Ach Europa (9)

Zomerroes

Er is bijna geen land in Europa dat in de zomer zo massaal leegloopt als Nederland en dat zo omvangrijk profiteert van de open grenzen in Europa en overloopt naar buitenlanden als Italië, Turkije en Frankrijk. Als gevolg daarvan reizen, ondanks de regionale vakantiespreiding, inmiddels ook de Nederlandse files in de vakantie mee naar het buitenland. De zwarte zaterdagen op de autoroutes en de lange rijen op Schiphol zijn inmiddels een vertrouwd zomers beeld geworden.
Deze reusachtige jaarlijkse Nederlandse zomerse uittocht en de verheerlijking ervan is nog niet eens zo oud. Lange tijd werden buitenlandreizen vooral gezien als een missionaire, militaire, geldelijke of wetenschappelijke zucht. Dus als een noodzakelijkheid en een belasting. Het vrijwillige en onbelaste reizen was uitzonderlijk, zelfs voor de elite. Er werd meestal wantrouwend gekeken naar hen die reisden zonder doel. Op z’n best werd het, om de woorden van Petrarca te gebruiken, als een vreemde dwaasheid gezien, dat verlangen om steeds in een vreemd bed te slapen. Pas na de Tweede Wereldoorlog, met de opkomst van het hyperkapitalisme, is ook het onbelaste reizen gedemocratiseerd en een economisch massaproduct geworden.
Paradoxaal genoeg is het onbelaste reizen nu zelf een noodzakelijk iets geworden, een bijna heilig moeten. Was naar het buitenland op vakantie gaan voorheen vreemd of ongewoon spannend, nu moet juist het thuisblijven uitgelegd of van overheidswege aangemoedigd worden. Zelfs een stevige economische crisis blijkt niet bestand tegen de zucht naar het buitenland. De commercieel aangewakkerde toeristische prefab Fernweh is daarvoor te krachtig. De dominante overtuiging is dat de vakantie naar het buitenland een onontbeerlijk ontsnappen is aan de dagelijkse orde en het persoonlijke zelf. Re-creatie als herschepping van het Zelf. Oftewel in Nietzsche’s termen: de aanbidding van Apollo, god van de orde, wordt verruild voor Dionysus, god van de vrijheid en de roes. Het is een verlangen even jezelf te stelen, te ontvreemden en vervreemden. Het zomerreces als zomerroes.
Die dionysische, bijna transcendentale interpretatie van vakantie kent vele gedaanten. Sommige mensen gaan zich te buiten aan de drank in overvolle badplaatsen in een blits en bruin-vakantie. Anderen zoeken de natuur en existentiële eenvoud op, en laven zich aan het louter er zijn en koesteren de eenvoud van het tentdoek en de sterrenhemel als surrogaathuis. Weer anderen zien in het aan de Nederlandse orde onttrokken zelf het werkelijke ware Zelf. Doorgaans wensen zij daarom langer vreemd te gaan en kopen in Europa of zelfs daarbuiten een tweede thuis. Ook daarin zijn de Nederlanders koploper in Europa. Nederlanders kopen in hoog tempo ruimtes van Europa op, om er zelf te wonen of op te treden als makelaar. Sommigen gooien helemaal het roer om en worden import-Nederlanders door er te gaan boeren, een camping te beheren of eindelijk die idyllische chambres d’hôtes te beginnen.
Omgekeerd evenredig met de politiek geuite wens van velen om vreemdelingen zoveel mogelijk buiten te houden, vertrekken veel Nederlanders dus zelf wél naar een plek in den vreemde. Was het aantal (semi-)permanent bewoonde recreatiewoningen in Nederland altijd al relatief hoog in vergelijking met andere landen in Europa, de laatste tien, vijftien jaar is de groei vooral te zien in de buitenlandse-tweedehuizenmarkt. En waar dat andere reislustige volk in Europa, de Polen, vooral kamers huurt en op zoek is naar extra inkomen, huren of kopen de Nederlanders vooral tweede huizen (uiteraard doorgaans verkleind tot ‘huisje’) op zoek naar de zuidelijke zon, de goedkope Oost-Europese ruimte of de levensgenietende Fransoos in zichzelf. Hier en daar ontstaan heuse Nederlandse reservaten.
Van neofilie en xenofilie, iets wat de Europese Commissie sterk propageert in haar Europees toerisme- en mobiliteitsbeleid, is doorgaans geen sprake. De sterk toegenomen xenofobie in Nederland zal, de nieuwe buitenlandse ervaringen ten spijt, niet gedaald zijn. Want veel intercultureel contact is er meestal niet. Echt anders dan thuis mag het op de camping of in het tweede huis doorgaans niet zijn. Vakantiegangers nemen zelden werkelijk vakantie van hun Zelf. Om met Seneca te spreken: de reiziger ontstijgt zichzelf niet, komt niet werkelijk vooruit, want hij neemt zichzelf mee. Voor het ontsnappen aan jezelf moet je niet ergens anders zijn, maar iemand anders. Ik hoop dat ik ongelijk heb, maar ik ben bang dat Nederland na deze zomerse leegloop even zo snel weer kleingeestig vol loopt. De zomerroes voorbij.

Henk van Houtum is verbonden aan het
Nijmegen Centre for Border Research van
de Radboud Universiteit Nijmegen