Jacqueline Govaert

Zonder gitaren

De geschiedenis van de popmuziek is vergeven van bands met een frontman (of -vrouw) waarbij de rest van de band dermate verbleekt dat de band eigenlijk net zo goed een groep had kunnen zijn – een groep sessiemuzikanten, welteverstaan. Het is vaak wachten op het moment dat die zanger dat zelf ook concludeert en voor zichzelf begint.

Medium muziek

Ryan Adams had ooit een band, Whiskeytown, maar iemand die zoveel uit elkaar barst van de ideeën als Ryan Adams, die heeft geen anderen nodig, tenzij ze uitvoeren wat hij zegt.

De popmuziek is overigens zo mogelijk nog sterker vergeven van frontmannen die dat ten onrechte concludeerden, en eenmaal solo erachter kwamen dat (een deel van) die band wel degelijk iets toevoegde. Morissey heeft geweldige platen gemaakt, maar nooit zo goed als met The Smiths.

Jacqueline Govaert was vroeger de zangeres van Krezip. Dat was een aanstekelijke band. Maar ook zo’n band waarvan al snel duidelijk was: uit die eerste categorie. Krezip deed het goed op festivals. In eerste instantie vanwege de gun-factor: wat waren ze jong, en schattig, en overdonderd door dat enorme Pinkpop-veld in 2000, voor die zee van meezingende en op en neer wiegende leeftijdgenoten. En wat bleven ze overeind, met die onweerstaanbare combinatie van talent en benaderbaarheid. Later schudde Krezip de schattigheid af en werden bandleden én muziek sterker gestileerd. Na bijna twaalf jaar stopten ze ermee en gingen de bandleden ieder hun weg. Het eerste wat we van zangeres Jacqueline Govaert hoorden was even schrikken: een nummer met dj Armin van Buuren, gespecialiseerd in nummers die klinken als ringtones voor volle stadions. Never Say Never heette het nummer en godskolere, wat was het lelijk. Dat gold gelukkig niet voor haar eerste soloalbum, dat in 2010 verscheen. Het klonk vooral als een album van iemand die wil laten horen wat ze allemaal in huis heeft: het album stuiterde stilistisch vele kanten op. Wat al die kanten gemeen hadden, was hun gladde productie.

Menigeen zal op basis van dat album hebben gedacht: dat was het wel, met Krezip en de naweeën. Maar toen waren er op Spotify ineens drie nieuwe akoestische liedjes, met Govaert alleen op een piano. Die al zo vaak beleden liefde voor Joni Mitchell van Govaert: ja, daar was die liefde inderdaad te horen. En wat klonk haar stem goed en gerijpt, zo zonder gitaren waar ze overheen moest zingen, zonder modulatie of overproductie. Het maakte nieuwsgierig naar haar tweede album en licht bezorgd: als ze dit in de studio ook maar had kunnen vangen, zonder de verleiding van al te veel toevoegingen, of te veel bijslijp. Dat nummer Breeze Off, met die fabuleuze samenzang en piano: dat had werkelijk níets meer nodig dan dit. Goed zo, af, niets meer aan doen, sterker: van afblijven nu. Nou, dat is niet gebeurd. Maar wel bijna. Er speelt een band mee op het nummer in de albumversie, maar die band plaatst accenten, begeleidt en houdt zich in. En dat geldt voor het volledige album: het klinkt alsof iemand veertien jaar na haar debuut écht haar stem en stijl heeft gevonden, heeft durven kiezen, en durven koesteren.


Jacqueline Govaert, Songs to Soothe (Sony Music). Live in Paradiso op 20 september.

Beeld: Jacqueline Govaert (jacquelinegovaert.nl).