Filantrokapitalisten

‘Zonder rijkdom, geen mecenas’

De rijkdom van filantropen als Bill Gates en Mark Zuckerberg en de onrechtvaardigheden die ze bevechten zijn beide uitwassen van ons economische systeem.

Medium 42 77386187

Het is tijdens een strandwandeling op Zanzibar dat Bill en Melinda Gates besluiten om professionele weldoeners te worden. In 1993 reist de Microsoft-topman met zijn aanstaande vrouw naar het Afrikaanse eiland voor een safarivakantie, maar meer nog dan door de ongerepte natuur wordt het koppel getroffen door de diepe armoede van de lokale bevolking. Al een tijdje loopt Bill rond met het idee om het vermogen dat hij heeft vergaard met zijn softwarebedrijf ‘terug te geven’ aan de maatschappij, maar daar, op het hagelwitte strand, hakt hij definitief de knoop door: hij gaat serieus onderzoeken op welke manier hij zijn geld ten goede kan aanwenden.

Datzelfde jaar leest Gates het World Development Report, het jaarlijkse rapport van de Wereldbank, in één ruk uit. Het raakt hem als een klap in het gezicht: in het document met de ondertitel Investing in Health wordt beschreven hoe ziektes die relatief simpel de wereld uit te helpen zijn jaarlijks miljoenen slachtoffers maken. Hoe kan het, vraagt de softwaremagnaat zich af, dat briljante wetenschappers hun tijd en energie besteden aan het verhelpen van erectiestoornissen, terwijl in Afrika massaal mensen sterven aan tuberculose? ‘[Ik ging] ervan uit dat als miljoenen kinderen sterven, en ze kunnen gered worden, de wereld er een prioriteit van zou maken om medicijnen te ontdekken om hen te helpen’, vertelt Gates later in een toespraak op Harvard. ‘Maar dat gebeurde niet.’

De wereldwijde gezondheidszorg kampt met een ‘enorm marktfalen’, stelt Gates vast. Er valt niet genoeg geld te verdienen met de ontwikkeling van medicijnen voor patiënten die geen cent te besteden hebben. Om de markten bij te sturen en economische prikkels te creëren, begint Gates onderzoek te financieren waar overheden en commerciële bedrijven zich niet aan durven wagen. Al gauw na de oprichting van een eigen fonds in 1997 verstrekt het miljardairskoppel systematisch financiering aan farmaceutische bedrijven om arme landen van medicijnen te voorzien. ‘Iedereen op deze planeet verdient basale gezondheidszorg’, vindt Gates.

Fast forward naar 2008. Ruim dertig jaar nadat hij Microsoft heeft opgericht, kondigt Bill Gates aan zijn dagelijkse taken als bestuursvoorzitter neer te leggen. Hij gaat zich volledig wijden aan het ‘weggeven’ van zijn kapitaal. De Bill Melinda Gates Foundation is inmiddels uitgegroeid tot een invloedrijke speler op het vlak van ontwikkelingshulp en onderwijs. ‘Wanneer er meer dan drie miljard te besteden is, is een fulltime voorzitter waarschijnlijk een goed idee’, licht Gates zijn beslissing toe. Eerder droeg Warren Buffet, die op de _Forbes-_lijst van rijkste mensen ter wereld net achter Gates komt, een aanzienlijk deel van zijn vermogen al over aan de Gates Foundation: ‘In filantropie ga ik hetzelfde te werk als in zaken’, aldus Buffet. ‘Ik ga in zee met mensen die een stuk getalenteerder zijn dan ikzelf.’

In haar boek The New Prophets of Capital beschrijft sociologe Nicole Aschoff hoe een aantal prominente leden van de nouveau riche de gebreken van het kapitalisme aan de kaak stelt. Sheryl Sandberg, topvrouw bij Facebook, hekelt de ongelijkheid tussen de seksen, John Mackey, ceo van Whole Foods, maakt zich zorgen om de ecologische kaalslag en Bill Gates trekt ten strijde tegen de mondiale ongelijkheid en armoede. Maar in plaats van hun inzichten te vertalen naar een systeemkritiek geloven deze profeten dat we een ander soort kapitalisme nodig hebben. In het geval van Gates heet dat filantrokapitalisme: een kapitalisme waarin filantropische miljardairs soelaas bieden voor de onrechtvaardige uitwassen.

