Vrouwen in oorlog: Jemenitische vrouwen willen meepraten

‘Zonder gendergelijkheid houdt dit conflict nooit op’

Bijna vijf jaar duurt de oorlog in Jemen al. Volgens activisten kan er pas een eind aan komen als vrouwen aan de onderhandelingen mogen deelnemen. ‘De oorlog heeft voor ons ook ramen geopend’.

Suha Basharen – ‘Jemenitische mannen spreken één taal: die van het conflict’

De Jemenitische vrouwenrechtenactivist Suha Basharen heeft een uur tamelijk kalm over de oorlog in haar land gesproken als ze de hand voor haar mond slaat en niet verder kan. Het laatste wat ze zegt: ‘Een moeder…’ Ze blijft minstens een minuut stil, tissue voor haar ogen. Wil ze stoppen met het verhaal dat ze aan het vertellen was? Nee, nee, maakt ze duidelijk, ze gaat dit afmaken.

De moeder over wie ze het heeft, was aangetrouwde familie. Zij en haar naasten trokken in Jemen van plek naar plek, op zoek naar een veilig onderkomen. Op een avond hadden ze eindelijk gevonden wat ze zochten, dachten ze, toen ’s nachts de bombardementen begonnen. Vijf van hen kwamen om, onder wie deze moeder en haar twee kinderen. ‘Weet je hoe ze werd gevonden? Ze lag bovenop haar kinderen, ze bedekte ze met haar lichaam.’

Basharen dacht dat ze wel over de gebeurtenis heen zou komen. ‘De hele bevolking van Jemen is getraumatiseerd, we zijn allemaal onderdeel van dit conflict, maar we moeten door met ons leven. We moeten wel, we voelen dat we geen steun van de buitenwereld krijgen. We hebben alleen onszelf. We herinneren ons voortdurend alles wat we meemaken, maar de pijn komt nooit naar buiten.’

Nu dus even wel, in het rustige Nederland, waar ze half september samen met andere Jemenitische vrouwenrechtenactivisten aandacht vraagt voor de positie van vrouwen in deze oorlog die nu al bijna vijf jaar duurt. Vrouwen staan totaal anders in deze strijd, laten ze weten aan betrokken Nederlandse organisaties en Jemen-deskundigen. Zonder een belangrijke rol voor vrouwen, zonder gendergelijkheid in het land, zal het conflict nooit stoppen, zo luidt hun prikkelende boodschap.

Om die uit te leggen, verschijnt Suha Basharen (50) op een zaterdagochtend in de lobby van haar Amsterdamse hotel. Het eerste uur lacht ze nog geregeld. ‘Het gaat goed met mij’, zegt ze opgewekt. Ze werkt vijftien jaar in Jemen als genderspecialist, op dit moment voor de non-profitorganisatie Care die zich tijdens deze oorlog vooral inzet voor voedsel, water, sanitair en hygiëne. Ze is blij dat ze haar kennis in Nederland kan overdragen. Hoe langer de oorlog duurt, hoe minder het buitenland informatie uit de eerste hand krijgt, merkt ze.

Bijkomend voordeel: ze kan hier nadenken over haar leven. In 2003 deed ze in het Britse Bradford een master International Development en ze wil graag promoveren. Het lukt niet dat uit te zoeken in Sanaa, de Jemenitische hoofdstad waar ze woont met haar man en hun twee zoons van acht en tien. ‘De stress vreet je op. Je wordt wakker, er is geen gas om op te koken, geen brandstof voor de auto en geen contant geld om iets te kopen. We zijn elke dag bezig ons leven te organiseren. We leven van dag tot dag.’

