Kick Out Zwarte Piet

‘Zolang je ons ziet, verandert Nederland’

Kick Out Zwarte Piet heeft Nederland en vooral Zwarte Piet in vijf jaar tijd veranderd. Het tegenprotest wordt grimmiger, maar de activisten weten: ‘Als wij één veertje teruggooien, is alles voor niets geweest.’

Jerry Afriyie zit continu te bellen. Sinds een jaar bewegen hij en de andere vier kernleden van de beweging Kick Out Zwarte Piet (kozp) zich uit veiligheidsoverwegingen nauwelijks meer met de trein. Dus zit hij op een donkere achterbank van een auto met een laptop op schoot, zijn hand in een zak chips en met een telefoon aan zijn oor. Grappend en snel pratend spoort Afriyie tijdens een drie uur durende rit naar Maastricht mensen aan. Soms zakt hij heel even weg in zijn stoel, maar altijd met zijn blik op zijn scherm. Hij kauwt snel op wat chips of een winegum, om het volgende telefoontje alweer te beantwoorden.

Hij suggereert wijzigingen in een brief aan Mark Rutte, die een paar dagen later in de NRC verschijnt. Hij bedenkt een line-up voor een manifestatie in Eindhoven – ‘ik vraag Fresku en Kempi!’ – en hij belt met Maastricht om aan te kondigen dat hij later zal zijn. ‘Sorry, het spijt me écht: file.’ Wanneer iemand uit Heerhugowaard afbeeldingen doorstuurt van mogelijke demonstratielocaties wordt hij heel even boos. ‘Ze zetten ons gewoon in de achtertuin!’ zegt hij in zijn telefoon. ‘Dat is een stukje gras waar niemand ons ziet. Echt onacceptabel. Schrijf het niet zo op hè, blijf in gesprek, maar ga niet akkoord.’ Over ‘Heerhugowaard’ is het laatste woord nog niet gesproken.

Voor iemand met nauwelijks slaap, een hysterisch trillende telefoon en geweldsdreiging blijft hij energiek. ‘Wij drijven op dedication, op toewijding. Dat wij nu allemaal honger hebben in deze auto, dat weet ik. En natuurlijk, we kunnen wel even stoppen om te gaan eten, dat zou leuk zijn, het zou zelfs gezellig zijn, maar zo kom je er niet. We rijden nú naar Maastricht omdat we daar verandering moeten brengen, dan moet eten maar even wachten.’

Van de verandering die in steeds meer steden de afgelopen jaren plaatsvond – pietjes werden er afgeschminkt – is in de Limburgse hoofdstad nog weinig te zien, hier moet het zelfs nog beginnen, zegt Janneke Prins. De docent Nederlands heeft Afriyie uitgenodigd op de Universiteit Maastricht. ‘Dit is pvv-landia. Mensen voelen zich hier al vaak achtergelaten en vergeten door de rest van Nederland, dus iets als Zwarte Piet afschaffen gaat nog lang duren. Maar het lijkt mij wel haalbaar om de eerste universiteit te worden die zich er officieel tegen uitspreekt.’ Onder haar petitie die daartoe oproept prijken nu al zevenhonderd handtekeningen, overigens veel van internationale studenten.

Maar waar zij nu staat, daar stonden veel andere steden in Nederland enkele jaren geleden ook. ‘Als jullie hier beginnen met deze petitie, kom ik snel terug’, zegt Afriyie. ‘Als er dan een beweging is ontstaan, kom ik wéér terug. Net zo lang als nodig is.’ Onder het oude houten plafond van de Maastrichtse collegezaal heeft hij zojuist een college gegeven over de geschiedenis van Zwarte Piet en de slechte perceptie van de zwarte man in de Nederlandse samenleving en cultuur. Op de muur achter hem spelen engelen muziek op een katholiek fresco. ‘Wij zijn al in Groningen geweest, in het verre noorden. Jullie zitten hier, in het diepe zuiden. In het noorden zijn ze al begonnen en als jullie de mensen hier overtuigen, laten we Nederland zien dat dit onomkeerbaar is.’