De gefortuneerde weldoeners handelen volgens het bijbelse adagium ‘van hen aan wie veel gegeven is, wordt ook veel verwacht’. Bill Gates, die deze wijsheid naar eigen zeggen door zijn stervende moeder op het hart gedrukt kreeg, staat daarin niet alleen. Succesvolle ondernemers als Michael Bloomberg (van het gelijknamige nieuwsmedium), Richard Branson (van mediaholding Virgin) en Jim Walton (van supermarktketen Walmart): allemaal hebben ze een filantropisch fonds, waarmee ze ‘iets’ terug willen doen voor de samenleving. Er is sprake van een ‘renaissance in de filantropie’, constateren Matthew Bishop en Michael Green in hun boek Philantrocapitalism: How Giving Can Save the World.

De ‘leiders van het kapitalisme’ zien volgens de auteurs in dat ‘het teruggeven van een flink deel van hun vermogen evenzeer deel uitmaakt van het systeem als het verdienen van geld zelf’. Bishop en Green juichen de ontwikkeling toe. Filantropie zou wel gebaat zijn bij wat meer zakelijk inzicht. De kwaliteiten die de succesvolle zakenmannen zichzelf toedichten – doortastend, resultaatgericht, gewiekst – komen van pas in het bestrijden van onrecht in de wereld. Filantrokapitalisten zijn, zo schrijven Bishop en Green, ‘hyperagents die de capaciteit hebben om enkele essentiële zaken veel beter te doen dan alle anderen’. Bill en Melinda Gates worden niet gehinderd door winstbeluste aandeelhouders of een stroperige bureaucratie, waardoor ze het zich, in tegenstelling tot bedrijven of overheden, kunnen veroorloven om geld te steken in riskante maar veelbelovende oplossingen.

‘Het probleem van onze tijd is het behoorlijk beheer van rijkdom, zodat de band van broederschap de rijken en de armen samenbindt in een harmonieuze relatie.’ Het is de openingsregel van het essay The Gospel of Wealth, dat staalmagnaat Andrew Carnegie in 1889 publiceerde. Bill Gates haalt het geschrift regelmatig aan als inspiratiebron. Gates en consorten zijn niet de eerste rijke weldoeners: ook de vorige generatie miljardairs (Andrew Carnegie, John D. Rockefeller, Henry Ford) was vrijgevig met haar kapitaal. Maar de huidige filantrokapitalisten zijn anders. Ze onderscheiden zich door een ongekende dadendrang, een blind geloof in eigen kunnen en een onwrikbaar vertrouwen in marktoplossingen.

De kwaliteiten van de zakenmannen – doortastend, resultaatgericht, gewiekst – komen goed van pas

‘Het voordeel van filantropische fondsen is dat het vrij geld is: ze kunnen volledig zelf bepalen waaraan ze het besteden’, zegt Theo Schuyt in zijn werkkamer op de Vrije Universiteit. Schuyt – kaal, rond brilletje en een grijze snor – is het hoofd van het centrum voor filantropische studies. Al ruim twintig jaar houdt hij zich bezig met academisch onderzoek naar filantropie. ‘Een goede filantroop zijn is nog niet zo eenvoudig, hoor’, waarschuwt hij. ‘Het is een stuk gemakkelijker om economisch rendement te halen dan maatschappelijk rendement.’

Tot verbazing van de nieuwbakken filantropen als Gates werden de effecten van liefdadigheid nauwelijks gemeten. In de zakenwereld is het zorgvuldig nagaan van beleggingsresultaten een gangbare praktijk. Waarom zou dat principe niet van toepassing zijn op sociale investeringen? De Franse econome Esther Duflo, die de Gates Foundation regelmatig van advies voorziet, luidde een paar jaar terug de noodklok over het gebrek aan ‘robuust empirisch onderzoek’ bij hulporganisaties. ‘Ontwikkelingssamenwerking is nogal modegevoelig’, vertelde ze in 2011 aan De Groene. ‘Opeens zijn microleningen in, vervolgens loopt iedereen weg met onderwijs.’ Het pleidooi van Duflo voor een rationele en resultaatgerichte benaderingswijze sluit perfect aan bij de wens van de filantrokapitalisten om zo veel en zo effectief mogelijk goed te doen: return on investment is een term die ook in de hulpsector vaker gebezigd zou moeten worden.

