Zondagochtend

Late jaren vijftig woonde ik met mijn ouders in Slotermeerse nieuwbouw. Gehorig. De flat lag tussen twee uitersten. De bovenburen kwamen zaternachten rond drie uur thuis met steeds weer nieuw gemaakte kroegvrienden en zongen in het betonnen trappenhuis luide ‘Schijt aan de buren’, wat niet alleen een volkse tophit maar tegelijk ook een program was dat elk protest van de zeven andere huishoudens zinloos maakte. Tot een uur of vijf, zes bleef het een vrolijke boel, op de keren na dat het eindigde in luidruchtige onenigheid.

Luttele uren later begon beneden een ochtendconcert van vriendelijker aard: pianoconcert van Mozart, Beethovensymfonie, Brahms’ altrapsodie. Dat ervoeren we als het tegendeel van hinder, zoals ik het nog altijd aangenaam vind wanneer de amateur-buurman Bach op zijn piano speelt of de prof-buurvrouw haar viooletudes. De benedenburen hadden een sigarenwinkel, waren overtuigde Drees-stemmers, en de klassieken klonken niet toevallig louter op zondag: het was hun enige vrije dag en de grammofoon zorgde voor de wijding ervan. Kunst in plaats van religie, zoals voor velen vandaag de dag.
De televisie doet hetzelfde als onze buren van toen: wie niet op een kerkdienst afstemt, kan desondanks een volle, verheven dag beleven. Neem alleen Nederland 3. Villa Achterwerk biedt vanaf negen uur naast veel jool vaak programma’s over kunst en, minstens zo belangrijk, maakt zelf (televisie)kunst. Recent zelfs dubbelop in de dramareeks Eine kleine Nachtmerrie waarin steeds een kind en een muziekinstrument de hoofdrol speelden in een korte griezelfilm.
Kosten, moeiten, talent noch topacteurs gespaard, want de VPRO neemt, ook qua budget, kinderen serieus. Renée Soutendijk en Monique van de Ven als enge zusters - kom er es om in volwassen films. En als je in een aflevering Hans Dagelet en Peer Mascini al hebt gehad om dan ook nog Jeroen Krabbé in een geestige bijrol te krijgen waarin hij ‘verrassend anders’ is, dan heb je, zeker als volwassene, weinig te klagen (de kinderen schijnen intussen voor RTL’s deprimerende Cartoon Expres te hangen).
Om elf uur volgt de onvolprezen Han Reiziger 'in muziek’. Als Yo Yo Ma hem na een uur praten en musiceren niet alleen de hand drukt maar zijn andere hand daar ook nog es innig op legt, dan toont dat niet alleen de hartelijkheid van dit genie, maar ook de waardering die veel muzikanten voor wijlen Wagenmeesters 'kleine Han’ hebben. Menig zanger moet om zes uur uit de veren zijn gegaan om zich tijdig te kunnen inzingen - de beloning ligt in Hans grenzeloze en oprechte vermogen tot bewondering. Verrukkelijk zijn gesprekken met Libanese nonnen en Tadzjiekse dubbeltoonzangers, waarin hij niet alleen uitgebreid meedeelt welk een eer het is dat zij of hij heeft willen komen maar waarin die gemeende beleefdheidsformules ook nog eens door een tolk moeten worden vertaald, om daarna door de kunstenaars beantwoord en dus weer uitgebreid vertaald te worden. Nooit is het klef, zoals bij menig presentator die vooral uit is op de roem die van gasten op haar/hem zou moeten afstralen. Als Han ijdel zou zijn, dan is dat hem, door een combinatie van deskundigheid en dienstbaarheid, van harte gegund. Om twaalf uur een uurtje politiek geblazen, maar bij de lunch gaat het volle kracht verder. (Wordt vervolgd.)