Ach europa! (slot): Susan Neiman

‘Zonder hoop kan ik de wereld niet veranderen’

De Amerikaans-Duitse filosoof Susan Neiman, leidster van debatcentrum Einstein Forum in Potsdam, combineert filosofische twijfel met links activisme, geïnspireerd op universele Verlichtingswaarden. ‘Identiteitspolitiek is stamdenken, heel gevaarlijk.’

Susan Neiman – ‘Ik probeer met mijn engagement jonge mensen te inspireren’ © Daniel Hofer / Laif / HH

Om maar meteen in huis te vallen met ‘het kwaad’, een terugkerend thema in het oeuvre van prof. dr. Susan Neiman: volgens de laatste peilingen is de rechtspopulistische Alternative für Deutschland (AfD) hier in de deelstaat Brandenburg met twintig procent de grootste partij geworden. Haar nieuwe boek, verwacht in augustus, heet Learning from the Germans, ondertitel Race and the Memory of Evil. ‘Moet u de titel niet aanpassen?’ vraag ik.

Susan Neiman toont, niet voor het laatst in dit gesprek, haar brede, wat ironische grijns. ‘Die twintig procent was eergisteren. Ze staan nu op 21 procent. Maar mijn boektitel is echt wel in orde. Duitsland is een wakker land als het om rechtsextremisme gaat, en zeker ook om antisemitisme. Zelfkritiek, een van de grootste verworvenheden van de Verlichting, is een louter Europese deugd, en de Duitse Bondsrepubliek blinkt daarin uit.’

Kunnen we in Europa ook, omgekeerd, van Amerika leren?

Neimans antwoord verrast, in tijden van anti-Europese stemmingen: ‘Nee, op dit moment zie ik de hoop voor de wereld slechts in Europa, en nergens anders.’

‘Vroeger’ luidde haar antwoord steevast ‘van Barack Obama’. Hij droeg Neimans Verlichtingswaarden uit: eerbied, hoop, geluk – voor iedereen, zonder onderscheid. In haar bekendste boek Morele helderheid (2008), volgens The New York Times een standaardwerk, beschreef ze hoe die waarden waren gecorrumpeerd door de regering-Bush, als dekmantel voor macht en olie. In datzelfde jaar voerde ze uitgebreid campagne voor Obama, niet als strateeg, maar ‘gewoon huis aan huis mensen werven, en stug daarmee blijven doorgaan’, zegt ze. ‘Obama was dan ook zo goed als een politicus, bij mijn leven, maar kan zijn.’

Op de hele wereld?

‘Er schiet mij zo gauw niemand anders te binnen.’

Obama’s ‘Yes, we can’ kreeg een Europese echo in Angela Merkels ‘Wir schaffen das’.

‘Nou nee… Merkel sprak die woorden eerder met de moed der wanhoop uit, en pas nadat honderdduizenden Duitse burgers de druk opvoerden om de vluchtelingen te helpen. “Dat moet dan maar, we zullen het ergens wel schaffen.” Obama daarentegen bedoelde die woorden – ook maar een kreet, hoor – principieel: “We kunnen het, we willen het, en we moeten het!” Een heel andere houding.’

Ze hebben beiden hun doelen niet bereikt, zie alleen al het versterkte rechtspopulisme.

‘Obama heeft geen rekening gehouden met de macht van het racisme en die van het geld in het Amerikaanse politieke circuit.’ Volgt een verzameling flinke vloeken aan het adres van Donald Trump.

Een paar jaar geleden was Neiman nog optimistisch, zowel wat betreft Amerika als Europa. Juist in Duitsland zou het rechtsextremisme marginaal blijven, schreef ze. En de presentatie van haar opstandige essay ‘Widerstand der Vernunft: Ein Manifest in postfaktischen Zeiten’, hier in huis in 2017, sloot ze af met de woorden: ‘In de Verenigde Staten is een brede beweging van burgers in verzet gekomen tegen het rechtsnationalisme. Daarbij kunnen wij ons als Europeanen aansluiten.’