Wanneer een wanhopige student in Maastricht vraagt of er een ‘reden is om te geloven dat het de goede kant op gaat’, verrast Afriyie de zaal door te zeggen: ‘It’s going perfectly well.’ Het is even doodstil, maar hij lacht: ‘Onze beweging groeit, het land is al veranderd en tientallen gemeenten bevinden zich op het randje van verandering. Zolang je mij ziet, betekent het dat ik verandering zie, als er namelijk niets was veranderd de afgelopen jaren, was ik allang gestopt.’ Twee dagen eerder is Afriyie op een middelbare school in Overveen om dezelfde les over Zwarte Piet te verzorgen en ook daar merkt hij die vooruitgang. Twee blonde jongens van net veertien jaar komen na afloop naar hem toe. ‘Bedankt, meneer’, zegt een van hen. ‘Het was heel bijzonder. Ik vond al dat Zwarte Piet niet kon, maar nu vind ik dat al helemaal.’ Afriyie is even sprakeloos, een zeldzaamheid, weet iedereen die hem kent.

Zwarte Piet is op zijn retour en dat heeft kozp en een veel bredere beweging van activisten, artiesten, kunstenaars, schrijvers en vele ‘gewone burgers’ in gang gezet. Zelfs in Willemstad op Curaçao zijn ze inmiddels actief. ‘Het beeld dat Zwarte Piet op de Antillen geen issue is klopt niet. Er is al sinds 1965 verzet en er zijn jaren dat het niet werd gevierd’, zegt Naomie Pieter, een van de kozp-woordvoerders. Zij verenigde dit jaar alle protestbewegingen om gezamenlijk actie te voeren.

Verzet is er nog altijd en dat wordt behalve marginaler ook feller en agressiever, alleen de radicale voorstanders van Zwarte Piet blijven over. Sinds de intocht van Sinterklaas in november is er een piek van racistische incidenten: een filmpje gaat viral waarin een zwart meisje van zes jaar in de trein wordt uitgescholden voor Zwarte Piet (haar moeder is woedend en filmt twee schaapachtige zestigers). Hooligans joelen naar een voetballer van Excelsior ‘kanker-katoenplukker’ en ‘Zwarte Piet’. Het regent bedreigingen online jegens activisten, websites tegen ‘blackface’ hebben te maken met DDoS-aanvallen en een vergadering van kozp in Den Haag wordt aangevallen door hooligans en rechts-extremisten.

‘Er stonden mannen in het zwart gekleed bij het hek om te vragen of ze erin mochten’, zegt antropoloog Jessica de Abreu, een van de vijf kopstukken van kozp. Zij stond buiten om mensen die zich vooraf hadden aangemeld naar binnen te laten. ‘Toen ze vervolgens zwaar vuurwerk naar ons gooiden, dacht ik: dit gaat echt fout. Gelukkig zat het hek al op slot. Ik rende naar binnen en de anderen ook, terwijl ze daar met vuurwerk en knuppels stonden.’ De ramen werden ingeslagen en auto’s vernield, die van De Abreu en Mitchell Esajas waren zelfs total loss. ‘Ik ben echt moe van demonstreren, moe van al het geweld dat we over ons heen krijgen terwijl we zelf nog nooit geweld hebben gebruikt. Het enige wat we willen is dat alle kinderen kunnen genieten, ongeacht hun kleur of afkomst. Gelukkig leidt het wel ergens toe: we praten meer over racisme, er is meer acceptatie dat zwarte mensen er gewoon zijn.’

kozp riep premier Mark Rutte op zich uit te spreken tegen de aanval, maar dat is nog altijd niet gebeurd.

Op een regenachtige dag komt Quinsy Gario met een capuchon over zijn muts een Leids café binnen. Hij zit liever niet op de tocht bij de voordeur, dat kan hij echt niet gebruiken daags voor de opening van zijn tentoonstelling in het Van Abbemuseum. ‘Ik zit al tegen een verkoudheid aan’, zegt Gario. Hij heeft zojuist een gastles gegeven aan studenten kunstgeschiedenis, zoals hij al jaren doet op verschillende universiteiten en andere instellingen. Veelal over hoe je kunst en activisme combineert, iets wat hij zelf ook deed met Zwarte Piet. ‘Weet je wat interessant is om mee te maken? Ik hoef in tegenstelling tot een jaar of drie geleden niet meer te vertellen waarom Zwarte Piet racisme is. Wauw, dat is al winst. Studenten weten dat het onderdeel is van het publieke discours, het is gewoon een gegeven. Iets wat ik acht jaar geleden in mijn kamertje op een pizzadoos had getekend is nu gemeengoed, holy shit.’