‘Die hele hype rond microkredieten was een persiflage op noodhulp’, zegt Theo Schuyt. ‘Dat draaide voornamelijk om marketing. Het was slap gelul.’ Maar hoewel microkredieten een typisch voorbeeld zijn van een vluchtige trend waarvan de resultaten vooral anekdotisch gestaafd werden, spelen ook bij filantropen pr-overwegingen een rol. ‘Geld geven levert maatschappelijk aanzien op’, legt Schuyt uit. ‘Het is voor die lui een vorm van betekenisgeving. Daar zit je dan, met je derde vrouw, je vierde Porsche en je tweede boot. Je wilt iets wezenlijks doen met je centen. En daarvoor wil je erkenning krijgen.’

Medium rtx1wjk9

Toen Facebook-oprichter Mark Zuckerberg en zijn vrouw Priscilla Chan twee weken terug aankondigden dat zij 99 procent van hun vermogen aan goede doelen gaan schenken – het zou hen in één klap de grootste filantropen ter wereld maken – buitelden de kritische commentatoren over elkaar heen om door de liefdadigheidsretoriek heen te prikken: dit was gewoon een constructie om belasting te ontlopen. ‘Als Zuckerberg en Chan hun Facebook-aandelen hadden verzilverd, in plaats van het aan liefdadigheid te schenken, hadden ze vermogenswinstbelasting moeten betalen, geld dat gebruikt had kunnen worden om overheidsprogramma’s te financieren’, schreef John Cassidy in The New Yorker.

Hier zit precies de crux: het tekent de libertarische houding van filantrokapitalisten dat private initiatieven doeltreffender te werk kunnen gaan dan overheden. Begin dit jaar vertelde Thomas Piketty op een congres in Londen over een gesprek dat hij had met Bill Gates. ‘Ik vind het fantastisch wat je in je boek hebt gedaan’, bekende de Microsoft-topman tegen de Franse econoom. ‘Maar ik wil niet meer belasting gaan betalen.’ Niet dat Gates een gierige vrek is, hij gelooft oprecht dat hij als filantroop meer kan bijdragen aan het algemene belang dan via de fiscus. In een recensie van Kapitaal in de 21ste eeuw op zijn eigen blog schrijft Gates dat hij zich ook zorgen maakt om de groeiende ongelijkheid, maar dat ‘filantropie een belangrijke rol kan spelen in de oplossing. Het is jammer dat Piketty daar zo weinig aandacht aan besteedt.’

‘Het viel me op dat er iets anders was aan deze vorm van filantropie’, zegt e-Bay-oprichter Jeff Skoll in Philantrocapitalism. ‘Deze mensen zijn non-profit van aard, maar ondernemend in geest, compleet anders dan de ouderwetse non-profits.’ Voor Carnegie en Rockefeller waren zakendoen en liefdadigheid nog twee strikt gescheiden sferen, maar volgens de nieuwe generatie philanthropreneurs mag goed doen best wat opleveren. Zuckerberg koos bewust voor een andere constructie dan de Gates-familie: in plaats van een traditioneel liefdadigheidsfonds richtte de Facebook-baas een Naamloze Vennootschap op voor ‘het vergroten van het menselijk potentieel en het bevorderen van gelijkheid’. Het belastingvoordeel bleek daardoor bij nader inzien mee te vallen, maar zo’n NV geeft Zuckerberg wel het voordeel dat hij onbeschroomd geld kan verdienen aan zijn filantropische investeringen.

Het is voer voor cynici. De filantropische intenties van de miljardairs worden gemakkelijk afgeschilderd als vermomd egoïsme. De Nederlandse arts en filosoof Bernard Mandeville zou zijn schouders hebben opgehaald. Wat zou het dat types als Zuckerberg en Gates heimelijk uit eigenbelang handelen? Private ondeugden leveren publieke voordelen op, zo luidde begin achttiende eeuw de controversiële conclusie van Mandeville. Dat filantrokapitalisten gedreven worden door ijdelheid, belastingvoordelen en financieel gewin zou niets afdoen aan al het goeds dat ze de wereld brengen. ‘Trots en ijdelheid hebben meer scholen en ziekenhuizen gebouwd dan alle deugden van de wereld bij elkaar’, schreef hij.

