Design: Ontwerpen op afstand

Zonder handen en onbezorgd

In de contactloze samenleving raken we niets meer aan: niet elkaar en liever ook niets wat een ander heeft aangeraakt. Corona biedt kansen voor ontwerpers.

In Parc de la Distance, geïnspireerd op de vorm van een vingerafdruk, kunnen mensen elkaar op afstand horen. Ontworpen door Chris en Fei Precht van Studio Precht © Studio Precht

Een knap jong stel rekt zich uit op een picknickkleed in een park nabij het meer van Chicago. Een camera hangt in de lucht boven hen en richt zich op de man. Er verschijnt een kader om hem heen en dan zoomt de camera uit, gedurende tien seconden tot een afstand tien keer zo ver weg, en dan nog eens en dan nog eens. We zien een steeds groter deel van het park, en dan ook het meer, en dan ook de stad. Het picknickkleed wordt kleiner en verdwijnt uit zicht. Bij zeven keer uitzoomen hebben we de hele aarde in beeld en we gaan verder, 24 keer uitgezoomd tot de tiende macht zijn we honderd miljoen lichtjaren verwijderd van het kleed in Chicago. We komen in het grote niets en de voice-over, natuurkundige Philip Morrison, zegt: ‘De leegte is normaal, de rijkdom van onze eigen buurt is de uitzondering.’

En dan keren we terug naar de aarde, terug naar het kleed waar de man in slaap is gevallen met de vrouw aan zijn voeten. De camera zoomt in op zijn hand, ‘over een paar seconden zullen we de huid betreden’, zegt Morrison, en daar gaan we al, dwars door huidlagen en cellen naar het dna, en verder, tot de man, de hand, de mens, opnieuw oplost in het niets, een ‘vast inner space’ die evengoed de ruimte had kunnen zijn.

Powers of Ten uit 1977, na een eerdere versie uit 1968, is de beroemde korte film over ‘de relatieve grootte van dingen in het universum’, geïnspireerd door pedagoog Kees Boeke en zijn boek Cosmic View (1957). De Amerikaanse industrieel ontwerpers Charles en Ray Eames maakten de film voor ibm uit een fascinatie voor de reis die je kunt maken aan de hand van de macht van tien: in veertig stappen van het sterrenstelsel naar het kleinste atoom. Een halve eeuw later duikt de film opnieuw op als inspiratie bij de inrichting van de anderhalvemetersamenleving: de schaal van de mens is ineens met een factor omhoog gegaan en om onderling contact te vermijden, moeten we precies weten hoe de afstanden liggen. Het Oostenrijkse ontwerpbureau Precht ontwierp alvast een park voor de toekomst. Parc de la distance is geen open veld met ruimte voor een kleedje, maar een doolhof van heggen voor een wandeling op gegarandeerde afstand.

In de contactloze samenleving raken we niets meer aan: niet elkaar en liever ook niets wat een ander heeft aangeraakt. Hoewel het virus dat Covid-19 veroorzaakt op oppervlakken niet lang overleeft, worden sporen ervan op bepaalde materialen dagen later nog gevonden.

Zo blijft het aardig zitten op plastic en roestvrij staal, beter dan op koper en karton, en bleek het virus drie dagen later nog in leven.

Deurklinken, pinautomaten, verkeerslichten en de lift, relingen, stangen en pompen, ze gelden als een potentieel gevaar. Contactloos betalen nam een vlucht en in de supermarkten liggen broodjes sinds kort per stuk verpakt in plastic – de verpakkingsindustrie kent gouden tijden. Zelf dragen we handschoenen en hunkeren we naar verlengstukken voor onze vingers om zelf niets te hoeven aanraken.

De oplossingen schieten als paddenstoelen uit de grond. Zo wordt er volop geadverteerd voor de Cleankey, een multitool gemaakt van een antimicrobisch koper-allooi, een soort sleutel om deuren mee te openen, knoppen in te drukken en aan handvatten te trekken. De Stay Safe Carabiner heeft daarnaast ook een schroevendraaier en een scherp randje om een doos mee open te snijden. De Hydo20 is een ‘hygiënische deuropener’ die op een deurklink gemonteerd kan worden: je legt je onderarm in een klep en drukt de klink naar beneden. Een 3D-printfabriek uit Leuven stelde een ontwerp daarvoor gratis beschikbaar voor snelle wereldwijde implementatie.

