Derrick Jensen. The Everything Guy

Zolang de trekvogels maar blijven komen


Voor de Amerikaanse milieuactivist Derrick Jensen geldt: wat wij ‘beschaving’ noemen is per definitie niet duurzaam. Is hij radicaal? ‘De planeet vernietigen, dat is pas radicaal.’

Medium derrick jensen

Wellicht is dit citaat de effectiefste manier om Derrick Jensen aan een publiek voor te stellen: ‘Door de jaren heen heb ik oneindig veel mensen gevraagd of ze geloven dat deze cultuur een vrijwillige transformatie naar een verstandige en duurzame manier van leven zal ondergaan. Nooit zegt iemand ja. Vervolgens vraag ik: wat betekent dit, als je eerlijk bent, voor je strategie en tactiek?’

Jensen onderscheidt zich binnen de milieubeweging met zijn pleidooi voor een ‘diep-groen verzet’ waarbij hij geweld niet uitsluit als een legitieme vorm van milieuactivisme, bijvoorbeeld in de vorm van fysiek verzet tegen ontbossing, of door een oliepijplijn te saboteren. Het heeft hem de bijnaam ‘the violence guy’ opgeleverd, wat hem tegenstaat omdat hij zelf niet tot geweld in staat is. ‘De laatste keer dat ik gevochten heb was in de tweede klas van de lagere school.’ Liever wordt hij ‘the everything guy’ genoemd. ‘Ik denk dat we alles moeten doen wat mogelijk is. Daar hoort lobbyen bij, of actievoeren, of ecologische restoratie. Het kan me eigenlijk niet veel schelen hoe we er komen, zolang er elk jaar maar meer trekvogels terugkeren.’ Hij voegt eraan toe: ‘Elke ochtend vraag ik me bij het ontwaken af of ik moet schrijven of een dam moet opblazen. Ik kies altijd voor schrijven, hoewel ik niet zeker weet of dat wel de juiste keuze is.’

Schrijven doet de 54-jarige Amerikaan volop: sinds zijn debuut in 1995 publiceerde hij meer dan twintig boeken. En hij is nog lang niet klaar. Volgend jaar verschijnen drie boeken van Jensen: een over ‘menselijke suprematie’, volgens hem ‘het grootste probleem waarvoor de wereld staat’, een kleiner werk over de problematische kanten van anarchisme, en een verhalenbundel. Momenteel werkt hij aan een publicatie met de werktitel Bright Green Lies, waarin hij waarschuwt dat zonne-energie de wereld niet zal redden.

Jensens belangrijkste en tevens omvangrijkste boek is het tweedelige Endgame (2006), waarin hij stelt dat wat we ‘beschaving’ noemen per definitie niet duurzaam is. In het eerste deel, ‘The Problem of Civilization’, legt hij uit waarom we de beschaving onmiddellijk en systematisch moeten vernietigen. In het tweede deel, ‘Resistance’, behandelt hij de fysieke taak die de ontmanteling van de beschaving met zich meebrengt.

Hij krijgt steevast het predikaat ‘radicaal’ opgeplakt, iets waar hij geen moeite mee heeft. Behalve wanneer de term wordt gebruikt om hem aan te vallen: ‘Dan draai ik me om en antwoord ik: de planeet vernietigen, dat is pas echt radicaal. Maar als mensen de term in wiskundige zin gebruiken, dus dat je helemaal tot aan de wortel gaat, ja, dan ben ik inderdaad radicaal.’

Derrick Jensen werd opgevoed als een fundamentalistische christen, een zevende-dagsadventist, wat onder meer betekende dat hij vanaf zonsondergang op vrijdag tot zonsondergang op zaterdag niet mocht werken, tv kijken of winkelen. Hij zwierf als kleine jongen eindeloos door de bossen en weilanden rond zijn huis, totdat daar een woonwijk werd aangelegd. Opeens hadden de slangen en leeuweriken geen habitat meer en op zevenjarige leeftijd vroeg hij zich al af: waar gaan die wezens heen? En als dit zo doorgaat, kunnen de dieren überhaupt nog ergens heen? Jensen: ‘Dus ook al sprak ik nog niet in zulke termen, ik realiseerde me al dat je geen oneindige groei op een eindige planeet kunt hebben.’

In diezelfde tijd werd Jensen geconfronteerd met huiselijk geweld. ‘Mijn vader was extreem gewelddadig. Hij brak bij mijn zus een arm, mijn broer hield epileptische aanvallen over aan de vele klappen op zijn hoofd. Hij verkrachtte mijn moeder, mijn zus en mij. Ik weet nog dat ik dacht: waarom doet hij al die dingen waarvan hij niet eens gelukkig wordt?’

