Zomerlezen?

Het zou eenvoudig zijn op deze plek de titels te noemen van de boeken die klaar liggen om in de koffer te gaan.

Medium de republiek

De laatste roman van Joost de Vries onder meer en enkele recente historische werken waaronder een boek van Ronald Kroeze over politieke corruptieschandalen in het Nederland van eind negentiende, begin twintigste eeuw. Ik verheug me er inderdaad op die boeken te lezen. Er is helaas een maar, en dat is volgens mij belangrijker en interessanter dan de opsomming: dat ik er al jaren naar verlang te lezen zoals ik vroeger deed, maar dat het me steeds minder goed of eigenlijk in het geheel niet meer lukt. Een mooi neologisme als zomer- of winterlezen roept dan ook vooral nostalgie op naar een tijd ‘toen (het echte) lezen nog heel gewoon was’. Vaak denk ik dat dit gebrek veroorzaakt wordt doordat ik de goede boeken niet meer vind en dus moet terugkeren naar het type dat me die vorm van lezen in het verleden het sterkst bezorgde: de Russen, Thomas Mann, Hermans, Stendhal. Maar ik heb al eens eerder een zomer geprobeerd hen te herlezen. Het was niet zoals vroeger, toen het lezen elke kamer overbodig maakte, een ogenblik uren duurde, het raam vanzelf openging en ik met de beweging van slechts één vinger door de wereld trok. Komt het door die verdomde maar tegelijkertijd geliefde computer met zijn overdosis aan informatie? Komt het door mijzelf – leeftijd, ontwikkeling, levensfase? Of komt het door ‘onze tijd’? Het antwoord interesseert me helaas minder dan het feit en het feit minder dan de oplossing. Ik wil weer zomerlezen. Maar hoe?