Gario liet zich net als andere dichters en kunstenaars al jarenlang uit op podia over Zwarte Piet – vooral in de zwarte gemeenschap in Nederland wordt er al decennia actie tegen gevoerd – maar toen hij in 2010 aanwezig was bij een marketingpresentatie door iemand van de Hema veranderde er iets. Dat oer-Hollandse bedrijf was net internationaal aan het uitbreiden en er werd een filmpje getoond van een pop-upstore in Londen, waarbij ze Sinterklaas hadden gebruikt om de Hema te introduceren aan het Britse publiek. ‘Die film wordt gestart en ik denk: wat is dit? We zagen Sinterklaas met pieten, maar die pieten waren niet zwart gemaakt. Daar in Londen wilden ze niemand voor de schenen schoppen. Ik dacht: ze snappen de gevoeligheid, maar in Nederland dan? Dat was echt een eyeopener. Jullie snappen het probleem, maar willen het niet in Nederland aanpassen?’

Gario ging verder met het inzetten van kunst om op die manier voor een groter publiek kenbaar te maken dat Zwarte Piet een voortzetting is van het koloniale verleden. ‘Ik woonde in Amsterdam-Oost, had niet veel geld en dan eet je pizza. Dus ik had een aantal pizzadozen en daar ben ik in gaan snijden: wat kan erop, wat niet, welk idee precies? Wil ik het hebben over de figuur alleen of het hele systeem dat eromheen zit? Dat laatste wilde ik en zo is het logo met “Zwarte Piet is Racisme” ontstaan en niet “Zwarte Piet is Racistisch”.’

Voor het grote publiek werd die leus pas zichtbaar toen Gario en Afriyie, beiden gehuld in een shirt met het ontwerp, bij de landelijke intocht van 2011 in Dordrecht gingen staan. En eigenlijk is de rest geschiedenis, want die actie kreeg vanaf dat moment elk jaar navolging, met dit jaar als hoogtepunt, met zo’n duizend actievoerders. Gario: ‘Ik heb sindsdien chronische rugpijn, maar heel Nederland weet dat Zwarte Piet racisme is of denkt daarover na.’

Twee agenten wuiven enthousiast naar een groepje zoekende mensen die de vertrekhal van treinstation Bijlmer Arena verlaten. Met half verscholen protestborden van kozp en ‘Black Lives Matter’-stickers op jassen begeven ze zich naar een logge gele bus. Gario is er niet bij vandaag. Hij blijft zich als kunstenaar verzetten tegen racisme, maar door een verschil van inzicht is hij nooit actief geweest binnen kozp. Veel politiegeweld moest toen nog volgen maar nu, in 2019, is het contact aanzienlijk verbeterd. ‘Wij brengen jullie tot aan Den Haag, daarna nemen collega’s op de motor het over’, zegt een van de agenten. ‘Mitchell komt er trouwens zo aan.’

‘Welkom bij Kick Out Zwarte Piet-Tours. Ondanks al het geweld hebben we toch een lekker volle bus. We gaan er een mooie strijdbare reis van maken. Shout out naar de chauffeur!’ Antropoloog Mitchell Esajas is een van de leiders van kozp en zweept met een microfoon in zijn hand tijdens de rit naar het Malieveld een paar keer de bus op.

Onder de hashtags rond Zwarte Piet wemelt het van termen als ‘soros’, ‘klimaathysterie’, ‘ramadan’ en ‘joods’

Velen hebben even getwijfeld om mee te gaan. Sommigen kregen het advies van ouders en geliefden om niet te gaan. Jamal Jackson kwam toch. De Unilever-consultant is niet het type dat graag demonstreert, maar drie jaar geleden besloot hij toch te gaan en bleef dat doen. Elk jaar protesteert hij bij een andere intocht. Esajas kent hij nog van het Spinoza Lyceum in Amsterdam. ‘Voor veel “pro-Pieten” is Sinterklaas een heel dierbaar, nostalgisch feest. Dat begrijp ik best.’ Maar zelf heeft hij ook een herinnering: die keer dat hij in een Amsterdamse tram zat met zijn moeder en iemand hen voor Zwarte Piet uitmaakte. ‘Ik was tien. Helemaal begrijpen doe je het niet, al weet je wel dat het echt niet fijn is. Dat gevoel van toen kan ik nog steeds terughalen.’