Een Finse supermarkt bedacht een handsfree oplossing voor de koelingen die hier het nieuws haalde. In mijn eigen snackbar reikte de medewerker met mondkapje me vanachter een muur van plastic de pinautomaat aan, de knoppen bedekt onder een stugge laag plastic, het apparaat zelf bevestigd aan een lange stang – de handgreep van een frietmandje.

Contactloze technologie bestaat bij de gratie van afstand. Paul Hekkert, hoogleraar vormtheorie aan de faculteit industrieel ontwerpen van de TU Delft, schetst contactloos ontwerp als een technologische ontwikkeling met een geschiedenis die al veel langer gaande is, en die voortkomt uit het idee dat ontwerp het gemak moet dienen. Producten, diensten en systemen worden steeds autonomer en fysieke aanraking valt daarbij vanzelf weg. Hekkert: ‘Aanraken en bedienen hebben alles met elkaar te maken. Bij contactloos betalen hoeven zowel caissière als klant minder te bedienen en daarmee ook minder aan te raken. De belangrijkste drive daarvoor is convenience, gemak voor de mens. Dat stoort mij ook wel.’

Als voorbeeld noemt hij de ‘obesogene’ omgeving, ingericht op gemakzuchtig consumeren: de fastfood-drive-thru, waarbij klanten amper interactie hebben met het personeel en andere klanten, lui in hun stoel blijven zitten en alleen maar dikker worden – aan alle kanten een gevaar voor samenleving en gezondheid. Hekkert: ‘We hebben een wereld gecreëerd die vol is van gemak, maar met allerlei consequenties die we niet hebben onderkend. De technologie is er, we weten hoe we producten, diensten en systemen zelflerend kunnen maken en iedereen is vol over het moois dat artificiële intelligentie ons kan brengen. Maar in feite gaan deze producten veel van onze eigen verantwoordelijkheid en denkkracht overnemen. Ze maken het makkelijker, maar gemak kent ook een prijs.’

Hedendaags ontwerp stelt de gebruiker centraal, en dat is niet zonder risico

Samen met Nynke Tromp schreef hij het boek Designing for Society: Products and Services for a Better World (2018). De coronacrisis biedt wat dat betreft ook kansen voor ontwerpers en Hekkert ziet dat nu al ongeveer de helft van de studenten met coronagerelateerde projecten bezig is. Daarnaast ziet hij ontwerpen voorbijkomen in zijn rol als lid van het Topteam Creatieve Industrie. Ontwerpers bezinnen zich op onze veiligheid, met het ontwerp van onder meer maskers en teststaafjes, en op het zichtbaar maken van het virus. Het Social Distancing Dashboard, ontwikkeld door onderzoekers van de TU Delft en het AMS Institute, brengt in kaart waar op straat in Amsterdam het mogelijk is om anderhalve meter afstand te houden. Bureau The Incredible Machine ontwierp de Social Distance Thing, een personal laser projector voor op het hoofd die een laserstraal van anderhalf meter om je heen werpt. Er zijn ontwerpen die ontmoetingen mogelijk maken, zoals de Serres Séparées bij Mediamatic, kleine kassen waar je met z’n tweeën in kunt eten, en ideeën over hoe de communicatie over afstand te bevorderen.

Wat Hekkert vooral interesseert zijn projecten die onderzoeken wat de gevolgen van de crisis zijn voor het leven van de mensen. Mensen die eenzaam thuis zitten, die zorgen hebben over ziekte of economische rampspoed. My Wellness Check, voortgekomen uit een samenwerking tussen onderzoekers uit Delft en San Diego, is een tool voor organisaties om het welzijn van hun medewerkers, studenten of patiënten in de coronatijd te monitoren. Een vragenlijst invullen kost deelnemers slechts vijf minuten.

