Zonder pil de pub in popmuziek

Nog vaak ontmaskeren mensen de ware Damien Hirst, de kunstenaar die buiten London vooral roem vergaarde met doorgezaagd en op sterk water gezet vee. Makkelijk en goedkoop, zeggen ze dan, Hirst kreeg z'n kans alleen maar omdat een van de grootste kunsthandelaren van Engeland een oud schoolmaatje van zijn vader is. Hirst heeft het zelf gezegd. Toch is het niet waar, want als meesterlijke zet in zijn publiciteitsoffensief loog Hirst ooit dat hij zijn succes niet aan zichzelf te danken had en verzon hij de vriend van zijn vader.

Net zoiets gebeurde bij de doorbraak van Oasis. Direct was voor de halve wereld duidelijk dat het hier om een reïncarnatie van The Beatles ging. De broertjes Noel (zang, gitaar, componist en baas van de band) en Liam (zang) Gallagher representeerden Paul McCartney en John Lennon. Daarop lieten Noel en Liam zich de aandacht welgevallen en verwezen zij in videoclips openlijk naar The Beatles. Dat is de beste band ooit, zei Noel. Spoedig kregen ze de smaak van de publiciteit flink te pakken en inmiddels halen ze dagelijks een krant, door ruzie te maken met een vriendin, met andere bands, met de eigen fans of, als moderne Kaïn en Abel, met elkaar. Bijzaak allemaal. De nostalgische zweem is de natte dweil die duiders over de band heen leggen. Oasis is meer.
Ging je halverwege de jaren negentig uit, dan moest je al snel naar een club om je mooi en gelukkig te voelen met een pil in je mik. Geen gezeur over problemen graag. Komt in house en jungle een keer een gezongen regel voor, dan is die van de meest infantiele soort. De Verenigde Staten reageren met de grunge-muziek van Nirvana, Soundgarden en Pearl Jam. In Groot-Brittannie is er de Britpop, popmuziek die, zo spreken critici, eigenlijk meer een imitatie is van Kinks, Beatles, Stones en The Who. In Manchester ontwikkelt zich de Madchester-sound: ouderwetse gitaarrock die zich laat beïnvloeden door de electronische dansmuziek. Voorbeelden: de Happy Mondays en de Stone Roses.
In 1994 staat Oasis op. Noel en Liam hebben geen zin in veel elektronische troep. Het is alsof ze in plaats van de glitter en glamour van de club kiezen voor de ouderwetse pub. In hun platste Engels zingen de lads nummers over het gewone leven en wat ze ongelukkig maakt, op een toon alsof ze er genoeg van hebben. Athems noemen ze dat: ‘I’m older than I wish to be. This town holds no more for me.’ Definitely Maybe uit 1994, (What’s The Story) Morning Glory? uit 1995, Be Here Now uit 1996 en nu The Masterplan - je hoeft er niet van te houden. Als je een meisje bent bijvoorbeeld. Want naar Oasis luisteren vooral veel jongens, blank en vaak afkomstig uit de lagere sociale klassen. Ze willen meezingen over wat ze op hun lever hebben. Niet speciaal mooi of hard, maar op de zeurende toon waarop hun leven voortdreint. Houd je wel van Oasis, dan wankel je even bij het luisteren naar The Masterplan. Nummers als 'Acquiesce’, 'I Am the Walrus’, 'Rockin Chair’ en 'Underneath The Sky’ sluipen het hoofd binnen en spoken er nog weken rond. En dat is goed.

  • U2, The best of 1980-1990 & B-sides. Natuurlijk was U2 even de beste popgroep ooit. Maar 'Pride’, 'New Year’s Day’ en 'Sunday Bloody Sunday’ klinken in de herinnering wel veel mooier dan op deze cd. Dat ligt waarschijnlijk aan de luisteraar, kennelijk al iets minder vatbaar voor de diepere gevoelens van eerlijkheid, oprechtheid en rechtvaardigheid dan tien jaar geleden.
  • Molotov, Dónde jugarán las niñas? Mexicaanse punkrock als logisch vervolg op de muziek van Mano Negra. Waar ze het over hebben, weet ik niet, maar het klinkt zeer ondeugend. Vast een hoop vuiligheid en viespeukerij!
  • The Afghan Whigs, 1965. Makkelijke band, want garant voor goede kwaliteit. Dit keer verveelt het bijna, ware het niet dat het eerste nummer de hele cd spannend maakt. Want dat eerste nummer, dat is gewoon het begin van seks.