Aan de dreiging van geweld zijn ze gewend geraakt. In het begin van het conflict hield iedereen in Jemen zijn kinderen thuis, maar ze gaan allang weer naar school, ook haar eigen jongens. ‘We zien wel wat er gebeurt.’ Gelukkig voor haar gezin zijn er in Sanaa nauwelijks straatgevechten. ‘Die heb je in andere gebieden wel, daar worden kinderen voor hun huis doodgeschoten door scherpschutters. In Sanaa is het relatief kalm, er zijn alleen bombardementen’, zegt ze – dan nog luchtig.

De oorlog brak uit in maart 2015, maar over de politieke details ervan laat Basharen zich niet uit. Soennitische en sjiitische moslims strijden om de macht, gesteund door de bijbehorende landen Saoedi-Arabië en Iran. Allerlei extremistische clubs maken het conflict nog ingewikkelder, met als gevolg de totale ontwrichting van het land. Drie miljoen Jemenieten zijn hun huis ontvlucht, en mensen lijden honger: van de dertig miljoen inwoners weet twintig miljoen niet waar de volgende maaltijd vandaan komt.

En dan nu de oplossing van de Jemenitische vrouwenrechtenactivisten: meer invloed van vrouwen. Basharen verwijst naar een onderzoek van de Verenigde Naties uit 2015, waarin staat dat genderongelijkheid een van de oorzaken van het conflict is. Ze benadrukt dat nadere gegevens nog ontbreken, maar dit kan ze op grond van haar eigen ervaring wel zeggen: zolang mannen de meeste macht in Jemen blijven houden, stopt de oorlog niet.

‘Jemenitische mannen spreken één taal: die van het conflict’, zegt ze. ‘Zo worden wij opgevoed. Meisjes moeten rustig en fatsoenlijk zijn, ze moeten luisteren naar anderen, niet te veel bewegen, helpen in de huishouding. Jongens spelen buiten, en als ze later thuis vertellen dat ze verloren hebben bij een spelletje of een vechtpartij, krijgen ze te horen: waarom heb je verloren?’ Als jongens verliezen tijdens een potje knikkeren, is het niet ongewoon dat ze hun tegenstander te lijf gaan. ‘Hun familie spoort ze aan: Waarom zit je te huilen? Ga die knikkers terughalen.’

Oorlogscampagnes voor jongemannen zeggen: ‘Pak een wapen en word een man’

Vechten wordt gezien als mannelijk, vertelt Basharen, en nu het oorlog is, spelen alle partijen daarop in. Oorlogscampagnes voor de werving van jongemannen gebruiken slogans als ‘Pak een wapen en word een man’. Het verklaart volgens haar ook waarom elke poging mislukt om het conflict aan conferentietafels te beslechten, want mannen vertonen daar hetzelfde gedrag. In 2013, twee jaar voor de oorlog, moest een Nationale Dialoog de spanningen uit de lucht halen. Basharen hoorde later dat sommige mannen niet naast elkaar konden zitten, anders gingen ze met elkaar op de vuist. Iemand wilde zijn tegenstander met een waterfles bewerken. ‘Ik kon hem wel slaan’, zei een ander.

Dat het tijdens de Nationale Dialoog rustig bleef, kwam volgens Basharen doordat dertig procent van de deelnemers vrouw was. Het was voor het eerst dat ze bij zo’n nationaal platform werden toegelaten, ontdekte ze. Daardoor hielden de mannen zich in. ‘Ik wil niet zeggen dat vrouwen engelen zijn, maar het simpele feit dat ze aan tafel zitten, zorgt voor een balans. In de buurt van vrouwen willen mannen laten zien hoe beschaafd ze zijn. Zonder vrouwen gaan ze vechten.’

Kom bij Basharen niet aan met de vraag of deze situatie typerend is voor mannen in het Midden-Oosten, want dan zegt ze meteen dat Jemen uniek is. Voor buitenstaanders mogen alle traditionele, tribale islamitische landen op elkaar lijken, in werkelijkheid is dat onzin. Vaak krijgt Basharen te horen: ‘Ah, Jemen, precies Afghanistan.’ Of: ‘Precies Pakistan.’ Of: ‘Precies Irak.’ Nee, nee en nog eens nee. ‘Jemen kent veel tegenstrijdigheden die andere landen niet kennen’, zegt ze.