‘Daar zit je dan, met je vierde Porsche. Je wilt iets wezenlijks doen met je centen en daarvoor erkenning krijgen’

De ideeën van Mandeville worden dikwijls aangehaald om de laissez-faire-_ideologie van het kapitalisme te onderbouwen. Niet voor niets was Friedrich Hayek, de Oostenrijkse voorvechter van het vrijemarktkapitalisme, een groot fan van de Nederlandse denker. Eén rijmregel uit Mandeville’s geschriften wordt echter vaak gemakshalve vergeten: _‘Vice is beneficial found/ When it’s by Justice lopt and bound.’ Ook de geestesvader van het vrijemarktdenken zag de noodzaak in van ‘vaardig management van de behendige politicus’ om egoïsme te beteugelen. De sociologe Lindsey McGoey herinnert in haar boek No Such Thing as Free Gift aan deze ondergesneeuwde boodschap. Volgens haar zijn Gates en Zuckerberg dan ook bastaardzonen van Mandeville. Want juist het inzicht dat politieke regulering nodig is om onze zelfzuchtige motivaties in goede banen te leiden, wordt door filantrokapitalisten betwist.

Ondertussen zijn filantropen zelf machtige spelers geworden die aanzienlijke invloed uitoefenen op beleid. De Gates Foundation wordt semi-gekscherend het schaduwministerie van Onderwijs genoemd, zozeer bemoeien Bill en Melinda zich met het Amerikaanse schoolsysteem. Met forse bedragen steunden ze de implementatie van het _No Child Left Behind-_programma, dat het onderwijs moest verbeteren door een gestandaardiseerd testsysteem. Ondanks de groeiende bezwaren van verschillende beleidsmakers en onderwijsspecialisten – in de praktijk wrongen scholen zich in allerlei bochten om aan de formele vereisten te voldoen, zonder dat de kwaliteit van het onderwijs daadwerkelijk verbeterde – hield de Gates-familie vast aan de aanpak. ‘Het is volkomen ondemocratisch dat miljardairs bepalen hoe onze kinderen onderwezen worden’, zegt Michael Edwards, een Amerikaans auteur die onderzoek doet naar filantrokapitalisme. Het is een veelgehoord bezwaar: private fondsen onttrekken zich aan publieke controle, maar bepalen inmiddels wel hoe algemene diensten als onderwijs en gezondheidszorg worden vormgegeven. Edwards vindt het een zorgwekkende trend, vertelt hij via Skype: ‘Ons economische systeem zorgt ervoor dat welvaart steeds ongelijker verdeeld wordt, maar hun enorme vermogen geeft filantrokapitalisten ook politieke macht. Economische en politieke ongelijkheid gaan hand in hand.’

Eigenlijk verschilt de Gates Foundation minder van de rücksichtslose lobbyisten als de gebroeders Koch dan het op het eerste gezicht lijkt. Intuïtief sympathiseren velen eerder met de nobele aspiraties van de Microsoft-oprichter dan met de erfgenamen van het industriële conglomeraat, die hun geld gebruiken om Tea Party-kandidaten te steunen, maar beiden handelen vanuit een politieke agenda, die niet democratisch tot stand is gekomen. Het bejubelen van Gates, terwijl je de Koch-broers veroordeelt, ‘is alsof je een groot voorstander bent van democratie, maar wel alleen als jij de enige kandidaat bent’, schrijft Lindsey McGoey.

En waarom zouden we klakkeloos aannemen dat de filantrokapitalisten doeltreffender te werk zouden gaan dan de staat? In De ondernemende staat prikt de Italiaanse econome Mariana Mazzucato de neoliberale mythe door dat de staat een log, bureaucratisch monster is, terwijl baanbrekende innovatie van private ondernemers met bravoure komt. Eigenlijk heeft Bill Gates zijn gigantische vermogen aan de Amerikaanse staat te danken: Microsoft had nooit kunnen floreren zonder aanhoudende overheidsinvesteringen in de IT-sector.