Zijn verhaal lijkt op dat van veel aanwezigen in de bus, leden van een nieuwe generatie. Waar hun ouders een vreemde opmerking of een racistisch stereotype onbenoemd lieten, komen zij in verzet en eisen verandering. Jackson: ‘Voor veel van ons wordt deze vraag actueel nu we zelf kinderen krijgen. Ik wil dit feest ook vieren, maar niet zó.’ De sfeer in de bus is uitbundig. Er gaat eten rond, mensen kletsen of debatteren en een enkeling ontmoet iemand met wie een jaar geleden ook samen is geprotesteerd.

Ze hebben niet door dat parallel aan de bus inmiddels motoragenten rijden – Den Haag is in zicht en Esajas pakt de microfoon weer.

‘We hebben zojuist het bericht gekregen dat hooligans zich verzamelen. Dit hadden wij verwacht, het is geen verrassing. Maar wel iets waar wij rekening mee moeten houden.’ Het plezier ebt weg, ogen verstarren, kaken verstrakken. Hij drukt ze op het hart dat ze een vreedzame protestgroep zijn. ‘Als je wordt gearresteerd, verzet je niet en ga mee. Maar praat niet voordat je een van onze advocaten hebt gesproken.’ Zoals gebruikelijk heeft iedereen met watervaste stift het telefoonnummer van een van de vele advocaten die de beweging bijstaan op de arm geschreven.

Esajas doorbreekt de benauwde stilte met optimisme: ‘We gaan ervan uit dat het goed verloopt. Dat we er een mooie strijdbare manifestatie van maken. Misschien kunnen we alvast even oefenen?’ Hij scandeert, de rest volgt.

WEG MET ZWARTE PIET!
– WEG MET ZWARTE PIET!

DONDER OP ZWARTE PIET!
– DONDER OP ZWARTE PIET!

NO MORE BLACKFACE!
– NO MORE BLACKFACE!

STOP MET DIE BLACKFACE!
– WEG MET BLACKFACE!

Frank en Paula staan in zwarte bomberjacks en met paniekerige blik langs de trambaan die het Malieveld doorkruist. Ze kijken naar de Kick Out Zwarte Piet-manifestatie aan de overkant. ‘Ze pakken onze cultuur af!’ zegt Frank met Haagse tongval. ‘Jerry komt uit Afrika en heeft weinig van onze cultuur meegekregen en snapt niet dat hier niets racistisch in zit.’ Paula, die zichtbaar aangedaan naast hem staat, zegt: ‘Als we daarheen gaan worden we gelyncht.’ De kleur van hun pieten is veranderd en dat is de schuld van ‘een vluchteling’ zoals Jerry Afriyie. ‘Die nota bene een hoop geld verdient met deze demonstraties.’

Van de opvattingen van Frank en Paula, die onder een grotere groep Nederlanders leven, klopt maar weinig: kozp lyncht niemand, maant eigen betogers tot pacifisme en verdient niks aan de strijd. Daarnaast is Afriyie geen vluchteling, maar kwam hij op elfjarige leeftijd uit Ghana om bij zijn vader in Nederland te wonen. Maar Frank en Paula hebben online en in de media andere verhalen gelezen en zijn overtuigd: hun geliefde symbolen staan op het spel en dat is hún schuld.

Afriyie staat ondertussen zelf niet in Den Haag, maar in het demonstratievak in Alkmaar. Tussen het scanderen van leuzen door toont hij op zijn telefoon posters van zichzelf als Zwarte Piet die door tegenstanders her en der langs de route van de intocht in Den Haag zijn gehangen met de tekst: ‘Den Haag houdt van Zwarte Piet, niet van zeurpieten’. Hoofdschuddend: ‘En dan willen ze volhouden dat Zwarte Piet niks met zwarte mensen te maken heeft.’