Neem de positie van vrouwen in Jemen – haar specialisme tenslotte. Wat is het beeld in de westerse wereld over dit vraagstuk? Jemenitische vrouwen hebben niets te vertellen. Ze merkt het ook in Nederland: ‘Jullie kennen Jemen alleen via Google.’ Dit is wat de zoektermen ‘vrouwen’ en ‘Jemen’ opleveren: veel foto’s van vrouwen in nikab. ‘En jullie beeld van vrouwen in nikab is dat ze zwak zijn. Maar die vrouwen kunnen bij ons arts, professor, lerares of verpleegster worden.’

Zelf draagt ze in Jemen een hoofddoek. Ze had een vader die haar boeken van Karl Marx te lezen gaf en die haar en haar drie zussen alle vrijheid gaf. Ze mochten studeren wat ze wilden en Basharen koos voor een studie die haar in staat stelde iets te doen aan vrouwenrechten, omdat ze zag dat de meesten het minder hadden getroffen dan zij. Na een leven van studie, hard werken en buitenlandse reizen trouwde ze op latere leeftijd. Ze had het nooit verwacht, ze wilde niet trouwen. Maar deze man was speciaal. ‘Ik houd van hem, omdat hij mij steunt en respect heeft voor wat ik doe.’

Wat buitenstaanders over Jemenitische vrouwen moeten begrijpen, volgens Basharen, is dat ze wel degelijk invloed hebben, maar dan binnenshuis, achter de schermen. Buiten heerst de man, binnen de vrouw. In sommige gevallen gaat die vrouwelijke invloed ver, vooral op het platteland waar veel mensen nog in stamverband leven. Als een man door een andere stam wordt vermoord, oefent de vrouw des huizes druk uit op haar zoons of broers om wraak te nemen. En dat betekent: iemand van de vijandige stam doden. Tussen sommige stammen gaat het wraak nemen al tientallen jaren heen en weer.


Uiteraard hoeven dit soort vrouwen niet meer macht te krijgen van de Jemenitische vrouwenrechtenactivisten. Deze vrouwen worden al serieus genomen, omdat ze de mannentaal spreken. ‘Maar daarmee lokken ze ook oorlog uit’, zegt Basharen. Nee, alle ándere vrouwen zouden eens gehoord moeten worden, vrouwen die dingen willen uitpraten, die bij ruzies zeggen: kom, laten we een oplossing zoeken. Vrouwen die deze oorlog helemaal zat zijn – en die zijn ver in de meerderheid.

Ook deze vredelievende vrouwen hebben thuis invloed op hun mannen en tijdens verkiezingen maken politici daar handig gebruik van. ‘Wie vrouwen mobiliseert, die wint – dat snappen politici heel goed. Dan hoor je ze ineens zeggen dat ze in vrouwen geloven, dat vrouwen steun verdienen’, lacht Basharen. ‘Maar als alles achter de rug is, vergeten ze ons compleet. Onze invloed wordt niet openlijk erkend, die is onzichtbaar. Buiten de familie zijn vrouwen niets. Volgens mannen snappen we niets, zijn we dom en onwetend. Dus nemen we geen beleidsbeslissingen, we hebben niets te zeggen over de koers van het land.’

Ze noemt cijfers van voor de oorlog die de genderongelijkheid aantonen. Het parlement bestond uit driehonderd mannen en één vrouw. In overheidsdienst was 24 procent vrouw. In werkelijkheid deden vrouwen veel meer: het onbetaalde werk in de huishouding en op de boerderij. Driekwart van de Jemenitische bevolking woont op het platteland en werkt in de landbouw. Negentig procent van dat werk werd gedaan door vrouwen.