Michael Edwards betwijfelt bovendien of de filantrokapitalisten wel zo effectief zijn als ze zelf graag doen voorkomen: ‘Ze meten hun resultaten op een erg nauwe manier. Ze identificeren concrete problemen en willen die zo snel mogelijk verhelpen. Het is verleidelijk om deze can do-_mentaliteit toe te juichen, maar de meer structurele oorzaken van de problemen blijven hierdoor onderbelicht.’ Neem het No Child Left Behind-programma, gesteund door Gates. Er is een scène uit de tv-serie _The Wire die mooi illustreert wat de nadruk op gestandaardiseerde testscores in de werkelijkheid betekende: we zien een gefrustreerde wiskundedocent op een school in een achterstandswijk van Baltimore. Hij wordt geacht de leerlingen klaar te stomen voor de test door ze hersenloos rijtjes op te laten dreunen. ‘De toets gaat over breuken, maar mijn leerlingen kunnen amper rekenen met hele getallen’, klaagt hij. De reactie van zijn collega: ‘Je doceert geen wiskunde. Je doceert de test. Deze school draait op het geld van No Child Left Behind.’ Hij: ‘En wat leren ze zo?’

Het idee dat miljardairs moeten bijspringen wanneer de markt het laat afweten, sluit naadloos aan bij de neoliberale gemeenplaats dat het tijdperk van Big Government voorbij is. Basale zorg wordt niet beschouwd als een universeel mensenrecht, maar als een product dat de armen, met wat hulp van welwillende miljardairs, ook kunnen aanschaffen. En hoewel hij zich zorgen maakt om de deplorabele staat van de publieke scholen vraagt Gates zich nooit hardop af of het wel verstandig is het onderwijssysteem over te laten aan de markt.

Het is niet voor niets dat Nicole Aschoff in haar boek betoogt dat de verhalen die ‘the new prophets of capital’ verkondigen een integraal onderdeel vormen van het kapitalisme. ‘Door veilige en marktvriendelijke oplossingen te bieden voor maatschappelijke problemen versterken deze nieuwe profeten de logica en structuur van de ophoping van kapitaal. Hun verhalen bepalen de regels van het debat, domineren het ideeënveld en verzwelgen verhalen die de status-quo in twijfel trekken.’

De rijkdom van de filantropen en de onrechtvaardigheden die ze bestrijden zijn beide uitwassen van hetzelfde economische systeem. Gates en Zuckerberg zullen de hand die hen voedt niet bijten: met dezelfde mentaliteit die hun rijk heeft gemaakt, willen zij de armoede van anderen verlichten. In het filantrokapitalisme is er geen Robin Hood nodig: het helpen van de minder bedeelden zit ingeprent in het ethos van de goede miljardair. Andrew Carnegie schreef het al in 1889: ‘Zonder rijkdom kan er geen mecenas zijn.’


Revolutie in duurzame energie

Op de dag dat de wereldleiders zich in Parijs hadden verzameld voor hun openingstoespraken op de klimaattop lanceerde Bill Gates de Breakthrough Energy Coalition. De groep bestaat uit 25 investeerders, onder wie Mark Zuckerberg (Facebook), Jeff Bezos (Amazon) en Richard Branson (Virgin), die samen twintig miljard dollar beschikbaar stellen om een revolutie in duurzame energie te realiseren. De coalitie wil gaan investeren in start-ups met ideeën voor de opslag van groene stroom en de verduurzaming van de transport- en landbouwsector. De miljardairsclub volgt hetzelfde recept als bij hun filantropische inspanningen: gaan de technologische ontwikkelingen te traag? Dan helpen zij de markt een handje. ‘We kunnen niet wachten op verandering door de normale cycli’, staat er in het missiestatement. En even verderop: ‘De investeerders worden zeker ook gemotiveerd door de mogelijkheid van flinke opbrengsten.’


Beeld: (1) Mark Zuckerberg, Angela Merkel, Ban Ki-moon en Bono schuiven aan voor een werklunch bij de Verenigde Naties in New York, 26 september
Kevin Lamarque / REUTERS; (2) Barack Obama begroet François Hollande en Bill Gates ® tijdens de klimaatconferentie in Parijs, 30 november
STEFFEN KUGLER / BUNDESREGIERUNG / DPA / HH