Veel later kwam Jensen een citaat tegen van de psychiater R.D. Lang, het was een retorische vraag: ‘Hoe vul je een leegte door een leegte te vullen?’ Dat, weet hij nu, is wat de westerse cultuur doet: ‘Proberen existentiële leegte met meer existentiële leegte te vullen – door de maan te bombarderen of consumentisme of technologische escalatie of wat dan ook.’

‘Hij verkrachtte mijn moeder, mijn zus en mij. Ik dacht: waarom doet hij al die dingen waarvan hij niet eens gelukkig wordt?’

Na de middelbare school ging hij natuurkunde studeren aan de Colorado School of Mines. Hij hield van leren, maar net als zijn medestudenten beleefde hij niet of nauwelijks plezier aan zijn studie. ‘Ik vroeg hun hoe ze het volhielden en dan hoorde ik dingen als: als ik hier straks klaar ben, krijg ik een goede baan als ingenieur en koop ik een mooie auto.’

Hij ontwikkelde in die tijd de gewoonte om Jan en alleman te vragen of ze van hun baan hielden. ‘Zo’n negentig procent zei nee. Blijkbaar besteedt de overgrote meerderheid van de mensen het merendeel van hun wakkere uren aan dingen die ze niet willen doen. Ik begon de manier waarop de economie werkt fundamenteel in twijfel te trekken. Hoe zijn we uitgekomen bij een krankzinnig systeem waarin bijna niemand gelukkig is? Wie heeft daar wat aan?’

Van zijn mentor John Osborne, die Jensen ontmoette toen hij twintig was, leerde hij dat het zo bij de meeste milieuactivisten gaat: je begint bij de wens om bijvoorbeeld een bepaald stuk grond te beschermen en je eindigt bij serieuze kritiek op de funderingen van de westerse beschaving. ‘Als de vragen eenmaal beginnen te komen, stoppen die voor sommigen van ons niet. Dat gaat van “waarom vernietigen we dit bos?” tot “waarom zou je überhaupt bossen vernietigen?” om te eindigen bij “waarom hebben we een economisch systeem dat gebaseerd is op het vernietigen van de natuurlijke wereld? Dat is krankzinnig”.’

Toch stellen maar weinig mensen de vragen die Jensen als jongeling stelde, realiseert hij zich. Of ze stellen ze wel, maar graven vervolgens niet diep naar antwoorden. Hij wijst als verklaring op de denker Lewis Mumford en diens concept the magnificent bribe (de magnifieke omkoping). ‘We worden omgekocht om geen vragen te stellen over de herkomst van onze goodies. Je zou ook kunnen zeggen: een van de redenen dat mensen zich niet afvragen waarom bossen moeten verdwijnen of waarom we nauwelijks actie ondernemen tegen CO2-uitstoot is dat we 24/7 een ijsje kunnen kopen.’

We trekken het systeem niet in twijfel omdat we ervan afhankelijk zijn, stelt Jensen. ‘Als jouw ervaring is dat je eten uit de supermarkt komt en je water uit de waterleiding, dan ga je dat systeem tot in de dood verdedigen, want je leven hangt ervan af. Als je water daarentegen uit een rivier komt en je eten van je land, dan vecht je met alles wat je hebt voor die rivier en dat land.’

Afhankelijkheid is een belangrijke factor binnen elk op misbruik stoelend systeem, zoals ook bij huiselijk geweld: ‘De gewelddadige zorgt ervoor dat zijn slachtoffers economisch afhankelijk van hem zijn, zodat het moeilijker is voor ze om te vertrekken. Vanaf het begin van de beschaving weten machthebbers dat wie de controle heeft over de toegang tot eten, kleding en onderdak over een beroepsbevolking beschikt.’ Als voorbeeld noemt hij een van de alleroudste steden, Mohenjo Daro, in wat nu Pakistan is. ‘De koning bouwde geen muren rond de stad, maar rond de graanvoorraad. Zo hield hij controle over zijn arbeiders.’

Een vervelend neveneffect van deze uitbuitende dynamiek is dat we ons uiteindelijk identificeren met het systeem. Het doet Jensen denken aan een telefoongesprek met een oude vriend, een paar maanden na 9/11. ‘Hij vroeg me: “Hoe lang denk je dat we nog in Afghanistan zullen blijven?” Waarop ik zei: “Zitten we in Afghanistan? Ik dacht dat we in Amerika zaten?” “Oké”, zei hij, “hoe lang denk je dat onze troepen in Afghanistan zullen blijven?” Waarop ik zei: “Heb ik dan troepen?” We praten over onze president, over ons systeem. Maar het is niet ons systeem. We moeten onszelf ervan lossnijden. Maar dat is iets wat gebeurt als je je identificeert met de onderdrukker.’