‘Nee, ik ben nooit een optimist geweest!’ zegt ze. ‘Het begrip “optimisme” verwijst naar een inschatting van de feiten. Dat moet je goed onderscheiden van hoop. Ik probeer hoop te houden, want zonder hoop ben ik niet in staat om de wereld te veranderen. Weet u wel hoeveel demonstranten er hier in Duitsland tegen extremistische vergrijpen op de been komen? Maar toegegeven, in 2017 had ik meer hoop dan nu, ook voor Europa. En in de VS bestaat de burgerrechtenbeweging nog wel, maar we zijn er überhaupt niet zeker van of we in 2020 van Trump zullen winnen. Vreselijk.’

‘Wir’, zegt ze, ‘wij’. Ze ziet het als haar morele plicht om, althans met woorden, de barricaden op te gaan, zowel in de VS als hier. Daartoe heeft ze zich verankerd in de Duitse cultuur van haar voorouders. Vijftien jaar geleden werd ze door weekblad Die Zeit al uitgeroepen tot Duitslands meest veelbelovende filosoof. Toen was ze nog niet eens echt Duits. ‘Na Trumps overwinning heb ik het Duitse staatsburgerschap aangenomen, naast mijn Amerikaanse.’

Bij de Europese verkiezingen heeft ze toch maar op de sociaaldemocraten gestemd, vertelt ze. ‘Mijn eerste verkiezing als Europeaan. Maar zij zijn in verwarring.’

Ze hebben geen idealen meer?

‘Jawel, maar daarbij zit nog steeds veel te veel marxistisch materialisme, in de zin van: Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral.’

In Nederland is een deel van de sociaaldemocratie zelfs eurosceptisch. Frans Timmermans heeft ondanks zijn partij gewonnen, aldus de analyses. Hij droeg wellicht uw idealen uit?

‘Helaas heb ik hem gemist; ik reisde toen de wereld over met lezingen en zo en heb per brief moeten stemmen. Zo’n anti-Europese houding zie je hier in Duitsland overigens veel minder. Hier verdedigen alle partijen, behalve de AfD, de Europese waarden.’

‘Progressieven moeten zich meer bekennen tot de eigen cultuur: “links patriottisme”’

Met name in het oosten van Duitsland is de verongelijktheid groot, de geschiedenis onverwerkt en Europa ver weg.

‘Er is veel fout gegaan na de Wende, ten koste van de voormalige ddr-burgers. De Oost-Duitser is zich daarvan nu, dertig jaar later, pas goed bewust geworden. U moest eens weten hoeveel denigrerende opmerkingen ik van West-Duitsers over Oost-Duitsers hoor.’

Wat Oost-Duitsers allemaal over ‘Wessis’ zeggen is ook niet mals.

‘Ja, maar dat vind ik toch meer te rechtvaardigen. Ik ben absoluut geen anticommunist. We moeten van het communisme de internationale oriëntatie weer meer leren waarderen. Het geloof, tot diep in de botten en niet alleen bij de partijbonzen, dat mensen internationaal verbonden zijn, spreekt me zeer aan. Dat is ook zo’n typisch Verlichtingsideaal.’

Een voorganger van u in deze serie Ach Europa!, Ivan Krastev, vindt juist dat het Westen meer respect moet opbrengen voor het nationalisme in Oost-Europa. Het was, zegt hij, een positieve kracht in de strijd tegen het communisme, samen met het liberalisme.

‘We zijn bevriend, hij zit ook in mijn adviesraad, maar hier lopen onze meningen echt uiteen. En wat hij schrijft in bijvoorbeeld After Europe vind ik extreem pessimistisch.’

In zijn laatste essays ziet Krastev weer hoop voor Europa.

‘Wat, Ivan ziet hoop?! Waar?’

Hij beweert dat (Oost-)Europa vooral een emigratieprobleem heeft, en daar kun je als EU wat aan doen. En dat het nationalisme er weer als progressieve kracht kan dienen.

