De vorm van de reeks debuten van uitgeverij Contact is sinds het allereerste begin al erg mooi: kleine, gebonden boeken naar een ontwerp van topontwerper Melle Hammer, die ook de typografie bedacht. Gedrukt niet in zwarte inkt, maar in een stemmig en ietwat waterig bruin - althans ditmaal, in het geval van Zomerdag, de eerste roman van Bram Hulzebos.

Hulzebos is een jong ventje, uit 1968, en werkt als journalist bij het Nieuwsblad van het Noorden. Het beroep van journalist zal Hulzebos niet bevredigd hebben (wat wellicht te begrijpen is), want hij schreef dus een roman. Een roman over de liefde. De liefde van een jonge man, Oscar, voor Inge. Of voor Moniek. Of voor Tessa. Het is hier en daar wat verwarrend. Een onwelwillende lezer zou zich door het begin van Zomerdag al uit het veld kunnen laten slaan. Dat is geen toppunt van helderheid en scherpte: ‘Inge stond voor het vijf meter hoge raam van haar slaapkamer en sprak over de liefde. Oscar zweeg. Zelfs Inge had het over de liefde en voordat hij Inge op een regenachtige avond op de brug kuste, had Moniek het over de liefde. Nog steeds had Moniek het over niets anders. Alleen klonk Monieks stem nu wat hoger sinds het haar een maand of drie geleden duidelijk was geworden dat Oscar liever tegen Inge zweeg wanneer ze over de liefde sprak, dan tegen haar. Wat haar er niet van weerhield om hem er te pas en te onpas over op te bellen. Over de liefde.’ Oscar was eerst met Moniek, maar wanneer die op reis gaat, voor onderzoek, op een farmaceutisch laboratorium, ontmoet hij Inge. En dan is het pas echte echte liefde. Jammer genoeg wordt het dan weer wat het de laatste tijd zo vaak is in de Nederlandse letteren: er komt weer een verleden tot leven. Ook in Zomerdag laat de auteur zijn hoofdpersoon de jaren die achter zijn rug liggen uitgebreid overdenken, memoreren, herinneren, bepeinzen en bespiegelen. Dat alles met die lome stroperigheid die men te vaak tegenkomt in debuten. Door de schrijfstijl van Hulzebos, die soms tegen het zweverige aan zit, krijgt dat alles ietwat mistige contouren ('Zachtjes lekt er een druppeltje geluk naar beneden, alsof geluk uit honing is geslagen en het warm en langzaam een weg zoekt vanuit het hart om zich ergens in een maagholte op te hopen (…). Net als zo'n dampende, broeiende zomerdag. Waar je dodelijk vermoeid van raakt.