Hij ziet parallellen met de mainstream milieubeweging. ‘Al die zogenaamde oplossingen voor klimaatverandering hebben met elkaar gemeen dat ze het industriële kapitalisme als een gegeven aanvaarden. De natuurlijke wereld moet zich daaraan maar aanpassen. Terwijl de gezondheid van het land natuurlijk het primaire uitgangspunt zou moeten zijn.’

‘Machthebbers weten dat wie controle heeft over de toegang tot eten, kleding en onderdak over een beroepsbevolking beschikt’

Een vergelijkbare dynamiek ontwaarde Jensen na de ramp in Fukushima. ‘Gevraagd naar de reden om te blijven vasthouden aan kernenergie antwoordde de Japanse minister van Energie: “Niemand kan zich voorstellen te leven zonder elektriciteit.” En dat terwijl veertig procent van de wereldbevolking zonder elektriciteit leeft, en het gaat prima met ze. Kijk naar de geschiedenis, we hebben op alle continenten zonder elektriciteit overleefd.’

Jensen woont in Crescent City, een plaatsje met tienduizend inwoners in het uiterste noorden van Californië. Hij rijdt auto en is aangesloten op het elektriciteitsnet. Voor het overige leeft hij eenvoudig, ‘simpel’, zoals hij zelf zegt, hoewel dat geen politieke keuze is. ‘Ik ben gewoon een krent.’

Hij heeft geen kinderen, een keuze die hij al jong maakte. ‘Ik besloot toen al dat er genoeg mensen op aarde leven.’ Om daar snel aan toe te voegen: ‘Ik wil heel duidelijk maken dat persoonlijke acties niet hetzelfde zijn als sociale verandering. Het maakt niet uit of ik kinderen heb. Wat ik doe of nalaat is volkomen irrelevant. Het maakt een zevenmiljardste verschil.’

Zijn huis staat in een ‘relatief intact’ bos, waarachter een beekje stroomt dat uit de bergen komt. Hij is er gelukkig, maar wil het ook niet romantiseren: de Walmart ligt een halve mijl verderop. Weer iets verderop ligt een National Forest, beschermd natuurgebied.

In deze regio leefden een paar eeuwen terug de Tolowa-indianen. ‘Die woonden hier 12.500 jaar lang, op volkomen duurzame wijze. En zonder hulpbronnen te importeren.’ De indianen vormen voor Jensen een blauwdruk voor een alternatieve maatschappij. ‘Ik zie duizenden, misschien wel tienduizenden verschillende culturen voor me die elk op hun eigen land ontstaan. In de woestijn van Arizona zal een heel andere cultuur ontstaan dan in de Nederlandse polders. Het zal honderden jaren duren voordat deze culturen tot stand zijn gekomen. Zo lang duurt het namelijk om te leren hoe je op een plek leeft. En zo lang duurt het ook voordat we het trauma van onze huidige uitbuitende manier van leven hebben verwerkt.’

Het fundamentele principe van deze nieuwe culturen is in feite een verbod: je mag geen levenswijze hebben die gebaseerd is op de vernietiging van je landbasis. ‘Zalmen en beren verbeteren bossen met hun aanwezigheid, net zoals de Tolowa hun land verbeterden met hun aanwezigheid, anders hadden ze niet 12.500 jaar kunnen overleven.’

Een ander principe zou moeten zijn dat je op het land moet leven alsof je van plan bent daar de komende vijfhonderd jaar te blijven wonen. ‘Dan zullen je beslissingen over het gebruik van het land heel anders zijn dan wanneer je, zoals de meesten van ons nu, slechts een tijdelijke bezetter bent. Dan ga je niet ontbossen. Je gaat het niet vervuilen, je gaat geen pesticiden gebruiken. En je bent oprecht bezorgd als je merkt dat bestuivers beginnen te verdwijnen.’

Vergelijk dat met wat de Europeanen deden toen ze aanmeerden op wat nu New York City is, benadrukt Jensen. ‘Het was een paradijs. De Hudson was zo vol met vissen dat als ze netten uitzetten deze werden weggesleept door het gewicht van de vissen. Soms waren de zwermen duiven zo dik dat ze de hemel dagenlang verduisterden. Nu is het New York.’

‘Als we allemaal wachten op de grote glorieuze revolutie en niets doen in de tussentijd, dan is er straks niets meer over’

De noodzaak om voor de heel lange termijn te plannen, brengt hem op het kapitalisme, een systeem dat zich slecht laat plannen omdat het gedreven wordt door het verlangen naar winst op bij voorkeur de korte termijn. Hij is er geen fan van. ‘In mijn boek The Culture of Make Believe besprak ik dat als je haat maar lang genoeg voelt hij op een gegeven moment niet meer als haat voelt. Dan voelt hij als economie, of filosofie, of religie. In het verlengde daarvan denk ik dat kapitalisme slechts een gerationaliseerde vorm is van hebzucht, egoïsme en sociopathologie. We zijn er alleen aan gewend geraakt.’