‘Ik geloof dat de huidige beweging richting nationalisme en, in het klein, naar de identiteitspolitiek en het groepsdenken voor een deel een onbewuste reactie is op het verschrikkelijke consumptie-universalisme. Het internationalisme van vandaag wordt belichaamd door Facebook, Apple en Amazon. Filosofisch gezien hebben we met een interessante verschuiving te maken. Direct na de Tweede Wereldoorlog nam de VN de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan. Toen ging het dus om rechten. Nu lijkt alles om behoeften te draaien. “Iedereen” heeft een smartphone nodig, heeft Amazon nodig. Dit is een verschuiving van actief engagement van burgers naar passief consumentengedrag.’

Maar burgers zijn dus wel actief in belangengroepen: die identiteitspolitiek. U beschouwt dat als heel gevaarlijk spel, zei u bij de presentatie van uw manifest ‘Widerstand der Vernunft’. U heeft Obama immers niet gesteund omdat hij zwart is.

‘Precies, hij droeg universele mensenrechten uit. Ik ben een fervent tegenstander van het stamdenken dat “identiteitspolitiek” heet. Bij de burgerrechtenbeweging in Atlanta van rond 1960, waarin mijn ouders actief waren, ging het om het uitroeien van racisme op de hele wereld. En niet om de belangen van een bepaalde groep ergens in een land of regio. Mijn stam, jouw stam, zijn stam: dat is klein denken.

Als het om cultuur gaat kun je natuurlijk alles vieren wat je wilt. Maar in de politiek moet het gaan om wat mensen gemeenschappelijk hebben. Vrouwen, homoseksuelen en etnische minderheden zouden moeten protesteren tegen de schending van hun ménsenrechten, waar dan ook. Als ze slechts hun eigen stam verdedigen, geven ze Donald Trump de kans om even ongegeneerd voor zijn eigen witte stam in Amerika op te komen, en Viktor Orbán voor zijn christelijke stam in Hongarije.’

Dat stamdenken, benadrukt Neiman, werd door linkse groeperingen in Amerika, door emancipatiebewegingen, in gang gezet. ‘Maar ik geloof niet dat deze mode simpelweg zo naar Europa is overgewaaid’, zegt ze. ‘In de Europese markteconomie zie je de gevolgen van het internationalisme van nu goed als je veel reist, zoals wij. De steden gaan hier steeds meer op elkaar lijken. Nou ja, in Holland valt het wellicht nog wel mee. Maar er is weinig van de oude culturen voelbaar gebleven, van het eigene. Natuurlijk stoort dat de mensen.’

Vooral het voormalige Oostblok is na 1989 gelijkvormig geworden. U geeft eigenlijk een extra verklaring voor het nationalisme daar: overal dezelfde plattelandsstructuren, winkelketens, Heineken-terrasjes en bestrating.

‘In het oosten van Europa heb ik veel minder gereisd, maar dit is precies waar ik naartoe wil. Bij al deze gelijkheidsuitwassen van het neoliberalisme zoekt men vanzelf zijn toevlucht in het nationale, oude vertrouwde. Al vele jaren pleit ik er dan ook voor dat progressief denkenden zich meer bekennen tot de eigen cultuur: “links patriottisme”. Ik vergelijk dit met de verhouding van kinderen tot hun ouders. Om een evenwichtig mens te worden moet een kind leren onderscheiden op welke punten het trots op zijn ouders kan zijn en op welke helemaal niet. Hetzelfde sorteerwerk kun je met je eigen cultuur doen.’

Maar de nationale of regionale identiteit en cultuur zijn toch thema’s die door rechts worden bezet? Dan heb je het al gauw over helden, veldslagen en folklore.

