Thema & Variaties

Zonder bal

Je kunt er lang wakker van liggen. Je kunt er eindeloos over piekeren. Je kunt er krankzinnig van worden, als je niet oppast. Maar ja, dat kun je van alles als je je best doet, dus dat is geen criterium.

Dat doet niets af aan het feit dat er weer eens een sportmoment is geweest dat niet alleen een weergaloze weerspiegeling van de tijdgeest is, maar ook vooruit wijst naar de toekomst, ja wellicht visionair zal blijken te zijn geweest – later, als de toekomst eenmaal is begonnen.

‘Ik denk dat we zonder bal uitstekend hebben gevoetbald. Maar aan de bal was het slecht.’

Dat zei Erwin Koeman, trainer van RKC Waalwijk, na de wedstrijd Feyenoord-RKC (2-0).

Nog een keer.

‘Ik denk dat we zonder bal uitstekend hebben gespeeld. Maar aan de bal was het slecht.’

Het betreft hier een voetbalwedstrijd, voor de duidelijkheid. Dat wordt gespeeld met een bal en daar omheen ruim twintig spelers (m/v). RKC verloor die wedstrijd, terecht zo leek het, omdat Feyenoord beter was.

Althans, dat dachten we allemaal. We zagen namelijk dat Feyenoord goed speelde. Maar Erwin Koeman zag iets anders. Hij zag dat zijn elftal ‘uitstekend’ had gespeeld. Zonder bal.

Daarom is dit zo ontregelend, vanwege het diep-diep paradoxale ervan. Uitstekend voetballen zonder bal lijkt zoiets als uitstekend wielrennen zonder wielen. Uitstekend beeldhouwen zonder steen. Houthakken zonder hout. Opereren zonder patiënt. Zoenen zonder iemand anders. Nadenken zonder hersenen. Maar dat is het niet.

(Vroeger was er een voetballer die hiervan zou hebben genoten. Romeo Zondervan. Zo heette hij.

Hoe heet u?

Romeo Zondervan.

Zonder hoe?

Nee, Zonderván.

Zonder van wat?

Gewoon Zondervan.

Maar wel Romeo, toch?

Ja, wel gewoon Romeo. R-o-m-e-o Zondervan. Zondervan.

Dus Romeo Zonder.

Nee, Zondervan.

Dus eigenlijk, eigenlijk heet u Romeo van Zonder.

Nee, Zondervan.

Ha! Dus toch Romeo Zonder. (Stel je voor dat ik met hem zou trouwen en hij mijn naam zou aannemen, dan heette hij Romeo van Erkelens-Zondervan. Bedenk nu thuis zelf hoe het aan de balie van de bibliotheek gaat. (Een andere balie die hiermee te maken heeft, is die van de cafetaria. Oftewel, de snackbar om de hoek. Mag ik een patat zonder – en dan betrap ik mezelf erop dat ik die hele lange lijst aan de muur wil langslopen om te zien wat ik het lekkerst vind: zonder mayonaise, zonder oorlog, zonder pindasaus, zonder speciaal, zonder joppie. (Dat is ridicuul, natuurlijk, maar het toont maar weer eens aan dat dit de tijd is van de hebzucht, dat is het verlangen om te hebben, te bezitten, en steeds meer te bezitten, van alles. Het laat zien hoe diepgeworteld het Rupsje Nooitgenoeg-gevoel is. Want het is gek, patat zonder. (Iemand zei onlangs dat patat zonder geen patat was, en dus niet eetbaar. (Zie je wel: we willen alleen maar met-met-met. Extra extra plus plus. Vijftien procent meer inhoud! Met toegevoegde vitaminen. Nu drie bijlagen! Met superkracht! Met een pas ontdekt bestanddeel! Met veel ijzer! Met de wilde frisheid van limoenen! (Maar dat tussen haakjes. (O, tussen haakjes: we moeten weer terug naar Koeman.))))))))

Dat is het visionaire aan Koemans uitspraak: we zullen in de toekomst meer zonder doen. Een leven dat niet zo dik is als het bestaan nu, maar een stuk slanker. Wen er maar vast aan.

We zitten vol. We hangen in het leven als een natuurspons in een bad vol mineralen uit de Dode Zee en denken dat het de woestijn is. Te lui om iets kwijt te raken, want het is makkelijker om er iets bij te doen.

Koeman wijst vooruit naar een tijd waarin het eeuwige meer-meer-meer wordt overwonnen, waarin niet alles vanzelfsprekend groeit en uitdijt, waarin we niet alleen maar de hele tijd willen hebben, hebben, hebben en bang zijn om iets kwijt te raken, om minder in plaats van meer te bezitten.

Het is cultuurkritiek die hout snijdt (en opnieuw komt die uit de sport): we vinden het vanzelfsprekend dat we niet alleen alles hebben maar ook dat we steeds meer van alles krijgen. Terwijl iedereen weet dat dat een enkele reis naar de ondergang is. Er kan alleen een toekomst bestaan als we genoegen nemen (‘genoegen nemen’ dat zegt het al) met minder. En minder, dat betekent zonder. We moeten voortaan zonder doen.

Bijvoorbeeld voetballen zonder bal. Het is even wennen voor het publiek, maar na een tijdje wil dat niet anders. Het spel wordt veel gevarieerder, er gebeurt van alles tegelijkertijd op dat enorme veld, want niet alles is geconcentreerd op die ene plaats waar de bal is. Dus zien we tegelijkertijd een dubbele schaar van Ruben Schaken en een te zachte terugspeelbal van Joël Veltman. Wat een spektakel.

En één club zal domineren. Onverslaanbaar zijn ze, de jongens van RKC, de jongens van Erwin Koeman.