Vrouwen in oorlog

Vrouwen staan anders in een oorlog dan mannen, maar zij worden meestal niet gehoord. Resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad bepaalt dat vrou wen bescherming krijgen tegen geweld, en betrokken zijn bij conflictpreventie, vredesoverleg en wederopbouw. In 2020 bestaat de resolutie twintig jaar. De Groene Amsterdammer maakt in een serie gesprekken met vrouwen uit conflictgebieden de balans op.

‘Mannen komen thuis eten en vertrekken weer. Wie in huis blijft hangen, wordt een vrouw’

Sinds de oorlog is alles veranderd, op een manier die niemand had voorzien. Gedwongen door de omstandigheden zijn er vrouwen die hun positie van tweederangsburger niet meer accepteren. Dat is het positieve nieuws dat Basharen meebrengt naar Nederland. ‘Vrouwen lijden, maar we zien tegelijk dat ze sterker worden.’ Meteen erachteraan: ‘In het Westen weten jullie dit niet, Jemen heeft bij jullie een slecht imago. Maar geloof me, de oorlog heeft ook ramen geopend, vrouwen hebben allerlei nieuwe mogelijkheden ontdekt.’

Het komt doordat de situatie voor vrouwen bijna onhoudbaar werd. Neem de traditie dat vrouwen na de mannen eten – in tijden van hongersnood een ramp. Er blijft óf niets voor vrouwen over óf alleen een restant. Mannen vragen zich niet af of ze eten moeten overhouden, legt Basharen uit. ‘Mannen vragen niet: voel je je goed, ben je ziek? Het is niet omdat ze hard of ruw zijn, zo zijn ze opgevoed. Ze komen thuis om te eten en vertrekken weer. Wie in huis blijft hangen, wordt een vrouw.’

Vrouwen, zegt Basharen, lijden tijdens deze oorlog het meest, vooral op het platteland. Stadsvrouwen hebben onder normale omstandigheden behoorlijk wat vrijheid om te reizen, maar de meeste plattelandsvrouwen mogen hun dorp niet uit zonder man. Moeten ze naar het ziekenhuis in de grote stad, dan gaat er een echtgenoot of mannelijk familielid mee. De mannen voeren daar het woord en nemen de vrouwen mee van de ene arts naar het andere onderzoekskamertje.

In veel families is deze werkwijze afgelopen. Mannen zitten aan het front en sterven daar of raken gewond. Andere mannen plegen zelfmoord omdat ze geen inkomen meer hebben om hun familie te onderhouden. Er zijn geen cijfers over families die het intussen zonder mannen moeten stellen, maar Basharen hoort er voortdurend over. In alle gevallen moeten vrouwen de mannentaken overnemen, inclusief de begeleiding van zichzelf.

‘Het is een enorme last op hun schouders’, zegt Basharen. ‘Een vrouw weet niet hoe ze zichzelf moet verdedigen en dat is vooral een probleem als ze gevlucht is. In haar eigen huis is ze beschermd en heeft ze privacy, maar op een vreemde plek zit ze tussen mensen die ze niet kent. Ze is haar sociale kapitaal kwijt. In Jemen hebben we geen instituten die vrouwen ondersteunen, we vertrouwen op familie, buurvrouwen en vriendinnen. Als je dat allemaal verloren hebt en je zit in een nieuwe omgeving met vijf, zes, zeven kinderen…’

Seksuele intimidatie of verkrachting ligt op de loer, maar volgens Basharen worden die praktijken in Jemen niet ingezet als oorlogsdaad. ‘Als een militair dit zou opdragen aan zijn manschappen, wordt hij meteen doodgemaakt.’ Mannen die zich aan een vrouw vergrijpen, doen het omdat de kans zich in de chaos voordoet. Maar opnieuw zijn er geen cijfers voorhanden en dus is het onduidelijk of het aantal misbruikzaken toeneemt.