‘Dat is het nu juist: links in Europa heeft vooral schaamte over het verleden. Niet geheel ten onrechte, natuurlijk: zie alleen al de eeuwenlange koloniale uitbuiting. In Nederland heeft op dit thema, voor zover ik weet, nog steeds geen echte Aufarbeitung plaatsgevonden. Rechts zoekt slechts een paar prettige aanknopingspunten in de geschiedenis en vergroot die uit, dat is sorteerwerk zonder het bijbehorende verwerkingswerk. Links patriottisme moet schaamte én trots bevatten. Mijn volgende boek heeft als werktitel Helden – een ambitieus project.’

Nee, Neiman ziet hierin geen tegenspraak met haar afkeer van nationalisme en stamdenken op politiek niveau, wil ze nogmaals gezegd hebben. ‘Ik ben, zoals gezegd, principieel een internationalist, een kantiaan. Maar we hebben wel verhalen uit en over Europa nodig waarin de burgers zich meer thuisvoelen dan nu. Neem de oer-democratische Hollandse schilderkunst uit de Gouden Eeuw, die zo radicaal het leven van gewone mensen verbeeldde. Ook de Hollandse Verlichtingsgeest is natuurlijk iets waarop je trots mag zijn.’

‘Veel te weinig mensen zijn bereid om voor Europa te strijden. Heel beroerd’

We geraken in een discussie over de vraag of Vermeer en Spinoza wel de aangewezen helden zijn om de Hollandse Wutbürger bij te sturen. Maar in Duitsland lijkt Neiman op haar wenken te worden bediend. De Linkspartei propageert, bij monde van de Thüringse minister-president Bodo Ramelow, een nieuw Duits volkslied. Weg met die imperialistische begincoupletten (‘Deutschland über alles in der Welt…’), die toch niet gezongen mogen worden! Het cynische commentaar van weekblad Der Spiegel op dit (trouwens hernieuwde) Oost-Duitse voorstel: ‘Dit is de Sehnsucht naar een land zó rein als het enkel in een lied kan bestaan.’

‘Van cynisme moet ik niks hebben’, zegt Neiman, ‘dat leidt enkel tot luiheid. Ik vind een nieuw Duits volkslied inderdaad een prima idee van links. Met de beginwoorden uit de ddr-Nationalhymne “Auferstanden aus Ruinen, und der Zukunft zugewandt”. Ja, die passen naadloos in Haydns compositie, het huidige volkslied – prachtig toch?’

‘De progressieve Duitser moet maar leren met helden om te gaan, zonder direct aan doodseskaders te denken’, zegt ze fel. Van haar worden zulke politiek-incorrecte statements wel geaccepteerd: wanneer zelfs zíj als joodse dat zegt… Met name in de Bondsrepubliek wordt Europa vooral uit ángst gekoesterd, schreef Neiman onder meer in haar Nederlandse Socrateslezing in 2014, in De Groene gepubliceerd onder de titel ‘Kant in Brussel: de toekomst van Europa’. Europa wordt gedefinieerd door angst voor de herhaling van het verleden en angst voor de verbrokkeling in de toekomst. Dat zijn geen verhalen die nog erg aanspreken.

Wat voor politiek verhaal overEuropa, dus los van de culturele verhalen per regio, moet de burgers pro-Europeser stemmen?

‘Een positief verhaal over het heden, vanzelfsprekend. Waar ter wereld heb je zo veel gelijkheid voor de wet als hier? Rechten in plaats van privileges? Europa kan weer een voorbeeld worden, zeker ook voor de Verenigde Staten. Maar dan moet het wel zijn oude Verlichtingsidealen durven uitdragen, zoals respect en solidariteit, waarbij ook van culturen buiten Europa kan worden geleerd.’