Het gesprek rond kozp is toegenomen én verhard. Sinds de oprichting in 2014 schrijven dagbladen over de beweging, maar elk jaar een maand eerder, en elk jaar meer. Dat blijkt uit een analyse van krantendatabase LexisNexis door data-onderzoeker Sal Hagen van de Universiteit van Amsterdam. ‘Tijdens manifestaties zoals in Den Haag zitten wij altijd met een heel team klaar’, vertelt een vrijwilliger van kozp die de beweging helpt met teksten en woordvoering. Ze bellen dan aan de lopende band nieuwsredacties om hen te wijzen op fouten in berichtgeving. ‘Als er ergens staat “geweld bij kozp-demonstratie” is het belangrijk dat journalisten aanwijzen uit welke hoek dat komt. Wij moesten steeds het frame dat extremisme van beide kanten komt bijstellen, want het kwam nooit van ons.’

Dit jaar was ze verrast. Ze zat klaar met haar team maar hoefde nauwelijks te bellen: de beweging wordt nog wel activistisch of radicaal genoemd, maar zelden meer extreem of gewelddadig. Vorig jaar nam de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (nctv) de beweging nog op in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, maar moest dat later rectificeren omdat kozp nooit als ‘links-extremistische of terroristische organisatie’ is gezien – iets wat niet vaak gebeurt.

Die bijgestelde blik blijkt terecht. Uit een rondvraag bij 28 gemeenten waar kozp de afgelopen jaren een of meerdere keren demonstreerden blijkt dat ze in geen van die plaatsen betrokken waren als aanstichters van gewelddadigheden. De gemeente Rotterdam laat weten dat er tijdens de intocht incidenten waren, maar dat ze niet registreren bij welke organisatie de betrokkenen zijn aangesloten. Alle andere gemeentewoordvoerders zeggen dat als er al sprake is geweest van geweld rondom betogingen dit kwam van tegendemonstranten. In Gouda werden in 2014 weliswaar ruim zestig kozp-demonstranten gearresteerd, maar die kregen vrijwel allemaal een schadevergoeding omdat dit onterecht was gebeurd.

‘Als ik die blokkeerfriezen ontmoet, vinden ze niet de boze zwarte man die ze zoeken, dat monster, maar een mens’

Ondanks die correctie en het kantelende frame is het debat online rond Zwarte Piet enorm agressief. In dezelfde week dat een kozp-vergadering in Den Haag werd aangevallen, maakte het OM bekend 24 mensen te vervolgen voor het online bedreigen van anti-Zwarte-Piet-demonstranten. Uit eerder onderzoek van De Groene Amsterdammer naar alt-right in Nederland bleek dat deze beweging het hele jaar online doorpraat over Zwarte Piet; ook als Sinterklaas het land allang heeft verlaten, blijft het onderwerp van gesprek. Een nieuwe analyse bevestigt dat het Twitter-debat rond Zwarte Piet gedomineerd wordt door voorstanders van Zwarte Piet. Meer dan tachtig procent van alle tweets over Zwarte Piet komt van voorstanders die het vermengen met een breder discours van vreemdelingenhaat en nationalisme. Onder de meest gebruikte hashtags rond Zwarte Piet wemelt het sinds 2017 van termen als ‘soros’, ‘klimaathysterie’, ‘ramadan’, ‘joods’ en de hashtag zwartepietzalblijven.

Ook duikt de hashtag zwartepietisracisme op, afkomstig van kozp-activisten die ook op Twitter zitten, maar daar een marginaal bestaan leiden. Slechts zeventien procent van de actiefste twitteraars in het Zwarte Piet-debat is tegenstander van de figuur. In de datavisualisatie waarop interactie tussen twitteraars in het debat in kaart is gebracht, staan zij op grote afstand van de rest – ze zijn nauwelijks zichtbaar. Een gematigd midden is overigens onvindbaar in het debat online: je bent voor óf tegen Zwarte Piet.

In deze visualisatie van het pietendebat op Twitter zijn de gele bolletjes tegenstanders van zwarte piet, waaronder veel KOZP-activisten. De andere kleuren zijn voorstanders van zwarte piet waaronder een groep blokkeerfriezen (oranje kleur), populistische politici, Pegida-leden en andere uitgesproken voorstanders. Zij domineren het online debat hierover.

