram doet er in ieder geval geen moeite meer voor. De gelaatsuitdrukking van Bert Luppes geeft afwisselend het signaal af: mij kan het allemaal niet meer schelen, en dan weer: wat doen jullie hier eigenlijk? Het wonder van de voorstelling is dat de acteur ons genadeloos manipuleert. Niet alleen omdat hij jongleert met de taal. Hij speelt ook met de tijd. Soms stopt zijn woordenstroom. Dan zit hij, van ons afgewend, tegen de kale muur te kijken. Die stiltes zijn dodelijk en veelzeggend, ook door het gegiechel in het publiek. Het klinkt als een cliché - we kunnen de stilte moeilijk verdragen. We gaan ervan schuifelen, verzitten, we kijken elkaar aan. Het briljante van Luppes’ spel is dat hij al die reacties moeiteloos incasseert. Hij gaat er zelf van zuchten. En begint aan een volgend deel van zijn vertoog over de ruimte waar hij 48 jaar in moest werken.
Toen mijn vader ik-weet-niet-hoe-lang bij Hoogovens had gewerkt, en ons - zijn vrouw en zijn kinderen en kindskinderen - eindelijk een keer (tijdens zijn afscheid met speldje en toespraak) mocht rondleiden op de plek waar hij al die tijd had doorgebracht, had hij opeens geen tekst meer. Hij stamelde en stotterde wat, wees naar de walsen waar het staal vanaf kwam en naar de kranen die hij moest bedienen, en dat was het dan. Ik heb van mijn leven nog nooit zo'n mooie rondleiding gekregen. En Bert Luppes kwam in die kale gesopte ruimte dicht in de buurt van die kapotgeslagen ontroering. Ik ben blij dat ik Kingcorn of zogezegd en alles nog heb kunnen zien. Een taalmonument voor een onzichtbaar industrieel monument.