Een enorme klap volgde: ik had even geen rekening gehouden met de veel te grote plant op de vensterbank, die mij al jaren ergert maar die niet dood wilde. De vlinder fladderde naar buiten, kennelijk geen oren aan zijn kop dus niet geschrokken. Ik klauterde naar beneden, overzag tevreden de gemolde plant, maar moest wel opruimen en stofzuigen, vandaar het zweet.
Vervolgens zette ik mijn hond en mijn baby in mijn hermetischgesloten auto in de zon. Daarna nam ik mijn tweede auto, reed met de kat naar het bos en bond hem vast aan een boom. Zo! Ik kan als goede Nederlander met vakantie.
Ik had ook kunnen wachten tot de wintersport. In de sneeuwoorden gebeurt het elk jaar opnieuw dat iemand een baby op de rug in zo'n hangstoeltje meeneemt op een lekkere skitocht, ondanks alle waarschuwingen. Als je dan na een paar uur terugkomt, zijn de benen en voeten van de baby logischerwijs zo afgevroren dat operaties en amputaties onvermijdelijk zijn.
De mens is stompzinnig. Dit hete weer is verschrikkelijk in vluchtelingenkampen, net als een koude winter. Nog geen dag hiervandaan wordt genocide gepleegd door iedereen.