‘Kom om 11.30 uur naar het volgende adres.’ Afriyie stuurt even na middernacht een appje: de volgende dag gaat er iets gebeuren, maar het is nog geheim wat dat precies is. ‘Verdere informatie als jullie er zijn.’ Op de bovenste verdieping van een pand ergens in Amsterdam-Zuidoost zitten de volgende ochtend twaalf leden van de harde kern van kozp te luisteren naar Afriyie, die een zwarte hoodie draagt met daarop de inmiddels bekende witte letters ‘Zwarte Piet is Racisme’, zijn handen heeft hij zoals altijd verborgen in het buidelzakje op zijn buik. ‘Ze wilden ons zaterdag ineens niet bij de intocht in Heerhugowaard hebben, maar op een parkeerplaats ergens achteraf. Dat is belachelijk. Wij zijn geen uitzwaaicomité.’

De dagenlange onderhandeling met de gemeente over een goede demonstratieplek leek lange tijd goed te verlopen, maar toen ze enkele dagen van tevoren toch naar een parkeerplaats werden verwezen, besloten de activisten het protest volledig af te blazen. Ze zijn bang dat er een precedent wordt geschapen en gemeenten in de toekomst wegkomen met het geven van onmogelijke demonstratielocaties. ‘Ze moeten ons plekken geven waar we hoorbaar en zichtbaar zijn wanneer wij dat willen. Dat is in een nutshell waarom we vandaag gaan protesteren’, zegt Afriyie ferm. Het is even stil. ‘Wie vindt het spannend?’ Grijnzend kijkt hij de kamer rond. ‘Ik wel’, zegt iemand, terwijl de andere aanwezigen ondertussen het nummer van de advocaat in watervaste stift op hun arm schrijven. Afriyie: ‘Als er iets gebeurt, ga mee en bel de advocaat.’

Buiten staat de kanariegele vakantiebus te wachten die anderhalve week eerder naar Den Haag reed. Maar die vertrekt niet voordat de laatste waarschuwingen zijn uitgedeeld: iedereen loopt met een buddy naar het winkelcentrum in Heerhugowaard en maximaal met vier mensen en om precies 14.00 uur moet iedereen opduiken bij de ingang.

‘Goeiedag’, zegt Afriyie eenmaal in het winkelcentrum door een megafoon. ‘Wij zijn van Kick Out Zwarte Piet en afgelopen zaterdag is ons het protesteren onmogelijk gemaakt. Daarom doen we het vandaag opnieuw. Hopelijk hebben we in 2020 geen Zwarte Pieten meer.’ Dan begint hij te roepen: ‘WEG MET ZWARTE PIET’. Documentairemaker Sunny Bergman is aanwezig met een cameraploeg.

De bezoekers van winkelcentrum Middenwaard kijken eerst vreemd op, maar het duurt niet lang voor de eerste voorstanders van Zwarte Piet zich melden en de betogers uitschelden. Vlak voor het einde van de demonstratie komt een nietsvermoedende vrouw met een kinderwagen en een peuter aan de hand aangelopen. Ze schrikt, draait haar peuter om en bedekt de ogen van het kind in de buggy. Haar vriendin gaat verhaal halen: ‘Dit kan toch niet! Kijk nou wat jullie doen!’ roept ze geëmotioneerd. Mitchell Esajas bevrijdt zich uit de groep om haar een hand te geven. ‘Ik kan dit prima uitleggen mevrouw en dat wil ik ook graag. Als u wilt leg ik het ook uit aan uw vriendin.’ Daar komen ze nu niet aan toe – ‘kijkt u alstublieft op onze website. Wij willen een feest voor alle kinderen’. De vrouwen blijven ontdaan achter wanneer Afriyie, Esajas en de andere activisten zich naar de uitgang begeven.

In de slechts twintig minuten dat de demonstratie duurt heeft zich een groep winkelende tegendemonstranten verzameld die ze nu uitzwaait: ‘Weg met deze lui!’ scanderen ze. ‘Donder op!’ ‘Ga terug naar Amsterdam!’ Elvin Rigters, een van de vijf kernleden, blijft achter om met de toegesnelde politie te spreken. ‘Onze rollen zijn elke keer anders, maar ik ben vaak bij demonstraties aanwezig waar een grote arrestatiekans is, ik doe dan de politie-onderhandelingen en ik let op de veiligheid.’ De rest is inmiddels doorgelopen naar het gemeentehuis.

