Zonder schroom

In Brussel liet Damien Rice het zingen door zijn publiek, het meest aandachtige, stille, respectvolle publiek dat er in de popmuziek moet bestaan. Zorgvuldig instrueerde hij ze hoe ze te zingen, die regels uit Trusty and True, en welk deel van de zaal welk onderdeel voor zijn rekening nam.

Medium muziek

Een dag later, in Carré, sloot hij af met het nummer. Een heel optreden lang had Rice, die later verklaarde die avond een shark in my head te hebben gehad, niets tegen de in vier minuten uitverkochte zaal gezegd. De spanning was om te snijden, de euforie van een dag eerder bleef door zijn stoïcijnse houding uit. Alsof het publiek een beetje bang was. En toen opeens doken ze achter hem op, die leden van het koor, en zongen ze die regels van Trusty and True. ‘Come/ Come alone/ Come with fear/ Come with love/ Come however you are/ Just come.’ Het was verpletterend, emotioneel en ontbeerde enige schroom voor pathos. Het was een gospel.

Zie hier de kern van My Favorite Faded Fantasy, het derde album van Damien Rice in twaalf jaar. Slechts acht nummers staan erop, maar ze zijn vrijwel allemaal lang, soms héél lang, en als het niet zo’n afgesleten term was geworden, zou je ze ‘episch’ kunnen noemen. Rice durft. In menig opzicht. Hij durft tijd te nemen, te kiezen voor opbouw, voor sfeer, hij durft het sentiment op te zoeken in zijn woorden en arrangementen. Veelvuldig kiest hij voor strijkers, maar net zoals zijn teksten over liefde zijn ze er vrijwel nooit ter zalving. Violen bij Damien Rice strelen niet, maar schuren. En liefde doet pijn.

De productie van Rick Rubin, de wonderbard die hem uiteindelijk hielp uit zijn lange dal te kruipen, lijkt aanvankelijk wat glad, maar pas bij meerdere luisterbeurten en bij voorkeur op een koptelefoon valt op hoeveel tinten en subtiele accenten al die nummers kleuren. Het zijn in enkele gevallen bijna symfonieën van nummers, zeker It Takes A Lot To Know A Man, een nummer dat hij na vier minuten stil legt, om na een dreigend en herhaald ‘What are you so afraid to lose’ het te laten veranderen van structuur en dynamiek, ingeleid door tergend pianospel.

Het verliezen van zangeres (en vriendin) Lisa Hanigen heeft Rice kunnen opvangen, door ook zelf gebruik te maken van het (ook live werkelijk ontzagwekkende) bereik van zijn stem. Dat hij live tegenwoordig in z’n eentje speelt, zonder band, klinkt knap genoeg vrijwel nooit als een gemis, ook door zijn uitstekende gitaarspel en een slim uitgekiend gebruik van zijn effectpedalen. Maar dat hij dit It Takes A Lot To Know A Man bij zijn recente concerten achterwege laat, is begrijpelijk: zelfs Rice gaat het imposante muzikale avontuur van dit nummer niet in z’n eentje opvangen. Een groot oeuvre wordt het niet, dat van Damien Rice, als hij dit tempo aanhoudt. Maar groots is het nu al.


Damien Rice – My Favorite Faded Fantasy (Warner)


Beeld: Damien Rice (Lilja Birgisdóttir).