Wat Jensen het kapitalisme wel nageeft, is dat het efficiënt is. ‘Het is erg goed in het accumuleren van rijkdom voor de mensen die toegang hebben tot kapitaal. Het is ook erg goed in het rationaliseren van die accumulatie en de bijbehorende uitbuiting van anderen. Voor alle duidelijkheid: het rationaliseren van de uitbuiting van anderen vind ik afgrijselijk.’

Toch is hij niet echt te spreken over het laatste boek van Naomi Klein, This Changes Everything, dat volgens velen nadrukkelijk antikapitalistisch is. ‘Ik vind haar boek niet erg antikapitalistisch’, zegt Jensen. ‘Ja, ze ageert vaak tegen het kapitalisme, maar tegelijkertijd ageert ze nauwelijks tegen het kolonialisme waarop kapitalisme vanaf het begin gebaseerd is geweest. Ik bedoel, een van haar oplossingen voor de klimaatcrisis baseert ze op wat Duitsland doet met zonne-energie. Maar om de zonnecellen hiervoor te verkrijgen, is uitgebreide mijnbouw nodig. En we weten onder welke omstandigheden dat gebeurt. Ze spreekt zichzelf tegen. Eerst wijdt ze een heel hoofdstuk aan hoe een op extractie gebaseerde economie niet duurzaam is, wat geweldig is, maar vervolgens zegt ze dat het ook mogelijk is om duurzaam mijnbouw te bedrijven.’

Natuurlijk zijn er ook de formele autoriteiten van onze cultuur, de gezichten van het gezag. In de week dat ik met Jensen spreek, heeft net de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties plaatsgevonden. President Obama heeft er gesproken, ook over de noodzaak van nieuwe milieumaatregelen. De paus was in New York en ook hij heeft dingen gezegd. Jensen heeft het allemaal gevolgd, zonder er veel van te verwachten. ‘Ik geloof niet in de dichotomie van revolutie versus hervorming. Als we allemaal wachten op de grote glorieuze revolutie en niets doen in de tussentijd, dan is er straks niets meer over. Tegelijkertijd geldt dat als we alleen maar hervormingswerk doen deze cultuur doormaalt totdat er niets meer over is.’

In de jaren negentig werkte Jensen samen met activisten die in het hele land het kappen van bomen in de (beschermde) National Forests probeerden tegen te houden. Met succes. ‘Het lukte ons om het rooien van die bossen tegen te houden omdat we de houtbedrijven dwongen zich aan de wet te houden. En het antwoord van de machthebbers, overigens met de hulp van vice-president Al Gore, was om een nieuwe wet aan te nemen die tijdelijk de geldigheid van milieuwetten in de National Forests opschortte.’

Jensen had zijn lesje geleerd. ‘Als je een manier vindt om de regels van het systeem zo te gebruiken dat je destructieve activiteiten kunt tegenhouden, dan verandert het systeem die regels gewoon.’ Dus zit er niets anders op dan ‘deze hele cultuur tegen te houden’, zegt hij. ‘Stel je voor dat buitenaardse wezens systematisch onze ecologische infrastructuur aan het ontmantelen waren, de oceanen leegzuigen, het klimaat veranderen. Dan zouden we precies weten wat te doen: we zouden hun infrastructuur kapotmaken.’

Waarmee hij wil zeggen: ‘Het eerste en belangrijkste wat mensen nu moeten doen, is de identificatie met het systeem loslaten en zich primair bekommeren om het land waarop we leven, de kwaliteit van ons water, de kwaliteit van de lucht. Zodra je om die dingen meer geeft dan om het systeem, dan is alles wat je daarna doet louter tactisch.’

Derrick Jensen bevindt zich met zijn ideeën ver buiten de Amerikaanse mainstream, ook worden zijn boeken goed verkocht in activistische kringen. In al die jaren dat hij publiceert, heeft The New York Times hem één keer benaderd. Dat was in 1996, met het verzoek om een artikel in hun Magazine te schrijven over bijenkorven, wat hij deed. Nooit vroeg de krant hem om commentaar; daar kon geen olievlek, natuurramp of klimaattop iets aan veranderen. Jensen betreurt dat, al is het alleen maar omdat het zou betekenen dat de publieke opinie genoeg verschoven is om zijn ideeën te overwegen. ‘En dat is wat ik wil. Hoewel, nee, wat ik echt wil is meer wilde zalm en meer trekvogels.’


Beeld: Derreck Jensen. Foto Robert Shetterly