‘Burgemeester schaam je! Burgemeester schaam je!’ roepen de activisten terwijl Afriyie met de megafoon in zijn hand en met ferme pas naar de ingang van het gemeentehuis loopt. Een beveiliger blokkeert die, maar daar heeft hij geen boodschap aan, hij wurmt zich erlangs, de beveiliger stapt opzij en de actievoerders zijn binnen. ‘Feest voor mijn kind! Feest voor jouw kind! Feest voor iedereen!’ Daar gaat het protesteren verder, tot er een vrouw met ambtsketen van de trap komt afdalen. ‘Ik ben de locoburgemeester vandaag, ik kon jullie boven horen, wat willen jullie?’ vraagt wethouder Monique Stam. De demonstranten zwijgen abrupt terwijl Afriyie haar uitlegt waarom ze hier zijn. ‘Wij mochten zaterdag niet bij het publiek zijn, dan is ons demonstratierecht afgenomen. Maar wij zijn hier voor dialoog.’ ‘Dat komt goed uit, wij ook’, antwoordt Stam.

De locoburgemeester legt uit dat er gesprekken hadden moeten plaatsvinden tussen de activisten en de lokale organisatoren van de intocht van Sinterklaas, maar dat die laatsten niet naar zo’n gesprek wilden komen. ‘Er was toen geen zicht op dat het zou werken.’

Afriyie kaatst terug: ‘Zij krijgen toch geld van de gemeente? Dan kunnen jullie toch eisen stellen?’ Ze besluiten er later over verder te spreken. ‘Wat wilt u dat wij nu doen?’ vraagt Afriyie. ‘We gaan het hebben over waar het dit jaar mis is gegaan en hoe we dit volgend jaar anders gaan doen. Wij willen dat ook heel graag’, belooft ze. Voordat ze wegloopt vraagt ze vriendelijk: ‘Jullie mogen hier best nog even blijven, maar kunnen jullie het volume dempen? Rekening houden met de vele andere gebruikers van het gebouw?’ Afriyie kijkt de groep rond en zegt: ‘Wij bouwen ons protest af in hetzelfde tempo als waarmee Zwarte Piet wordt afgebouwd. Dus mijn vraag aan u is: hoever bent u? Dan weet ik hoe zachtjes we moeten schreeuwen.’ Iedereen lacht, zelfs de locoburgemeester.

‘Genoeg mensen kunnen zich niet inhouden tijdens demonstraties, die laten we thuis. Die hebben een andere rol.’ Op de achterbank houdt de telefoon van Afriyie zich even gedeisd. Zojuist belde er nog een Tweede-Kamerlid van denk om een motie af te stemmen. Sinds dat laatste telefoontje kan hij wat drinken van een lauw biertje en terugkijken op zijn korte bezoek aan Maastricht en de afgelopen jaren. ‘Wij hebben de laatste jaren zo veel eieren over ons heen gekregen. Maar als we een veertje teruggooien, is alles weg. Ik kijk naar de civil rights movement in de Verenigde Staten en ik weet: wij kunnen geen fouten maken.’ Tegelijkertijd weet hij dat zijn geweldloze strategie en verzoening alleen maar kunnen werken als zijn soms woedende achterban ziet dat het werkt. ‘Als je non-violent wil zijn gaat dat gepaard met kleine successen. Zolang je die boekt geven mensen jou het voordeel van de twijfel, dan zien ze dat dat de goede weg is. Elk jaar boeken we successen dus houden mensen vertrouwen. Ze kunnen nu niet zeggen: het werkt niet. Ze kunnen wel zeggen: het gaat niet snel genoeg. Ik zeg dan altijd: “Ook als je aan het kruipen bent ga je nog steeds vooruit.”’ Het is een citaat van Martin Luther King.