Bij de Lean-on-Me-paal vraag je om groen licht door er tegenaan te leunen. Ontworpen door Govert Flint van ontwerpbureau Enrichers als onderdeel van Neo Hygiene © Govert Flint / ontwerpbureau Enrichter

Van zelfrijdende auto’s tot automatische zeeppompjes, hedendaags ontwerp heeft de neiging om de gebruiker centraal te stellen en dat is volgens Hekkert niet zonder risico. Voor hem begint het al bij de knoflookpers en de kaasschaaf, puur voor convenience ontworpen. Hij heeft een kaasschaaf in huis, maar die mag eigenlijk niet gebruikt worden.

De coronacrisis zal de stap naar een contactloze samenleving hoe dan ook bespoedigen, het bewustzijn van onze handen vergroten. Daar staan we met onze vieze vingers, in een digitale omgeving die geldt als smooth en clean. Govert Flint van ontwerpbureau Enrichers bedacht een uitweg: Neo Hygiene.

Flint studeerde in 2014 af aan de Design Academy in Eindhoven met een ‘bionische’ stoel, een meubel vanwaaruit een gebruiker een computer bedient door middel van beweging, zonder toetsenbord of beeldscherm fysiek aan te raken. Eerder werkte hij als architect en ervoer hij hoe met elke dag achter zijn computer de creativiteit uit hem wegvloeide. ‘Hoe kan het dat dansen energie geeft, terwijl het energie kost, terwijl het zitten achter een bureau, ontworpen om zo efficiënt mogelijk te werken, moe maakt?’ De clou vond hij in beweging en hij danste mee met het Scapino Ballet om te ervaren hoe grote bewegingen ook grote emoties opwekken. Vreugde bijvoorbeeld is een ‘volledige lichaamsemotie’, daarom hebben we de neiging om te springen als we blij zijn. Vanuit de bionische stoel van Flint bestuur je een computer met een volledige lichaamsbeweging.

Het idee van Neo Hygiene ontstond tijdens de lockdown. Op de fiets door Rotterdam vielen Flint de verschillende palen met knoppen voor stoplichten op waar hij, zoals zoveel fietsers, als vanzelf tegenaan leunde. Zijn Lean-on-Me-paal, waarbij je om groen licht vraagt door tegen de paal te leunen, ontstond vanuit de gedachte dat de publieke ruimte zo ontworpen kan worden dat deze intuïtief wenselijk gedrag in de hand werkt.

Flint vertelt over environment enrichment als basis voor zijn ontwerppraktijk, vertrekkend vanuit verschillende informatiesystemen die werken op ons lichaam. Denk aan sensorische ervaringen die je waarneemt met de huid, aan visuele, motorische en cognitieve prikkels. ‘De gedragsinterventies die mensen nu opgelegd krijgen – binnen blijven, handen wassen, niets aanraken – werken angst en smetvrees in de hand, terwijl aanraking voor de mens biologisch gezien heel belangrijk is.’

Enerzijds ligt er een kans in wat Flint noemt de ‘paradox’ van Neo Hygiene: juist die materialen die we vaak aanraken – deurkrukken, handvatten en relingen – kun je voorzien van ontsmettingsmiddel zodat onze handen met elke aanraking alleen maar schoner worden. Nu blijkt dat virussen slecht overleven op poreus materiaal, dat van zichzelf lastig schoon is te houden, kun je zoeken naar materiaal dat de beste eigenschappen verenigt.

Of je ontwerpt zo dat er helemaal niet aangeraakt hoeft te worden. ‘Maar neem je de factor “tactiliteit” weg, dan moet je die voor een goed ontwerp vervangen door een van de andere stimuli. Denk aan beweging, aan een uitdagend visueel spel of aan een cognitieve ervaring. Bij voorkeur een die niet refereert aan angst, maar bijvoorbeeld aan een hobby.’

De Neo Hygiene-ontwerpen tot nu toe scharnieren op die verschuiving. Op de website van Enrichers zien we Flint voor een pinautomaat, verwikkeld in een choreografie bij wijze van het invoeren van zijn pincode, we zien hem deuren openen met een brede armzwaai en een ijsje kopen, dat bij overhandiging wordt ontsmet door een straal uv-licht.

Zonder handen en onbezorgd, maar zeker niet gemakzuchtig.