Zonder houvast

Anders dan Willem Claesz Heda, die bij het schilderen van zijn stillevens naar die stillevens moet hebben gekeken, had Mondriaan in zijn atelier waarschijnlijk geen lattenkruis hangen.

HET WONDER van Mondriaan is dat je bij het kijken naar, bijvoorbeeld, de stralende Compositie met twee lijnen niet ook nog hoeft te gaan denken aan iets anders - meer dan wat je ziet, valt er niet te lezen. Stel je, ter vergelijking, een stilleven voor uit de zeventiende eeuw. Daar zien we op een tafel een typische uitstalling van vruchten en ander spul, op schalen van zilver of porselein. Daartussen staat dan nog een fraaie kan te glanzen in een kunstig geregisseerde belichting. Dat zulke stillevens van specialisten als Willem Kalf of Willem Claesz Heda ook allerlei moralistische verwijzingen naar de vergankelijkheid bevatten waarover kan worden gefilosofeerd, is bij het schilderen wat de schilder aangaat een bijverschijnsel. Hij moet ervoor zorgen dat het zilver glimt, dat het geel van de citroen fris en sappig oogt en dat het wijnglas glinstert terwijl de wijn in het glas er net iets anders van licht uitziet. De stofuitdrukking, in een verleidelijke belichting, kon niet verfijnd genoeg - die subtiele differentiatie is wat je krijgt voorgeschoteld en wat je, misschien onwillekeurig, dan ook gaat lezen. Je gaat, al kijkend, de verschillende kunstigheden in het schilderij vergelijken: hoe op porselein het licht anders glanst dan op zilver of glas. Een echt geliefd motief was de half geschilde citroen, want behalve het stevige, knobbelige geel van de schil zie je daar verder het zachte wit aan de binnenkant van een gekruld stuk schil (op zich weer een meesterstukje van soepel schilderen) en dan ook het bleker geel van het vruchtvlees dat er zelfs ietwat glazig uitziet.

Ik vergelijk die manier van kijken met lezen omdat er een volgorde in lijkt te zitten, iets als van woord naar woord tot je met lezen/kijken klaar bent. De dingen op het schilderij van Heda, hierbij afgebeeld, zijn met zoveel precieze aandacht geobserveerd dat de schilder ze niet uit het hoofd heeft kunnen schilderen. Of hij het fraaie tafereel in zijn Haarlemse atelier echt zo op een tafel had uitgestald weet ik niet. Zeker is wel dat het schilderen gepaard is gegaan met intens geduldig kijken; dat kun je zien aan de uiterst langzame en heldere detaillering. Een goed voorbeeld van de souplesse daarvan is het geplooide witte tafelkleed met die melodie van schaduwen in fragiel wit en doorzichtig grijs. Heda keek bij het schilderen dus ook naar het voorwerp, in een zeker licht, dat hij aan het naschilderen was. Hij kon wat hij schilderde dus vergelijken met de werkelijkheid, en dat is wat de kijker naar het stilleven ook doet: die kijkt en vergelijkt en begint daarbij te denken hoe goed en fantasievol dat gedaan is. Misschien zelfs verbeeldt hij zich ook de smaak te kunnen proeven van de pastei, de citroen of de krab.

Mondriaan had in de hoek van zijn witte atelier niet een kruis van latten opgehangen. Dit voor de goede orde. Hij heeft bij het schilderen dus alleen naar het witte ruitvormige vlak gekeken, en anders dan bij Heda, die met de opbouw van zijn compositie van dingen wel met tafel en tafelkleed moest beginnen, was voor hem het verloop van het schilderij helemaal niet zo duidelijk. Want hoe stelde hij zich dat vlak voor, als plat vlak of als ruimte? Ik denk dat hij de ruit als vlak zag dat voor hem op de ezel stond en waarvan hij (oog in oog met het ding) eerst van de hoogte de maat wilde nemen. Voorzover te zien (moeizaam, en niet op de foto) is die verticale lijn het eerst neergezet. Daarna volgde de horizontale, over de verticale heen, na vrij geruime tijd, denk ik, want die verticale lijn links in de ruit leverde zo'n intrigerende deling op dat hij de tijd moet hebben genomen om er aandachtig naar te kijken om te zien hoe het verder moest.

Toen werd de horizontale lijn zo laag geplaatst dat vanaf de kruising rechts naar boven de grootste ruimte ontstond - vreemd afgemeten door de twee driehoeken die onder en links zijn ontstaan. Omdat de horizontale lijn (een zeer smal vlak eigenlijk) iets breder lijkt dan de andere krijgt de compositie optisch een zeker gewicht naar beneden toe. Deze kruising van lijnen wordt dan, in onze ogen, ook een suggestie van ruimte en witte diepte. Dat is te zien maar niet te beschrijven, ik denk omdat wat we zien met niets te vergelijken is. Ik zou deze Mondriaan ook Stilleven met twee lijnen kunnen noemen, maar dat zegt eigenlijk niets, behalve dat we het werk dan plaatsen in de nobele traditie van stil, passend-en-metend kijken waartoe bijvoorbeeld ook Heda behoort. Het schilderij van Heda kun je langzaam lezen en proeven. Naar een Mondriaan moet je kijken. Er zit niets anders op. Omdat zijn werk met niets anders te vergelijken is, ben je daarbij heel alleen en zonder houvast. Good luck.


PS Heda’s stilleven is te zien in het onvolprezen Frans Hals Museum, Haarlem. De ruit met zwarte lijnen: in de nieuwe tijdelijke opstelling van het Stedelijk Museum in Amsterdam