Europa komt haar echter voor als ‘een stel verwende kinderen’, vervolgt ze. ‘Wanneer ik in Amerika ben en ik vertel maar een fractie van de rechten die wij hier in de EU hebben, kijken de mensen mij aan alsof ik in het aardse paradijs leef. Arbeidsrechten, gezondheidszorg: de EU is de enige regio ter wereld waar de idee van sociale rechten werkelijk is gerealiseerd. Waar men liever onderhandelt dan vecht. Nou ja, deze les uit de oorlog is maar half geleerd, kijk alleen al naar de wapenhandel vanuit de EU naar andere landen. Maar vele goede zaken zijn hier zo vanzelfsprekend geworden dat men ze helemaal niet meer waardeert. Er zijn veel te weinig mensen bereid om voor Europa te strijden. Heel beroerd.’

Hoe doe je dat, als gewone Europeaan, dan in de praktijk?

‘Wanneer je bijvoorbeeld in Thailand of Argentinië op vakantie bent, zou je een beetje met de mensen daar kunnen praten en ze vertellen wat er allemaal zo deugt aan Europa.’

Dan willen ze prompt allemaal naar ons toe komen – sprak de advocaat van de duivel.

‘Dit is een heel cynische uitspraak. De paradox is natuurlijk wel dat Europeanen die eigenlijk vóór meer migranten zijn, zeg maar de weldenkenden, het meest kritisch over Europa zijn. Zij spreken liever over wat er in Brussel allemaal niet perfect gaat.’

De progressieve Duitser, vol etnorelativisme en verkramptheid over de Europese (en Duitse) hegemonie, gaat in Thailand echt niet vertellen dat, althans nu, ‘bei uns alles besser’ is. Wie verdedigt Europa dan nog?

‘Ja, dat is precies het probleem. Maar het moet wel. Men weet in Afrika, of waar dan ook, weliswaar dat we rijk zijn – beelden genoeg van de welvaart. Maar over al onze rechten weet men maar bar weinig.’

Immanuel Kant was ervan overtuigd dat democratische staten geen oorlogen voeren. En velen zeiden het hem na, heeft u geschreven.

‘Jazeker.’

Maar hoe moeten we ons verhouden tot deze kantiaanse uitspraak, wanneer democratische staten, zelfs binnen de EU, zichzelf met democratische middelen steeds minder democratisch en rechtsstatelijk maken – zie bijvoorbeeld Polen en Hongarije, maar zeker niet alleen deze twee?

‘Nee, zie vooral ook de Verenigde Staten! We moeten ons afvragen welke staten nog democratisch zijn. Ik hang een ouderwets democratiebegrip aan. Dat mensen zich vrij kunnen informeren uit verschillende onafhankelijke bronnen. Dat daarin feiten van meningen worden gescheiden. En dat je uit alle informatie een mening ontwikkelt, waarover je met andere burgers in gesprek komt. Je discussieert en bent tot compromissen bereid – en niet alleen bij verkiezingen. Maar in dit tijdperk van fake news heb ik geen goed antwoord op uw vraag hoe we democratieën kunnen behoeden voor een democratisch besloten ondergang. Niemand heeft daarop een goed antwoord, en iedereen is even bezorgd.’

De Europese media, de klassieke dan, vindt ze nog wel beter dan die in de VS, voegt ze toe. ‘Maar ook hier dreigt het publieke debat, zoals we dat al eeuwenlang kennen, te sneuvelen in het geweld van de nieuwe media.’

Zijn er nog wel genoeg filosofen en andere denkers die zich, zoals u, gedreven in dit publieke debat storten?

‘Er zijn er wel een paar. Maar het zijn er te weinig. Nu ja, al sinds de Verlichting zwenkt het aandeel van de public intellectuals in het politieke debat. Maar ik voel me zeker onder filosofen momenteel wel een uitzondering. Zowel in Duitsland als in Amerika wordt achter de hand gezegd: wat zij bedrijft is geen echte filosofie.’

Ze lacht het weg. ‘Ik probeer met mijn engagement jonge mensen te inspireren. Soms komen studenten naar me toe en zeggen: ik wil precies gaan doen wat u doet met de filosofie. Ze vertellen dat ze niet zijn gaan studeren om onbegrijpelijke gedachte-experimenten te volbrengen. Ze willen de wereld veranderen.’