‘Wat veel mensen niet zien, is dat we het hele jaar door bezig zijn met lezingen geven, dialogen en huiskamergesprekken organiseren met voorstanders van Zwarte Piet, naar scholen gaan en met burgemeesters en gemeenten gesprekken voeren. Actievoeren is maar een heel klein onderdeel van wat wij doen’, zegt Afriyie. Als hij zichzelf iets kwalijk neemt is het dat activisten die betrokken raakten in de eerste jaren slecht werden voorbereid. ‘We gaven ze een shirt en een bord en zeiden: doe mee!’ Dat is veranderd. Om de activisten te onderwijzen in pacifisme, maar ook om trauma’s te voorkomen, doen ze nu aan selfcare. ‘We hebben vorig jaar een evenement georganiseerd waarbij Glenn Helberg aanwezig was, een psychiater die advies gaf omdat het geweld echt traumatisch kan zijn’, vertelt Esajas. ‘Het gaat in je lichaam zitten. Ik had het zelf ook een tijdje, dat als ik op straat liep en een witte man keek me te lang aan ik in een soort fight-or-flight-modus kwam. We praten daar nu veel over.’

Waar Mitchell Esajas en Jessica de Abreu de professoren van de beweging zijn en die laatste vooral achter de schermen veel werk verzet, Elvin Rigters de brandjesblusser en onderhandelaar is en Naomie Pieter zich inmiddels ontfermt over kozp-bewegingen op Curaçao, blijft Afriyie de strateeg en de man op de voorgrond die radicaal blijft pleiten voor verzoening. ‘Elk mens is een spiegelbeeld van jezelf’, is een mantra die hij herhaalt voor zalen, in interviews, in toespraken voor medestanders en in gesprekken met tegenstanders. Afriyie: ‘Als ik die blokkeerfriezen ontmoet in Leeuwarden, dan vinden ze niet de boze zwarte man die ze dachten te vinden. Je ziet dat aan ze. Ze komen intimiderend binnen omdat ze een monster zoeken, maar ze vinden een mens en zo zie ik hen ook. Dan is het plots een ander verhaal.’

De vijf kernleden zijn verenigd in hun strijd, maar kunnen intern ruziën over het einddoel. Afriyie stopt met actievoeren wanneer de ‘schoorsteenpiet’ (beter bekend als de roetveegpiet) in heel Nederland bestaat en ‘men zich bewust is van de racistische achtergrond’. ‘Ik vind dat een klein compromis: een feest voor alle kinderen met een kleine aanpassing. Daarna gaan we samen verder en vier ik het mee.’ Maar andere kopstukken van de beweging, zoals Jessica de Abreu en Mitchell Esajas, zien dat anders. Esajas: ‘Jerry is ook van Nederland Wordt Beter en organiseert evenementen als de Dag van Empathie, dat is het niet voor mij. Hij is blij als Zwarte Piet een schoorsteenpiet wordt, van mij mag die hele piet weg.’ De Abreu: ‘De strijd tegen Zwarte Piet is veel dieper dan alleen het aanpassen van zichtbaar racisme, het is een strijd tegen institutioneel racisme. Als Zwarte Piet verdwijnt, is dat probleem in Nederland nog niet opgelost.’

‘Weet je wat ik echt mis?’ Het is twaalf uur ’s nachts op een lege snelweg bijna terug in Amsterdam, als Jerry Afriyie heel even is uitgebeld. Zonder het antwoord af te wachten zegt hij: ‘Rapbattles man. Daar houd ik echt van. Eén op één, of in teams. Mensen die elkaar verbaal te lijf gaan in een kunstvorm, verhalen vooraf uitschrijven om zich te uiten, maar daar ook op improviseren. Ik heb er nu alleen echt geen tijd meer voor.’ Afriyie laat zich deze woensdag afzetten bij een hotel om daar samen met een medewerker nog even wat mails te beantwoorden en verder te overleggen met zijn medestanders. Het hele ‘kozp-kernteam’ is nog wakker, ze hangen constant aan de lijn.

Ooit was hij zelf rapper en dichter. ‘In die tijd schreef ik alleen maar teksten. Ik had agenda’s vol lyrics. Afspraken stonden daar niet in, die zaten in mijn hoofd.’ Maar sinds 2008 rapt Afriyie niet meer, toen ontstonden de eerste ideeën om Nederland beter te maken en ervan te overtuigen dat Zwarte Piet een racistische karikatuur uit een donker verleden is. En nu, elf jaar later, is zijn beweging zo groot dat hij zelfs nauwelijks tijd heeft om te luisteren naar rap. Maar de taal van zwarte strijd heeft hij nooit losgelaten – hij veranderde er Nederland mee.


Damy Baumhöer werkte mee aan dit verhaal als researcher