Hoe nachtmerrieachtig de situatie ook is, sommige vrouwen zijn wakker geworden in een nieuw bestaan. Nogal wat vrouwen hebben van hun keuken een bedrijf gemaakt; met de opbrengsten onderhouden ze hun familie. Elke dag hoort Basharen over nieuwe huizen waar banket, verjaardagstaarten of bruidstaarten worden verkocht. Er zijn vrouwen die sieraden verkopen, of spullen uit het buitenland via internet. Vrouwen organiseren trouwpartijen, waarbij anderen in een band zingen of deejays zijn. Sommige vrouwen verdienen geld als taxichauffeur.

Het moet, er zit niets anders op. ‘We moeten overleven’, zegt Basharen. Tegelijkertijd veranderen deze vrouwen de mentaliteit van hun families en de gemeenschappen waarin ze leven. ‘Ze stimuleren meisjes om te studeren, om iets anders te doen dan alleen het huishouden. Ze zien wat tijdens de oorlog met henzelf is gebeurd en willen niet dat hun dochters of nichten net zo onthand raken als de mannen wegvallen. Ze vechten voor de toekomst van de jongere generatie.’

Is er sprake van een beweging? Eisen vrouwen massaal hun rechten op? Zo is het nu ook weer niet, zegt Basharen. Ze ziet de verandering vooralsnog alleen hier en daar, bij vrouwen die zeggen: ‘Ik laat mij niet meer onderdrukken.’ Het is belangrijk dat deze vrouwen hun positie na de oorlog niet verliezen. De rol van de familie is daarbij cruciaal, want die moet de veranderde situatie accepteren. Gelukkig gebeurt dat vooralsnog, families moeten wel. ‘Dus ja, ik denk dat de vrouwen die nu ruimte opeisen, die straks behouden. Ze gaan hun werk niet meer opgeven.’

En dan, pratend over het einde van de oorlog, begint ze te zuchten. ‘Het vechten gaat maar door en door en door’, zegt ze. In het begin dachten mensen nog dat het zo voorbij zou zijn, intussen lijkt er geen einde aan te komen en moeten ze toch iets van hun leven maken. Zelfs als er bombardementen op Sanaa zijn en Basharen explosies in de buurt hoort, gaat het leven door. Ze zet alleen het volume van de televisie harder, dat is alles. Ze doet het voor haar kinderen, om te voorkomen dat die merken wat er speelt.

‘Ik wil mijn angst niet aan mijn kinderen laten zien. Soms zeggen mijn man en ik niet eens tegen elkaar dat er luchtaanvallen zijn. We kijken elkaar in de ogen en begrijpen: ja, er is weer wat aan de hand. We houden onze jongens in de buurt en proberen zo kalm mogelijk te blijven. Je denkt op zo’n moment alleen aan je kinderen. Soms worden ze bang en als ik dan ook bang ben, wordt het alleen maar erger. Ik houd ze vast.’

Zo komt het gesprek op de dode moeder die haar kinderen met haar lichaam had willen beschermen. Zachtjes zegt ze: ‘Die hele oorlog slaat nergens op. Het is totale gekte. Voor de oorlog waren we in Jemen al arm en nu zijn we nog armer geworden, nog kwetsbaarder. Mensen lijden. En niemand in de wereld luistert naar ons.’

Wat kan de internationale gemeenschap voor Jemen doen? ‘Vrouwen steunen’, antwoordt ze. Vrouwen moeten aan de conferentietafels zitten waar over vrede wordt gesproken. Zij gaan elkaar niet te lijf en brengen onderwerpen als gendergelijkheid in. Zij weten hoe humanitaire hulp bij slachtoffers komt, want in hun gemeenschap hebben ze altijd voor armen en zieken gezorgd. Zij brengen sinds de oorlog het gezinsinkomen binnen en zijn lichtjes in het donker van andere vrouwen. ‘Wij zijn niet zwak, wat de hele wereld ook denken mag’, zegt Basharen.